Revenus divers, Plus-value d’actions, Plus-value internes · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2014.743 24 février 2015

Rechercher
Texte en néerlandais

Revenus divers, Plus-value d’actions, Plus-value internesRevenus divers - Plus-value d’actions - Plus-value internes - Gestion normale d’un patrimoine privé - Apport d’actions - Capital libéré - Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Rétroactivité - Droits d’enregistrement - Scission partielle - Apport mixte - TVA - Unité TVA - Opération interne

https://juriel.be/fr/rulings/2014-743-revenus-divers-plus-value-actions-ce86

Numéro
2014.743
Date
24 février 2015

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

307 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Revenus divers

Plus-value d’actions · Plus-value internes · Gestion normale d’un patrimoine privé · Apport d’actions · Capital libéré · Impôt des sociétés · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Rétroactivité · Droits d’enregistrement · Scission partielle · Apport mixte

TVA · Unité TVA · Opération interne

Résumé

L’apport à la valeur marchande par messieurs A, B et C des actions qu’ils possèdent (par le biais d’une STAK) dans la SA Z1 dans la société de holding existante SA X, peut être considéré comme une opération normale de gestion d’un patrimoine privé, de sorte que la plus-value ne sera pas imposée en vertu de l’article 90, 9°, premier tiret, CIR 92. Le capital qui est constitué par l’apport représente au niveau fiscal, un capital libéré au sens de l’article 184, CIR 92, au nom de X.

La scission partielle de la SA X1, dans le cadre de laquelle le bien immobilier est transféré à la SA Y1 et la scission partielle de la SA X, dans le cadre de laquelle les activités de gestion du bien immobilier sont transférées à la SA Y et les activités de gestion relatives à l’activité Z sont transférées à la SA Z, sont réalisées sur la base de considérations économiques et n‘ont pas comme but principal ou un des buts principaux la fraude ou l’évasion fiscales, de sorte qu’elles répondent aux dispositions de l’article 183bis, CIR 92 et à la condition formulée à l’art. 211, § 1, 4° alinéa, 3°, CIR 92.

La scission partielle de la SA X1, dans le cadre de laquelle le bien immobilier est transféré à la SA Y1, en même temps que la dette se rapportant proportionnellement aux biens immobiliers faisant l’objet de l’apport à la date de l’acte, constitue un apport mixte qui donne lieu au prélèvement de droits d’enregistrement proportionnels au taux de 10 %, ayant comme base le solde subsistant de ce crédit à transférer au moment de la scission partielle, le tout conformément à l’article 115bis, 120, alinéa 1er, C. enr.

La scission partielle de la SA X, dans le cadre de laquelle les activités de gestion du bien immobilier sont transférées à la SA Y et les activités de gestion relatives à l’activité Z, sont transférées à la SA Z, peut avoir lieu conformément à l’article 115 C. enr., toutefois conformément à l’article 167 C. enr. moyennant un prélèvement minimum égal au droit fixe général.

Les cessions dans le cadre des scissions partielles de la SA X1 dans la SA Y1 et la SA X dans les SA Y et SA Z n’entrent pas, en soi, dans le champ d’application de la TVA, étant donné qu’il s’agit de cessions entre les membres de la même unité de TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de meerwaarde die door de heren A, B en C (hierna “de aanvragers – natuurlijke personen”) wordt gerealiseerd naar aanleiding van de geplande inbreng van de (via de STAK X aangehouden) aandelen van de nv Z1 in de nv X, ten name van de aanvragers – natuurlijke personen niet belastbaar is op grond van de artikelen 90, 1° en 90, 9°, eerste gedachtestreepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.2. het kapitaal dat gevormd wordt door de inbreng van de aandelen van de nv Z1 in de nv X, fiscaal gestort kapitaal uitmaakt in de zin van artikel 184, WIB 92;

1.3. de geplande partiële splitsing van de nv X1 waarbij het onroerend goed en de hiermee gerelateerde overeenkomsten zullen worden overgedragen aan de nv Y1, beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 211, § 1 juncto artikel 183bis, WIB 92 en, meer in het bijzonder, dat zakelijke overwegingen aan de grondslag liggen van deze verrichting, met andere woorden dat belastingfraude of belastingontwijking niet het hoofddoel, noch één van de hoofddoelen vormt van deze verrichting;

1.4. de geplande partiële splitsing van de nv X1 naar de nv Y1 buiten het btw-toepassingsgebied valt conform artikel 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW);

1.5. op de geplande partiële splitsing van de nv X1 naar de nv Y1 slechts het verkooprecht van 10% van toepassing is op het gedeelte van de schuld dat toewijsbaar is aan het onroerend goed dat mee wordt afgesplitst op datum van de notariële akte overeenkomstig artikel 115bis juncto artikel 120 van het Wetboek der registratierechten (W.Reg.);

1.6. de geplande partiële splitsing waarbij de activiteiten van de nv X m.b.t. het beheer van het onroerend goed en het beheer van activiteit Z zullen worden overgedragen aan de nog op te richten nv Y en de nv Z, beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 211, § 1 juncto artikel 183bis, WIB 92 en, meer in het bijzonder, dat zakelijke overwegingen aan de grondslag liggen van deze verrichtingen, met andere woorden dat belastingfraude of belastingontwijking niet het hoofddoel, noch één van de hoofddoelen vormt van deze verrichtingen;

1.7. de geplande partiële splitsing van de nv X naar de nv Y en de nv Z buiten het btw-toepassingsgebied valt conform artikel 2, W.BTW;

1.8. op de geplande partiële splitsing van de nv X naar de nv Y en de nv Z het evenredig inbrengrecht van 0% van toepassing is op de gehele inbreng overeenkomstig artikel 115, W.Reg.;

1.9. de btw-eenheid volledig recht op aftrek van de btw behoudt (met uitzondering van de aftrekbeperkingen voorzien in het btw-Wetboek);

1.10. de boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit van maximaal 9 maanden kan aanvaard worden.

II. Omschrijving van de voorgenomen verrichtingen

II. A. Identiteit van de aanvragers en van de betrokken vennootschappen en de omschrijving van hun activiteiten

2. De aanvraag wordt ingediend namens:

2.1. de heer A;

2.2. de heer B;

2.3. de heer C;

2.4. de nv X1;

2.5. de nv X.

3. De vennootschap waarvan de aandelen worden ingebracht is de nv Z1.

4. De aandelen worden ingebracht in de nv X.

5. De nv X1 wordt partieel gesplitst naar de nv Y1.

6. De nv X wordt partieel gesplitst naar de nog op te richten nv Y en de nv Z.

X-groep

7. De X-groep is actief binnen volgende sectoren:

7.1. Activiteit X: dit is de oorspronkelijke activiteit van de groep. Deze activiteit is momenteel ondergebracht in de nv X1;

7.2. Activiteit Z: deze activiteit is ondergebracht in de nv Z1, de nv Z2, de nv Z3 en de nv Z4;

7.3. Onroerend goed: de groep heeft ook eigen onroerend goed in portefeuille. Dit is historisch ondergebracht in de nv X1 maar ook in de onlangs opgerichte nv Y1;

7.4. Holding- en managementactiviteiten: de nv X staat momenteel in voor de holding- en managementactiviteiten van de gehele groep.

8. Het is hierbij van belang op te merken dat, vanuit een historisch groeiproces, binnen één vennootschap vaak diverse activiteiten worden uitgeoefend. Hierdoor komt de organisatorische structuur geenszins tot uiting in de vennootschapsrechtelijke groepsstructuur.

