Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2024.0334 du 25.06.2024
TVA · La rubrique XXXI §1 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20 · Travaux immobiliers affectés à des logements privés.
Résumé
Le projet de construction envisagé entre partiellement en considération pour l’application du taux réduit de TVA de 6 % conformément à la rubrique XXXI Travaux immobiliers effectués à des logements privés, § 1er du tableau A de l’annexe à l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux.
L’application effective du taux réduit dépend, en outre, des conditions imposées dans la rubrique XXXI, § 1er du tableau A de l’annexe à l’arrêté royal n° 20.
Texte de la décision
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Het betreft een project bestaande uit het renoveren en verbouwen van een hotel met vergaderzalen in appartementen bestemd voor privé bewoning en in kantoorruimte.
2. X treedt op als opstalhouder en projectontwikkelaar.
II. Vraagstelling
3. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in onderdeel 4 van de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er toe om bevestiging te bekomen
of de uit te voeren renovatie- en verbouwingswerken die bijdragen tot de omvorming van een hotel met vergaderzalen in appartementen, bestemd voor privé bewoning, en de werken uitgevoerd aan de erbij horende aandelen in de gemeenschappelijke delen, kunnen genieten van het btw-tarief van 6% bij toepassing van Rubriek XXXI, §1 van Tabel A, KB. Nr. 20; (werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen)
of de werken uitgevoerd aan de ondergrondse verdieping omvattende staanplaatsen die bestemd zijn voor de kopers van de appartementen op de eerste verdieping onderworpen zullen zijn aan het 6% btw-tarief.
dat de garages die bestemd zijn voor de twee appartementen op de “nieuwe” tweede verdieping onderworpen zullen zijn aan het standaard tarief van 21% bij toepassing van artikel 1, eerste lid van het K.B. nr. 20;
of de bergingsruimtes in de ondergrondse verdieping die samen zullen worden verkocht met de individuele entiteiten op de eerste verdieping onderworpen zullen zijn aan het 6% btw-tarief;
of de delen die gemeenschappelijk zijn voor de wooneenheden die onder het gunstregime ressorteren en de delen die onder het basistarief vallen in evenredigheid (pro rata) gefactureerd kunnen worden aan 6% en aan 21% respectievelijk.
III. Beslissing
4. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.
III.A. Het juridisch kader inzake het verlaagd btw-tarief werk in onroerende staat
5. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat in bepaalde gevallen voor werken in onroerende staat (vb. renovatiewerken) met betrekking tot privéwoningen toepassing gemaakt kan worden van het verlaagd btw-tarief van 6%.
6. De circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijkt de voorwaarden zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
7. De beslissing nr. E.T. 106.933 dd. 01.09.1994 verduidelijkt wanneer de uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming of verbouwing die kan genieten van het verlaagd btw-tarief van 6%.
8. De beslissing Btw nr. E.T.80.398 dd. 01.10.1996 verduidelijkt onder meer het toe te passen btw-tarief m.b.t. een parking.
9. De voorwaarden die samen dienen te vervuld, hebben betrekking op:
- het soort handelingen: al dan niet omvorming of verbouwing.
- het gebruik van het onroerend goed: al dan niet minstens hoofdzakelijk gebruik als privé-woning.
- het tijdstip van eerste ingebruikneming: al dan niet in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen.
- aan wie de handelingen worden verstrekt en gefactureerd: al dan niet aan de eindgebruiker.
- de manier van facturen: al dan niet volgens de manier zoals wettelijk omschreven.
10. Voor het bepalen van het toe te passen btw-tarief in geval van onroerende handelingen die worden verricht, hetzij aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw, hetzij aan de privatieve delen met betrekking tot de appartementen, moet de toestand appartement per appartement worden beoordeeld, overeenkomstig de aan elk appartement gegeven bestemming.
III.B. Toepassing in casu inzake het verlaagd btw-tarief werk in onroerende staat
III.B.1. Voor wat betreft de X appartementen op de eerste verdieping
III.B.1.a. Toepassing in casu i.v.m. de omvorming of verbouwing
11. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp moeten hebben.
12. Randnummer 30 in fine in de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 stelt: Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw.
