Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2026.0394 du 25.08.2026
TVA · Exemptions visées par l’article 44, § 2, 2°, du Code de la TVA - Les prestations étroitement liées à l’assistance sociale et à la sécurité sociale
Résumé
Le SDA estime que les prestations de services effectuées par X pour le compte de Y bénéficient de l'exonération de TVA prévue à l'article 44, § 2, 2°, du C.TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag wordt ingediend in naam van X, een Fonds voor Bestaanszekerheid, opgericht overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, gekend bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer xxxx.xxx.xxx.
II. Vraagstelling
2. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna: DVB) de bevestiging te verkrijgen over de toepassing van de vrijstelling van artikel 44, §2, 2° W.Btw over de diensten die X zal verrichten aan Y, tevens een Fonds voor Bestaanszekerheid, opgericht overeenkomstig de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid. Het werd ingeschreven in de KBO onder het nummer xxxx.xxx.xxx.
III. Beslissing
Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.
3. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
4. Volgens de aanvrager valt de dienstverlening door X in opdracht van Y onder de vrijstelling zoals voorzien in art. 44, §2, 2°, W.Btw.
5. Op grond van artikel 44, § 2, 2°, W.Btw zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.
6. Uit artikel 44, § 2, 2°, W.Btw blijkt dat de toepassing van deze vrijstelling veronderstelt dat cumulatief is voldaan aan twee voorwaarden: (i) de diensten of leveringen van goederen moeten nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid of met de bescherming van kinderen en jongeren en (ii) ze moeten worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instelling van sociale aard erkend worden.
7. De betrokken activiteiten zijn identiek aan de handelingen die X reeds uitvoert voor de werknemers van zijn eigen sector, waarvan de btw‑vrijstelling niet ter discussie staat. Het enkele feit dat deze zelfde diensten worden verricht ten behoeve van de werknemers van een ander fonds doet geen afbreuk aan hun aard of sociaal karakter. Artikel 44, §2, 2° W.Btw vereist enkel dat de handelingen nauw samenhangen met maatschappelijk werk of sociale zekerheid, ongeacht voor welke instelling of sector zij worden uitgevoerd.
8. De werkzaamheden omvatten een geheel van gespecialiseerde administratieve en organisatorische handelingen die essentieel zijn voor de correcte uitvoering van deze sociale opdracht en die, gelet op hun specifieke karakter, niet zonder meer door een willekeurige derde kunnen worden verricht.
9. Dat de uitvoering van deze opdracht wordt toevertrouwd aan een neutraal, paritair beheerd fonds is inherent aan haar sociale doelstelling.
10. Rekening houdend met het sociale doel, de verankering ervan in de collectieve arbeidsovereenkomsten en het sociaalrechtelijke kader, de wijze van financiering en uitvoering, alsook het ontbreken van enig commercieel oogmerk, kan worden besloten dat de betrokken handelingen diensten zijn die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en sociale zekerheid.
11. Met ‘organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend’ worden beoogd:
•hetzij de instellingen die een formele erkenning genieten, in de gevallen waarin in een formele erkenning door de bevoegde federale, regionale of gewestelijke overheid wordt voorzien;
•hetzij de instellingen waarvan de diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen worden verricht in overeenstemming met de voor die instellingen geldende reglementering (beslissing nr. E.T. 94.156 van 25.07.2005).
12. Een dergelijke erkenning kan bijvoorbeeld blijken uit een beslissing van de overheid, het feit dat aan de organisatie een subsidie wordt toegekend
13. X is een Fonds voor Bestaanszekerheid, opgericht overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid. Het feit dat de activiteit van X bepaald is in de wetgeving en dat de activiteit moet worden uitgevoerd in overeenstemming met een welbepaalde regelgeving, kan besloten worden dat X een organisatie betreft die door de bevoegde overheid als instelling van sociale aard wordt erkend.
De DVB is van oordeel dat:
14. op de dienstverlening verricht door X in opdracht van Y de btw‑vrijstelling van toepassing is, zoals voorzien in art. 44, §2, 2°, W.Btw.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.