Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 29.04.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 29 APRIL 2008
Rolnummer AR 02/410/A
In de zaak van :
NV A.M. M., met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …
eiseres,
hebbende als raad Mter H. V. D., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Aalst, met kantoren te 9300 Aalst, Graanmarkt 1.
verweerder,
hebben de als raad Mter E. V. A., advocaat te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt :
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift neergelegd de dato 4 februari 2002. De rechtbank nam kennis van het dossier der rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 1 april 2008 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen werd.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer … voor de geregelde activiteit van verhuren en in onroerende lease geven en beheren van onroerend goed en in het verhuren van rollend materiaal werktuigen en hoogtewerkers. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Door D. C. G., eerst aanwezend verificateur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, werd een controle aangevangen op 2 maart 2001 over de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 2000; Op 9 mei 2001 werd een regularisatieopgave toegezonden aan eiseres, waarmee deze zich niet akkoord verklaarde.
Op 22 juni 2001 werd door verweerder geantwoord op de bezwaren van eiseres en werd de mogelijkheid geboden tot minnelijke schikking, wat eiseres afwees.
Op 21 november 2001 werd door D. C. G., voornoemd, een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.
Op 29 november 2001 werd aan eiseres een copie van voormeld proces-verbaal meegedeeld met de beslissing tot invordering van … BEF of € … BTW te vermeerderen met boete en intresten.
Op 11 december 2001 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW een dwangbevel uitgevaardigd. Voormeld dwangbevel werd op 17 december 2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door F. D. B., eerst aanwezend inspecteur diensthoofd, daartoe gemachtigd door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter kennis gebracht aan eiseres.
Bij verzoekschrift van 4 februari 2002 werd verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.
2.2. Eiseres vraagt dat : de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard wordt, dienvolgens het bestreden dwangbevel en de onderliggende aanslag waarop het gesteund is, vernietigd wordt en verweerder veroordeeld wordt tot betaling der gerechtskosten.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard wordt en eiseres veroordeeld wordt tot alle kosten van het geding.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de invordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Volgens eiseres komen aankoopfacturen met betrekking tot de aankoop van personenwagens en met betrekking tot de levering van diensten voor dezelfde wagens in aanmerking voor volledige aftrek van de BTW en dit krachtens artikel 45, § 2, 2° lid van het W.BTW dat bepaalt dat het eerste lid niet van toepassing is op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen.
3.2.2. Volgens verweerder valt eiseres niet onder de uitzonderingsclausule van artikel 45, § 2, 2° lid, a W.BTW - reden waarom verweerder de aftrek weigert van de helft van de BTW die werd geheven op de aankoopfacturen met betrekking tot de aankoop van personenwagens en de BTW geheven op facturen voor levering van diensten met betrekking tot dezelfde wagens.
3.2.3. De beperking vervat in artikel 45, § 2 eerste lid W.BTW is niet van toepassing op : 1° de voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige wiens specifieke economische activiteit bestaat in de verkoop van automobielen (invoerders, concessiehouders, garagehouders, verdelers van automobielen, handelaars in tweedehandswagens) of de verhuur van automobielen (leasing daaronder begrepen).
Eiseres stelt dat de wet enkel als voorwaarde voor de toepassing van de uitzonderingsregel stelt dat het moet gaan om een gespecialiseerde onderneming en dat niet vereist is dat het moet gaan om strikte verhuurondernemingen, hierbij verwijzend naar rechtspraak (Rb Brussel, 10.01.2003 Fisc. Nr. 893, p. 11 en Rb Gent, 07.06.2001, Fisc. 2001, nr. 836, p. 7) die in casu echter geen toepassing vindt daar deze voormelde rechtspraak betrekking heeft op garagisten, zijnde ondernemingen die zich duidelijk inhouden met de verkoop of verhuur van personenwagens.
De uitzonderingsclausule vervat in artikel 45, § 2 W.BTW stemt overeen met de oorspronkelijke test van het ontwerp van de wet van 1968, zodat wanneer volgens de toelichting bij deze oorspronkelijke tekst de uitzondering alleen maar gold voor "beroepsverhuurders van auto's" de thans vingerende uitzonderingsbepalingen ook slechts kunnen ingeroepen worden door eigenlijke verhuurdersondernemingen stricto sensu. Dit betreft de ondernemingen welke naar buiten uit bekend zijn als verhuurders van auto's en die hun diensten aanbieden aan het publiek in 't algemeen, derwijze dat al wie een personenauto wenst te huren daarvoor bij de betrokken onderneming terecht kan.
