Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2015.642 dd. 15.12.2015
Impôt des sociétés · Fusion par absorption transfrontalière · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Mesure anti-abus
TVA · Exemption
Résumé
Les fusions transfrontalières par absorption de plusieurs sociétés résidentes par une société intra-européenne au sens de l’article 2, § 1er, 5°, b) bis, du CIR92, par lesquelles tous les éléments constitutifs des sociétés résidentes sont conservés au sein de l’établissement belge existant de la société intra-européenne, n’ont pas comme but principal ou comme un de leurs buts principaux la fraude ou l’élusion fiscale au sens de l’article 183bis, du CIR92 vu que lors des fusions, les sociétés résidentes belges et l’établissement belge existant de la société intra-européenne ont des activités similaires qui pourront être exécutées communément et plus efficacement après les fusions. La rétroactivité comptable des fusions transfrontalières peut être acceptée au niveau fiscal.
Les augmentations de capital effectuées préalablement aux fusions transfrontalières afin de rendre à nouveau positif le patrimoine propre d’un certain nombre de sociétés résidentes, ne constituent pas d’abus fiscal au sens de l'article 344, § 1er, du CIR92.
Tous les éléments à transférer consécutivement aux fusions qui ne relèvent pas du champ d’application de l’article 2 du Code de la TVA, peuvent, dans le cadre de ces fusions, bénéficier de l’exemption, conformément à l'article 44, § 2, 13°, du Code de la TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
1.1. de geplande fusies door overneming van de Belgische vennootschappen BVBA A, de BVBA B, de BVBA C, de BVBA D, de BVBA E, de BVBA F en de BVBA G door de intra-Europese vennootschap X beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in artikel 211, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92;
1.2. de boekhoudkundige retroactiviteit ook vanuit een Belgisch fiscaal oogpunt zal kunnen worden aanvaard;
1.3. het geheel van de rechtshandelingen (grensoverschrijdende fusies voorafgegaan door de kapitaalverhogingen bij de BVBA A, de BVBA B en de BVBA C) geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, § 1 WIB 92;
1.4. de overdrachten van alle elementen van het vermogen (activa en passiva) die onder het toepassingsgebied van artikel 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) vallen, in het kader van deze fusies vrijgesteld zijn op basis van artikel 44, §3, 6° en 7°, W.BTW en artikel 44, §2, 13°, W.BTW.
II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers
2. De intra-Europese vennootschap X beschikt momenteel over een Belgische inrichting die op haar beurt alle aandelen van verschillende Belgische vennootschappen bezit. De groep is historisch gegroeid binnen de expansiepolitiek van de intra-Europese vennootschap X.
3. Om de Belgische groepsstructuur op een zo efficiënt mogelijke manier te vereenvoudigen wordt overwogen om alle activiteiten te centraliseren binnen de bestaande Belgische vaste inrichting van de intra-Europese vennootschap X, en dit middels gelijktijdige grensoverschrijdende fusies van alle Belgische dochtervennootschappen met de intra-Europese vennootschap X, waarbij het vermogen van de voormalige dochtervennootschappen bij voortduur en volledig zal gealloceerd worden aan de Belgische vaste inrichting van de intra-Europese vennootschap X. Hierbij worden alle elementen van het vermogen van de desbetreffende dochtervennootschappen (activa en passiva) overgedragen.
4. Voorafgaand aan de gelijktijdige grensoverschrijdende fusies van alle Belgische dochtervennootschappen met de intra-Europese vennootschap X, zal er een kapitaalverhoging plaatsvinden bij de BVBA A, de BVBA B en de BVBA C om het eigen vermogen van deze vennootschappen positief te maken.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92
5. De overnemende vennootschap X is een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, § 1, 5°, b) bis, WIB 92.
6. De aanvrager heeft verklaard dat de fusieverrichtingen zullen worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en gelijkaardige vennootschapsrechtelijke bepalingen in het land van vestiging van de intra-Europese vennootschap.
