Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Courtrai du 21.09.1998
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN BURGERLIJKE ZAKEN
In de zaak : AR/62862
NV S. S. B., met vennootschapszetel te …, …; ingeschreven in het handelsregister te Mechelen onder nummer …;
eiseres,
vertegenwoordigd door en pleitend Meester D. W., advocaat te …, loco Meester F. D. J., advocaat te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van dhr. Hoofdcontroleur van de BTW te Neerpelt, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3910 Neerpelt, Heerstraat, 37;
verweerder,
vertegenwoordigd door en pleitend Meester F. W., advocaat te …, …;
De respectieve raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet in openbare terechtzitting.
De besluiten en stukken werden ingezien.
Bij dagvaarding d.d. 4 mei 1995 betekend door gerechtsdeurwaarder A. S. met standplaats te … vordert eiseres de teruggave aan haar van 230.837 fr. te veel betaalde BTW, meer de wettelijke verwijlrente vanaf 8 mei 1990, de gerechtelijke rente en de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen.
Bij vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling of kantonnement.
De dagvaarding in kwestie werd betekend aan de Belgische Staat in de persoon van de Minister van Financiën, zijnde voor hem bij de Hoofdcontroleur van de BTW, wiens kantoor gevestigd is te 3910 Neerpelt, Heerstraat, 37.
1. Eiseres zet uiteen dat zij in 1990 vanuit Zweden 3 deuren vervoerd heeft naar P. B., …, ….
Dat deze goederen door haar, eiseres, ingeklaard zijn geweest.
Dat naar aanleiding hiervan op 8 mei 1990 een invoerdocument EU4 nummer … opgemaakt werd.
Dat dit invoerdocument opgemaakt werd op naam van P. B., met aangegeven waarde van 1.209.434 fr. als heffingsvoet en 231.692 fr. als BTW.
Dat verkeerdelijk 1.209.434 fr. aangegeven is geweest als heffingsvoet.
Dat de juist aan te geven waarde als heffingsvoet 4.500 fr. bedraagt en 855 fr. als BTW.
Dat deze vergissing haar oorzaak vond in de omstandigheid dat kwestieus vervoer van goederen een nazending was van een skeletwoning en verkeerdelijk de waarde van de skeletwoning (1.209.434 fr.) in plaats van de waarde van de deuren (4.500 fr.) aangegeven is geweest.
Dat door haar, eiseres, aldus 230.837 fr. (231.692 fr. - 855 fr.) teveel BTW betaald is geweest.
2. Deze zaak werd ingeleid voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt die zich bij vonnis van 18 november 1996 onbevoegd heeft verklaard en de zaak voor verdere behandeling naar deze Rechtbank van Eerste Aanleg te Kortrijk heeft verwezen, als reden gevend :
"Terecht verzoeken partijen om verzending dezer zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Kortrijk...".
Deze rechtbank moet zich derhalve wel bevoegd achten conform art. 660, lid 2 Ger. W. dat bepaalt :
"De beslissing (van verwijzing naar de bevoegde rechter) bindt de rechter naar wie de vordring wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de rechtsgrond van de zaak te oordelen onverkort blijft.".
Wat de grond van de zaak betreft heeft de raadsman van eiseres met zijn brief van 3 mei 1995 met bijgevoegde stukken eigenlijk de laatste twijfels weggenomen (cfr. stuk 5 eiseres - stuk 24 verweerder).
Verweerder verwijst naar dit schrijven en bijgevoegde stukken in zijn derde besluiten d.d. 24 februari 1997 neergelegd ter griffie en stelt uitdrukkelijk op blz. 6 van deze besluiten :
"Deze stukken laten thans wel toe te stellen dat de beweerde vergissing overeenstemt met de realiteit.".
Controle van alle stukken noopt er inderdaad toe aan te nemen dat 230.837 fr. te veel BTW is betaald door eiseres in de omstandigheden zoals uiteengezet in de inleidende dagvaarding (= bij vergissing).
