IMPÔT DES SOCIÉTÉS : Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0151 20 mars 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

IMPÔT DES SOCIÉTÉS : Scission partielle fiscalement neutreIMPÔT DES SOCIÉTÉS : Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - DROITS D’ENREGISTREMENT : Cession d’une branche d’activité - TVA - IMPÔT DES PERSONNES PHYSIQUES : Revenu divers - Revenu professionnel

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0151-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-f070

Numéro
2018.0151
Date
20 mars 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

77 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0151 du 20.03.2018

IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

DROITS D’ENREGISTREMENT · Cession d’une branche d’activité

TVA

IMPÔT DES PERSONNES PHYSIQUES · Revenu divers · Revenu professionnel

Résumé

La scission partielle de la SPRL X en deux nouvelles sociétés à constituer par laquelle les trois établissements situés différemment d’un point de vue géographique sont isolés les uns des autres, n’a pas comme but premier ou comme objectif principal ou comme un de ses objectifs principaux la fraude ou l’évasion fiscales au sens de l’article 183bis du CIR 92 et répondent aux dispositions de l'article 211, §1er, CIR 92.

L'échange d'actions ou parts planifié ne sera pas imposé sur la base de l’article 90, 9°, premier tiret, CIR 92. Les actions ou parts des sociétés concernées appartiennent au patrimoine privé des demandeurs personnes physiques et ne tombent par conséquent pas dans le champ d'application des articles 24, 32 et 41 CIR 92.

La scission partielle de la SPRL X en deux nouvelles sociétés est également exonérée des droits d’enregistrement sur la base de l'article 117, §2, C. enr. fédéral.

La livraison de biens et le transfert de clientèle à la suite de la scission partielle sont exemptés de la TVA sur la base de l'article 44, §2, 13°, C.TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van de BVBA X, waarbij twee van de drie exploitatiezetels met hun bijbehorend onroerend goed zullen worden afgesplitst naar twee nieuwe vennootschappen gevolgd door een aandelenruil teneinde elk van de nieuwe vennootschappen voor 100% te laten aanhouden door één enkele aandeelhouder beantwoordt aan de voorwaarden zoals uiteengezet in artikel 211, §1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2. de meerwaarde eventueel verwezenlijkt naar aanleiding van de omruiling van aandelen in hoofde van de aandeelhouders van de verkrijgende vennootschappen niet belastbaar zal zijn als divers inkomen in de zin van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92, noch als winst in de zin van de artikelen 24 en 41 WIB 92, noch als bezoldiging in de zin van artikel 32 WIB 92;

1.3. de voormelde partiële splitsing vrijgesteld is van registratierechten op basis van artikel 117, §2 van het (federale) Wetboek der Registratie-, hypotheek, en griffierechten ((federaal) W.Reg.) (inbreng van twee bedrijfstakken ingevolge partiële splitsing); en

1.4. hoewel de partiële afsplitsing buiten het toepassingsgebied van artikel 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.Btw) valt, de inbrengen toch vrijgesteld zullen zijn van btw op grond van artikel 44, §2, 13° W.Btw, nu het gaat om een levering van goederen en cliënteel die uitsluitend voor een op grond van artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit werden aangewend en waarop geen aftrek van btw is genoten.

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2. De huidige twee aandeelhouders van de BVBA X wensen elk hun eigen weg te gaan en uit dien hoofde de vennootschap op te delen in drie vennootschappen, nl. één vennootschap per geografische activiteit.

3. Hiertoe zal er overgegaan worden tot een partiële splitsing van de BVBA X, waarbij de vestiging B en de vestiging C elk worden afgesplitst naar twee nieuwe vennootschappen, Newco B en C.

4. Bedoeling is dat elke vennoot 100% aandeelhouder wordt (via aandelenruil) en enige (statutaire) zaakvoerder van zijn eigen vennootschap. In dat kader zal de heer P zijn 50% participatie in Newco C afstaan aan de heer Q in ruil voor diens 50% participatie in Newco B. Hierbij zal de heer P een opleg in cash met eigen financiële middelen betalen aan de heer Q.

5. De BVBA X zelf zou blijven bestaan met vestiging A, die voorlopig 50/50 in handen zou blijven van beide aandeelhouders.

