Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 08.05.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 08 MEI 2008
Algemene rol nummer : 05/644/A
In de zaak van :
NV U., met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …
eiseres,
hebbende als raad Mter L. D., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur van de BTW Registratie en Domeinen Sint-Niklaas, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2
verweerder,
hebbende als raad Mter E. V. A., advocaat te …, …
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 10.4.2008, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het verzoekschrift neergelegd op 16.2.2005, de onderscheiden conclusies en het dossier van verweerder.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe :
- het verzet van eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren;
- te zeggen voor recht dat de BTW-aftrek van de in het dwangbevel gevorderde bedragen voor de jaren 2000 tot en met 2002 dient te worden toegestaan;
- terugbetaling te bevelen van alle aldus ten onrechte ingehouden bedragen te vermeerderen met de moratoriumintresten overeenkomstig art. 91, § 3 W.BTW;
- de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten.
3. FEITEN EN GESCHIL
1. Op 19.4.1993 koopt eiseres een onroerend goed gelegen … te …
Bij handelshuurovereenkomst, ondertekend op 28.4.1993 wordt dit onroerend goed als burelen en magazijn verhuurd aan de BVBA P&M A. voor een maandelijkse huurprijs van 180.000 frank. Deze onroerende verhuur werd onderworpen aan de BTW-vrijstelling overeenkomstig art. 44, § 3, 2° W.BTW. (stuk 3 verweerder).
2. Op 24.8.1999 koopt eiseres de volle eigendom van een gedeelte van een aan voornoemd onroerend goed aanpalende gebouw. In casu betrof dit een opslagruimte met laadkade. Deze opslagruimte werd in eerste instantie door eiseres zelf aangewend.
Op 2.1.2000 wordt tussen eiseres en de BVBA P&M A. een overeenkomst afgesloten waarbij dit magazijn ter beschikking wordt gesteld voor opslag van goederen; de jaarlijkse vergoeding wordt vastgesteld op 1.560 frank per m2 of 780.000 frank per jaar, betaald in maandelijkse schijven van 65.000 frank excl. BTW (stuk 5 verweerder).
Eiseres heeft dit magazijn met toepassing van BTW verhuurd. Deze laatste verhuring betreft volgens eiseres een dienst als bedoeld in art. 18, § 1, 9° W.BTW, zijnde de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen.
3. Verweerder daarentegen stelt dat deze verhuur vrijgesteld is van BTW gezien deze volgens haar samenhangt met de vrijgestelde onroerende verhuur van het eerste gebouw gelegen naast de opslagruimte in kwestie.
Verweerder stelt dan ook dat de BTW op de kosten m.b.t. het magazijn ten onrechte in aftrek werden gebracht.
4. Op 6.12.2004 werd een dwangbevel uitgevaardigd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7.12.2004 en aan eiseres betekend op 16.12.2004 voor een bedrag van :
- BTW : 13.926,40 EUR
- Boete : 1.390,00 EUR
- Intresten tot 20.12.2004 : 2.561,28 EUR
Samen : 17.877,68 EUR
5. Bij verzoekschrift neergelegd op 16.2.2005 tekent eiseres verzet aan tegen het dwangbevel.
4. BESPREKING
1. Er bestaat geen betwisting dat de handelshuurovereenkomst ondertekend op 28.4.1993 betreffende de bureelruimte, showroom en magazijnruimte overeenkomstig art. 44, § 3, 2° W.BTW vrijgesteld is van BTW.
De betwisting betreft de vraag of de bergruimte (overeenkomst d.d. 2.1.2000) samen met de bedrijfsruimte (handelshuurovereenkomst van 28.4.1993) globaal als een vrijgestelde onroerende verhuur moet worden beschouwd (stelling administratie) ofwel of de terbeschikkingstelling van de bergruimte onderworpen is aan BTW (stelling eiseres).
2. De rechter is niet gebonden door de juridische kwalificatie welke partijen zelf aan hun overeenkomst hebben gegeven, maar hij moet nagaan welke de gemeenschappelijke bedoeling was van de contracterende partijen (Hof van Beroep Gent 8.11.2000, F.J.F. 2001/144).
3. Overeenkomstig art. 18, § 1, eerste lid W.BTW wordt elke handeling die geen levering is van een goed in de zin van het BTW-wetboek als een dienst beschouwd en is aan de BTW onderworpen voor zover de dienst in België plaatsvindt. Elke dienstverrichting is bijgevolg in principe aan BTW onderworpen. Art. 6.1. van de Zesde Richtlijn nr. 77/388/EEG bevat een gelijkaardige bepaling.
Krachtens art. 18, § 1 W.BTW wordt o.m. als een dienst beschouwd de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft :
9°de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen.
