Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2016.326 29 juin 2016

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - TVA - Révision de la taxe en amont

https://juriel.be/fr/rulings/2016-326-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-32b1

Numéro
2016.326
Date
29 juin 2016

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

35 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2016.326 dd. 29.06.2016

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · TVA - Révision de la taxe en amont

Résumé

La scission partielle de la SCA A par laquelle sa participation dans la SA B est transférée à sa société mère, la SPRL C, suivie de la scission partielle de la SA B, par laquelle le bien immobilier est transféré à la SCA A, qui prendra également en charge les investissements immobiliers planifiés de la SCA A, qui visent à faire de la SCA A une société immobilière pure (sans fonction de holding), répondent aux dispositions de l’article 183bis, CIR92.

Ces scissions partielles qui ont lieu entre les membres d’une unité TVA., sont considérées comme des opérations internes de l’unité TVA et ne donnent donc en soi pas lieu à une révision de la TVA initialement déduite, comme stipulé à l’article 48, § 2 C.TVA, pour autant que les biens transférés (en particulier le bien immobilier) par cette entité TVA continuent à être utilisés de la même manière qu’avant la scission partielle par cette unité TVA pour des opérations externes (opérations avec des tiers) qui octroient le droit à la déduction de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat :

1.1. de partiële splitsing van de Comm. VA A beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 d.w.z. niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft (cf. de voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, lid 4, 3°, WIB 92);

1.2. de partiële splitsing van de NV B beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 d.w.z. niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft (cf. de voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, lid 4, 3° WIB 92);

1.3. de voormelde partiële splitsingen plaatsvinden tussen leden van een BTW-eenheid (NV B, Comm. VA A en BVBA C) en geen aanleiding zullen geven tot een herziening van de oorspronkelijk afgetrokken BTW zoals bepaald in artikel 48, §2, W.BTW voor zover de bedrijfsmiddelen (inzonderheid het onroerend goed) door deze BTW-eenheid verder worden gebruikt voor externe handelingen (handelingen met derden) die recht op aftrek verlenen.

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2. De meerderheid van de aandelen van de NV B worden aangehouden door de Comm. VA A (de heer X en de BVBA C bezitten elk 1 aandeel). Naast haar functie van houdstermaatschappij, levert de Comm. VA A ook een aantal intragroepsdiensten en beheert ze een portefeuille geldbeleggingen.

3. De aandelen van de Comm. VA A zijn voornamelijk in het bezit van de BVBA C (de heer X heeft 1 aandeel). De BVBA C is eveneens een gemengde/actieve holding, die ook een aantal diensten aanbiedt aan de andere groepsvennootschappen.

4. De NV B is eigenaar van een bedrijfsgebouw waarin ze haar activiteiten uitoefent. De vennootschap wenst haar produktieruimte uit te breiden met de bouw van een bedrijfsgebouw waarin het bestaand gebouw zal geïntegreerd worden. Daartoe heeft de Comm. VA A een aanpalend terrein gekocht. Naar aanleiding van deze uitbreidingsplannen wenst de NV B haar onroerend goed af te splitsen en over te dragen aan de Comm. VA A.

5. Bovendien wensen de aanvragers dat de Comm. VA A een zuivere vastgoedvennootschap wordt. In dit opzicht is het niet langer gewenst dat deze vennootschap ook nog de participatie aanhoudt in de NV B. De aanvragers wensen daarom voorafgaand aan de partiële splitsing van de NV B, een partiële splitsing door te voeren van de Comm. VA A waarbij haar participatie in de NV B overgedragen wordt aan de BVBA C.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van artikel 183 bis, WIB 92 (cf. de voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, lid 4, 3°, WIB 92)

6. Door de voorgenomen partiële splitsing van de NV B zullen alle onroerende goederen gecentraliseerd worden in een aparte vennootschap. De geplande uitbreidingswerken aan het bedrijfsgebouw zullen deels gefinancierd worden door een lening. Door de exploitatieactiviteit enerzijds en de vastgoedactiviteit anderzijds onder te brengen in twee verschillende vennootschappen kan beter tegemoet gekomen worden aan de noden van de onderscheiden activiteiten. Beide activiteiten vereisen immers een specifiek beheer en hebben andere financieringsbehoeften.