STAK X

9. De STAK X werd onlangs opgericht door de heer A. Nadien werd de blote eigendom van de certificaten door de heer A aan zijn kinderen B en C geschonken. De certificaten zijn dus nu in handen van de heer A (vruchtgebruiker van de certificaten) en zijn kinderen B en C (blote eigenaars van de certificaten).

10. De STAK X houdt bijna alle aandelen van de nv X en de helft van de aandelen van de nv Z1.

Nv X

11. De nv X werd meer dan 10 jaar geleden opgericht. Deze vennootschap functioneert momenteel als algemene holding- en managementvennootschap binnen de groep.

12. De nv X werd opgericht door de heer A door een inbreng in geld en een inbreng in natura van een aandelenpakket van de nv X1. Kort na de oprichting van de nv X verkocht de heer A het resterende aandelenpakket van de nv X1 en de helft van de aandelen van de nv Z1 aan de nv X.

13. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de nv X:

- de heer A;

- de nv Z1, met als vaste vertegenwoordiger de heer A.

14. De aandelen van de nv X worden bijna allemaal aangehouden door de STAK X.

15. De nv X houdt volgende participaties aan:

- bijna alle aandelen van de nv X1;

- bijna alle aandelen van de nv Y1;

- een minderheid van de aandelen van de nv Z3

- de helft van de aandelen van de nv Z4

- de helft van de aandelen van de nv Z1

16. De nv X heeft geen fiscaal overdraagbare verliezen, overgedragen notionele interestaftrek of DBI-aftrek.

Nv X1

17. De nv X1 werd meer dan 40 jaar geleden opgericht door de heer A. Deze vennootschap oefent activiteit X uit. Verder bezit zij ook een groot deel van het onroerend goed binnen de groep.

18. De nv X1 bezit verschillende onroerende goederen die worden aangewend voor de bedrijfsexploitatie van de groep.

19. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de X1:

- de heer A;

- de nv X, met als vaste vertegenwoordiger de heer A;

- de managementvennootschap van de heer B, vertegenwoordigd door de heer B;

- de managementvennootschap van de heer C, vertegenwoordigd door de heer C.

20. De nv X1 is bijna volledig in handen van de nv X (zie randnummer 12).

21. De nv X1 heeft geen fiscaal overdraagbare verliezen, overgedragen notionele interestaftrek of DBI-aftrek.

Nv Y1

22. De nv Y1 werd onlangs opgericht door de nv X (bijna alle aandelen) en de heer A (1 aandeel). Deze vennootschap zal (na partiële splitsing van de nv X1) het onroerend goed aanhouden van de groep.

23. De nv Y1 heeft vlak na haar oprichting een onroerend goed aangekocht. Ter financiering van dit onroerend goed werd een intercompanylening aangegaan bij de nv X1 voor de betaling van het voorschot (de nv Y1 was op dat moment nog in oprichting). Inmiddels werd deze lening terugbetaald.

24. Recent werd een nieuw pand aangekocht door de nv Y1. Voor dit pand werd eveneens een voorschot betaald dat werd gefinancierd door een lening die de nv X heeft toegestaan.

25. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de nv Y1:

- de STAK X (gedelegeerd bestuurder), met als vaste vertegenwoordiger de heer A;

- de nv X, met als vaste vertegenwoordiger de heer A.

Nv Z3

26. De nv Z3 werd meer dan 5 jaar geleden opgericht door de nv X (minderheid van de aandelen) en een onafhankelijke buitenlandse derde partij (meerderheid van de aandelen). De nv Z3 oefent activiteit Z uit.

27. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de nv Z3:

- de heer A (gedelegeerd bestuurder);

- de nv X, met als vaste vertegenwoordiger de heer A;

- 2 buitenlandse natuurlijke personen (waarvan één gedelegeerd bestuurder);

28. De nv Z3 heeft geen fiscaal overdraagbare verliezen, overgedragen notionele interestaftrek of DBI-aftrek.

Nv Z1

29. De nv Z1 werd meer dan 20 jaar geleden opgericht. De nv Z1 oefent activiteit Z uit.

30. De nv Z1 werd opgericht door de heer A (de helft van de aandelen) en een derde-natuurlijke persoon (de helft van de aandelen).

31. Meer dan 10 jaar geleden heeft de heer A zijn aandelen van de nv Z1 verkocht aan de nv X (zie randnummer 12).

32. Eveneens meer dan 10 jaar geleden heeft de heer A privé de aandelen die de derde natuurlijke-persoon verkregen had bij de oprichting van de nv Z1, overgekocht.

33. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de nv Z1:

- de heer A (gedelegeerd bestuurder);

- de nv X, met als vaste vertegenwoordiger de heer A;

- de heer B.

34. De nv Z1 is voor de helft in handen van de nv X. De overige helft van de aandelen is eigendom van de STAK X.

35. De nv Z1 houdt bijna alle aandelen van de bvba Z2.

36. De nv Z1 heeft geen fiscaal overdraagbare verliezen, overgedragen notionele interestaftrek of DBI-aftrek.

Bvba Z2

37. De bvba Z2 werd meer dan 25 jaar geleden opgericht. De bvba Z2 oefent de activiteit Z uit.

38. Enkele jaren geleden heeft de nv Z1 bijna alle aandelen van de bvba Z2 overgekocht van een derde-natuurlijke persoon. Enkele aandelen werden overgekocht door de heer A.

39. De volgende personen zijn op heden benoemd tot zaakvoerder en lid van het dagelijks bestuur van de bvba Z2:

- de nv Z1, met als vaste vertegenwoordiger de heer A.

40. De bvba Z2 heeft geen fiscaal overdraagbare verliezen, overgedragen notionele interestaftrek of DBI-aftrek.

Nv Z4

41. De nv Z4 werd recent opgericht door de nv X (de helft van de aandelen) en een buitenlandse vennootschap (de helft van de aandelen). De nv Z4 oefent activiteit Z uit.

42. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de nv Z4:

- de heer A (gedelegeerd bestuurder);

- een buitenlands natuurlijk persoon (gedelegeerd bestuurder).

Nv Z

43. De nv Z werd recent opgericht door de STAK X (bijna alle aandelen) en de heer A (1 aandeel). In deze vennootschap zal (na partiële splitsing van de nv X) het beheer van de activiteit Z binnen de groep worden ondergebracht.

44. De volgende personen zijn op heden benoemd tot bestuurder en lid van het dagelijks bestuur van de nv Z:

- de heer A;

- de managementvennootschap van de heer B, met als vaste vertegenwoordiger de heer B;

- de managementvennootschap van de heer C, met als vaste vertegenwoordiger de heer C.

Nv Y

45. De oprichting van deze vennootschap is in voorbereiding. Deze vennootschap zal (na partiële splitsing van de nv X) instaan voor het beheer van de onroerendgoedactiviteiten.

II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen

Stap 1: Inbreng aandelen nv Z1 in nv X

46. In stap 1 zullen de aanvragers-natuurlijke personen de aandelen die zij (via de STAK X) aanhouden in de nv Z1 inbrengen in de nv X. Nadien zal de nv X alle aandelen op één na aanhouden van de nv Z1. Eén aandeel zal in handen blijven van de STAK X.