7. Groep X heeft in het kader van haar expansiepolitiek een aantal Belgische vennootschappen overgenomen, met name de BVBA A, de BVBA B, de BVBA C, de BVBA D, de BVBA E, de BVBA F en de BVBA G. De aandelen van deze Belgische vennootschappen worden aangehouden door de Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap X.
8. Deze Belgische vennootschappen hebben identieke activiteiten waarvoor zij elk over de nodige licenties beschikken.
9. Groep X wenst thans al haar Belgische activiteiten onder te brengen in de bestaande Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap X om zo tot een eenvoudigere en efficiëntere groepsstructuur te komen.
10. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de verrichtingen liggen:
10.1. uit de verstrekte cijfergegevens blijkt dat alle vennootschappen winstgevend zijn, behoudens de BVBA A, de BVBA B en de BVBA C die lichte verliescijfers vertonen; niettemin werd door de aanvragers een prognose verstrekt waaruit blijkt dat de Belgische inrichting na de fusies winstgevend zal zijn;
10.2. de BVBA A, de BVBA B en de BVBA C hebben uitsluitend fiscaal overgedragen verliezen die ingevolge de toepassing van artikel 240bis, §1, 2°, WIB 92 bijna volledig verloren zullen gaan;
10.3. de aanvragers hebben bevestigd dat de overige bij de grensoverschrijdende fusies betrokken binnenlandse vennootschappen alsook de Belgische inrichting van de overnemende vennootschap geen fiscaal overdraagbare bestanddelen (fiscaal overdraagbare verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal,…) hebben;
10.4. de grensoverschrijdende fusies brengen geen voordeel met zich mee met betrekking tot de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal;
10.5. de aanvragers hebben bevestigd dat de Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap X geen schulden heeft aangegaan om de aandelen van de over te nemen binnenlandse vennootschappen te verwerven.
11. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de fusies door overneming van de BVBA A, de BVBA B, de BVBA C, de BVBA D, de BVBA E, de BVBA F en de BVBA G door de intra-Europese vennootschap X zullen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
12. De aanvragers hebben bevestigd dat, in overeenstemming met artikel 211, §1 , 5de lid, eerste gedachtestreepje, WIB 92, alle ingevolge de fusieverrichtingen verkregen bestanddelen die verbonden zijn met de activiteiten van de BVBA A, de BVBA B, de BVBA C, de BVBA D, de BVBA E, de BVBA F en de BVBA G, zullen behouden blijven binnen de Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap X en zullen bijdragen tot de totstandkoming van de resultaten van deze inrichting die in toepassing van artikel 233, WIB 92 in aanmerking worden genomen voor de belastinggrondslag. Alle personeelsleden die bij de Belgische vennootschappen zijn tewerkgesteld, blijven na de grensoverschrijdende fusie verder tewerkgesteld bij de Belgische inrichting van de intra-Europese vennootschap X.
13. Met betrekking tot de voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, 5de lid, tweede gedachtestreepje, WIB 92, heeft de aanvrager bevestigd dat de BVBA A, de BVBA B, de BVBA C, de BVBA D, de BVBA E, de BVBA F en de BVBA G niet over vrijgestelde reserves beschikken die deel uitmaken van het eigen vermogen.
14. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, 4de en 5de lid, WIB 92 is voldaan, zodat de fusieverrichtingen kunnen worden verricht onder het belastingneutrale regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.
III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit
15. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:
15.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;
15.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
16. In casu zal de normale termijn van zeven maanden niet worden overschreden.
17. In het kader van de in randnummer 15.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande nr. 211/14, Com.IB 92). Aangezien uit de verstrekte cijfergegevens echter blijkt dat de fiscaal overdraagbare verliezen ingevolge de grensoverschrijdende fusies nagenoeg volledig verloren zullen gaan op basis van de fiscale nettowaarden die zijn vastgesteld op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum, kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteitsclausule een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
18. Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat de boekhoudkundige retroactiviteitsclausule op fiscaal vlak kan worden aanvaard.
