Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 26.04.2007
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 26 APRIL 2007
Algemene rol nummer : 03/910/A
In de zaak van :
N.V. L. N. E. IN B., met zetel te …, …, met ondernemingsnummer …,
eiseres,
voor wie optreedt meester A. C., advocaat te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige-ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Sint-Niklaas, , met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4,
verweerder,
voor wie optreedt meester E. V. A., advocaat te …, …,
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzittingen van 15.03.2007 en 29.3.2007, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift neergelegd op 25.2.2003, de onderscheiden conclusies van partijen evenals hun respectievelijk dossier.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe
"Alvorens recht te doen, bij toepassing van art. 877 Ger. W. verweerder te bevelen om het volledige strafdossier inzake de heer S. G. neer te leggen en concluante een bijkomende conclusietermijn te verlenen van één tot drie maanden (afhankelijk van de omvang van dit dossier) om te concluderen over deze nieuwe stukken;
de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;
bijgevolg het dwangbevel nietig te verklaren, minstens te horen zeggen voor recht dat de in het dwangbevel gevorderde sommen niet verschuldigd zijn, zowel wat de BTW betreft als wat de boeten, kosten en intresten betreft;
derhalve de uitvoering van het dwangbevel waartegen verzet te horen verbieden;
derhalve de Belgische Staat te horen veroordelen aan concluante terug te betalen alle ingehouden of in beslag genomen sommen, te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten;
de Belgische Staat te horen veroordelen tot de kosten
…"
Bij wijze van tegenvordering vraagt verweerder eiser te veroordelen tot vergoeding van … EUR aan haar uit hoofde van een tergend en roekeloos geding.
3. FEITEN EN GESCHIL
Eiseres is handelaar in banden en ontvangt op 24.2.2003 een aangetekend dwangbevel uitgevaardigd op 17.2.2003, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.2.2003, waarbij van eiseres een bedrag gevorderd wordt van … EUR als BTW en … EUR als boete, dit bedrag te verhogen met de intresten en de kosten.
Het dwangbevel steunt op het proces verbaal dd. 13.2.2003.
In het proces verbaal wordt gesteld dat bij vonnis dd. 27.9.2002 van de correctionele rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de aankoopverantwoordelijke van eiseres veroordeeld werd voor deelname aan een BTW carrousel, zodat eiseres ten onrechte de BTW op de valse facturen in aftrek bracht. Het proces-verbaal herneemt een deel van het vonnis waaronder de opsomming van de kwestieuze facturen.
Een boete gelijk aan het dubbele van de ontdoken en verschuldigde belasting wordt opgelegd krachtens art. 70, § 1bis W.BTW. Geen vermindering wordt toegestaan op grond van art. 1, laatste lid KB nr.41 van 30.1.1987.
Bij vonnis dd. 27.9.2002, dat bevestigd werd bij arrest van het hof van Beroep te Antwerpen werd o.a. S. G., aankoopdirecteur bij eiseres, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een fiscale geldboete van … EUR.
Dit wegens medeplichtigheid aan een BTW carrousel door :
enerzijds "valselijk de hierna vermelde facturen te hebben opgesteld of te hebben laten opstellen uitgaande van de hierna vermelde vennootschappen, die als niet-indiener fungeerden, aan de firma N.V. L. N. E. IN B., met bedrieglijk opzet enerzijds om BTW te ontduiken en/of anderzijds om de goederen hierdoor aan een lagere prijs te verkopen" en
anderzijds de BTW i.v.m. deze valse facturen bij de NV L. in aftrek te hebben gebracht.
Het Hof stelde in zijn arrest p. 143 :
“dat de facturen vermeld onder de tenlastelegging B evident - intellectueel uiteraard - vals zijn nu ze niet de weergave zijn van een economische realiteit, doch ze slechts werden opgesteld, de facturerende vennootschappen slechts werden tussengeschoven, enkel in functie van en met het opzet van fiscale fraude; dat alzo diegene die wetens en willens hun medewerking verlenen met de kennis van dit bedrieglijk fiscaal opzet, mededaders zijn aan de gepleegde fiscale valsheden en aan de uiteindelijk beoogde fiscale fraudemisdrijven zoals het niet indienen van de BTW aangifte en de onrechtmatige BTW-aftrek, nu zij door hun medewerking een onmisbare hulp verlenen tot het plegen van de wanbedrijven;
dat de kennis van het opzet hierbij inderdaad essentieel is.
Overwegende dat de vaststelling van de schuld van beklaagde hier niet alleen berust op de extreem lage prijzen waartegen hij aankocht, maar ook op de concrete omstandigheden waarin de aankopen gebeurden te weten :
- steeds via R. of "zijn medewerker" G.
- van steeds - t.t.z. na enkele maanden - wisselende vennootschappen;
- met de omstandigheid dat "dergelijke facturen staken steeds in een gesloten omslag" (verklaring beklaagde K3/3/9);
- waarbij deze facturen steeds werden overhandigd "door verschillende personen die zegden te handelen in opdracht van R. of namens de leverancier in kwestie" (K3/3/9)
- en waarbij de cheques tot betaling van deze facturen aan deze personen werden meegegeven.