III. Beslissing

6. Binnen de BVBA X wordt thans een exploitatie uitgebaat door de heren P en Q op drie verschillende locaties, met name A, B en C. De aandelen van de BVBA X worden ook aangehouden door de heren P en Q elk voor 50%.

7. Doorheen de jaren zijn de beleidsvisies en toekomstplannen van de heren P en Q uiteen gegroeid. Daarom wenst men over te gaan tot de partiële splitsing van de BVBA X waarbij alle relevante activa en passiva (inclusief het onroerend goed) die betrekking hebben op de vestiging B zullen worden afgesplitst naar de nieuw opgerichte vennootschap B en waarbij alle relevante activa en passiva (inclusief het onroerend goed) die betrekking hebben op de vestiging C zullen worden afgesplitst naar de nieuw opgerichte vennootschap C. De BVBA X zal de vestiging A behouden.

8. Na de partiële splitsing zullen de heren P en Q de aandelen van de nieuw opgerichte vennootschappen ruilen. De heer P zal daarna voor 100% aandeelhouder zijn van de vennootschap B en de heer Q zal dan voor 100% aandeelhouder zijn van de vennootschap C. De geldopleg die de heer P hierbij zal betalen aan de heer Q zal met eigen middelen worden gefinancierd.

III.A. Betreffende het belastingneutrale karakter van de partiële splitsing van de BVBA X

9. De partiële splitsing van de BVBA X strekt ertoe de activiteiten die thans op drie verschillende locaties worden uitgeoefend, in afzonderlijke vennootschappen onder te brengen, inclusief de onroerende goederen dienstig voor de betreffende praktijken.

10. De partiële splitsing en de daaropvolgende aandelenruil zullen derhalve tot gevolg hebben dat zowel de heer P als de heer Q de controle verwerven van de vennootschap waartoe de vestiging behoort waarin zij actief zijn. Zodoende zal elke partij de leiding hebben over zijn eigen vennootschap, waarvoor de nodige beleidsbeslissingen zullen kunnen worden genomen.

11. De aanvragers hebben bevestigd dat de verrichting geen impact zal hebben op de tewerkstelling. De personeelsleden zullen mee overgaan samen met de respectievelijke vestigingen waarin ze nu reeds werken.

12. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvrager heeft bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92 zal gebeuren.

13. De BVBA X beschikt niet over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen DBI-overschotten of overgedragen aftrek voor risicokapitaal.

14. De aanvrager heeft bevestigd dat er, behoudens de geplande aandelenruil, geen intenties of plannen zijn voor een overdracht van aandelen van de BVBA X en van de nieuwe vennootschappen RX-SAB en RX-FOL en dat de betrokken aandeelhouders zich ertoe engageren om de aandelen van de BVBA X, Newco B en Newco C niet te verkopen of anderszins over te dragen. In geval er in de toekomst concrete verkoopsplannen ontstaan, zal teruggekoppeld worden naar de DVB.

15. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de BVBA X niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

16. De verkrijgende vennootschappen zijn binnenlandse vennootschappen.

17. De aanvrager heeft verklaard dat de verrichting zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

18. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, 4° lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

III.B. Betreffende de gevolgen voor de aandeelhouders

19. De aandelen van de BVBA X (en bijgevolg ook van de nieuwe vennootschappen B en C) behoren tot het privévermogen van de aandeelhouders-natuurlijke personen en vallen bijgevolg niet onder het toepassingsgebied van de artikelen 24 en 41, WIB 92.

20. De ruil van aandelen vloeit niet voort uit enig bestuursmandaat van de aandeelhouders-natuurlijke personen zodat er geen sprake kan zijn van enige bezoldiging in de zin van het bepaalde in artikel 32, WIB 92.

21. De ruil door de heren P en Q van de aandelen van de nieuwe vennootschappen B en C verkregen n.a.v. de partiële splitsing van de BVBA X zal niet belast worden op grond van artikel 90, 1° en 9°, eerste gedachtegedachtestreepje, WIB 92.

III.C. Betreffende de toepassing van artikel 117, §2, (federaal) W.Reg.