Stap 2: afsplitsing van het onroerend goed van de nv X1 naar de nv Y1

47. De nv X1 zal haar onroerend goed en de hiermee gerelateerde overeenkomsten partieel afsplitsen door inbreng in de recent opgerichte nv Y1 met een boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit van maximaal 9 maanden.

48. De schulden die verband houden met voormelde onroerende goederen zullen eveneens worden overgedragen aan de nv Y1.

Stap 3: afsplitsing van de activiteiten m.b.t. het beheer van het onroerend goed en het beheer van activiteit Z door de nv X naar nieuwe/bestaande vennootschappen

49. In de laatste stap zal de nv X een deel van haar activiteiten afsplitsen, meer bepaald:

49.1. de activiteiten (en personeel) gerelateerd aan het beheer van het onroerend goed en de contracten die hierop betrekking hebben, zullen partieel worden afgesplitst en ondergebracht in de nog op te richten vennootschap nv Y (de overdracht omvat inzonderheid de aandelen nv Y1 en overige vorderingen alsook schulden m.b.t. bezoldigingen);

49.2. de activiteiten (en personeel) gerelateerd aan het beheer van activiteit Z zullen partieel worden afgesplitst en ondergebracht in de pas opgerichte vennootschap nv Z (de overdracht omvat inzonderheid meubilair en rollend materieel, de aandelen van de nv Z1, de nv Z3 en de nv Z4, handelsvorderingen en overige vorderingen alsook schulden m.b.t. bezoldigingen).

50. Deze partiële splitsingen zullen zo snel mogelijk na de partiële splitsing van de nv X1 hun doorgang vinden met een boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit van maximaal 9 maanden.

51. In de nv Y en de nv Z zullen enkele personeelsleden worden tewerkgesteld die momenteel op de payroll van de nv X staan.

III. Motivering van de voorgenomen verrichtingen door de aanvragers

III. A. Inzake de artikelen 90, 1° en 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (interne meerwaarden)

De aandelen behoren tot het privévermogen van de heren A, B en C

52. De aandelen van de nv Z1 behoren tot het privévermogen van de heren A, B en C ondanks het feit dat zij de facto enkel de certificaten van deze aandelen in handen hebben en niet rechtstreeks de aandelen van de nv Z1. Het principe dat de fiscale transparantie van de STAK doorwerkt, werd door de DVB in het verleden reeds bevestigd.

53. Aangezien een STAK ook voor Belgische fiscale doeleinden als fiscaal transparant wordt beschouwd, heeft het feit dat de ingebrachte/verkochte aandelen gecertificeerd zijn, geen fiscale gevolgen. Voorwaarde voor deze fiscale transparantie is de onvoorwaardelijke en onmiddellijke doorstorting van alle inkomsten gerelateerd aan de gecertificeerde aandelen. Zoals blijkt uit de bij de aanvraag gevoegde oprichtingsakte van de STAK X, is aan deze voorwaarde voldaan.

54. De eventuele meerwaarde op de aandelen van de nv Z1 wordt fiscaal geacht verwezenlijkt te zijn door de certificaathouders en wordt fiscaal niet erkend op het niveau van de STAK. Ook juridisch komt de meerwaarde toe aan de certificaathouders, aangezien zij de economische eigenaars zijn van de aandelen.

55. Indien de vruchtgebruiker en de blote eigenaar van de certificaten gezamenlijk overgaan tot verkoop van de met vruchtgebruik bezwaarde certificaten, dan komt de meerwaarde a rato van de waarde van het vruchtgebruik en de blote eigendom aan hen gezamenlijk toe voor de volle eigendom.

56. Aangezien de heer A als vruchtgebruiker van de certificaten en zijn kinderen, B en C, als blote eigenaars van de certificaten, middels de STAK X gezamenlijk optreden, zijn de aanvragers van oordeel dat kan worden geargumenteerd dat de meerwaarde ook aan hen gezamenlijk toekomt in verhouding tot de waarde van hun respectievelijk zakelijk recht.

De verrichting kadert binnen het normaal beheer van het privévermogen

57. De inbreng kadert binnen een algehele herstructurering van de groep en moet dan ook tegen die achtergrond worden beoordeeld. Het uiteindelijke doel van deze herstructurering is de juridische structuur van de groep in overeenstemming te brengen met de operationele werkelijkheid, zoals ze vandaag de dag bestaat. Door de enorme groei die de groep sinds haar oprichting heeft ondergaan, is de juridische structuur immers niet meer eenduidig. In concreto wenst men de 3 activiteiten, te weten activiteit X, activiteit Z en onroerend goed, onder te brengen in 3 afzonderlijke vennootschappen die door 3 holding –en managementvennootschappen binnen de groep zullen worden beheerd. Zo worden als het ware 3 pijlers gecreëerd op zowel operationeel als op holding en management vlak. Door de juridische structuur op deze manier met logica op te bouwen, zal de transparantie in de rapportering van de verschillende activiteiten verhogen. De resultaten, doelstellingen en verantwoordelijkheden kunnen zo accuraat per pijler worden beoordeeld, wat vanzelfsprekend ook in het belang van de hele groep, van klanten en leveranciers en van alle andere stakeholders is.

58. De geplande inbreng en de daarmee gepaard gaande herstructurering moeten de groep in staat stellen zich verder te ontplooien en desgewenst een aantrekkelijk landschap te creëren voor leveranciers en (externe) partners / investeerders. Dit is meteen ook het overkoepelende economische motief dat aan de herstructurering ten grondslag ligt.

59. Uit voorgaande paragrafen mag duidelijk worden dat de heer A handelt zoals elk ander zorgvuldig hoofd van een familiebedrijf in dezelfde situatie zou handelen. Elk zorgvuldig handelend hoofd van een familiebedrijf zou zijn bedrijf immers op die manier structureren dat de groeimogelijkheden worden geoptimaliseerd en het beheer en beleid van het bedrijf zo efficiënt mogelijk worden gemaakt.

60. Daarbij komt nog dat de geplande herstructurering ook binnen de vermogensplanning van de heer A kadert, met het oog op de erfopvolging en de overname van de groep door zijn twee kinderen. Gezien zijn leeftijd, is het begrijpelijk en logisch dat de heer A de helft van de aandelen in de nv Z1, die hij tot voor kort persoonlijk in handen had, in de nv X wil onderbrengen. Op deze manier is de nv Z1 volledig (minus 1 aandeel) eigendom van de groep. De inbreng in de holding an sich kadert dan weer binnen de bovenvermelde economische motieven.

61. Het is zonder meer overbodig te stellen dat de inbreng geenszins een ingewikkelde, complexe of spitsvondige verrichting is. Het is een eenvoudige inbreng die straight forward zal worden uitgevoerd.

62. Het spreekt voor zich dat de aandelen zullen worden gewaardeerd door een externe revisor.

Liquide middelen

63. Bij de aanvraag werd een overzicht gevoegd van de liquiditeiten aanwezig binnen de verschillende groepsvennootschappen.

64. De aanvragers benadrukken dat de betrokken vennootschappen niet over overtollige liquiditeiten beschikken. De liquiditeiten die binnen de groep (periodiek) aanwezig zijn, dienen ter financiering van de operationele activiteiten en van de gedane en/of nog geplande investeringen. Het is dan ook geenszins de bedoeling om binnen een korte tijdspanne enige kapitaalvermindering te doen of de bedrijfspolitiek inzake dividenduitkeringen of betalingen van management– en bestuurdersvergoedingen te wijzigen. Indien dit toch het geval zou blijken, dan engageert de groep zich ertoe om voorafgaand hieraan, eerst de DVB te raadplegen.

