Tribunal de première instance d'Anvers, 19 mai 2008 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 19 mai 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 19 mai 2008Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2008-05-19-49ce

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
19 mai 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

49 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 19.05.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negentien mei tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR nr. 07/5211/A

V. D. B. T., bediende, wonende te …, ….

eisende partij,

niet verschijnend.

tegen :

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie der Belasting over de toegevoegde waarde, op vervolging en benaarstiging van de heer gewestelijk directeur der belastingen over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4;

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, …

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het geïnventariseerd dossier van de rechtspleging gekend onder het algemeen rolnummer 95/2020/A (weggelaten van de algemene rol op 3 december 2001) waarin vervat o.a. :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. C. te … op 27 april 1995,

- de besluiten van partijen.

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 24 oktober 2007.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Overwegende dat eisende partij, alhoewel behoorlijk in kennis gesteld van de beschikking overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek, niet is verschenen, noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 804 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevormd.

Gehoord de verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 21 april 2008.


Eiser is middels vonnis (4317) van 14 oktober 1994 der 25ste Kamer Correctionele Rechtbank Antwerpen strafrechtelijk veroordeeld.

Verweerder kreeg, in graad van beroep, als burgerlijke partij 1,- toenmalige BEF provisioneel toegekend.

Het arrest blijkt definitief te zijn geworden.

Op 14 maart 1994 is ten laste van NV EMF in vereffening BTW proces-verbaal opgesteld.

De BTW-Ontvanger heeft op 15 februari 1995 dwangbevel uitgevaardigd ten laste van eiser.

Dit dwangbevel is op 1 maart 1995, middels exploot, betekend aan eiser.

De gestelde fiscale vordering werd gegrond op de in art. 73sexies Wetboek BTW bepaalde hoofdelijkheid terzake een door hoger vermelde vennootschap als BTW-belastingplichtige verschuldigd saldo.

Eiser heeft op 27 april 1995 laten dagvaarden in betwisting van de fiscale vordering.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting.

Eiser betwist zijn schuldenaarschap, evenwel niet ondergeschikt de gevorderde bedragen.

Het schuldenaarschap volgt uit de correctionele veroordeling en uit vermeld art. 73sexies.

Eiser hoeft voor toepassing van dit wetsartikel geen BTW-belastingplichtige te zijn.

Door art.73sexies Wetboek BTW is hij belastingschuldige.

Het staat niet vast dat verweerder in mindering op de schuldvordering te brengen betalingen heeft bekomen uit het faillissement van hoger vermelde vennootschap.

De hoedanigheid van burgerlijke partij in de strafvordering ontneemt verweerder bij dit alles te dezen niet het recht om de fiscale vordering op grond van vermeld art.73sexies te stellen.

Zij dekt andere schade dan degene die werd beoordeeld door de strafrechter op de burgerlijke vordering.

Enkel verweerder heeft standpunt ingenomen ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij verstek overeenkomstig artikel 804 van het Gerechtelijk Wetboek ten opzichte van eiser.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten, deze door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op 1.200,00 Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Textes cités

1
CTVA art. 73sexies2 occurrences

Décisions similaires

8