3. Waar verweerder evenwel de onontvankelijkheid van de vordering inroept en blijft inroepen :
* In eerste besluiten, neergelegd ter griffie op 7 november 1995 roept verweerder in dat eiseres, voor de vordering in teruggave conform art. 14 van het KB nr. 4 van 29 december 1969, het exploot van dagvaarding diende te laten betekenen aan het hoofd van het controle kantoor van de BTW waaronder de aanvrager ressorteert (aanvrager zijnde de grensexpediteur S. te …, gezien het een belastingplichtige betreft).
Aldus diende de dagvaarding aan de hoofdcontroleur van de BTW te Waregem worden betekend (met kantoren gevestigd in … te …).
Verweerder acht de hoofdcontroleur BTW te Neerpelt een volstrekt onbevoegde titularis (evenals de hoofdcontroleur BTW te Sint-Joost-ten-Node aan wie blijkbaar ook een dagvaarding werd betekend met betrekking tot huidige betwisting, doch welke zaak nog niet naar deze rechtbank werd verwezen en welke zaak eiseres blijkbaar laat rusten).
Verweerder vraagt zelfs de dagvaarding betekend aan de hoofdcontroleur te Neerpelt nietig te verklaren wegens dagvaarding van de verkeerde persoon.
* In derde besluiten, neergelegd ter griffie op 24 februari 1997 (blz. 6) ,roept verweerder in dat het de douane-administratie is die de teveel geheven som moet terugbetalen zoals omschreven in de Instructie van de Douane en Accijnzen § 175 oude versie en de paragrafen 234 en 235 versie 1994.
Zo de rechtbank de beide dagvaardingen toch geldig zou verklaren, verzoekt verweerder de rechtbank voor recht te zeggen dat de Administratie van de Douane en Accijnzen de teveel geheven BTW terug moet betalen en waarbij de kosten van eiseres ten haren laste blijven gezien eiseres pas op 3 mei 1995, hetzij één dag voor de dagvaardingen de stukken heeft voorgelegd die uitsluitsel hebben gegeven.
Het dispositief van deze derde besluiten van verweerder luidt desbetreffend letterlijk als volgt :
“Mocht de rechtbank de beide dagvaardingen toch geldig verklaren, verzoekt verweerder de rechtbank de beide dagvaardingen tot teruggave gericht aan de BTW-administratie ongegrond te verklaren en waarbij de kosten van eiseres uiteraard ten haren laste blijven gezien eiseres pas op 3 mei 1995, hetzij één dag voor de dagvaardingen, de stukken heeft voorgelegd die hebben toegelaten uitsluitsel te geven.
De BTW-administratie werd in casu ten onrechte gedagvaard, omdat het in casu niet de BTW-administratie is die de door de eiseres in haar hoedanigheid van grensexpediteur voorgeschoten BTW bij invoer moet teruggeven.
Het is enkel de douane-administratie die de teveel geheven BTW kan terugbetalen aan eiseres, omdat deze administratie de teveel geheven BTW heeft geïnd.”.
Verweerder stelt in vierde besluiten dat eiseres voor de regularisatieprocedure die niet vlotte, de hoofdcontroleur van de BTW te Waregem diende te dagvaarden en dat eiseres voor de vordering tot teruggave enkel en alleen de Douane-administratie kan dagvaarden en niet de BTW-administratie.
Men kan niet terugvorderen wat men niet geïnd heeft zegt verweerder.
Beoordeling
De betwisting betreft een vordering in teruggave van teveel betaalde BTW.
Het is het KB nummer 4 d.d. 29 december 1969 dat handelt over de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde (BS 31 december 1969).
Art. 1 van voormeld KB nummer 4 bepaalt dat de teruggave naargelang van het geval wordt verleend aan degene die de belasting aan de Staat heeft voldaan of aan degene die in het bezit is van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt.
Er is geen discussie over dat eiseres onder de laatstvernoemde categorie ressorteert (in het bezit zijnde van een invoerdocument EUR met nummer vermeld in de dagvaarding).
Het tweede lid van art. 1 van het KB nummer 4 maakt het aldus mogelijk rekening te houden met bijzondere omstandigheden om de teruggave aan andere personen toe te staan.
Zo kan teruggave worden verleend aan de grensexpediteur wanneer het invoerdocument, dat aan de douane werd voorgelegd om de betaling van BTW vast te stellen, door de grensexpediteur werd gezegeld en moet worden geannuleerd (BTW-handleiding nummer 536/2).