65. Dat de groep niet over overtollige liquiditeiten beschikt, werd ook reeds tijdens eerdere gesprekken met de DVB toegelicht en wordt onderbouwd door zowel het businessmodel als door de gedane en nog geplande investeringen.

66. Zoals ook later in deze aanvraag nog verder wordt toegelicht (zie randnummer 89), investeert de groep regelmatig in nieuwe gebouwen en infrastructuur en wordt een deel daarvan gefinancierd uit eigen middelen.

67. Uit wat voorafgaat blijkt duidelijk dat de groep geen overtollige liquiditeiten heeft. De voor handen zijnde liquiditeiten dienen ter financiering van de operationele activiteiten en van de gedane en/of nog geplande investeringen. De groep is dan ook niet van plan om binnen een korte tijdspanne enige kapitaalvermindering te doen of de bedrijfspolitiek inzake dividenduitkeringen of betalingen van management– en bestuurdersvergoedingen te wijzigen.

III. B. Inzake artikel 184, WIB 92 (gestort kapitaal)

68. Conform artikel 184, WIB 92 is het gestorte kapitaal het deel van het maatschappelijk kapitaal dat werkelijk is gestort, in zover geen verminderingen of terugbetalingen hebben plaatsgevonden. In het kapitaal opgenomen winsten andere dan uitgekeerde winsten die als dusdanig aan belasting werden onderworpen, worden niet als fiscaal gestort kapitaal aangemerkt.

69. De aandelen van de nv Z1 die zullen worden ingebracht in de nv X stemmen overeen met een werkelijk gestorte inbreng, zodat het kapitaal dat door deze inbreng wordt gecreëerd, wel degelijk dient te worden beschouwd als fiscaal gestort kapitaal.

III. C. Inzake artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92 (Partiële splitsing-vennootschapsbelasting)

70. Op het vlak van vennootschapsbelasting zijn de aanvragers van mening dat er aan alle toepassingsvoorwaarden is voldaan teneinde de partiële splitsingen op een fiscaal neutrale manier te laten verlopen.

De overnemende of verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap

71. Zoals blijkt uit de beschrijving van de bij de verrichting betrokken vennootschappen en de beschrijving van de stappen, zijn zowel de afgesplitste vennootschappen (i.e. de nv X1 en de nv X) als de inbrenggenietende vennootschappen (i.e. de nv Y1, de nv Z en de op te richten nv Y) Belgische vennootschappen.

De verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van vennootschappen

72. De voorgenomen partiële splitsingen zullen worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van vennootschappen.

De verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92

73. Om aan te tonen dat de geplande partiële splitsingen beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, passen de aanvragers de door de DVB opgemaakte beslissingsboom toe.

Geen verwezenlijking van fiscale voordelen

74. De partiële splitsingen veroorzaken geen fiscaal voordeel. Zowel de nv X1 als de nv X hebben geen fiscaal overdraagbare bestanddelen (fiscale verliezen, notionele interestaftrek, definitief belaste inkomsten of investeringsaftrek), zodat op dat vlak geenszins een fiscaal voordeel en/of een optimalisatie kan worden.

75. Ook na de partiële splitsingen wordt er, op het vlak van de notionele interestaftrek, geen enkele optimalisatie verwezenlijkt.

76. Door de partiële splitsing van de nv X1 zal haar eigen vermogen immers pro rata worden verdeeld over de afgesplitste vennootschap en de nv Y1. Aangezien in de huidige situatie de nv X1 haar beschikbare aftrek voor risicokapitaal volledig kan gebruiken, kan er geenszins een optimalisatie worden bewerkstelligd na de partiële splitsing.

77. De nv X heeft geen recht op notionele interestaftrek, vermits de waarde van haar financiële vaste activa hoger is dan het voor de notionele interestaftrek kwalificerend eigen vermogen. Door de partiële splitsing van de nv X zal het eigen vermogen pro rata worden verdeeld, samen met de participaties in de nv Y1, de nv Z1 en de nv Z3. Op basis van de bij de aanvraag gevoegde simulatie/raming blijkt dat er, na de partiële splitsingen, slechts een zeer beperkte basis ontstaat voor de berekening van de aftrek voor risicokapitaal. Uit wat voorafgaat blijkt duidelijk dat dit geenszins het opzet is voor deze reorganisatie.

Aanwezigheid van zakelijke overwegingen

78. In principe dient, omwille van de afwezigheid van enig fiscaal voordeel bij de geplande reorganisatie, de beslissingsboom niet verder te worden geanalyseerd en is hiermee voldoende aangetoond dat aan het gestelde in artikel 183bis, WIB 92 is voldaan.

79. Indien de DVB echter van mening zou zijn dat bovenstaande onvoldoende is om een positieve voorafgaande beslissing te verkrijgen, dan wensen de aanvragers, op basis van onderstaande argumenten, ten overvloede aan te tonen dat er wel degelijk (voldoende) zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan de voorgestelde partiële splitsingen.

Algemeen kader van de partiële splitsingen

80. Zoals reeds eerder aangehaald, kaderen de partiële splitsingen van de nv X1 en de nv X in een ruimere reorganisatie van de X-groep en moeten deze, volgens de aanvragers, tegen de achtergrond hiervan worden beoordeeld. De zakelijke overwegingen die aan de gehele reorganisatie ten grondslag liggen en het algemeen doel dat met de reorganisatie wordt nagestreefd, hebben immers een rechtstreekse invloed op de manier waarop de reorganisatie wordt gestructureerd.

81. Zoals reeds eerder in deze aanvraag beschreven, is het centrale doel van de reorganisatie de juridische structuur in overeenstemming te brengen met de operationele structuur. Door de groei die de groep tijdens de jongste jaren heeft ondergaan en nog beoogt de komende jaren, is er een duidelijke scheeftrekking ontstaan tussen de operationele structuur en de juridische vertaling ervan. De drie feitelijke pijlers: activiteit X, activiteit Z en onroerend goed zijn in de huidige groepsstructuur op een verschillende wijze en in verschillende groepsvennootschappen gemengd aanwezig.

82. Door de herstructurering zullen de drie bovengenoemde pijlers ook juridisch als dusdanig naar voren kunnen komen en dit zowel op holding- en managementniveau als op operationeel niveau, zodat er geen overlappingen meer zijn. Hierdoor wordt ook de groepsstructuur en -werking transparanter voor derde partijen, wat een noodzakelijke, verdere groei van de groep optimaal faciliteert. Alle entiteiten (en als gevolg van de herstructurering ook de activiteiten) zullen afzonderlijk optimaal in de markt kunnen worden gepositioneerd.

83. De aanvragers vragen dan ook met aandrang dat de partiële splitsingen die het voorwerp uitmaken van deze aanvraag worden beoordeeld vanuit deze wetenschap dat zij enkel een middel zijn om een ruimer doel, zonder enige twijfel uitsluitend ingegeven door zakelijke overwegingen, te bereiken.

Afsplitsing van de onroerendgoedactiviteiten van de nv X1 naar de nv Y1

84. Activiteit Z van de groep zit al in aparte vennootschappen. Enkel binnen de nv X1 zit zowel activiteit X als onroerend goed. Aangezien de groep een continue groei ervaart en het ernaar uitziet dat deze stijgende lijn in de komende tijd zal kunnen worden doorgetrokken, zou de bestaande verstrengeling van activiteiten binnen de nv X1 voor een remmend effect kunnen zorgen, zowel voor de werking en groei van activiteit X als voor toekomstige investeringen in onroerend goed. Daarom, maar ook in het licht van haar streven om de juridische met de operationele structuur (i.e. 3 aparte pijlers) in overeenstemming te brengen, acht de groep het noodzakelijk om de nv X1partieel te splitsen.