7. Door voorafgaand aan de partiële splitsing van de NV B een partiële splitsing door te voeren van de Comm. VA A, zal de Comm. VA A een zuivere vastgoedvennootschap worden en wordt een structuur bekomen waarbij de holdingvennootschap, BVBA C, de exploitatievennootschap, NV B en de vastgoedvennootschap, Comm. VA A, overkoepelt.

8. De NV B, de Comm. VA A en de BVBA C hebben geen overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (geen overgedragen verliezen, aftrek voor risicokapitaal, DBI-overschotten of investeringsaftrek).

9. Noch de partiële splitsing van de Comm. VA A, noch de partiële splitsing van de NV B brengt een voordeel met zich mee op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal. De BVBA C heeft geen recht op aftrek voor risicokapitaal aangezien haar participaties groter zijn dan haar eigen vermogen. De Comm. VA A en de NV B kunnen hun aftrek voor risicokapitaal reeds in mindering brengen van hun resultaat. De partiële splitsing van de Comm. VA A zal geen invloed hebben op haar berekeningsbasis voor de aftrek voor risicokapitaal aangezien er evenveel eigen vermogen als participaties zullen worden overgedragen aan de BVBA C. Na de partiële splitsing zal de BVBA C nog steeds geen recht hebben op de aftrek voor risicokapitaal omwille van het feit dat haar participaties het eigen vermogen blijven overtreffen. Door de partiële splitsing van de NV B zal er enkel een verschuiving zijn van een deel van haar berekeningsbasis naar de Comm. VA A zonder dat de som van de berekeningsbases toeneemt.

10. Na de partiële splitsingen zal de Comm. VA A de onroerende goederen verhuren aan of ter beschikking stellen (anders dan middels verhuur) van de NV B tegen marktconforme voorwaarden. Volgens de prognoses van de aanvragers zullen de Comm. VA A, de NV B en de BVBA C financieel leefbaar zijn na de voorgenomen partiële splitsingen.

11. De aanvragers hebben bevestigd dat de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de partiële splitsing van de Comm. VA A en ingevolge de partiële splitsing van de NV B zullen verdeeld worden conform artikel 213, WIB 92.

12. De Comm. VA A heeft een vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarde die betrekking heeft op activa die bij de partiële splitsing van de Comm. VA A bij deze vennootschap behouden blijven. Bijgevolg zal ook de herwaarderingsmeerwaarde aan haar toegewezen worden.

13. De NV B heeft een vrijgestelde reserve aangelegd in toepassing van artikel 47, WIB 92 en daarmee samenhangend, uitgestelde belastingen. Aan de herinvesteringsverplichtingen die rusten op deze vrijgestelde reserve is deels voldaan. De herbeleggingsactiva zullen bij de partiële splitsing van de NV B behouden blijven bij de NV B. Zij zal ook de resterende herinvesteringsverplichting op zich nemen. Daarnaast heeft de NV B ook een vrijgestelde herwaarderingsmeerwaarde die betrekking heeft op het onroerend goed dat zal overgedragen worden aan de Comm. VA A. Bijgevolg zal de herwaarderingsmeerwaarde eveneens toegewezen worden aan de Comm. VA A.

14. De aanvragers hebben bevestigd dat de aandeelhouders van de partieel gesplitste en verkrijgende vennootschappen (de Comm. VA A, de NV B en de BVBA C) niet de intentie hebben om de aandelen van deze vennootschappen over te dragen aan derden.

15. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de Comm. VA A en de partiële splitsing van de NV B niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92 (cf. de voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, lid 4, 3°, WIB 92).

III.B. Betreffende de toepassing van artikel 48, § 2, W.BTW

16. De overdrachten in het kader van de geplande partiële splitsingen die plaatsvinden tussen leden van een btw-eenheid (NV B, Comm.VA A en BVBA C) en meer bepaald de afsplitsing van het onroerend goed van de NV B naar de Comm. VA A (tijdens de tweede fase van de reorganisatie), worden aangemerkt als interne handelingen en geven dus op zichzelf geen aanleiding tot herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw, zoals bepaald in artikel 48, §2, W.BTW, voor zover uiteraard de btw-eenheid de overgedragen bedrijfsmiddelen (inzonderheid het onroerend goed) in dezelfde mate als vóór de partiële splitsing verder gebruikt voor handelingen met derden (“externe handelingen”) die recht op aftrek van btw verlenen.

Textes cités

1
CTVA art. 481 occurrence