Art. 14 lid 2 van hetzelfde KB nummer 4 bepaalt :
"Die vordering (tot teruggave) wordt ingesteld bij exploot met dagvaarding betekend aan de Staat, aan het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de aanvrager ressorteert, indien hij een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is, of aan het hoofde van het controlekantoor van de belastingen over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waarvan hij zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel heeft, indien hij enig ander rechtspersoon is."
De bepalingen van de Instructie BTW van de Douane en Accijnzen waarop verweerder zich beroept bepalen ondermeer :
"Het bepaalde in § 234, tweede lid, is eveneens van toepassing wanneer de vergissing wordt vastgesteld bij de aangever die niet de geadresseerde van de goederen is (een douane-expediteur) of wanneer de geadresseerde van de goederen een onjuiste aangifte weigert en ze terugzendt naar zijn aangever op voorwaarde dat -indien de geadresseerde een BTW-belastingplichtige is – dat document niet in zijn boekhouding werd ingeschreven. De aanvragen tot vervanging van de hierboven bedoelde aangiften mogen rechtstreeks worden behandeld door de ontvanger der douane, wanneer hij ze ontvangt binnen 2 maanden na de geldigmaking van de aangifte ten verbruik; na het verstrijken van die termijn moeten de aanvragen bij die ontvanger toekomen door bemiddeling van de hoofdcontroleur van de BTW onder wiens bevoegdheid de geadresseerde ressorteert."
Het gaat hier wel degelijk om een aanvraag buiten de voormelde termijn van 2 maanden na de geldig making van de aangifte ten verbruik en het gaat om teruggave van teveel betaalde BTW.
Er is in dergelijk geval geen enkele bepaling die eiseres verplicht zich daarvoor uitsluitend tot de Douane-administratie te richten op straffe van verval.
Integendeel, alle toepasselijke bepalingen wijzen in de richting van de bevoegdheid van de BTW-hoofdcontroleur die dan mogelijkerwijze de aanvragen en vorderingen terzake zal moeten doorverwijzen naar de douane (ontvanger) ,doch dit alles is een interne regeling die zonder verder gevolg blijft voor de vordering die eiseres heeft ingesteld.
Het is de Belgische Staat waarvan de veroordeling tot teruggave van teveel betaalde BTW wordt gevraagd.
De Belgische Staat zelf moet ervoor zorgen dat de veroordeling wordt uitgevoerd door de intern meest aangewezen, bevoegde administratie.
Op het ogenblik dat eiseres in discussie ging over kwestige teveel betaalde BTW, had zij nog haar maatschappelijke zetel in ….
Op het ogenblik van de dagvaarding in deze zaak was de maatschappelijke zetel van eiseres verhuisd naar ….
Art. 14, lid 2 van het KB nummer spreekt zich inderdaad uit voor het betekenen van de dagvaarding aan de Belgische Staat aan de hoofdcontroleur BTW van de maatschappelijke zetel van eiseres, zijnde …, tevens het hoofdkantoor BTW waaronder eiseres ressorteert.
Echter, eiseres is van meetaf aan in discussie en briefwisseling getreden betreffende de door haar teveel betaalde BTW met de hoofdcontroleur BTW te Neerpelt, waar de maatschappelijke zetel was van de NV P. B., zijnde de geadresseerde die nooit als BTW-plichtige bleek geregistreerd te zijn, in staat van faillissement werd verklaard en waarvan het faillissement inmiddels al werd gesloten en die de kwestige BTW niet heeft betaald.
De hoofdcontroleur BTW te Neerpelt heeft nooit gesteld aan eiseres dat hij terzake onbevoegd zou zijn of een vordering niet aankon worden betekend, integendeel ...
De rechtbank is van oordeel dat de hoofdcontroleur BTW van de maatschappelijke zetel van de douane-expediteur, genoemd door art. 14, lid 2 KB nummer 4, niet kan worden geïdentificeerd met het begrip "persoon" genoemd door art. 862, 6° (vroeger 9°) van het Gerechtelijke Wetboek nu art. 862, 6° Ger. W. vooral lijkt te refereren naar de betekening volgens art. 33 e.v. Ger. W., welke bepalingen nergens refereren naar de administratie van de BTW en haar hoofdcontroleurs.