85. De keuze om de onroerendgoedactiviteit af te splitsen in plaats van activiteit X is het resultaat van een ‘gedwongen keuze’. De contracten met betrekking tot activiteit X kunnen niet zonder slag of stoot, zonder zware administratieve lasten of zonder onnodige bedrijfsrisico’s, worden overgebracht naar een andere vennootschap. Leveranciers zouden een “afsplitsing” van hun contract kunnen aangrijpen om gunstiger voorwaarden te bedingen of, in een worstcasescenario, zelfs hun overeenkomst te beëindigen.

86. In samenhang met de algemene doelstelling van de reorganisatie en met de beoogde groei, wordt de groep dan ook genoodzaakt om onroerend goed en alles wat daarmee gepaard gaat als een afzonderlijke activiteit te gaan beschouwen, verder uit te bouwen en verder te ontwikkelen.

87. Daar waar vroeger immers activiteit Z binnen de groep beperkt was en in huurpanden werd ondergebracht, maakt de uitbreiding van deze activiteit tijdens de jongste en in de komende jaren en de uit de pan swingende huurprijzen, een gewijzigde aanpak en duidelijke economische visie en aanpak noodzakelijk.

88. Aangezien bovendien de markt van activiteit Z zeer wispelturig en risicovol is, is flexibiliteit onontbeerlijk. Deze risico’s kunnen worden vermeden door zelf onroerende goederen te bezitten, aan te kopen en te beheren.

89. Dat deze aangehaalde overwegingen geen holle woorden zijn, blijkt uit het feit dat er recent geïnvesteerd werd in onroerend goed door de nv Y1 en door de oprichting onlangs met een derde-partner van de nieuwe vennootschap Z4. Er zijn ook plannen om met een onafhankelijke derde partij samen panden aan te kopen. Behoudens eerder vermelde investeringen door de nv Y1, investeren ook andere groepsvennootschappen zoals blijkt uit het samenvattend overzicht dat in de aanvraag werd opgenomen.

90. De centralisatie in één vennootschap van alle onroerende goederen en alle daarmee verband houdende overeenkomsten en activiteiten, zowel voor activiteit X als voor activiteit Z, getuigt verder van de nodige risicoaversie en -spreiding.

91. Omgekeerd, aangezien onroerende goederen vaak met vreemd vermogen worden gefinancierd, wordt de handelsactiviteit onttrokken aan het investeringsrisico van het onroerend goed. Een loutere vastgoedvennootschap zal ook bij financiële instellingen kunnen genieten van meer aantrekkelijke en op haar maat gesneden kredietvoorwaarden.

92. Nog een reden om onroerend goed af te splitsen van de operationele activiteiten is dat de groep zich niet wil beperken tot investeringen in onroerende goederen louter in functie en ten dienste van de operationele activiteiten van de groep. Ook zuivere vastgoedprojecten staan sinds kort hoog op de agenda en centraal in het businessplan. Het is dan ook belangrijk om de toekomstige vastgoedstrategie van de groep in beeld te brengen: de nv Y1 zal in de toekomst, al dan niet met derde partijen, panden kopen die dan zullen verhuurd worden aan de tak van activiteit Z. Alzo verzekert de vastgoedtak zich van huurinkomsten, teneinde de afbetaling van de kredieten van de aangekochte panden onder controle te houden en te waarborgen. De cashflow en de waarborgpositie zullen de vastgoedtak toelaten om, op maat, gestructureerde kredieten aan te gaan in het kader van nieuwe vastgoedinvesteringen.

93. Verder willen de aanvragers er ten overvloede op wijzen dat, door de centralisatie van de onroerendgoedactiviteit binnen één vennootschap, geenszins aan fiscale optimalisatie wordt gedaan. Het is ook geenszins de bedoeling om, door de afsplitsing, claims van schuldeisers van de nv X1 af te wenden of uit te hollen. Ook de solvabiliteit van de nv X1 wijzigt nauwelijks na de splitsing.

94. De reeds in de nv Y1 aanwezige en nog te ontvangen onroerende goederen (zullen) worden verhuurd aan marktconforme huurprijzen en –voorwaarden.

95. Uit de bij de aanvraag gevoegde prognose van de te verwachten kosten en opbrengsten van de nv X1 en van de nv Y1, blijkt dat beide vennootschappen levensvatbaar zijn en het nodige winstpotentieel hebben. Immers, het samenbrengen van alle onroerendgoedactiviteiten in een vennootschap werkt ook kostenbesparend en efficiëntieverhogend.

Afsplitsing van het beheer van de onroerendgoedactiviteit en het beheer van activiteit Z van de nv X naar respectievelijk de nv Y en de nv Z

96. Het behoeft geen betoog dat onroerende goederen een ander risicoprofiel hebben dan activiteiten X en Z en dus ook een ander beheer en beleid behoeven. Daarvoor acht de groep het nodig om ook op managementniveau de onroerendgoedactiviteiten af te splitsen. Hierdoor wordt tevens een accurater en transparanter beheer en beleid mogelijk.

97. De wens naar een scheiding tussen het beheer van de onroerendgoedactiviteit en het beheer van de exploitatie, zowel inzake activiteit X en Z, is tevens ingegeven door de toekomstplannen van de heer A en van zijn twee kinderen. Mede ingevolge de evolutie van de vastgoedmarkt moet men in de toekomst veel meer gaan toespitsen op het beheer van de vereiste strategische investeringen in het onroerend goed binnen de groep. Om deze bekommernis de kop in te drukken en het beheer van de vastgoedactiviteit beter te organiseren, acht de groep het noodzakelijk om een aparte managementvennootschap op te richten voor de vastgoedactiviteiten. Ten overvloede wijzen de aanvragers erop dat deze managementvennootschap zal instaan voor de centrale beheerstaken van alle onroerende goederen binnen de groep.

98. Zoals echter blijkt uit de te nemen stappen, zal ook voor activiteit Z een aparte managementvennootschap worden opgericht. De reden hiervoor is te vinden in het feit dat derde zakenpartners betrokken zijn en nog zullen worden bij de deze activiteit.

99. Men wil, begrijpelijkerwijze, kost wat kost vermijden dat derde partners of investeerders, in de mate dat deze dit al zouden willen, invloed zouden kunnen uitoefenen op de overige activiteiten van de groep. Daarbij komt dat activiteit Z meer risico’s met zich meedraagt dan activiteit X, omwille van het wispelturig karakter van de markt.

100. Een bijkomende, overkoepelende reden voor de dubbele afsplitsing is het feit dat er momenteel een aantal personeelsleden werkzaam zijn binnen de nv X die voor verschillende vennootschappen en voor diverse groepsactiviteiten werken, waardoor heel wat doorrekeningen dienen te gebeuren. Een striktere scheiding, waarbij personeel werkzaam is binnen de managementvennootschap van de desbetreffende activiteit waarvoor ze werken, zorgt zowel binnen de groep als naar de buitenwereld toe, voor de nodige transparantie en een zo juist mogelijke kostenallocatie (met een zeer beperkt aantal doorrekeningen).