13. De aanvrager verklaart dat het merendeel van het bestaande gebouw wordt gerenoveerd zodat het een compleet modern uitzicht zal krijgen die in lijn ligt met de omliggende onroerende goederen. Uit ecologische overweging blijft zo veel als mogelijk van de bestaande structuur behouden, zo blijft de gehele draagconstructie van het gebouw behouden. De steunmuren worden dus niet aangetast door de renovatiewerken. Op vlak van uitzicht vormt de grootste wijziging het verwijderen van het mansardedak. De muren onder het mansardedak worden ook behouden. Bijgevolg zal de oude constructie niet verdwijnen maar net de basis vormen voor de omvormingswerken.
14. Op de eerste verdieping worden de X hotelkamers omgevormd tot X wooneenheden met 1 slaapkamer en X wooneenheden met 2 slaapkamers. Deze hebben een oppervlakte tussen x en y vierkante meter respectievelijk. Het mansardedak zal worden verwijderd zonder de steunmuren af te breken, om elk appartement van een klein balkon te voorzien.
Deze X wooneenheden zijn volledig gelegen binnen de muren van het te verbouwen hotel met uitzondering van de balkons die worden bijgevoegd.
15. De X appartementen op de eerste verdieping voldoen aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.1.b. Toepassing in casu i.v.m. privé-gebruik
16. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen betrekking moeten hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning worden gebruikt.
17. Randnummers 38, 39 en 40 van de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijken de voorwaarde van privé-woning zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
18. De aanvragers veronderstelt dat de X appartementen allemaal hoofdzakelijk als privéwoning zullen worden gebruikt.
In dat verband deelt de aanvrager mee dat de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding zul worden gemaakt van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % rechtvaardigen. Zoals bepaald door Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 5° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
19. De X appartementen op de eerste verdieping voldoen aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.1.c. Toepassing in casu i.v.m. eindverbruiker
20. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 4° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.
21. Randnummers 70 tot en met 80 van de circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijken de voorwaarde van eindverbruiker zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
22. Onder eindverbruiker dient worden verstaan de persoon die een zakelijk recht (eigendom, vruchtgebruik, opstal, enz.) of een recht van genot (inzonderheid als huurder) heeft op de woning. Als eindverbruiker wordt ook aangemerkt de persoon die een woning waarvan hij eigenaar is, renoveert en daarna verkoopt. In essentie komt het erop neer dat het begrip eindverbruiker in de praktijk ruim geïnterpreteerd kan worden.
23. De aanvrager deelt mee dat de facturatie steeds rechtstreeks aan de eindverbruiker zal gebeuren met toepassing van de wet Breyne.
In dat verband deelt de aanvrager mee date door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding zullen maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % rechtvaardigen. Zoals bepaald door Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 5° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
24. De X appartementen op de eerste verdieping voldoen aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 4° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.1.d. Toepassing in casu i.v.m. de temporele voorwaarde
25. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 3° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen.
26. Om de ouderdom van het gebouw te bepalen dient, principieel, enerzijds het kalenderjaar van de eerste ingebruikneming van dat gebouw te worden nagegaan, en anderzijds de eerste factuur met betrekking tot die handelingen die het voorwerp uitmaken van het contract (en dus van de werf). Indien de periode tussen deze twee data tenminste 10 jaar bedraagt mag, wanneer alle andere voorwaarden vervuld zijn, het btw-tarief van 6% toegepast worden op de werken.
In deze context betekent eerste ingebruikneming niet noodzakelijk "eerste bewoning" in de strikte zin van het woord, maar omvat het een ruimere realiteit die bijvoorbeeld verband houdt met het materiële gebruik van het oorspronkelijke gebouw.
Zolang een gebouw niet in gebruik is genomen, begint de termijn van 10 jaar niet te lopen.
27. De aanvrager verwijst naar de notariële akte en de omgevingsvergunning (ingesloten bij de aanvraag), meer in het bijzonder naar de historiek van omgevingsvergunning, naar de stedenbouwkundige/ administratieve bepaling in de notariële eenzijdige belofte tot aankoopakte, en naar de verklaring dat de tienjarige aansprakelijkheid op het onroerend goed reeds is verlopen.
