Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2018.0338 d.d. 29.05.2018
TVA · Rubrique XXXI, tableau A, annexe AR nr. 20 · Bâtiments anciens tranformés
Résumé
La transformation d’une habitation existante en maison de soins peut bénéficier du taux de TVA réduit de 6 %, conformément à la rubrique XXXI du tableau A tel que repris en annexe de l’AR n°20.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:
1. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
2. De aanvraag betreft een woning gelegen in het Vlaamse Gewest. Het is de bedoeling dat de aanvrager deze bestaande woning zal omvormen tot een zorgwoning.
3. Voor de werken inzake de omvorming tot zorgwoning vraagt de aanvrager de toepassing van het verlaagd btw-tarief ad 6% conform rubriek XXXI van tabel A zoals opgenomen in de bijlage van het KB nr. 20.
4. In bepaalde gevallen kan er voor werken in onroerende staat (vb. renovatiewerken) met betrekking tot privéwoningen effectief toepassing gemaakt worden van het verlaagd btw-tarief van 6%. Rubriek XXXI, §1 & §3 van Tabel A als bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 bepaalt in dit verband:
“§1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;
2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning worden gebruikt;
3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, §1 of artikel 22bis van het Wetboek;
4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;
5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen: behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.
[…]
§3 worden beoogd:
1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;
2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;
3° Iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting van een gebouw:
a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;
b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en de lampen;
d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust;
f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of –bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;
6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen;
[…]”.
5. In casu zullen er werken worden uitgevoerd aan een woning die bestaat uit een garage, gelijkvloers, eerste verdieping en zolderverdieping. Het perceel naast de woning wordt momenteel door de huidige bewoner gebruikt als bijkomende tuin, maar is ook bedoeld om bebouwd te worden.
6. Het is de wens van de huidige bewoner op leeftijd (80+) om zo lang mogelijk in zijn oorspronkelijke leefomgeving te kunnen vertoeven. De mobiliteit van de man gaat echter achteruit waardoor het steeds moeilijker wordt om de grote woning met tuin te onderhouden en belangrijke keuzes zich aandringen. De familie van de man wil zo veel mogelijk trachten tegemoet te komen aan zijn wens en wil zich er tegelijkertijd van verzekeren de man zowel comfort als veiligheid te garanderen en wil daarom de woning aanpassen aan de huidige noden en wensen van verhoogde zorg die intussen spelen.
7. Met het oog op de toekomst is daarom bij de familie het idee ontstaan om de woning deels uit te breiden in de breedte en om te vormen tot een zorgwoning die voldoet aan de vereisten van art. 4.1.1,18° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Volgens deze vereisten zal de woning bestaan uit een (grote) hoofdwooneenheid en een (kleinere) ondergeschikte zorgeenheid, die samen één fysiek geheel vormen.
8. Het gaat aldus niet om een “meergezinswoning” met verschillende woonentiteiten. De hoofdwooneenheid en de zorgwooneenheid vormen noodzakelijkerwijze één geheel, dit met het oog op het vervullen van de zorgfunctie. Eén van de voorwaarden van de afgeleverde bouwvergunning is tevens dat het huisnummer van de woning ook na uitvoering van de werken hetzelfde blijft en niet wordt opgesplitst.
9. Na omvorming zal de zorgwoning bewoond worden door enerzijds de huidige bewoner in de ondergeschikte zorgeenheid en anderzijds de kleinzoon van de huidige bewoner in de hoofdeenheid.
10. In de aanvraag wordt een uitgebreide beschrijving naar voor gebracht van de feitelijk uit te voeren werken. Dit wordt tevens geïllustreerd met de nodige plannen met opgave van de betrokken afmetingen. Uit deze gegevens blijkt dat het gaat om werken van omvorming en renovatie en dus om de in de rubriek XXXI bedoelde werken in onroerende staat, verstrekt aan een eindverbruiker, uitgevoerd aan een woning die na uitvoering van de werken hoofdzakelijk (en in de voorgelegde situatie zelfs volledig) als privéwoning wordt gebruikt en waarvan de eerste ingebruikneming ten minste 10 jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van verschuldigdheid van de btw (in casu is de bestaande woning van de jaren vijftig). De aanvrager verklaart tevens dat aan alle formele voorwaarden, zoals het uitreiken van een attest, zal voldaan worden.
11. Enkele aandachtspunten worden hieronder nog uitvoeriger toegelicht.
Omvorming en renovatie
12. In casu gaat het om een “omvorming” en “renovatie” van een bestaande woning, in overeenstemming met de geldende administratieve richtlijnen ter zake, in het bijzonder aanschrijving nr.6/1986, nrs. 27 ev. Er wordt niet geraakt aan de bestaande draagstructuren van de huidige woning. Wel worden er in het kader van normen inzake isolatie, (brand)veiligheid en zorgbehoevendheid bepaalde (technische) wijzigingen aangebracht en wordt de gevelbekleding vernieuwd om de eenheid van de woning ook na uitvoering van de werken te verzekeren.