101. De managementvennootschappen zullen dus instaan voor het beheer en het beleid van een afzonderlijke ‘bedrijfstak’ en zullen hiervoor worden vergoed middels managementvergoedingen. De groep engageert zich ertoe deze managementvergoedingen op een marktconforme manier te bepalen. In het verleden werden reeds afspraken gemaakt met de bevoegde lokale inspecteur over de mark up die hiervoor dient te worden gehanteerd.

102. Zoals blijkt uit de bij de aanvraag gevoegde cijfers, zullen de 3 managementvennootschappen operationeel levensvatbaar zijn.

103. Uit het voorgaande mag echter geenszins worden afgeleid dat (een deel van) de groep “verkoopsklaar” wordt gemaakt, wel integendeel. De recente oprichting van de STAK X kan niet anders dan worden geïnterpreteerd in de zin dat de heer A wenst dat zijn kinderen in de toekomst de X-groep blijven runnen in zo optimaal mogelijke omstandigheden. Om deze optimale omstandigheden te creëren, maar zeker ook in het belang van de (groei van) de groep, is deze herstructurering noodzakelijk in de vorm die in het stappenplan wordt beschreven.

104. De groep heeft (momenteel) niet de intentie om enige participatie te verkopen aan een voor de groep derde partij (tenzij in het kader van een eventuele joint venture-overeenkomst). De groep heeft dan ook geen problemen om engagementen aan te gaan met betrekking tot het behoud van de verschillende vennootschappen binnen de groep, met betrekking tot het behoud van de huidige eigen vermogens binnen de groep en de dividendpolitiek, etc.

105. Tot slot zal de groep ervoor zorgen dat de boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit maximaal 9 maanden in beslag zal nemen.

Inzake artikelen 115, 115bis en 120, W.Reg. (partiële splitsing-registratierechten)

106. Wat de registratierechten betreft, verwijzen de aanvragers naar de bij de aanvraag gevoegde splitsingsbalansen. Het exacte bedrag van de openstaande onroerendgoedschuld die mee zal worden afgesplitst op de datum waarop de notariële akte zal worden verleden, is op dit moment nog niet bekend.

107. De aanvragers vragen de DVB de bevestiging van het principe dat maximaal slechts op het gedeelte van de schuld dat proportioneel gerelateerd is aan de ingebrachte onroerende goederen op de datum van de notariële akte, het evenredig verkooprecht van 10% van toepassing is. De groep verbindt zich ertoe om het op de datum van de notariële akte verschuldigde bedrag aan registratierechten te betalen bij de afsplitsing van de nv X1.

III. E. Inzake artikel 2, W.BTW (partiële splitsing-btw)

108. In lijn met bovenstaande vindt de overdracht van het onroerend goed en de overdracht van het beheer van het onroerend goed en het beheer van activiteit Z plaats, buiten het toepassingsgebied van de btw.

III. F. Inzake de retroactiviteit

Theoretisch kader

109. Volgens de Comm.IB 211/14 is de terugwerkende kracht van een vennootschapsakte in de regel niet tegenstelbaar aan de fiscale administratie. Algemeen wordt echter aangenomen dat een beding van boekhoudkundige retroactiviteit slechts kan worden aanvaard, indien dit overeenstemt met de werkelijkheid en betrekking heeft op een korte periode. In dit verband wordt doorgaans aanvaard dat 7 maanden een korte periode is.

110. Bovendien kan een boekhoudkundige retroactiviteit enkel worden aanvaard indien het een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

Motivering van de retroactiviteit van meer dan 7 maanden

111. Om het voorafgaand karakter van onderhavige beslissing niet in het gedrang te brengen, konden de akten m.b.t. de splitsingen niet verleden worden voor het verstrijken van de retroactiviteitstermijn van maximum 7 maanden.

112. Teneinde enerzijds dit voorafgaand karakter niet in het gedrang te brengen en anderzijds toch de gewenste zekerheid te bekomen omtrent de hierboven uiteengezette principes, in het bijzonder in het kader van de registratierechten, is er geen ander waardig en realistisch alternatief dan het uitstellen van het verlijden van de notariële akten tot na de datum waarop het positieve formele akkoord van de DVB wordt bekomen. Aangezien alle akten reeds werden voorbereid en splitsingsvoorstellen werden neergelegd, zou het schuiven met de datum van de effectieve boekhoudkundige uitwerking van de splitsingen een onverantwoord bijkomende en zware administratieve last veroorzaken en kostenverhogend werken.

113. Er kan dan ook worden aangenomen dat deze bijzondere omstandigheden buiten de wil van de aanvragers om een iets langere retroactiviteitsperiode rechtvaardigen.

114. De retroactiviteit zal ook geen negatieve gevolgen hebben voor de schatkist noch een correcte toepassing van de belastingwetgeving in de weg staan. Gedurende de bijkomende retroactiviteit van (maximaal) 2 maanden zullen dan ook geen uitzonderlijke verrichtingen plaatsvinden in hoofde van de bij de splitsingen betrokken vennootschappen.

IV. Beslissing

IV. A. Met betrekking tot de toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92

115. De geplande inbreng door de aanvragers-natuurlijke personen van de (via de STAK X aangehouden) aandelen van de nv Z1 in de nv X, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

116. De aandelen van de betrokken vennootschappen behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

117. De geplande inbreng kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:

117.1. de heer A heeft de aandelen van de nv Z1 die worden ingebracht, aangekocht van een derde (die tevens oprichter was) meer dan 10 jaar geleden; onlangs werden de aandelen ingebracht in de STAK X waarvan de certificaten in vruchtgebruik worden aangehouden door de heer A en in blote eigendom door zijn zonen, de heren B en C;

117.2. er is geen korte tijdspanne tussen de verwerving van de aandelen van de betrokken vennootschap en de overdracht ervan;

117.3. door de overdracht van de aandelen van de nv Z1 aan de nv X wordt een structuur gecreëerd die:

117.3.1. de resterende aandelen van de werkvennootschap nv Z1 centraliseert in de overkoepelende holding nv X;

117.3.2. toelaat de 3 operationele activiteiten van de groep, nl. activiteit X, activiteit Z en onroerend goed, juridisch te structureren onder 3 holding- en managementvennootschappen, die de aandelen zullen aanhouden en het beheer zullen uitoefenen van de werkvennootschappen die de respectievelijke activiteiten zullen uitoefenen;

117.3.3. toelaat de resterende aandelen van de nv Z1 te betrekken in de vermogens- en successieplanning van de aanvragers-natuurlijke personen;

117.4. de aanvragers bevestigen dat er binnen de X-groep op heden geen overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. De in de X-groep aanwezige liquiditeiten zijn nodig voor de financiering van de operationele activiteiten en de geplande investeringen zoals wordt uiteengezet in de randnummers 63 t.e.m. 67;

117.5. het betreft geen complexe verrichting, noch een spitsvondig feitencomplex;

117.6. voor de waardering van de in te brengen aandelen zal een verslag worden opgemaakt door een onafhankelijk revisor of accountant; een kopie van het verslag inzake de waardering van de aandelen van de nv Z1 zal aan het plaatselijke controlekantoor van de aanvragers worden overgemaakt;

117.7. de meerwaarde die bij de overdracht van de aandelen wordt gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

118. De DVB neemt kennis van de in de randnummers 63 t.e.m. 67 aangehaalde motivering inzake de aanwezige liquiditeiten binnen de X-groep en verwijst hiervoor naar het randnummer 153.

