Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du tribunal de première instance de Bruges du 10.10.2025
[ Jugement favorable ]
TVA – Rénovations – Taux de TVA 6 %
Résumé
Pas disponible
Texte intégral
Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.
Corps de la décision
Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 10.10.2025
(24/2059/A)
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer B.10, heeft het volgend vonnis verleend:
In de zaak : 24/2059/A
C.B. (RRN: …), wonende te …
L.V. (RRN: …), wonende te …
- eisende partijen —
Bieden hebbende als raadsman meester DIERYNCK TIM, advocaat te 8860 LENDELEDE, Stationsstraat 82A/0001.
TEGEN :
FOD FINANCIEN - KMO BEHEER KORTRIJK, de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financier) wiens 'cabinet is gevestigd aan de Wetstraat 12 te 1000 Brussel op vervolging en benaarstiging van:
1- de adviseur (ontvanger) van de FOD Financier), Algemene Administratie van de Inning en de Invordering, Team Invordering Natuurlijke Personen Kortrijk waarvan de kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31;
2- de adviseur-generaal (centrumdirecteur) van de FOD Financien, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, Administratie KMO, centrum KMO Kortrijk waarvan de kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31.
- verwerende partij —
Vertegenwoordigd door de heer A.D., attaché.
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 augustus 2024;
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 12 september 2025.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1.Eisers zijn eigenaar van een woning gelegen te … Eisers verkregen op 11
februari 2020 een bouwvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van deze woning. Tijdens de periode 16 april 2020 — 20 september 2021 werden verbouwingswerken aan de woning uitgevoerd. Op de uitgevoerde werken wordt het BTW-tarief van 6% toegepast.
Teneinde het BTW-tarief op de uitgevoerde werken vast te stellen wordt een vraag om inlichtingen verstuurd aan eisers. Volgens de administratie is het tarief van 21% van toepassing op de uitgevoerde werken in plaats van het tarief van 6%. Op 23 maart 2023 werd een proces-verbaal van regularisatie opgemaakt (verschuldigde BTW 25.598,78 EUR, proportionele boete 2.550,00 EUR).
Eisers gaan niet akkoord en dienen bezwaar in op 22 april 2023. Op 4 juli 2023 wordt het proces-verbaal ter kennis gebracht van eisers waarin de elementen worden opgelijst op basis waarvan de fiscale administratie meent geen rekening te kunnen houden met de bezwaren van eisers. Eisers dienen bezwaar in tegen dit proces-verbaal van naheffing op 1 oktober 2023. Het bezwaar wordt afgewezen bij beslissing van 18 juni 2024.
Door eisers wordt een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie dd. 19 augustus 2024.
2. Eisers vragen dat:
De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
De BTW-navordering minstens ongegrond wordt verklaard en dat ontheffing verleend wordt van de schuld met kenmerk 500.2752.92137, opgemaakt dd. 16 augustus 2023, uitvoerbaar verklaard dd. 18 augustus 2023, voor een bedrag van 28.336,35 EUR;
De directoriale beslissing van 18 juni 2024 nietig wordt verklaard, minstens ongegrond wordt verklaard;
Verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde bedragen, te
vermeerderen met moratoriuminteresten;
Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de
rechtsplegingsvergoeding en de bijdrage fonds juridische tweedelijnsbijstand;
Ondergeschikt: de proportionele geldboete te beperken tot 5% in plaats van de weerhouden 10%
3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk, doch ongegrond wordt verklaard en eisers worden veroordeeld tot de kosten van het geding.
III. BEOORDELING
A. Betreffende de toelaatbaarheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve moet opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.
B. Betreffende de grond
1. Verbouwing of nieuwbouw
Eisers stellen dat de uitgevoerde werken handelingen betreffen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud betreffen van een woning, zodat de werken onderworpen zijn aan het verlaagde BTW-tarief van 6%. Volgens verweerder is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het tarief van 6% omdat de werken bijgedragen hebben tot het oprichten van een nieuw gebouw.
Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6%. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.
Krachtens §1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerpen hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.
In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder omvorming wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken. Volgens voormelde aanschrijving wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw. Het herbouwen van een gebouw na afbraak, zelfs in geval van behoud der funderingen en kelders van het oude gebouw of van bijkomende elementen van zijn structuur, wordt daarentegen aangemerkt als bouwwerkzaamheden die bijdragen tot de oprichting van een nieuw gebouw. Het herbouwen van een woning wordt gelijkgesteld met het bouwen telkens als, gelet op de omvang van de vernieling of van de afbraak van het gebouw, de werken in feite bijdragen tot de oprichting van een nieuw gebouw.
Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving geen andere bedoeling en draagwijdte heeft dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te Iichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij heeft met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve aanschrijvingen geen bindend karakter. De betreffende aanschrijving is wel niet strijdig met de wetgeving.
Het onderscheid tussen werken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de werken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (Vr. en Antw., Kamer, 1992-93, nr. 70, 6703 — Vr. nr. 585 GEHLEN, b.t.w.-rev., nr. 107, 106 nr. 3).
