Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2024.0676 du 03.12.2024
Tva · Rubrique XXXI §1 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20 · Travaux immobiliers affectés à des logements privés.
Résumé
Le projet de construction envisagé entre partiellement en considération pour l’application du taux réduit de TVA de 6 % conformément à la rubrique XXXI Travaux immobiliers effectués à des logements privés, § 1er du tableau A de l’annexe à l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux.
L’application effective du taux réduit dépend, en outre, des conditions imposées dans la rubrique XXXI, § 1er du tableau A de l’annexe à l’arrêté royal n°20.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Het betreft een project bestaande uit het renoveren en verbouwen van een woning.
2. X treedt op als bouwheer.
II. Vraagstelling
3. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in onderdeel 5 van de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er toe om bevestiging te bekomen
of de uit te voeren renovatie- en verbouwingswerken die bijdragen tot de omvorming van een woning, bestemd voor privé bewoning, en de werken uitgevoerd aan de erbij horende aandelen in de gemeenschappelijke delen, kunnen genieten van het btw-tarief van 6% bij toepassing van Rubriek XXXI, §1 van Tabel A, KB. Nr. 20; (werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen).
III. Beslissing
4. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.
III.A. Het juridisch kader inzake het verlaagd btw-tarief werk in onroerende staat
5. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat in bepaalde gevallen voor werken in onroerende staat (vb. renovatiewerken) met betrekking tot privéwoningen toepassing gemaakt kan worden van het verlaagd btw-tarief van 6%.
6. De circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijkt de voorwaarden zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
7. De beslissing nr. E.T. 106.933 dd. 01.09.1994 verduidelijkt wanneer de uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming of verbouwing die kan genieten van het verlaagd btw-tarief van 6%.
8. De beslissing Btw nr. E.T.80.398 dd. 01.10.1996 verduidelijkt onder meer het toe te passen btw-tarief m.b.t. een parking.
9. De voorwaarden die samen dienen te vervuld, hebben betrekking op:
- het soort handelingen: al dan niet omvorming of verbouwing.
- het gebruik van het onroerend goed: al dan niet minstens hoofdzakelijk gebruik als privé-woning.
- het tijdstip van eerste ingebruikneming: al dan niet in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen.
- aan wie de handelingen worden verstrekt en gefactureerd: al dan niet aan de eindgebruiker.
- de manier van facturen: al dan niet volgens de manier zoals wettelijk omschreven.
III.B. Toepassing in casu inzake het verlaagd btw-tarief werk in onroerende staat
III.B.1. Toepassing in casu i.v.m. de omvorming of verbouwing
10. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp moeten hebben.
11. Randnummer 30 in fine in de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 stelt: Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw.
12. De beslissing nr. E.T. 106.933 dd. 01.09.1994 verduidelijkt aan de hand van twee criteria wanneer de uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming of verbouwing die kan genieten van het verlaagd btw-tarief van 6%.
De uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken.
Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt.
13. De aanvrager verklaart dat:
- na de afbraakwerken x m² van de bestaande constructie behouden zal blijven;
- na de werken de woning een totale oppervlakte zal hebben van z m², zijnde x m² (oud gedeelte) + y m² (nieuw gedeelte);
- het aandeel van de behouden oppervlakte van het oude gedeelte in de totale oppervlakte van de nieuwe woning aldus berekend kan worden op 57,99%, zijnde x/z.
Voor wat de berekeningen betreft, stoelt de aanvrager zich op een architecturale nota die als bijlage 2 en 3 aan de aanvraag werd toegevoegd.
14. Voor wat de te behouden bestaande constructie betreft van x m² verklaart de aanvrager dat deze volledig structureel behouden blijft.
Bijgevolg zal na de toevoeging van y m² nog altijd meer dan 50% van de dragende structuur van het gebouw bestaan uit dragende structuur van vóór de verbouwingswerken.
15. De woning voldoet aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.2. Toepassing in casu i.v.m. privé-gebruik
16. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen betrekking moeten hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning worden gebruikt.
17. Randnummers 38, 39 en 40 van de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijken de voorwaarde van privé-woning zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
18. De aanvrager verklaart dat de woning als privéwoning zal worden gebruikt.
In dat verband deelt de aanvrager mee dat de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, melding zul worden gemaakt van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % rechtvaardigen. Zoals bepaald door Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 5° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
19. De woning voldoet aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.3. Toepassing in casu i.v.m. eindverbruiker
20. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 4° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.
21. Randnummers 70 tot en met 80 van de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijken de voorwaarde van eindverbruiker zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
22. De aanvrager deelt mee dat de bouwheren die de woning zullen bewonen, eindgebruiker zullen zijn.
In dat verband deelt de aanvrager mee date door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, melding zullen maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % rechtvaardigen. Zoals bepaald door Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 5° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
23. De woning voldoet aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 4° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.4. Toepassing in casu i.v.m. de temporele voorwaarde
24. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 3° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen.
25. Om de ouderdom van het gebouw te bepalen dient, principieel, enerzijds het kalenderjaar van de eerste ingebruikneming van dat gebouw te worden nagegaan, en anderzijds de eerste factuur met betrekking tot die handelingen die het voorwerp uitmaken van het contract (en dus van de werf). Indien de periode tussen deze twee data tenminste 10 jaar bedraagt mag, wanneer alle andere voorwaarden vervuld zijn, het btw-tarief van 6% toegepast worden op de werken.
In deze context betekent eerste ingebruikneming niet noodzakelijk "eerste bewoning" in de strikte zin van het woord, maar omvat het een ruimere realiteit die bijvoorbeeld verband houdt met het materiële gebruik van het oorspronkelijke gebouw.
Zolang een gebouw niet in gebruik is genomen, begint de termijn van 10 jaar niet te lopen.
26. De aanvrager verwijst naar de notariële akte en de omgevingsvergunning (ingesloten bij de aanvraag), meer in het bijzonder naar de historiek van omgevingsvergunning, naar de stedenbouwkundige/ administratieve bepaling in de notariële eenzijdige belofte tot aankoopakte, en naar de verklaring dat de tienjarige aansprakelijkheid op het onroerend goed reeds is verlopen.
27. De aanvrager deelt mee dat de eerste ingebruikname dateert van 1963.
28. Uit die verklaring kan worden afgeleid dat de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen.
29. De woning voldoet aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 3° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 3 december 2024 dat:
30. De woning bestemd voor privé bewoning, met als adres X en kadastraal bekend onder X komt in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig de rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.