IV. B. Met betrekking tot de toepassing van artikel 184, WIB 92

119. Volgens artikel 184, 1e lid, WIB 92 is het gestorte kapitaal het deel van het maatschappelijk kapitaal dat werkelijk is gestort en voor zover er geen verminderingen of terugbetalingen hebben plaatsgevonden.

120. Het kapitaal dat wordt gevormd naar aanleiding van de inbreng in de nv X wordt beschouwd als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, 1e lid, WIB 92.

IV. C. Met betrekking tot de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92

121. De X-groep bestond tot voor kort uit de holding- en managementvennootschap nv X die de aandelen van 5 werkvennootschappen aanhoudt, nl. bijna alle aandelen van de nv X1 (activiteit X + onroerend goed), de helft van de aandelen van de nv Z1 (activiteit Z), de minderheid van de aandelen van de nv Z3 (activiteit Z) en de helft van de aandelen van de nv Z4 (activiteit ) en via de nv Z1 worden ook nog bijna alle aandelen van de bvba Z2 (activiteit Z) aangehouden. De aandelen van de nv X worden via de STAK X aangehouden door de aanvragers-natuurlijke personen.

122. Onlangs heeft de nv X de nv Y1 opgericht en recent hebben de aanvragers-natuurlijke personen via de STAK X de nv Z opgericht.

123. De activiteiten van de X-groep berusten op drie pijlers, te weten activiteit X, activiteit Z en onroerend goed. Deze operationele structuur vertaalt zich thans niet in een gelijklopende juridische structuur. Zo zit in de nv X1 zowel het onroerend goed als activiteit X.

124. De groep is momenteel nog in volle expansie. Vooral op het gebied van vastgoed heeft de groep het plan opgevat om meer onroerende goederen te verwerven (i.p.v. ze te huren). Dit blijkt onder meer uit het feit dat de recent opgerichte nv Y1 reeds onroerende goederen heeft aangekocht. De groep wenst zich bovendien in de toekomst niet te beperken tot louter investeringen in onroerende goederen in functie van de operationele activiteiten van de groep.

125. De bedoeling van de voorgelegde verrichtingen is de X-groep te herstructureren zodat de juridische structuur gelijk loopt met de operationele structuur en er dus geen overlapping meer is van activiteiten binnen dezelfde vennootschap. De beoogde eindstructuur is aldus een groep bestaande uit 3 holding- en managementvennootschappen die elk op hun beurt de aandelen aanhouden van de werkvennootschappen actief binnen de respectievelijke pijlers.

126. Om tot de beoogde structuur te komen zullen in eerste instantie de aandelen van de nv Z1, die de heer A (via de STAK X) nog privé aanhoudt, ingebracht worden in de nv X, zodat alle aandelen gecentraliseerd zijn binnen deze holding- en managementvennootschap. In een volgende stap zullen de onroerende goederen (zie randnummer 47) alsook de hieraan gerelateerde overeenkomsten schulden, door middel van een partiële splitsing worden overgedragen aan de nv Y1. In een laatste stap zal de nv X volgende activiteiten door middel van een partiële splitsing overdragen:

126.1. de activiteiten (en personeel) gerelateerd aan het beheer van het onroerend goed en het beheer van de overeenkomsten m.b.t. het onroerend goed zullen overgedragen worden aan de nog op te richten nv Y;

126.2. de activiteiten gerelateerd aan het beheer van activiteit Z zullen overgedragen worden aan de nv Z.

127. Na deze stappen zullen de 3 activiteiten van de X-groep gecentraliseerd zijn onder hun respectievelijke holding- en managementvennootschap:

127.1. onroerend goed: de holding- en managementvennootschap nv Y die bijna alle aandelen aanhoudt van de nv Y1;

127.2. activiteit X: de holding- en managementvennootschap nv X die bijna alle aandelen aanhoudt van de nv X1;

127.3. activiteit Z: de holding- en managementvennootschap nv Z die bijna alle aandelen aanhoudt van de nv Z1 (en via nv Z1 bijna alle aandelen van de bvba Z2), een minderheid van de aandelen van de nv Z3 en de helft van de aandelen van de nv Z4.

128. De aanvragers hebben bevestigd dat marktconforme vergoedingen zullen worden aangerekend tussen de verschillende groepsvennootschappen voor het gebruik van de onroerende goederen en bepaalde diensten.

129. Noch de nv X1 noch de nv X hebben overgedragen fiscale verliezen of andere fiscaal overgedragen bestanddelen. De partiële splitsing van de nv X1 is neutraal wat betreft de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal. Wat de partiële splitsing van de nv X betreft, zal de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal in globo na de partiële splitsing toenemen t.o.v. de basis vóór de partiële splitsing van de nv X. Gelet op de coherente zakelijke overwegingen en de correcte toewijzing van de financiële vaste activa in functie van de pijler waartoe ze behoren, kan worden aangenomen dat dit eerder het gevolg is van de verrichting en niet zozeer het doel ervan.

130. Uit de overgemaakte splitsingsstaten blijkt dat de bepalingen van artikel 213, WIB 92 correct zullen worden toegepast.

131. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen van de nv X1 en de nv X zullen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

132. De verkrijgende vennootschappen nv Y1, nv Y en nv Z zijn binnenlandse vennootschappen.

133. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsingen zullen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

134. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsingen van de nv X1 en de nv X kunnen plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

IV. D. Met betrekking tot de boekhoudkundige retroactiviteit

135. Aan de DVB wordt gevraagd te bevestigen dat de voorgenomen partiële splitsingen van de nv X1 en de nv X zouden kunnen worden doorgevoerd met een maximale boekhoudkundige retroactiviteitstermijn van 9 maanden die tegenstelbaar zal zijn aan de fiscale administratie.

136. Hierbij bevestigen de aanvragers dat, net zoals dat het geval was tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitstermijn van 7 maanden, gedurende de bijkomende retroactiviteitstermijn van 2 maanden, geen uitzonderlijke verrichtingen zullen worden gesteld door de bij de herstructurering betrokken vennootschappen.

137. Tevens bevestigen de aanvragers dat voornoemde verlenging van de boekhoudkundige retroactiviteitstermijn geen fiscale gevolgen zal meebrengen in hoofde van de bij de verrichting betrokken vennootschappen.

138. De boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 9 maanden van de partiële splitsingen van de nv X1 en de nv X kan op fiscaal vlak worden aanvaard.

IV. E. Met betrekking tot btw

139. De overdracht in het kader van de partiële splitsing van de nv X1 naar de nv Y1 betreft een handeling tussen leden van dezelfde btw-eenheid. Vermits de btw-eenheid overeenkomstig artikel 4, § 2 W.BTW als één belastingplichtige wordt aangemerkt, valt deze overdracht op zich bijgevolg buiten de werkingssfeer van de btw (z. circ. nr. AOIF 42/2007 dd. 09.11.2007 punt 7.2.1.1.).

140. De overdracht in het kader van de partiële splitsing van de nv X naar de nv Z betreft een handeling tussen leden van dezelfde btw-eenheid. Vermits de btw-eenheid overeenkomstig artikel 4, § 2 W.BTW als één belastingplichtige wordt aangemerkt, valt deze overdracht op zich bijgevolg buiten de werkingssfeer van de btw (z. circ. nr. AOIF 42/2007 dd. 09.11.2007 punt 7.2.1.1.).

