Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2016.438 dd. 30.08.2016
TVA · Nouveau bâtiment · Centre d'affaires · Location immobilière · Droit à déduction
Résumé
La société X érigera un bâtiment pour ensuite l’exploiter comme un centre de services et d'affaires.
Les paquets de services proposés remplissent les conditions de la circulaire AFER 39/2005 (E.T. 108.816) du 27 septembre 2005. Par conséquent, la société X acquiert la qualité d'assujetti à la TVA avec droit à déduction.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te bekomen dat
- de aangeboden dienstenpakketten aan de btw dienen te worden onderworpen op grond van artikel 18, §1, eerste lid btw-wetboek;
- Vennootschap X de btw met betrekking tot de oprichting van het gebouw in aftrek kan nemen overeenkomstig artikel 45, §1, 1° btw-wetboek.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. Vennootschap X zal een gebouw oprichten om het terbeschikking te stellen aan verschillende gebruikers.
3. Vennootschap X wordt een incubator voor (meubel)makers in de hout– en metaalsector. Een ruimte waar beginnende en gevestigde makers hun ding maken. Bijgevolg zal vennootschap X zorgen voor een hogere tewerkstelling in de maakindustrie.
4. De activiteit van Vennootschap X zal de terbeschikkingstelling van machines & ruimtes omvatten. Het verschil met een klassiek verhuurbedrijf is dat Vennootschap X enkel machines ter beschikking stelt die ter plaatse gebruikt kunnen worden. Dit betekent dat de klanten de machines van Vennootschap X niet mee nemen naar huis.
5. Vennootschap X zal een bedrijvencentrum zijn dat zich richt op het maken van allerlei zaken: verlichting, fietsen, ramen, deuren, trappen, rekken, tafels, stoelen, banken, zetels, kunstinstallaties, … en dit door de terbeschikkingstelling van machines.
6. De achterliggende gedachte is om een aantal economische relevante ambachten te verzamelen onder één dak. Door het delen van ruimtes, machines en gedachten kan er efficiënter gebruik van grondstoffen en materialen worden gemaakt.
7. Vennootschap X hoopt in deze ter beschikking gestelde ateliers mensen met verschillende achtergronden aan te trekken zodat Vennootschap X een all-in locatie kan worden. Daarnaast wil men met behulp van workshops, refter, vergaderzaal en co-creatie een community opbouwen die samen dingen maakt bij Vennootschap X. Aldus kan men spreken van een bedrijvencentrum of dienstencentrum.
III. Beslissing
III.A. Uitbating bedrijvencentrum
8. De vennootschap X zal een incubator voor (meubel)makers in de hout –en metaalsector worden. Hiertoe zullen de opgerichte gebouwen worden aangewend als bedrijvencentrum en zullen met verschillende gebruikers een dienstenovereenkomst worden afgesloten. De gebruiker zal kunnen kiezen tussen 3 verschillende dienstenpakketten.
9. Deze dienstenovereenkomsten dienen te worden getoetst aan het artikel 44, §3, 2° van het btw-wetboek.
10. Artikel 44, § 3, 2°, btw-wetboek stelt o.a. van de belasting vrij de verhuur van uit hun aard onroerende goederen.
11. Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen moet men, om te bepalen of een handeling al dan niet kan worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, het voorwerp zelf van de overeenkomst analyseren (arrest van 18 november 2004, zaak C-284/03, Temco Europe). Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur die bijgevolg van de BTW is vrijgesteld zonder recht op aftrek te verlenen aan de verhuurder. Indien echter het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan de btw onderworpen, met recht op aftrek in hoofde van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.
12. Het Hof heeft gewezen op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen de handelingen van onroerende verhuur, die in hoofdzaak gekenmerkt worden door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, en de handelingen die een dienst genereren die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.
13. Als gevolg van dit arrest heeft de administratie beslist om haar zienswijze over de toepasselijke regeling inzake btw voor de handelingen van bedrijven- of dienstencentra te herzien en om een standpunt in te nemen dat in essentie kan worden geïllustreerd door een arrest van 30.4.2004 van het Hof van Beroep te Gent.
14. Dit Hof heeft immers geoordeeld dat hoewel de terbeschikkingstelling van individuele ruimten in het kader van contracten gesloten door een bedrijven- of dienstencentrum daadwerkelijk een belangrijk element van de overeenkomst uitmaakt, dit echter niet inhoudt dat deze terbeschikkingstelling daarom de hoofddienst zou zijn.
15. Het Hof heeft bovendien geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van een individuele ruimte geen zelfstandige dienstverrichting is en dat de andere verleende prestaties evenmin één of meer andere onafhankelijke dienstverrichtingen uitmaken.
16. Met betrekking tot de bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten "in pakket" aan hun klanten aanbieden "met het voor hen voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en -omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen", heeft het Hof beslist dat de door een bedrijven- of dienstencentrum verleende diensten één geheel uitmaken dat bij toepassing van artikel 18, § 1, eerste lid, van het Wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen.
17. Om de handelingen van bedrijven- of dienstencentra die aan de belasting zijn onderworpen, te onderscheiden van vrijgestelde onroerende verhuur (in voorkomend geval met bijkomende diensten), heeft de administratie, na onderzoek in deze sector, een aantal criteria bepaald waaraan verplicht moet worden voldaan opdat de door de bedrijven- of dienstencentra verleende dienstprestatie volledig aan de btw zou zijn onderworpen. Deze criteria zijn opgenomen onder punt 3 van de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) dd. 27.09.2005.
18. In casu blijkt uit het ontwerpcontract dat de 3 dienstenpakketten volledig beantwoorden aan de door de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 opgelegde criteria. Naast de minimumdiensten van de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 bevatten de dienstenpakketten nog bijkomende diensten zoals machinetijd.
19. Het dienstenpakket 1 bestaat uit 41 % vastgoed en 59 % diensten, het dienstenpakket 2 uit 37 % vastgoed en 63 % diensten en pakket 3 uit 35 % vastgoed en 65 % diensten. In deze 3 dienstenpakketten hebben de gebruikers bovendien geen exclusief genot op het onroerend goed.
20. De dienstenpakketten vormen één ondeelbaar geheel. De forfaitaire prijs bevat de volledige dienstverlening en het zal niet mogelijk zijn om aan bepaalde van de diensten te verzaken.
21. In deze omstandigheden en gelet op de overeenstemming van de aangeboden dienstenpakketten met de criteria opgelegd door de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 kan worden besloten dat de hierboven beschreven toekomstige prestaties van vennootschap X dienen te worden aangemerkt als btw-belaste diensten in de zin van artikel 18, §1, eerste lid btw-wetboek.
III.B. Recht op btw-aftrek
22. Overeenkomstig artikel 45, § 1, van het btw-wetboek, mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.
23. Hierboven werd uiteengezet dat de prestaties van vennootschap X dienen te worden aangemerkt als btw-belaste diensten in de zin van artikel 18, §1, btw-wetboek.
24. Deze handelingen verlenen vennootschap X de hoedanigheid van btw- belastingplichtige met recht op aftrek.
25. Vennootschap X mag dus de btw met betrekking tot de oprichting van het hierboven beschreven gebouw in aftrek nemen overeenkomstig artikel 45, § 1, 1° van het BTW wetboek.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.