Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2015.705 19 janvier 2016

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Taxe sur la valeur ajoutée - Unité TVA - Révision de la taxe en amont

https://juriel.be/fr/rulings/2015-705-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-49a2

Numéro
2015.705
Date
19 janvier 2016

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

37 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2015.705 dd. 19.01.2016

Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Taxe sur la valeur ajoutée · Unité TVA - Révision de la taxe en amont

Résumé

La scission partielle de la société X, qui vise à scinder le bien immobilier d’entreprise en une nouvelle société Y constituée afin d’une part, de faire concorder la structure du groupe avec la structure du groupe étrangère, et d’autre part, de ne pas soumettre les investissements prévus au sein de la société immobilière Y au risque d'entreprise, n'a pas pour objectif principal ou un de ses objectifs principaux la fraude fiscale ou l'évasion fiscale au sens des articles 183bis et 211, § 1er, 4e alinéa, 3° du CIR92.

Cette scission partielle, qui a lieu entre des membres d’une unité TVA, est considérée comme une opération interne de l’unité TVA et ne donne donc pas lieu en elle-même à une révision de la TVA initialement déduite, comme stipulé dans l’article 48, § 2 du CTVA, pour autant que le bien immobilier d’entreprise soit utilisé de la même manière qu’avant la scission partielle par cette unité TVA pour des opérations externes (opérations avec des tiers) qui octroient le droit à la déduction de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat :

1.1. de geplande partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij haar bedrijfsvastgoed wordt afgesplitst naar een nieuw opgerichte vennootschap Y, beantwoordt aan de bepalingen zoals vermeld in artikel 211 §1, 4e lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) juncto artikel 183bis WIB 92, zodat deze partiële splitsing fiscaal neutraal kan worden doorgevoerd;

1.2. de geplande partiële splitsing die plaatsvindt tussen leden van een btw-eenheid (X en Y) op zichzelf geen aanleiding geeft tot een herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw, zoals bepaald in artikel 48, §2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) voor zover het bedrijfsvastgoed door deze btw-eenheid in dezelfde mate als vóór de partiële splitsing verder wordt gebruikt voor externe handelingen (handelingen met derden) die recht op aftrek van btw verlenen.

II. Beslissing

II.A. Vennootschapsbelasting

2. Vennootschap X is gespecialiseerd in activiteit L. De groep waarvan X deel uitmaakt, is actief in verschillende Europese landen.

3. De aandelen van de vennootschap X zijn in handen van vennootschap Z (hoofdaandeelhouder) en de heer A (minderheidsaandeelhouder). Vennootschap Z is in handen van de heer A (hoofdaandeelhouder) en mevrouw B en treedt op als holdingvennootschap van de groep. Vennootschap Z houdt onder andere ook nog aandelen aan in W (met als activiteit M) en Y (zie hierna).

4. Vennootschap X beschikt over bedrijfsvastgoed. Dit onroerend goed wordt op heden deels gebruikt door vennootschap X voor de eigen activiteiten en deels ter beschikking gesteld aan vennootschap W.

5. De groep wenst de activiteitenstructuur in België in overeenstemming te brengen met de structuur in het buitenland, waar reeds sprake is van een afzonderlijke vastgoedvennootschap en exploitatievennootschap. Daartoe zou overgegaan worden tot de partiële splitsing van X, waarbij het onroerend goed van X (evenals alle specifiek gelinkte schulden aan dit onroerend goed) zal worden overgedragen aan de recent opgerichte vennootschap Y.

6. Vennootschap Y zal na de partiële splitsing als de Belgische vastgoedvennootschap fungeren. Door deze vennootschap werd recent een nieuw perceel grond aangekocht. Op het nieuwe perceel grond zal op korte termijn een loods worden gebouwd. De groep voorziet op korte termijn ook in de aankoop van een machine. Het budget voor deze uitbreiding (aankoop grond – bouw loods – aankoop machine) is aanzienlijk en zal ertoe bijdragen dat de groep de productie van product K, dat op heden via een buitenlandse leverancier wordt aangekocht, zelf zal kunnen uitvoeren.

7. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling. Alle werknemers van X zullen na de partiële splitsing werkzaam blijven bij de exploitatievennootschap (zijnde X).

8. De aanvragers hebben aangetoond dat de partiële splitsing geen fiscale voordelen met zich meebrengt :

8.1. de partiële splitsing van vennootschap X is neutraal voor wat de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal betreft;

8.2. vennootschap X beschikt niet over fiscaal overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten;

8.3. de aanvrager heeft bevestigd dat er na de partiële splitsing marktconforme vergoedingen zullen worden aangerekend tussen venootschap Y en de exploitatievennootschappen X en W.

9. De aanvragers hebben ook gestaafd dat zowel X als Y leefbaar zullen zijn na de partiële splitsing en dat de verrichting niet gericht is op het organiseren van de insolvabiliteit. Voor alle bekende vorderingen of te verwachten claims zijn de nodige voorzieningen aangelegd.

10. De aanvragers hebben bevestigd dat artikel 213 WIB 92 zal worden toegepast. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

11. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan derhalve worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

12. De overnemende vennootschap Y is een binnenlandse vennootschap. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

13. Bijgevolg kan de partiële splitsing van X plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

II.B. Btw

14. Vennootschappen V, W, X, Y en Z hebben een btw-eenheid gevormd vooraleer de geplande partiële splitsing wordt uitgevoerd.

15. De partiële splitsing van het onroerend goed van X naar Y is te beschouwen als een handeling tussen de leden van een btw-eenheid (“interne handeling”) en valt dus buiten de werkingssfeer van de btw (Circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T. nr. 111.702) van 9 november 2007, punt 7.2.1.1.).

Hieruit volgt dat de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW niet van toepassing zijn tussen deze leden van een btw-eenheid (ibidem).

16. De hiervoor bedoelde afsplitsing van het onroerend goed wordt aangemerkt als een interne handeling en geeft dus op zichzelf geen aanleiding tot herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw, zoals bepaald in artikel 48, §2 W.BTW, voor zover uiteraard de btw-eenheid het overgedragen onroerend goed in dezelfde mate als vóór de partiële splitsing verder gebruikt voor handelingen met derden (“externe handelingen”) die recht op aftrek van btw verlenen.

Textes cités

1
CTVA art. 482 occurrences