Taux reduit · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2017.1020 6 février 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

Taux reduitTVA - Taux reduit - Demolition et la reconstruction conjointe d’un bâtiment d’habitation - Rubrique XXXVII de Arrêté royal no20

https://juriel.be/fr/rulings/2017-1020-taux-reduit-demolition-reconstruction-conjointe-27ec

Numéro
2017.1020
Date
6 février 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

49 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée 2017.1020 du 06.02.2018

TVA · Taux reduit · Demolition et la reconstruction conjointe d’un bâtiment d’habitation · Rubrique XXXVII de Arrêté royal n°20

Résumé

Les deux parties disposent d’une ferme à démolir en indivision située dans une zone urbaine.

Les parties souhaitent sortir d’indivision pour disposer chacune de la moitié de la parcelle. À la suite de cette opération, la partie 1 souhaite démolir la construction existante afin de construire sa propre habitation et la partie 2 souhaite ensuite vendre sa parcelle comme terrain à bâtir.

Afin de permettre le lotissement de la parcelle, la construction existante doit d’abord être démolie.

La reconstruction de l’habitation par la partie 1 démarrera immédiatement après la démolition.

Le taux de TVA réduit est applicable à la démolition de la partie du bâtiment qui se trouve sur le lot qui apparaîtra après le lotissement et sur lequel la partie 1 va procéder immédiatement à la reconstruction de sa propre habitation. Toutes les opérations effectuées en ce qui concerne le Lot 2 sont exclues de l'application du taux réduit de TVA.

Texte de la décision

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvragers willen bevestiging bekomen dat :

1. Het verlaagde Btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak en heropbouw van het gebouw gelegen in het stadsgebied X. (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII – toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007).

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. Twee partijen houden in onverdeeldheid een bebouwd perceel aan, gelegen in een stadsgebied. Partijen wensen uit onverdeeldheid te treden. Met het uit onverdeeldheid treden wensen ze elk de helft van het perceel te verkrijgen.

3. Partij 1 wenst op zijn perceel een woning op te richten, partij 2 wenst daarentegen zijn perceel als bouwgrond te verkopen.

4. Per 3 november 2017 werd een aanvraag voor een verkavelingsvergunning ingediend bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van de stad X om het oorspronkelijke perceel P te splitsen in 2 ongeveer evenwaardige percelen.

5. Daar het af te breken gebouw zich bevindt op de, door de verkaveling tot stand te brengen loten, kan de verkavelingsvergunning pas uitwerking krijgen nadat het bestaande gebouw afgebroken wordt.

III. Beslissing

6. Overeenkomstig rubriek XXXVII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven is het verlaagde tarief van 6 pct. van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning.

7. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden (rubriek XXXVII, tweede paragraaf):

1° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;

2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;

3° opgeheven bij art. 7 van het K.B. van 02.06.2010;

4° de bouwheer moet:

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:

i. de bouwvergunning;

ii. het (de) aannemingscontract(en).

b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.

5° het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;

6° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

8. Het verlaagde tarief is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp

hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;

3° gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.

9. Dat de aanvrager verklaart dat :

9.1 de op te richten woning blijvend hoofdzakelijk als privéwoning zal worden gebruikt.

9.2 de te slopen boerderij en de nieuw op te richten woning op het toekomstig lot 1, gelegen zijn op een perceel in X waar het verlaagde Btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak en heropbouw (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII - toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007).

9.3 de stedenbouwkundige vergunningen voor de afbraak van de bestaande gebouwen en deze voor de op te richten woning door éénzelfde partij – i.c. de aanvrager, die mede-eigenaar is van het perceel- worden aangevraagd en uitgevoerd.

10. Dat partij 1 en de aanvrager samen mede-eigenaar zijn van het volledige perceel P op het ogenblik van de afbraak terwijl enkel de aanvrager bij de heropbouw eigenaar is van het lot waarop gebouwd wordt (lot 1), geen afbreuk pleegt aan de voorwaarde dat de afbraak en heropbouw door dezelfde bouwheer verricht moeten worden.

11. Mede gegeven de stedenbouwkundige verklaring afgeleverd door de dienst Ruimtelijke Ordening- Vergunningen dd 14 december 2017, naar aanleiding van de indiening van de aanvraag verkavelingsvergunning dd 31/10/2017 ingediend door Y in opdracht van de partij 1 en de aanvrager, die stelt dat de verkaveling pas uitvoerbaar zal zijn als de bestaande gebouwen, die na de verkaveling op de 2 loten komen te staan, zullen afgebroken worden. Dat dit als voorwaarde opgenomen zal worden in de verkavelingsvergunning betreffende het perceel gelegen te Xt, straat – afd. sectie nr..

13. De af te breken gebouwen gelegen zijn over het volledige perceel terwijl de op te richten woning gelegen zal zijn op een nieuw perceel dat zal ontstaan door de splitsing van hogervermeld perceel in twee ongeveer gelijkwaardige bouwpercelen en een deel achterliggende grond.

14. Er voor de afbraak enkel een verlaagd Btw-tarief van 6% wordt gevraagd voor dat deel, in oppervlakte, dat zich op het perceel bevindt waarop de nieuwe woning zal gebouwd worden, in casu Lot 1 zoals aangeduid in bijlage

15. De bouwheer van de nieuwe woning, zijnde de aanvrager, vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring zal indienen die vermeldt dat het gebouw dat hij laat oprichten na de afbraak hoofdzakelijk bedoeld is als privéwoning. Dit afschrift zal vergezeld zijn van de bouwvergunning, de aannemingscontracten en het besluit van de bevoegde overheid waarin de naleving van de voorwaarden wordt bevestigd. Hij zal hiervan tevens een afschrift overmaken aan de dienstenverrichter.

16. De eigenaar van het tweede, door de splitsing ontstane, bouwperceel niet kan genieten van het verlaagde Btw-tarief van 6% KB bij een eventuele latere bouw van een nieuwe woning op dit tweede perceel, Lot 2 als aangeduid in bijlage

Textes cités

1
CTVA art. 223 occurrences