13. Onder “omvorming” van een gebouw wordt niet enkel verstaan de verbouwing aan buitenkant en/of binnenkant van het gebouw maar tevens de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van bestaande vertrekken.
Uitbreiding tot maximaal 50%
14. De administratie stelt bij uitbreiding van een bestaande woning als voorwaarde dat de oppervlakte van het oude gedeelte van de woning na de werken groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte van de woning.
15. In een aantal parlementaire vragen werden enkele concrete criteria aangereikt om de oppervlakte van het oude gedeelte ten opzichte van het nieuwe gedeelte te berekenen (Parl. vraag nr. 846 van 16 juni 2005 (Van Biesen), parl. vraag nr. 1117 van 9 oktober 2002 (Leterme)). De oppervlakte moet worden berekend vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren, rekening houdende met de totale oppervlakte van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning, inclusief “verloren” oppervlakte alsook met de oppervlakte van bergruimte, kelder, zolder en garage.
16. Op basis van deze criteria werd door de aanvrager de oppervlakte van zowel het bestaand deel als de uitbreiding berekend. Zo werden onder meer de oppervlakte van nieuwe isolatie en gevelbekleding mee opgenomen in de berekening. Op deze manier werd vastgesteld dat de volledige woning zal bestaan uit 187,73 m² bestaande woning en 176,42 m² uitbreiding, met een totale oppervlakte van 364,15 m². De helft van deze totale oppervlakte bedraagt 182,08 m², wat kleiner is dan de 187,7 m² die de bestaande woning momenteel bedraagt. De aanvrager stuurt in bijlage enkele plannen mee waarin toegelicht wordt hoe deze oppervlakte werd bepaald.
Uitbreiding zonder het creëren van afzonderlijke woonentiteiten
17. Bij een uitbreiding van een gebouw moet het nieuwe gedeelte het oude aanvullen en er dus inzake aanwending van het gebouw één geheel mee vormen (Beslissing nr. E.T.106.933 van 1 september 1994). Het gebouw wordt in casu “omgevormd” om zijn functie van zorgwoning te kunnen vervullen en in de woning een zorgeenheid en een hoofdeenheid te creëren. Omdat deze omvorming tot zorgwoning zal worden doorgevoerd in naleving van art. 4.1.1, 18° van de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening, zijn er een aantal verplicht na te leven vereisten die illustreren dat de woning ook na uitvoering van de werken één woning zal vormen.
18. Er worden met name, conform deze Codex, geen twee onafhankelijk van elkaar functionerende woonentiteiten gecreëerd, maar een hoofdwooneenheid in combinatie met een ondergeschikte zorgeenheid, die bovendien niet meer dan 1/3de van de oppervlakte van de volledige woning mag behelzen (Punten a) en c) van art. 4.1.1,18° van de bovenvermelde Vlaamse Codex).
19. De uitbreiding vormt op verschillende manieren één functioneel geheel met de bestaande woning, onder meer door de voorgevel die volledig wordt doorgetrokken en de zolderverdieping van de bestaande woning die wordt verwijderd om over de volledige lijn een plat dak te maken. De eerste verdieping vormt verder één geheel, en in de volledige woning wordt slechts één grote badkamer en één grote keuken voorzien. Een kleine bijkomende badkamer wordt voorzien in de bestaande woning met het oog op de zorgfunctie, maar ook de grote badkamer op de eerste verdieping zal voorzien worden van alle zorg-comfort. De kleine keuken in de bestaande woning blijft behouden maar zal in de toekomst voornamelijk dienst doen als kitchenette om bv. koffie en thee te zetten of maaltijden op te warmen. De uitbreiding zal ten slotte worden aangesloten op de bestaande nutsvoorzieningen en zal geen afzonderlijk huisnummer krijgen.
20. De aanvrager vermeldt ten slotte dat indien men de gecreëerde zorgwoning na het beëindigen van de zorgsituatie zou willen aanwenden voor de huisvesting van meerdere gezinnen, daartoe een voorafgaande vergunning nodig is voor het opsplitsen van een woning (Art. 4.2.4., §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening). De DVB volgt de visie van de aanvrager dat dit een bijkomende illustratie is van het feit dat bij het creëren van een zorgwoning juist geen sprake kan en mag zijn van twee onafhankelijk entiteiten.
Conclusie
21. De DVB besluit dat de omvorming van de bestaande woning tot zorgwoning in onderhavig geval kan worden uitgevoerd aan het verlaagd tarief van 6% dat van toepassing is op de renovatie en het herstel van privéwoningen zoals vastgesteld in Rubriek XXXI van Tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 van 20 juli 1970.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.