28. Uit die verwijzingen kan worden afgeleid dat de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen.
29. De X appartementen op de eerste verdieping voldoen aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 3° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
III.B.2. Voor wat betreft de X appartementen op de tweede verdieping
III.B.2.a. Toepassing in casu i.v.m. de omvorming of verbouwing
30. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp moeten hebben.
31. De beslissing nr. E.T. 106.933 dd. 01.09.1994 verduidelijkt aan de hand van twee criteria wanneer de uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming of verbouwing die kan genieten van het verlaagd btw-tarief van 6%.
De uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken.
Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt.
32. Op de tweede verdieping is er, door het verwijderen van de mansarde dakbedekking, ruimte voor X appartementen. De X wooneenheden worden omringd door een groendak/terras. Hierdoor zal het gebouw van 6,2 meter naar 9,4 meter stijgen t.o.v. het vloerpeil. Het betreft een teruggetrokken verdieping, die grotendeels een nieuwe dragende structuur zullen hebben.
33. De oppervlakte van het oude gebouw bedraagt, volgens de aanvrager, net iets minder dan 500 vierkante meter. De oppervlakte van het oude gedeelte is meer dan het dubbele dat van elk individueel appartement dat op de tweede verdieping komt te staan.
34. Desondanks het voorgaande vormt de nieuwe tweede verdieping echter een volwaardige woonruimte die onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren.
35. De X appartementen op de tweede verdieping voldoen niet aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
36. Ten gevolge van het feit dat X appartementen niet voldoen aan het criterium i.v.m. omvorming of verbouwing dienen de andere criteria vervat in Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° tot en met ten 5° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, niet verder te worden onderzocht.
III.B.3. Voor wat betreft de kantoorruimte op de benedenverdieping
III.B.3.a. Toepassing in casu i.v.m. privé-gebruik
37. Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, bepaalt dat de handelingen betrekking moeten hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning worden gebruikt.
38. Op het gelijkvloers worden de 6 hotelkamers, de vergaderzalen en het bureau omgevormd naar X bureaus met 1 grote vergaderzaal. De steunmuren blijven onaangetast.
De hal en het onthaal worden mee gerenoveerd. Een nieuwe inkom wordt voorzien die naar de trappenhal en lift leidt, en die toegang biedt tot de andere verdiepingen. De oppervlakte blijft zo goed als gelijk. Verder wordt een bijkomend terras voorzien van 133,41 vierkante meter. Het sanitair wordt ook gerenoveerd.
39. Deze verdieping, met uitzondering van de gemene delen die leiden naar de privatieve delen op de eerste verdieping, worden bestemd als handelsruimte en niet als woning.
40. Het kantoorgedeelte op de benedenverdieping voldoet niet aan de voorwaarde, opgenomen in rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 2° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
41. Ten gevolge van het feit dat het kantoorgedeelte op de benedenverdieping niet voldoet aan het criterium i.v.m. privé-gebruik dienen de andere criteria vervat in Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 1° en 3° tot en met ten 5° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, niet verder te worden onderzocht.
III.B.4. Voor wat betreft de garages en de bergingsruimte
42. De circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijkt de voorwaarden zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
Garages en bergingsruimte zijn op zich geen woningen die worden gebruikt als huisvesting.
Wanneer evenwel een garage en/of bergingsruimte geïntegreerd is in een woning of wanneer, zelfs indien ze er niet aan grenst, ze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijke nut dat ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt, is het verlaagd tarief van toepassing zelfs voor de oprichting van deze garage en/of bergingsruimte die beschouwd wordt als zijnde een verbetering aan de woning waarbij zij nauw samenhoort.
43. De garages en de bergingsruimtes zijn volledig geïntegreerd in het onroerend goed. Deze ruimtes maken deel uit van de bijhorende woningen door het onmiddellijk nut dat ze voor de eigenaar meebrengt.
44. Evenwel genieten slechts de X garages en de X bergingsruimte die verbonden zijn met de appartementen op de eerste verdieping aan het verlaagd gunsttarief van 6%. De appartementen op het tweede verdiep genieten immers niet van het verlaagd gunsttarief van 6%.
