Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 24.08.2001
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
DAGVAARDING IN DERDENVERZET
Het jaar tweeduizend en één, op vierentwintig augustus.
Op verzoek van :
Mevrouw M. V. D., zonder beroep, wonende te …, …;
- hebbende als raadsman Meester J. T., advocaat aan de Balie te Antwerpen, vennoot van de BV CVBA D. & Co, met kantoren gevestigd te …, …, (ref : …).
Onder voorbehoud van alle recht en zonder enige nadelige bekentenis stelt verzoekster hetgeen volgt.
I. DE FElTEN
1.Mevrouw M. V. D. is sinds 1980 gehuwd met de heer F. H.. Hoewel een huwelijkscontract werd gesloten op 27 mei 1980 voor Notaris G. N. te …, huwden zij onder het wettelijk stelsel.
2.De heer F. H. was enige tijd zelfstandig frituuruitbater.
Op 17 december 1987 wed door de BTW-administratie bij de heer F. H. als frituuruitbater een controle uitgevoerd over de periode 1983-86, ten gevolge waarvan bij de heer F. H. een – vermeende - meeromzet werd vastgesteld.
Voormelde controle werd uitgeoefend door de heer G. G., verificateur bij het BTW-controlekantoor Malle 1. Enkele dagen na het afronden van de controle werd de heer H. ontboden bij eerste gedaagde. Bij dit gesprek meldde eerste gedaagde aan de heer H. dat voor de onderzochte periode een omzet van minimaal 2,8 miljoen BEF meer werd gerealiseerd dan dat de heer H. had aangegeven.
Enige bewijzen werden niet voorgelegd.
Het Hof van Beroep te Antwerpen bevestigde dat akkoorden die niet aan de werkelijkheid beantwoorden door dwaling zijn aangetast, zodat ze niet dienend kunnen zijn als grondslag voor het vestigen van belasting (Antwerpen 23 maart 1992, F.J.F. 1992, 306).
Deze stelling is overigens vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 23 februari 1960, Pas. 1960, 735; Cass. 6 november 1962, Pas. 1963, I, 306; Cass. 8 januari 1963, Pas. 1963, I, 540; 7 mei 1963, Pas. 1963, I, 953; Antwerpen 3 februari 1981, J.D.F. 1983, 152 en Luik 17 maart 1985, Bull. Bel. 1986, nr. 646, 158).
17. Ook de vrees een hogere boete opgelegd te krijgen indien men niet akkoord gaat, kan een reden zijn, om het akkoord nietig te verklaren (Rb. Brussel 17 oktober 1980, J. D.F. 1981, 249). Dit maakt immers een vorm van dwang uit.
18. Een akkoord tussen de administratie en de belastingplichtige mag evenmin de belastingwet schenden.
De belasting vindt haar grondslag in de wet, ben akkoord dat leidt tot de vestiging van een belasting die met de belastingwet strijdig is, kan geen uitwerking vinden. Een dergelijk akkoord is herroepbaar en niet tegenwerpelijk aan de belastingplichtige (Antwerpen 28 december 1982, F.J.F. 1983, 115).
19. Hierna zal worden aangetoond dat het akkoord gesloten tussen de administratie en de heer H. om meer dan één reden dient te worden vernietigd.
- het kwestieuze akkoord is aangetast door wilsgebreken, met name dwang en dwaling;
- het kwestieuze akkoord is niet tegenwerpelijk om reden dat het de belastingwet schendt.
b. De Wilsgebreken
20. Artikel 1198 B.W. bepaalt dat “de toestemming” een noodzakelijke voorwaarde is om tot een geldige rechtshandeling te komen.
Daarmee wordt bedoeld de wilsovereenstemming betreffende de bestanddelen van de overeenkomst die wordt gesloten.
De wilsovereenstemming moet als een noodzakelijke voorwaarde worden beschouwd voor alle overeenkomsten. Zonder wilsovereenstemming is geen overeenkomst mogelijk (Cass. 12 juni 1980, R.W. 1981-82, 937; Kn. Kortrijk 5 oktober 1984, R.W. 1985-86, 17).
- 1984 : … BEF - … BEF
Opgelegde meeromzet : … BEF
- 1985 : … BEF - … BEF
Opgelegde meeromzet : … BEF
- 1986 : … BEF - … BEF
Opgelegde meeromzet : … BEF.
Dergelijke “fictieve toekenning” is onverenigbaar met het ….beginsel dat neergelegd is in de grondwet, evenals met het legaliteitsbeginsel, eveneens neergelegd in de grondwet en bijwijlen verwoord als dat het fiscaal recht op de werkelijkheid is gebaseerd; “le droit fiscal se fonde sur des réalités” (Procureur-Generaal Dumon bij Cass. 20 maart 1958, Pas. 805; Luik 24 juni 1992, F.J.F. 1993, nr. 98/62 en KIRKPATRICK, J., “Le droit fiscal se fonde sur des réalités”, J.P.D.F. 1969, 161), en het openbare orde karaker van de belastingmaterie (Cass. 20 januari 1994, Bull. Bel. 1994, nr. 742, 2773).
Een akkoord of dading tussen de fiscus en de belastingplichtige kan aan de belastingwet geen afbreuk doen.
38. Het annaliteitsbeginsel wordt geschonden om reden dat belastingen verschuldigd in een bepaald jaar geheel willekeurig aan een ander jaar worden toegewezen.
Het realiteitsbeginsel is eveneens geschonden om reden dat geen belastbare handeling wordt – of kan worden – aangewezen waarop de BTW die ingevolge het akkoord verschuldigd is, geheven dient te worden. Het spreekt overigens vanzelf dat geen BTW kan worden aangerekend zonder daartoe de belastbare handeling aan te duiden.
39. Ook hierop werd niet ingegaan door de eerste rechter, noch door de raadsheren in beroep. Ook om deze reden moet het vonnis en arrest worden hervormd.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.