Wanneer een vennootschap slechts auto's verhuurt aan een zustermaatschappij, dan kan deze uitzonderingsbepaling bijgevolg geen toepassing vinden (S. Ruysschaert, L. Heylen, C. Van Bavegem, Auto en BTW, éd. Maklu 2005, p. 127).
3.2.4. Eiseres stelt dat in haar publiciteit het onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende te huren rijtuigen. De website bevattende de reclame van eiseres toont niet duidelijk aan dat eiseres eveneens auto's voor personenvervoer verhuurt. De kwestieuze website (stuk 3 - eiseres) maakt melding van een wagenpark nader bepaald als verhuurvloot van bestelwagens en vrachtwagens, auto's en werftuigen, vrachtwagens met kraan en trekker met kraan en oplegger, zonder nader te bepalen om welke auto's het gaat. Uit deze reclame kan niet worden afgeleid dat al wie een personenwagen wenst te huren - en niet alleen gespecialiseerde ondernemingen - bij eiseres terecht kan.
Evenmin toont de oprichtingsakte noch de inschrijving in het handelsregister aan dat eiseres als economische activiteit onder meer de verhuur van voor personenvervoer bestemde automobielen heeft (stukken 12, 13 verweerder).
3.2.5. Eiseres stelt dat haar economische activiteit bestaat uit het verhuur en in onroerende lease geven van rollend materiaal en werktuigen. Uit de door haar gerealiseerde omzet welke daarbij wordt gerealiseerd (op een totale omzet van … BEF werd er voor … BEF gerealiseerd door verhuur van rollend materieel en werktuigen) besluit eiseres dat het gros van haar omzet in deze branche wordt gerealiseerd, zodat er van occasionele of toevallige verhuur geen sprake kan zijn.
Uit de door verweerder in syntheseconclusie op blz. 6 weergegeven cijfergegevens van de boekhouding van eiseres, cijfers die door deze laatste niet betwist worden, blijkt dat eiseres zich qua verhuuractiviteit praktisch uitsluitend richt naar haar moedervennootschap NV A., wat bevestigt dat eiseres geen onderneming is die naar buiten uit gekend is als verhuurder van wagens die haar diensten aanbiedt aan het publiek in het gemeen.
Een belastingplichtige die, zoals eiseres, voertuigen verhuurt in gesloten kringloop oefent geen specifieke beroepswerkzaamheid uit bestaande in de verhuur van automobielen waarop de beperking van de aftrek van de belasting bepaald in artikel 45, al. 2, tweede lid, a W.BTW niet van toepassing is (Cass. 1 februari 1996, FJF nr. 96/79; Cass. 9 januari 1998, FJF nr. 98/112).
Ook heeft eiseres slechts zes personenwagens in haar activa (stuk 11 - verweerder) wat eveneens wijst op het feit dat eiseres geen economische activiteit heeft die bestaat in het verhuren van personenwagens aan het grote publiek.
3.2.6. Eiseres stelt dat waar ze ermee instemt dat artikel 45, § 2, eerste lid, 1 W.BTW enkel betrekking heeft op automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, de uitzondering op dit eerste lid namelijk tweede luid, a ruim moet worden geïnterpreteerd in die zin dat de verhuur van automobielen wijst op alle voertuigen.
Artikel 45, § 2 van het W.BTW bepaalt uitdrukkelijk dat de aftrekbeperking van toepassing is op personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en sommige 4 x 4 voertuigen.
Het tweede lid van artikel 45, § 2 W.BTW dat de uitzonderingen vermeldt op deze aftrekbeperking dient samen gelezen te worden met artikel 45, § 2 wat betekent dat de kwestieuze aftrekbeperking eveneens enkel betrekking heeft op diezelfde automobielen waarvoor de aftrekbeperking werd ingevoerd.
3.2.7. Eiseres bewijst niet dat zij ressorteert onder de uitzonderingsclausule van artikel 45, § 2, 2° lid, letter a.
De vordering van eiseres is niet gegrond.
3.3. nopens de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1° lid van het Gerechtelijk Wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. Partijen verzoeken om toepassing van het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding en ramen de waarde der vordering op € ….
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de eis ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op € … rechtsplegingvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op dinsdag negenentwintig april tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :
mevrouw A. H., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. A. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.