22. Krachtens artikel 117, §2, W.Reg. is het bij artikel 115, W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken. Bovendien zijn de in artikel 120 W.Reg. vermelde regels betreffende gemengde inbrengen niet van toepassing ingeval van de inbreng van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, §2 W.Reg (art. 120, lid 3, W.Reg.).

23. Bij koninklijk besluit (Artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

“de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, §2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3e lid[…] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd”.

24. Op basis van de in de aanvraag opgenomen informatie kan de DVB bevestigen dat de voorgenomen partiële splitsing van de BVBA X naar de vennootschappen B en C op het vlak van registratierechten telkenmale de inbreng inhoudt van een bedrijfstak in de zin van artikel 117, §2, W.Reg. en bijgevolg kwalificeert voor de vrijstelling van registratierechten op grond van de artikelen 117, §2 en 120 W.Reg. vermits op navolgende wijze is voldaan aan de hierboven vermelde voorwaarden:

(a) Inbreng door een vennootschap met zetel in de EU

25. De eerste voorwaarde, namelijk de inbreng door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, is voldaan in hoofde van de BVBA X.

(b) Inbreng van goederen die één of meer bedrijfstakken uitmaken

26. Het voorwerp van de inbreng dient een bedrijfstak uit te maken. In casu zullen de inbrenggenietende vennootschappen, B en C, alle activa (roerend en onroerend) en alle passiva ontvangen die nodig of nuttig zijn om de exploitatieactiviteiten op de respectievelijke locaties B en C verder te zetten. Deze omvatten in het bijzonder:

1.1. de materiële vaste activa van de vestiging ;

1.2. het cliënteel ;

1.3. de vlottende activa, zoals schuldvorderingen ;

1.4. de relevante schulden op korte termijn, inclusief rekening-courantschulden op de betrokken zaakvoerders.

(c) Inbreng in een nieuwe of vooraf bestaande vennootschap

27. In casu zullen de inbrenggenietende vennootschappen RX-SAB en RX-FOL nieuw opgerichte vennootschappen zijn.

(d) Uitsluitende vergoeding door aandelen of deelbewijzen

28. In casu zal de inbreng in elk van de nieuwe vennootschappen uitsluitend vergoed worden door toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, zonder opleg in geld. Op de in te brengen onroerende goederen rusten geen bank- of andere schulden.

29. Als besluit kan de DVB dus stellen dat de partiële splitsing geen aanleiding zal geven tot enig (evenredig) inbrengrecht.

III.D. Betreffende de Btw

30. De BVBA X oefent tot op heden enkel op grond van artikel 44, §1 W.Btw van btw vrijgestelde activiteiten uit. De nieuwe vennootschappen zullen een gelijkaardige vrijgestelde activiteit uitoefenen en zullen dus geen recht hebben om de btw die op de overdracht zou verschuldigd zijn in aftrek te brengen. Dit is één van de voorwaarden om de artikelen 11 en 18, §3 W.Btw te kunnen toepassen.

31. Niettemin zal de partiële afsplitsing van de beide vestigingen van een vrijstelling van btw genieten en dit op basis van artikel 44, §2, 13° W.Btw. De voorwaarden hiertoe zijn:

(a) Goederen en cliënteel enkel aangewend voor een vrijgestelde activiteit

32. Het moet gaan om een levering van goederen of de overdracht van een cliënteel die uitsluitend ten behoeve van een op grond van artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit worden aangewend of er betrekking op hebben.

33. In voorliggend geval zullen de ingebrachte goederen en cliënteel inderdaad aan deze voorwaarde voldoen.

(b) Op de betrokken goederen mag geen recht op aftrek zijn genoten

34. Gezien de BVBA X enkel vrijgestelde handelingen stelt en geen geactiveerd btw-nummer heeft, heeft zij ook geen aftrek van input btw genoten op de in te brengen goederen. Dus deze voorwaarde is ook voldaan.

35. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat artikel 44, §2, 13° W.Btw enkel van toepassing is op de levering van goederen en de overdracht van een cliënteel. Eventuele diensten ondergaan hun eigen specifieke btw regeling.

Textes cités

3
CTVA art. 111 occurrence
CTVA art. 181 occurrence
CTVA art. 441 occurrence