Overwegende verder dat uit een document overhandigd door V. G. blijkt dat volgens de instructies tot facturatie die deze kreeg er moest gefaxt worden aan de NV L. I. E. "t.a.v. G. S." (K4/5/13 en 26);
dat uit documenten gevonden bij huiszoeking in de woning van G. blijkt dat de banden gefactureerd door de BVBA G. I. in feite rechtstreeks werden geleverd aan de NV L. door de BV K. uit … (K3/3/98-99);
Overwegende dat al deze elementen in context gelezen wijzen op de kennis van het frauduleuze fiscale opzet in hoofde van beklaagde;
Dat het daarbij irrelevant is of beklaagde nu al of niet direct persoonlijk voordeel uit zijn strafbare handelingen wist te bekomen, nu het oogmerk om te schaden aanwezig is; dat overigens een (mogelijk indirect) persoonlijk voordeel zeker niet onwaarschijnlijk is nu beklaagde door zijn medewerking aan deze wanbedrijven te verlenen aan zijn werkgever een onmiskenbaar concurrerend voordeel bezorgde door aan te kopen tegen dergelijk lage prijzen;
(…)”
Eiseres legt tegen voornoemd dwangbevel een verzoekschrift neer bij onderhavige rechtbank.
Eiseres laat gelden dat het dwangbevel nietig is omdat het dwangbevel werd verstuurd vooraleer de termijn voor vrijwillige betaling verstreken is.
Eiseres meent dat de vordering van de administratie ten onrechte louter steunt op een uittreksel van een correctioneel vonnis; dat het gezag van gewijsde van dit correctioneel vonnis niet erga omnes geldt.
Eiseres stelt dat zij aan alle grondvoorwaarden van art. 45 § 1 W.BTW heeft voldaan; dat de facturen niet vals zijn; dat zij terecht de BTW op de vermelde facturen in aftrek heeft gebracht; dat zij ter goeder trouw was.
Eiseres vraagt kwijtschelding van de boete.
4. BESPREKING
M.b.t. de hoofdvordering
1. Eiseres verzoekt de rechtbank in toepassing van art. 877 Ger. W. verweerder te bevelen het volledig strafdossier voor te leggen, aangezien verweerder op dit dossier zou steunen om zijn klacht kracht bij te zetten.
In casu is de vordering van verweerder gesteund op de uitspraak gedaan door de correctionele rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen dd. 27.9.2002 welke bevestigd werd door het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 19.11.2003 en waarbij de heer S. G., die werkzaam is bij eiseres veroordeeld werd wegens betrokkenheid bij BTW fraude. Verweerder beroept zich enkel op een uittreksel van deze uitspraken.
Deze uitspraken werden aan eiseres meegedeeld zodat zij hieromtrent verweer kon voeren.
Het verzoek van eiseres dient dan ook te worden afgewezen.
2. M.b.t. de rechtsgeldigheid van het dwangbevel
Eiseres argumenteert dat het onmiddellijk betekenen van een dwangbevel voor het verstrijken van de betalingstermijn zonder de mogelijkheid voor de belastingplichtige om vooraf zijn opmerkingen te formuleren strijdig is met de beginselen van behoorlijk bestuur en de art. 84 en 85 W.BTW.
De wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen heeft m.b.t.de geschillen inzake BTW geen formeel administratief beroep voorzien. Vermits de bezwaarprocedure wettelijk niet bestaat en dus wettelijk niet verplicht is verbiedt geen enkele bepaling dat een dwangbevel wordt uitvoerbaar verklaard en betekend voor het verstrijken van de termijn die voor een vrijwillige betaling in het vooruitzicht is gesteld.
Bovendien is het betekende dwangbevel geenszins in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur gelet op de bijzondere omvang, de ernst en het feit dat aan eiseres door de bevoegde BTW ontvanger op 1.3.2001 een akte van inhouding werd betekend met betrekking tot een som van … frank (stuk 3 verweerder).
3. Terecht voert eiseres dat het vonnis waarbij de heer S. door de correctionele rechtbank te Antwerpen dd. 27.9.2002 strafrechtelijk werd veroordeeld geen gezag van gewijsde heeft tegenover haar. Het tegendeel zou aan eiseres het recht op een eerlijk proces ontnemen in de zin van art. 6 EVRM in de mate dat eiseres, die geen partij was voor de strafrechter, voor de burgerlijke rechter bepaalde materiële aspecten die voor haar dienend zijn niet meer zou kunnen betwisten.
Uit het recht op een eerlijk proces volgt dat het gezag van gewijsde in strafzaken niet aan derden kan worden tegengeworpen, dan onder voorbehoud van tegenbewijs (Cass. 3.12.1998, Pas.1998 nr. 201, 1175)
Het feit dat voormeld vonnis later is bevestigd door een arrest van het Hof van Beroep en dat dit latere arrest een cassatievoorziening heeft doorstaan, verandert hieraan niets.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder zich voor zijn bewijsvoering steunt op uittreksels uit het correctioneel vonnis dd. 30.3.2000 en het arrest dd. 19.11.2003 waarbij de heer S. strafrechtelijk veroordeeld werd. Bij de motivering van de straf verwees de strafrechter naar een aantal documenten, verklaringen, en gezegdes in het strafdossier. Deze stukken worden door verweerder niet voorgelegd. Verweerder wordt verzocht deze stukken voor te leggen en aan eiseres mede te delen teneinde hieromtrent standpunt in te nemen.
Dispositif
Op die gronden,
De rechtbank,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk;
Alvorens verder recht te doen,
Stelt vast dat de zaak niet in staat is,
Heropent de debatten teneinde partijen toe te laten te handelen als naar recht,
Verwijst de zaak naar de bijzondere rol van deze kamer,
Houdt de kosten aan,
Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 26 april 2007, waar aanwezig waren :
J. D. B., alleenzetelend rechter,
M. V., griffier.
M. V. J. D. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.