141. Hetzelfde principe geldt voor de overdracht in het kader van de partiële splitsing van de nv X naar de nog op te richten nv Y, voor zover uiteraard de nv Y deel uitmaakt van de btw-eenheid waartoe de nv X behoort, op het moment dat de partiële splitsing plaatsvindt.

142. Wat betreft de vraag of de btw-eenheid volledig recht op aftrek behoudt, moet worden opgemerkt dat de DVB deze vraag niet kan beantwoorden, aangezien het een uitspraak zou inhouden in verband met het recht op aftrek van de btw-eenheid in het verleden, waarvoor de DVB niet bevoegd is.

143. Ten algemene titel kan echter worden opgemerkt dat de overdrachten, die in het kader van de hierboven bedoelde partiële splitsingen worden verricht tussen leden van dezelfde btw-eenheid, in principe geen aanleiding geven tot herziening van de eventuele door de btw-eenheid over die bestanddelen afgetrokken btw, in de veronderstelling uiteraard dat deze bestanddelen door de btw-eenheid in dezelfde mate blijven gebruikt worden voor btw-belaste handelingen.

IV.F. Met betrekking tot de artikelen 115 en 115bis juncto artikel 120, W.Reg.

144. De aanvragers verwijzen naar artikelen 115, 115bis en 120, eerste en tweede lid, W.Reg.

- Artikel 115 W.Reg.:

"Aan een recht van 0 pct. wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft.

Het recht wordt vereffend op het totaal bedrag van de inbrengen. (…)"

- Artikel 115bis W. Reg.:

"De inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, worden aan het recht van 0 pct. onderworpen.

In geval van onjuiste verklaring betreffende de aanwending of de bestemming van het onroerend goed, zijn de aanvullende rechten opeisbaar en verbeurt iedere partij een boete gelijk aan de rechten."

- Artikel 120, eerste en tweede lid, W.Reg.:

"Wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben.

Zo een inbreng meteen onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. (…)"

145. Deze bepalingen uit het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten inzake inbrengrechten worden hier getoetst op de inbreng waarmee de partiële splitsing van respectievelijk de nv X1 en de nv X gepaard gaat.

146. In fase 2 wordt het onroerend goed van de nv X1 afgesplitst naar de nv Y1. De nv X1 zal haar onroerende goederen afsplitsen naar de nv Y1. Deze onroerende goederen worden allemaal bedrijfsmatig aangewend door de groep. Uit de splitsingsstaat blijkt dat de schulden die verbonden zijn aan de afgesplitste onroerende goederen mee overgaan.

147. Vermits de inbreng van deze activa echter ook gedeeltelijk gepaard gaat met de inbreng van een schuld (= een inbrengvergoeding anders dan in aandelen), is de regeling van de zgn. “gemengde inbreng” van toepassing, zoals voorzien in artikel 120, eerste en tweede lid W. Reg. Aangezien de overgedragen bestanddelen deels onroerende goederen bevatten, zal daardoor het verkooprecht van 10% van toepassing zijn op het deel van de schuld dat evenredig betrekking heeft op de waarde van die onroerende goederen. Het bedrag van de schuld bij het verlijden van de akte – datum van de beoordeling van de inbreng voor de toepassing van het inbrengrecht - is op heden natuurlijk nog niet gekend.

148. In fase 3 worden de activiteiten m.b.t. het beheer van het onroerend goed en het beheer van activiteit Z door de nv X naar de nv Y en de nv Z afgesplitst. Het betreft telkens de afsplitsing van roerende of andere goederen waardoor artikel 115 W.Reg. telkens van toepassing is. Deze verrichtingen worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115 W. Reg., evenwel met toepassing van artikel 167 W.Reg. met minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht.

149. Het betreft zowel in fase 2 als in fase 3 telkens de inbreng in handelsvennootschappen waarvan de statutaire zetel en zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, zodat aan de voorwaarden van artikelen 115 en 115bis W. Reg. werd voldaan.

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, alsmede op de overwegingen vermeld in randnummers 115 tot en met 149, beslist het College van de DVB in zitting van 24 februari 2015 dat:

Inzake de personenbelasing

150. de geplande inbreng tegen marktwaarde door de aanvragers-natuurlijke personen van de aandelen die zij (via de STAK X) bezitten in de nv Z1 in de nv X, beschouwd kan worden als een normale verrichting van beheer van het privévermogen, zodat de meerwaarde niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92;

151. de inbreng van de aandelen ten name van de nv X fiscaal gestort kapitaal uitmaakt in de zin van artikel 184, WIB 92.

152. De beslissing is slechts geldig voor zover het verslag van de bedrijfsrevisor, dat de waarde van de aandelen van de nv Z1 op het ogenblik van de inbreng in de nv X weergeeft, zal worden overgemaakt aan het plaatselijke controlekantoor van de aanvragers-natuurlijke personen. Er werd aan de DVB geen ontwerpverslag voorgelegd, bijgevolg behelst voorliggende beslissing geen uitspraak over de waardering van die aandelen.

153. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermeldingen in randnummer 67, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van de antimisbruikbepaling voorzien in artikel 344, § 1, WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid een latere kapitaalvermindering.

154. De aandacht wordt er eveneens op gevestigd dat de beslissing slechts geldig blijft voor zover de inbreng plaatsvindt binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.

Inzake de vennootschapsbelasting

155. de partiële splitsingen van de nv X1 en de nv X beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kunnen plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92;

156. de boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 9 maanden van deze partiële splitsingen op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

157. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermeldingen in randnummer 104, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, artikel 18, § 2, W.Reg., enz.) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals bv. de eventuele toekomstige verkoop van de aandelen van de nv Y, de nv X, de nv Z, de nv X1 en/of de nv Y1.

Inzake de btw

158. de overdracht in het kader van de partiële splitsing van de nv X1 naar de nv Y1 op zich buiten de werkingssfeer valt van de btw;

159. de overdracht in het kader van de partiële splitsing van de nv X naar de nv Z op zich buiten de werkingssfeer valt van de btw;

160. hetzelfde principe geldt voor de overdracht in het kader van de partiële splitsing van de nv X naar de nog op te richten nv Y, voor zover uiteraard de nv Y deel uitmaakt van de btw-eenheid waartoe de nv X behoort, op het moment dat de partiële splitsing plaatsvindt.

161. De vraag of de btw-eenheid volledig recht op aftrek behoudt is onontvankelijk. Ten algemene titel kan evenwel worden opgemerkt dat de overdrachten, die in het kader van de hierboven bedoelde partiële splitsingen worden verricht tussen leden van dezelfde btw-eenheid, in principe geen aanleiding geven tot herziening van de eventuele door de btw-eenheid over die bestanddelen afgetrokken btw, in de veronderstelling uiteraard dat deze bestanddelen door de btw-eenheid in dezelfde mate blijven gebruikt worden voor btw-belaste handelingen.

Inzake de registratierechten

162. de partiële splitsing van de nv X1 met toepassing van de artikelen 115bis juncto 120 W.Reg. kan plaatsvinden, evenwel met een heffing van 10 % registratierechten op het gedeelte van de overname van de schuld dat evenredig betrekking heeft op de ingebrachte onroerende goederen op datum van het verlijden van de akte;

163. de partiële splitsing van de nv X telkens met toepassing van artikel 115 W.Reg. kan plaatsvinden, evenwel met toepassing van artikel 167 W.Reg. met minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht.

Textes cités

1
CTVA art. 21 occurrence