Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 05.04.2011
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te Antwerpen, zesde bis kamer, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :
B. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven met KBO-nummer ….
appellante,
tegen het vonnis gewezen door de 4de F kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de dato 26 oktober 2009 , aldaar gekend onder het rolnummer …
vertegenwoordigd door Mr. R. T., advocaat te …, … en loco Mr. B. R., advocaat te …, …
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale overheidsdienst Financiën, voor 1 januari 2003 Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Turnhout. waarvan de burelen gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22,
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. D. R. F., advocaat te …, …
Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 26 oktober 2009, waarvan geen exploot van betekening voorligt.
Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 21 januari 2010, waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep wordt ingesteld.
1. Voorafgaande feiten en procedure
Voorwerp van de betwisting
Op 15 december 2003 werd een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 17 december 2003 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard en dat samen met het proces-verbaal van 11 december 2003 ter kennisgeving per aangetekend schrijven werd overgemaakt op 18 december 2003.
In die kennisgeving wordt bevel gegeven tot betaling van :
- … EUR als belasting over de toegevoegde waarde;
- … EUR als verminderde geldboeten;
- de wettelijke intresten over de rechten vanaf 21 januari 2003;
- de moratoire intresten over de geldboeten vanaf de kennisgeving van het dwangbevel;
- de vervolgingskosten
2. Procedure voor de eerste rechter
De eerste rechter verklaart het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk doch ongegrond en overweegt dat de op appellante rustende bewijslast geenszins wordt ingevuld.
3. Procedure voor het hof van beroep
Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis te hervormen en dienvolgens te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel van 15 december 2003 ongegrond is en dat appellante de in dit dwangbevel vermelde bedragen niet verschuldigd z:ijn aan de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen.
4. Beoordeling
Een bevoegd ambtenaar verrichtte op 26 augustus 2003 een BTW-controle over de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2002, inzonderheid wat betreft de vrijgestelde intracommunautaire leveringen. In december 2003 werd hierover proces-verbaal opgesteld. NV B. is wegens de uitgeoefende activiteit van kleinhandel in motorvoertuigen, als BTW belastingplichtige geregistreerd.
Volgende inbreuken werden vastgesteld :
- facturatie van levering van een personenwagen zonder BTW zonder evenwel bewijs van intracommunautaire levering (naar Luxemburg);
- facturatie van herstelling en onderhoud zonder BTW voor een Luxemburgse klant in strijd met wettelijke lokalisering van de dienst in België; (art. 21, § 2 W.BTW)
- facturatie van verhuring zonder BTW voor een Luxemburgse klant, ook in strijd met wettelijke lokalisering van de dienst in België. (art. 21, § 2 W.BTW)
- facturatie van levering van banden en brandstof zonder BTW zonder evenwel bewijs van intracommunautaire levering (aan een Luxemburgse klant).
5. Eerste inbreuk
Op grond van art. 39bis, eerste lid, 1° van het W.BTW zijn van belasting vrijgesteld de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in art. 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen.
Krachtens art. 1 van het K.B. nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde genomen in uitvoering van art. 39bis van het W.BTW zijn de in art. 39bis van het W.BTW bedoelde vrijstellingen afhankelijk van het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Op grond van art. 2 van hetzelfde KB is de in art. 39bis, eerste lid, 1° W.BTW bedoelde vrijstelling bovendien afhankelijk van het bewijs dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of voor een nietbelastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere lidstaat.
6. In het hogervermeld proces-verbaal wordt gesteld dat voor de hiernavolgende levering van goederen, die op grond van art. 39bis, eerste lid, 1° W.BTW met vrijstelling van BTW werden gefactureerd, het bedoelde bewijs van de echtheid van het vervoer of de verzending niet geleverd.
Het betreft een verkoop van een voertuig ALFA ROMEO op 12.07.2001, verschuldigde BTW : … BEF. Deze levering werd gefactureerd aan B. I. S.A., … te … en waarvoor een bestelbon met datum 19/06/2001 was opgemaakt.
7. De in art.39bis W.BTW bedoelde vrijstelling is afhankelijk van het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de gemeenschap. Het bewijs van de echtheid van de intracommunautaire levering dient te worden geleverd.