Er is derhalve geen enkele reden voor de rechtbank om betreffende de dagvaarding van eiseres zelfs ambtshalve de nietigheidsgrond van art. 862, 6° Ger. W. te moeten opwerpen.
Eiseres stelt dan ook terecht in haar besluiten het volgende, dat de rechtbank volledig kan onderschrijven :
"De vordering van eiseres is gericht tegen de Belgische Staat en die werd in voornoemd exploot ook gedagvaard.
Aangezien de Belgische Staat één en ondeelbaar is, heeft het feit dat aan de verkeerde BTW-hoofdcontroleur zou betekend geweest zijn, niet de onontvankelijkheid van de vordering voor gevolg.
Elke hoofdcontroleur van de BTW vertegenwoordigt de ene rechtspersoon die de Staat is.
Conflicten aangaande de BTW-hoofdcontroleur tot wiens bevoegdheid het onderwerp van onderhavige vordering behoort, zijn dan ook van zuiver interne administratieve aard.
Voor zover de hoofdcontroleurs aan wie het inleidend dagvaardingsexploot werd betekend van mening zouden zijn dat onderhavig geschil tot de bevoegdheid van een andere BTW-hoofdcontroleur zou behoren, dienen zij deze dan ook in de plaats te stellen."
Verwezen kan ook worden naar art. 705 Ger. W. (analogisch).
Aangaande de wetgeving in verband met teruggave van BTW kan verder ook nog worden vermeld dat tijdens de bespreking in de Kamer de Minister van Financiën bevestigd heeft dat, zoals inzake registratierechten, de nietigheid van een betekening aan de niet-voorgeschreven ambtenaar nooit zal opgeworpen worden door de administratie, zelfs wanneer het exploot aan de Minister van Financiën zelf wordt betekend, voor zover de aangegeven ambtenaar kan teruggevonden worden (Gedr. St.; Kamer, B.Z. 1968, nr. 88/15, 170).
Dat eiseres eigenlijk aan de verkeerde ambtenaar (de hoofdcontroleur BTW te Neerpelt) de dagvaarding heeft laten betekenen is mede aan de houding zelf van deze ambtenaar te danken die nooit enige grond van onbevoegdheid of onontvankelijkheid heeft laten kennen in de onderhandeling en briefwisseling die hij met eiseres heeft gevoerd, integendeel.
Er is geen enkele grond om de dagvaarding nietig of de vordering niet toelaatbaar en onontvankelijk te verklaren.
De vordering van eiseres is toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond en de Belgische Staat blijft weigeren, zelfs doorheen de ganse procedure, om het passend gevolg te verlenen aan de terechte vraag van eiseres om teruggave van BTW.
In dergelijk geval worden alle geding- en gerechtskosten lastens verweerder, de Belgische Staat, gelegd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de art. 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.
Wijzende op tegenspraak.
Verklaart de vordering toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond.
Veroordeelt verweerder, de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, tot betaling aan eiseres van de som van TWEEHONDERDDERTIGDUIZEND ACHTHONDERD ZEVENENDERTIG (230.837) FRANK,
- meer op deze som de wettelijke rente vanaf 8 mei 1990, datum waarop het teveel aan BTW werd betaald, tot dagvaarding van 4 mei 1995;
- meer op 230.837 fr. de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet vanaf dagvaarding van 4 mei 1995 tot integrale betaling.
Veroordeelt verweerder, de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, tevens tot de geding- en gerechtskosten aan de zijde van eiseres begroot in op 20 juni 1997 neergelegde besluiten en door de rechtbank herleid tot :
- 7.482 fr. kosten dagvaarding en rolstelling;
- 12.300 fr. rechtsplegingsvergoeding.
Verweerder dient uiteraard zijn eigen geding- en gerechtskosten te dragen.
Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.
Zegt dat er geen redenen worden opgegeven of verantwoord die tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement zouden nopen (art. 1406 Ger. W.).
Aldus gevonnist en uitgesproken in het Gerechtsgebouw te Kortrijk in openbare terechtzitting op EENENTWINTIG SEPTEMBER NEGENTIENHONDERD ACHTENNEGENTIG.
Aanwezig :
M. B., alleen zetelend rechter,
G. H., griffier.
G. H. M. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.