Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 27 septembre 2007

Rechercher
Texte en néerlandais

Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôtTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-droit-deduction-tribunal-gand-2007-09-27-2370

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
27 septembre 2007

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

68 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 27.09.2007

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT – ZESDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 27 SEPTEMBER 2007

Algemene rol nummer : 02/4028/A

In de zaak van :

NV B., met zetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt meester R. T., advocaat te …, …,

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, BTW-Ontvangknatoor te Sint-Niklaas, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4/2,

verweerder,

voor wie optreedt meester E. V. A., advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 31.5.2007, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift neergelegd op 5.11.2002, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals de respectievelijke dossiers.

2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe

“het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;

voor recht te zegen dat :

- verzoekster recht heeft op aftrek van de in rekening gebrachte BTW m.b.t. de inrichting van de chalet;

- verzoekster derhalve n.a.v. de conrole dd.19.2.2002 slechts bijkomend … EUR BTW verschuldigd is m.b.t. de periode 1.1.1999 tot 31.12.2000.

De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding (...)"

3. FEITEN

Eiseres is een handelsvennootschap die als BTW-belastingplichtige geregistreerd is voor haar activiteit van marktonderzoeksbureau.

Sedert 1993 is haar maatschappelijke zetel gevestigd in een chalet gelegen in een recreatiegebied te …, … waarvan zij eigenaar is.

Eiseres brengt de volledige voorbelasting van de facturen (lijst gehecht aan pv dd.11.7.2002) die betrekking hebben op de inrichting van de chalet in aftrek.

Tijdens een BTW controle periode op 19.2.2002 over de periode van 1.1.1999 tot 31.12.2000 betwist de administratie het recht op aftrekt.

Uit het proces verbaal blijkt :

“dat op de verdieping een klein bureel werd ingericht. Er kon op geen enkele wijze worden aangetoond dat deze facturen betrekking hebben op de inrichting van het bureel zodat ook het beroepsgebruik hiervan niet bewezen is en de aftrek van BTW dient verworpen te worden.

Bovendien is deze chalet in huur gegeven wat en handeling is die op grond van art. 44, § 3, 2° W.BTW is vrijgesteld. Overeenkomstig art. 45, § 1, 1° komen kosten die bestemd worden voor dergelijke handelingen niet voor aftrek in aanmerking."

De aldus verschuldigde BTW bedraagt … EUR (… frank), de boete … EUR, meer de intresten.

Bij gebrek aan vrijwillige betaling werd een dwangbevel betekend, waartegen eiseres een voorziening aan heeft ingesteld.

Eiseres betwist de toepassing van art. 45, § 1 W. BTW in die zin dat zij meent dat de facturen m. b. t. de inrichting van de chalet betrekking hebben op kosten die gedaan zijn in het kader van haar economische activiteit.

4. BESPREKING

M.b.t. de aftrek van de voorbelasting.

Krachtens art. 45, § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

In beginsel dient er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang te bestaan tussen de verworven goederen en diensten en de handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat.

Dit bewijs wordt door eiseres niet geleverd.

Uit de facturen blijkt niet dat de werken de inrichting van een kantoor en werkruimte tot voorwerp hebben.

Bij de controle over 1999 en 2000 stelde de controleambtenaar vast dat de chalet ingericht was als woongelegenheid en dat er enkel een bureaumeubel op de overloop was, dat de kwestieuze facturen de inrichting van een living, keuken, badkamer en tuin betreffen.

De kwestieuze facturen spreken de bewering van eiseres tegen die voorhoudt dat de zaakvoerder einde 2001 deze werken in eigen naam zou hebben uitgevoerd om de kantoorruimte in te perken en de chalet als woonst in te richten.

De wenselijkheid om klanten op een gepaste manier te ontvangen impliceert in casu geenszins dat dit in een leefruimte, keuken, badkamer moet gebeuren.

Bovendien blijkt dat de chalet in 1999 en 2000 werd gebruikt door de zaakvoerder die hiervoor een huur betaalde aan eiseres van respectievelijk … frank en … frank die buiten de BTW omzet werd gehouden, zodat de BTW die drukt op kosten die betrekking hebben op deze economische activiteit nl. het verhuren van een onroerend goed, niet voor aftrek in aanmerking komen. Eiseres beroept zich dan ook tevergeefs op het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2003, zaak nr. C-269/00 inzake W. Seeling.

In haar conclusie neergelegd op 25.11.2003 voert eiseres voor een aantal kosten een verdeelsleutel aan van 90 % beroepsactiviteit en 10 % privé, doch laat na enig bewijs aan te brengen om deze verhouding te verantwoorden.

M.b.t. de boete.

Eiseres betwist de boete van … EUR doch laat na hieromtrent enige grief naar voor te brengen.

Eiseres bracht onrechtmatig … EUR in aftrek.

Als wettelijke boete krachtens art. 70, § 1 W.BTW, is een bedrag verschuldigd van tweemaal het bedrag van de verschuldigde rechten, zijnde … EUR.

Deze boete werd in uitvoering van art. 84, lid 3 W.BTW en art. 1 van het KB nr.41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten vastgesteld op 10 % zijnde … EUR. (Tabel G, eerste afdeling, rubriek V van de bijlage bij het KB nr. 41) afgerond bij toepassing van art. 4, § 1 van voornoemd KB nr. 41 tot … EUR.

Deze boete is overeenkomstig de wet opgelegd.

Dispositif

Op die gronden,

De rechtbank,

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres :

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 27 september 2007, waar aanwezig waren :

J. D. B. : alleenzetelend rechter,

M. V. : griffier.

M. V. J. D. B.

Textes cités

2