III.C. Inzake de algemene antimisbruikbepaling zoals bedoeld in artikel 344, §1, WIB 92
19. In casu worden de grensoverschrijdende fusies voorafgegaan door kapitaalverhogingen bij de BVBA A, de BVBA B en de BVBA C, die tot doel hebben om het eigen vermogen van deze vennootschappen terug positief te maken teneinde de fusies te kunnen doorvoeren. Deze kapitaalverhogingen hebben plaatsgevonden in 2015 en zijn aldus begrepen in de fiscale nettowaarden van de betrokken vennootschappen op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum. De aanvragers hebben aangetoond dat deze kapitaalverhogingen quasi geen impact zullen hebben op de verliesoverdracht zoals bedoeld in artikel 240bis, § 1, 2°, WIB 92 (in vergelijking met de situatie waarin deze kapitaalverhogingen niet zouden hebben plaatsgevonden) en hoe dan ook niet kunnen verhinderen dat de fiscaal overdraagbare verliezen van de drie voormelde vennootschappen nagenoeg volledig verloren gaan (zie randnummer 10.2). Derhalve kan worden besloten dat deze kapitaalverhogingen niet kaderen binnen het opzet om de verliesoverdracht zoals bedoeld in artikel 240bis, § 1, 2°, WIB 92 te maximaliseren.
20. Het geheel van de in deze beslissing omschreven rechtshandelingen, met name de kapitaalverhogingen bij de BVBA A, de BVBA B en de BVBA C gevolgd door de grensoverschrijdende fusies met de intra-Europese vennootschap X, is noodzakelijk om tot de gewenste groepsstructuur te komen.
21. Gelet op de in de voorafgaande beslissing beschreven feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen voldoende verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en derhalve geen fiscaal misbruik uitmaakt.
III.D. Inzake de BTW
22. De zeven Belgische vennootschappen gaan allemaal via een grensoverschrijdende fusie op in de intra-Europese vennootschap X. Het vermogen van de Belgische vennootschappen zal hierbij volledig toegewezen worden aan de Belgische vaste inrichting van de intra-Europese vennootschap X.
23. Al de bij deze fusies betrokken vennootschappen (zowel de ‘overdragers’ als de ‘overnemer’) oefenen eenzelfde activiteit uit die is vrijgesteld van BTW op basis van artikel 44, §3, 13°, W.BTW.
24. Mogelijke ingevolge de overdracht verschuldigde BTW kan dan ook niet afgetrokken worden in hoofde van de overnemer. Eén van de voorwaarden voor de toepassing van artikel 11 W.BTW noch artikel 18, §3, W.BTW is dus niet vervuld.
25. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn bijgevolg niet op deze grensoverschrijdende fusies van toepassing.
26. Dit betekent echter niet dat deze fusies op het vlak van BTW niet neutraal zouden kunnen plaatsvinden. Zo kan in het kader van iedere fusie worden genoten van de toepassing van artikel 44, §2, 13°, W.BTW dat de leveringen van goederen vrijstelt die uitsluitend ten behoeve van een op grond van artikel 44 W.BTW vrijgestelde activiteit werden aangewend als voor die goederen geen recht op aftrek is genoten, alsook de overdracht of het verlenen van rechten op een cliënteel, dat betrekking heeft op een op grond van dat artikel vrijgestelde activiteit, met de bemerking dat bepaalde elementen (overname/overdracht van schulden (verplichtingen) en vorderingen) naargelang hun aard bedoeld zijn door de vrijstellingen voorzien door artikel 44, §3, 6° en 7°, W.BTW. In casu kunnen alle ingevolge de fusies overgedragen elementen onder één van de in deze paragraaf vermelde noemers worden ondergebracht en op die manier van een BTW vrijstelling genieten.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.