Appellante legt volgende documenten voor :
- de factuur d.d. 12 juli 2001 voor de verkoop van een ALFA ROMEO voor een bedrag van … EUR aan S.A. B. I. met zetel te … (…)
- een CMR vrachtbrief d.d.·12.07.2001 voor een vervoer van … naar Luxemburg, ….(stukken 6/7 dossier van appellante)
Het Hof merkt op dat appellante geen betalingsbewijs voorlegt van de factuur door de Luxemburgse vennootschap en dat de vrachtbrief niet ondertekend werd voor ontvangst door de bestemmeling; Er ligt dus geen bewijs voor van effectieve verzending naar Luxemburg.
Appellante levert geen bewijs dat hij een intracommunautaire levering heeft verricht. Hij levert niet het bewijs dat het voertuig door hemzelf of door de koper naar een land buiten België, maar binnen de gemeenschap werd vervoerd. Appellante levert evenmin het bewijs dat het voertuig effectief werd ingeschreven in Luxemburg.
De bestelbon d.d. 19/06/2001 vermeldt als koper een persoon die zijn woonplaats heeft in Brussel (stuk 8 dossier van geïntimeerde). Een bedrag van … BEF als BTW wordt op de bestelbon vermeld. De wagen zou contant betaald zijn bij levering op 12/07/2001, doch hiervan wordt geen bewijs voorgebracht.
De administratie stelt terecht dat de werkelijke gebruiker en eindbestemmeling een in België verblijf houdend persoon is, tussengekomen is in de fase van de bestelling van het voertuig.
Appellante toont niet aan dat zij een vrijgestelde intracommunautaire levering heeft verricht. Zij heeft in haar relatie met haar klant in Brussel een nationale levering verricht, die de BTW verschuldigd maakt.
8. Andere inbreuken : Herstellingen, onderhoud, verhuring en levering van banden en brandstof ter zake wagens
De facturen, die niet worden voorgelegd, zouden zijn opgesteld aan de S.A. A. L.. Appellante houdt voor dat, aangezien de voertuigen op naam van een buitenlandse onderneming stonden en deze voertuigen in Luxemburg worden gebruikt, zij geen Belgische BTW mocht aanrekenen, maar zij voert in conclusies voor het Hof geen verder verweer meer.
Het Hof moet vaststellen dat door appellante m.b.t. de herstelling en het onderhoud van voertuigen geen bewijs wordt geleverd om de bepaling van art. 21, § 3, 2°, b) W.BTW in te roepen, namelijk de verzending of het vervoer van het goed buiten de lidstaat waar de dienst materieel is verricht. In toepassing van art. 21, § 2 W.BTW wordt als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit, of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of bij gebreke aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
M.b.t. de verhuur van een voertuig aan S.A. A. L. wordt het bewijs evenmin geleverd van het gebruik van het voertuig buiten de gemeenschap. Conform art. 21, § 3, 6° W.BTW in combinatie met art. 21, § 2 W.BTW kan alleen dan van een vrijstelling van Belgische BTW worden genoten.
Ook het vervangen van autobanden en de levering van brandstof zijn handelingen die als leveringen dienen beschouwd te worden en in de gegeven omstandigheden plaatsvinden in België waardoor Belgische BTW eisbaar is.
Het betreft inbreuken op de door de art. 1 en 3 van het K.B. nr. 52 van 29 december 1992 opgelegde verplichting de echtheid te bewijzen van de intracommunautaire levering van de goederen waarvan de levering op grond van art. 39bis, eerste lid, 1° W.BTW, met vrijstelling van de BTW werd gefactureerd;
9. Administratieve geldboete
Appellante voert geen verweer m.b.t de opgelegde verminderde administratieve geldboete, de intresten en kosten.
10. De rechtsplegingsvergoeding
Partijen zijn het erover eens dat de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep moet worden vastgesteld overeenkomstig de wet van 21 april 2007, uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007.
Er wordt niet betwist dat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding aldus .. EUR bedraagt en er is geen reden om van dit basisbedrag af te wijken.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
HET HOF
Recht doende op tegenspraak;
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.
Bevestigt het bestreden vonnis.
Verwijst appellante in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR (rechtsplegingsvergoeding)
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van VIJF APRIL TWEEDUIZEND EN ELF
waar aanwezig waren :
M. D., Alleenzetelend raadsheer
F. H., Griffier.
F. H. M. D.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.