De oorspronkelijke woning bestond uit een kelderverdieping en een gelijkvloerse verdieping. Uit de stukken van het dossier en de plannen blijkt dat de indeling van de gelijkvloerse verdieping grondig is gewijzigd. De binnenruimtes op de gelijkvloerse verdieping zijn verruimd na afbraak en/of verplaatsing van binnenmuren. Het dal< werd volledig verwijderd waarna een volwaardige verdieping werd opgericht met nieuwe opgaande muren. Deze nieuwe verdieping bestond uit extra slaapkamers, extra badkamers, dressing en toilet. Deze eerste verdieping is aldus opgericht vertrekkend van een nieuwe draagvloer waarop nieuwe draagmuren zijn opgericht teneinde een nieuwe dakconstructie erop te kunnen plaatsen. Aan de bestaande kelderruimte werd een nieuwe ondergrondse betonconstructie gebouwd als fundering voor de bovengrondse woonuitbreiding. Uit de schets die werd toegevoegd door eisers waarin werd aangeduid waar alle verstevigingswerken en steunelementen geplaatst zijn, blijkt dat er een grote hoeveelheid stalen poutrellen werden gespreid over de gelijkvloerse verdieping dit als steun voor de verdieping erboven. De buitenmuren werden zeker wat de achtergevel betreft grotendeels afgebroken voor het plaatsen van een grote raampartij. De linkergevel werd eveneens afgebroken en nieuw opgericht gelet op de aanbouw die daar is gebeurd (zie hiervoor stuk II/09).De totale lengte van de behouden dragende muren moeten betekenisvol hoger zijn dan de lengte van de nieuwe dragende structuur, wat in voormeld dossier geenszins het geval is. Dergelijke uitbreidingswerken zijn van die aard dat het bestaande oude gebouw wezenlijk veranderd is.
Er is bijgevolg geen sprake van een verbouwing/omvorming of renovatie van de woning.
Het oppervlaktecriterium —waarnaar wordt verwezen door eisers- geldt enkel in geval van uitbreiding van de woning. Dit doet evenwel geen afbreuk aan het feit dat de werken aan de bestaande woning in ieder geval dienen te kwalificeren als een verbouwing/omvorming. Hiertoe is vereist dat de werken op relevante wijze steunen op reeds bestaande en dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw. Dit is in voormeld dossier niet het geval, waardoor de toetsing van het oppervlaktecriterium zich niet meer opdringt.
Eisers bekijken en verantwoorden elke verandering als een afzonderlijk gegeven. Evenwel dient rekening te worden gehouden met de totaliteit van de werken. Rekening houdend met de totaliteit van bovenstaande elementen moet worden besloten tot wezenlijke ingrijpende wijzigingen aan de structuur van de oude woning. Er is geen sprake meer van een verbouwing van de oude woning.
De rechtbank is van oordeel dat de voorwaarden voor de toepassing van het tarief van 6% niet voldaan zijn.
2. Administratieve geldboete
In het proces-verbaal van regularisatie van 4 juli 2023 werd melding gemaakt van een proportionele geldboete die op grond van artikel 1 KB nr. 41 werd verminderd tot een bedrag van 2.550,00 EUR.
In het proces-verbaal werd melding gemaakt van de feiten op basis waarvan de administratie besluit dat ten onrechte het verlaagd tarief van 6% werd toegepast in plaats van 21%. Op basis daarvan werd een berekening gemaakt van de verschuldigde BTW en van de proportionele geldboete die verbonden is aan het materiele feit van de overtreding zelf. Uit het proces-verbaal blijkt dat ook de administratie niet uitgaat van kwade trouw waardoor de proportionele geldboete wordt verminderd overeenkomstig artikel 1 van het KB nr. 41.
Terecht werd toepassing gemaakt van de schaal zoals voorzien in tabel G, eerste afdeling, rubriek IV, zijnde een boete van 10% van de verschuldigde belasting aangezien de verschuldigde belasting voor een controleperiode van een jaar meer dan 1.250,00 EUR bedroeg.
De belastingverhoging werd aangekondigd en regelmatig opgelegd. De belastingverhoging bevindt zich in een evenredige verhouding met de aard, de ernst en de omvang van de overtreding. Er zijn geen redenen om de belastingverhoging te verminderen of kwijt te schelden.
C. Betreffende kosten
Gezien eisers in het ongelijk worden gesteld, moeten zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger. W. de gerechtskosten dragen.
Verweerder wordt niet bijgestaan door een advocaat en heeft derhalve geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.
Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze of als ongegrond.
Veroordeelt eisers tot de gedingkosten, aan hun zijde niet te begroten aangezien ze hun ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 0,00 EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank - de tiende kamer in het gerechtsgebouw te Brugge op tien oktober tweeduizend vijfentwintig.
Aanwezig zijn:
E.M., alleenrechtsprekend rechter;
L.X., griffier.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.