Art. 44, § 3, 2° W.BTW voorziet in de vrijstelling voor verhuur van uit hun aard onroerende goederen, en is een implementatie van het art. 13 B, eerste lid, b) van de zesde richtlijn 77/388/EEG, zodat het in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn strikt dient te worden uitgelegd.
Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie moeten de woorden verhuur van onroerende goederen strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemeen beginsel dat BTW wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht (zie o.m. arrest van 12.9.2000, Commissie/Ierland, C-358/97, Jurispr., I-6301, punt 55; arrest van 9.10.2001, Cantor Fitzgerald International, C-108/99, FJF 2002/3, punt 25).
De terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen (art. 44, § 3, 2°, a) tweede streepje) is een uitzondering op de vrijstelling m.b.t. de onroerende verhuur en vindt haar grondslag in art. 13, B, b, laatste lid van de zesde richtlijn.
Deze uitzondering op de uitzondering moet dan ook ruim geïnterpreteerd worden (zie o.m. arrest van 12.2.1998, Blasi, C-346/95, Jur., 1998, I-480, punt 18, 19).
4. Hel is verweerder die het bewijs moet leveren dat aan alle voorwaarden van de vrijstelling inzake de verhuur van onroerende goederen is voldaan.
Verweerder beroept zich op het principe "bijkomende dienst volgt hoofddienst".
5. Op grond van art.170 en 172 G.W. kan slechts een vrijstelling of vermindering van belasting worden ingevoerd dan door een wet. De administratie kan geenszins eigenmachtig voorwaarden opleggen inzake taxatie.
Wanneer het essentiële voorwerp een recht is te gebruiken als eigenaar en ieder ander daarvan uit te sluiten is de handeling een verhuur; wanneer het essentiële voorwerp daarentegen bestaat in de terbeschikkingstelling van bergruimte wordt de handeling bedoeld in art. 18, § 1, lid 2, 9° W.BTW.
De overeenkomst d.d. 2.1.2000 stelt dat eiseres een ruimte van 500 m2 in haar magazijn, ter beschikking stelt voor de opslag van goederen. Verweerder betwist niet dat deze ruimte ook effectief voor opslag wordt aangewend.
De administratie toont niet aan dat BVBA P&M A. het recht heeft de opslagruimte te gebruiken als eigenaar, zodat de overeenkomst van 2.1.2000 niet kan beschouwd worden als een onroerende verhuur.
In tegenstelling tot wat verweerder voorhoudt is de terbeschikkingstelling van de opslagruimte een doel op zich dat volledig los staat van de van BTW vrijgestelde onroerende verhuur. Dit wordt bevestigd door de tijdelijke aanwending van de opslagruimte door eiseres zelf. Beide gebouwen zijn onder een verschillende kadastrale legger geïdentificeerd en uit de feiten blijkt dat zij duidelijk van elkaar geïndividualiseerd zijn door een tussenmuur.
Aangezien de administratie niet bewijst dat eiseres zich in de vereiste voorwaarden bevindt om van de vrijstelling inzake de verhuur van onroerende goederen te kunnen genieten, is de dienst inzake de terbeschikkingstelling van de bergruimte, overeenkomst d.d. 2.1.2000 onderworpen aan BTW, temeer nu - zoals hoger vermeld - de woorden "verhuur van onroerende goederen" strikt moet worden uitgelegd.
Geen enkele wettelijke bepaling verhindert dat de terbeschikkingstelling van bergruimte, die nauw verbonden is met de verhuur van bedrijfsruimte (vrijgestelde onroerende verhuur) en die naast elkaar gelegen percelen betreft die beide gebruikt worden door de BVBA P&M A. als handelspand voor dezelfde economische activiteit, aan BTW onderworpen is (zie Rb. Antwerpen 11.4.2003).
6. M.b.t. de rechtsplegingsvergoeding.
Verweerder dient als de in het ongelijk gestelde partij, te worden verwezen in de gerechtskosten (art. 1017, eerste lid Ger.W.).
De kosten omvatten in de onderhavige zaak de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Ger. W. (art. 1018, 6° Ger. W.).
De vordering van eiseres is in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt, gelet op de eensgezinde raming door de partijen, in de schijf van 20.000,01 EUR tot 40.000,00 EUR. In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan 2.000 EUR (art. 2 KB 26.10.2007).
Beide partijen zijn akkoord met dit bedrag.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.
Vernietigt het dwangbevel uitgevaardigd op 6.12.2004 geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7.12.2004 en aan eiseres betekend op 16.12.2004.
Beveelt de terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde te vermeerderen met de moratoriumintresten;
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
- aan de zijde van eiseres :
rechtsplegingsvergoeding : 2000,00 EUR
- aan de zijde van verweerder : 0 EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op donderdag acht mei tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :
mevrouw J. D. B., rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. J. D. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.