III.B.5. Voor wat betreft de gemeenschappelijke delen
45. De circulaire nr. 6 van 22 augustus 1986 verduidelijkt de voorwaarden zoals omschreven in rubriek XXXI van Tabel A als bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.
Indien werken worden uitgevoerd aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw (bijvoorbeeld, vervanging of onderhoud van een lift), en indien elke mede-eigenaar in de kosten bijdraagt in functie van zijn onverdeeld deel in de gemeenschappelijke delen, hangt het tarief van de belasting verschuldigd op ieders deel in de kosten af van de bestemming die hij aan zijn appartement heeft gegeven.
46. De inkom, de hal in de ondergrondse verdieping, de ondergrondse technische ruimtes, de hal op de gelijkvloers die leidt naar de eerste verdieping, de trappenhal en de lift zijn de gemeenschappelijke delen.
47. Delen die gemeenschappelijk zijn enerzijds aan de individuele wooneenheden op de eerste verdieping en anderzijds aan de kantoorruimte en de nieuwe wooneenheden op de nieuwe tweede verdieping zullen worden gefactureerd aan respectievelijk gedeeltelijk aan 6% en respectievelijk gedeeltelijk aan 21%.
48. Met betrekking tot de gemeenschappelijke delen zal dit definitief worden bepaald door middel van de basisakte die noodzakelijkerwijs zal worden opgesteld. Het aandeel in de gemeenschappelijke delen van elke privatieve eenheid wordt uitgedrukt in duizendsten en vormt de basis voor de berekening van de pro rata verdeling tussen 6% enerzijds en 21% anderzijds. Op deze manier wordt het gunstregime in die mate toegepast op breukdelen die door Rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, wordt beoogd.
III.B.6. Voor wat betreft de buitenparkeerplaatsen en de fietsenstalling
49. De beslissing Btw nr. E.T.80.398 dd. 01.10.1996 verduidelijkt onder meer het toe te passen btw-tarief m.b.t. een parking.
De onroerende werkzaamheden die betrekking hebben op een parking zijn, zonder onderscheid, onderworpen aan het normale BTW-tarief van 21 pct., zelfs wanneer die parking grenst onmiddellijk aan de woning.
50. De onroerende handelingen met betrekking tot de parkeerplaatsen (buitenstaanplaatsen) waarvan de aanvraag melding maakt, zijn bijgevolg zonder onderscheid, onderworpen aan het normale btw-tarief van 21%.
51. Ook de fietsenstalling valt buiten het gunstregime, en dit onder meer omwille van haar gemengd gebruik. De aanvrager verklaart immers dat de fietsenstalling hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend bestemd wordt voor de bewoners.
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 25 juni 2024 dat:
52. De X appartementen op de eerste verdieping van het voorgenomen bouwproject zijnde het verbouwen van een hotel met vergaderzalen in appartementen bestemd voor privé bewoning en in kantoorruimte, met als adres X en kadastraal bekend onder X komen in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig de rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
53. De X appartementen op de tweede verdieping vallen onder het standaardtarief van 21% btw overeenkomstig artikel 1 eerste lid van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
54. De X garages en de X bergingsruimte, in de ondergrondse ruimte, die verbonden zijn met de appartementen op de eerste verdieping genieten van het verlaagd gunsttarief van 6% overeenkomstig de rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
55. De twee garages en de twee bergingsruimte, in de ondergrondse ruimte, die verbonden zijn met de X appartementen op de tweede verdieping onder het standaardtarief van 21% btw vallen overeenkomst artikel 1 eerste lid van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
Dit is ook het geval voor de buitenparkeerplaatsen en de fietsenstalling.
56. De inkom, de hal in de ondergrondse verdieping, de ondergrondse technische ruimtes, de hal op de gelijkvloers die leidt naar de eerste verdieping, de trappenhal en de lift, zijnde de gemeenschappelijke delen kunnen slechts pro rata, in de mate dat zij betrekking hebben op de X appartementen op de eerste verdieping, genieten van het verlaagd gunsttarief van 6% overeenkomstig de rubriek XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen § 1 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.