Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2023.0360 27 juin 2023

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreIMPÔT DES SOCIÉTÉS - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - DROITS D’ENREGISTREMENT - Scission partielle - Apport de biens immobiliers

https://juriel.be/fr/rulings/2023-0360-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-1cb1

Numéro
2023.0360
Date
27 juin 2023

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

59 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0360 du 27.06.2023

IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

DROITS D’ENREGISTREMENT · Scission partielle · Apport de biens immobiliers

Résumé

La scission partielle de la société X, par laquelle une partie de ses biens immobiliers est transférée à la société Y existante afin de faciliter l’expansion des activités, est conforme aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l’article 211, § 1er, du CIR 92.

La scission partielle prévue de la société X sera taxée d'un droit d'enregistrement proportionnel au taux de 0 % par une application pure de l’article 115bis du C. enr. Féd., toutefois avec une perception minimum égale au droit fixe général de 50 euros en application de l’article 167 du C. enr. Féd.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van de vennootschap X beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2. de inbreng n.a.v. de partiële splitsing onder de toepassing valt van art. 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna Fed.W.Reg.) en er geen sprake is van een inbreng die gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij de toekenning van maatschappelijke rechten (art. 120 W.Reg.).

II. Beslissing

II.A. Algemeen

2. Vennootschap X is een patrimoniumvennootschap. Haar activiteit bestaat erin haar onroerend patrimonium te beheren en uit te breiden (1). De aanvragers verstrekten een overzicht van de onroerende goederen in eigendom van vennootschap X.


(1) De aanvragers geven aan dat er geen onroerende goederen worden ter beschikking gesteld aan de aandeelhouders en/of hun familie.


3. De aandelen van vennootschap X worden aangehouden door de broers A en B en hun zus C.

4. Vennootschap Y is een exploitatievennootschap. Het bedrijfsgebouw wordt gehuurd van vennootschap X.

5. De aandelen van vennootschap Y worden aangehouden door de broers A en B.

6. Vennootschap X heeft in het verleden verschillende onroerende goederen verworven in de buurt van het bedrijfsgebouw dat gehuurd wordt door vennootschap Y. Vennootschap Y plant nu een uitbreiding van haar bedrijfsgebouwen op deze aangrenzende percelen. Deze uitbreiding is noodzakelijk om de verdere groei van de onderneming mogelijk te maken.

II.B. Beschrijving verrichtingen zoals bedoeld in artikel 23, 2e lid, 2°, Wet 24 december 2002

7. Teneinde de doelstellingen in randnummer 6 te bewerkstellingen worden volgende verrichtingen vooropgesteld:

7.1.1.1. Partiële splitsing van vennootschap X waarbij de site Q (omvattende enkele onroerende goederen) zal worden afgesplitst naar vennootschap Y.

De partiële splitsing staat gepland met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

Vennootschap Y zal n.a.v. de partiële splitsing nieuwe aandelen uitgeven (zonder opleg in geld), die gelijk verdeeld worden onder de drie aandeelhouders van vennootschap X. Mevrouw C krijgt zo aandelen in vennootschap Y.

7.1.1.2. Aankoop van de aandelen die mevrouw C aanhoudt in vennootschap Y door haar twee broers elk voor de helft. De broers zullen dit bedrag gespreid betalen met de uitkering van de liquidatiereserve van vennootschap Y.

8. Na doorvoering van de partiële splitsing behoudt vennootschap X de overige onroerende goederen en zal zij haar activiteiten verder zetten.

II.C. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92

9. De aanvragers hebben bevestigd dat de in randnummer 7, 1. vermelde verrichting een met splitsing gelijkgestelde verrichting betreft zoals gedefinieerd in artikel 2, § 1, 6°/1 g), WIB 92.

10. De voorgenomen transacties leiden ertoe dat:

•vennootschap Y de bedrijfsgebouwen en direct naastliggende panden kan verwerven die ze nodig heeft voor de beoogde uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten. De aanvragers verstrekten dienaangaand de opmetingsplannen en een presentatie van het voorontwerp;

•mevrouw C, die geen interesse heeft in de operationele business, geen aandeelhouder wordt van vennootschap Y;

•het evenwichtig aandeelhouderschap in vennootschap Y tussen de broers A en B, dat mevrouw C onder geen beding wil verstoren, behouden blijft.

11. Vennootschap Y stelt personeel tewerk. Vennootschap X kent geen tewerkstelling. De aanvragers hebben aangegeven dat de transactie geen rechtstreekse invloed op de tewerkstelling zal hebben maar wel noodzakelijk is om de tewerkstelling bij vennootschap Y in de toekomst te vrijwaren, waaruit blijkt dat de activiteiten van de betrokken vennootschappen bij voortduur zullen worden verder gezet.

12. De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

12.1. de partieel te splitsen vennootschap X en de verkrijgende vennootschap Y waren de laatste jaren steeds winstgevend en beschikten steeds over een belastbare basis;

12.2. vennootschappen X en Y beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

12.3. vennootschap Y beschikt voorafgaand aan de partiële splitsing niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden. Vennootschap X heeft zijn herbeleggingsverplichtingen in het kader van artikel 47 WIB 92 reeds vervuld. De partiële splitsing strekt er dus niet toe om de activa van de ene vennootschap aan te duiden als herbelegging voor de andere vennootschap met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie;

12.4. de broers A en B hebben niet de intentie om hun aandelen in vennootschap Y te verkopen na doorvoering van de partiële splitsing; Overdrachten aan de kinderen worden echter niet uitgesloten;

12.5. de broers A en B en hun zus C hebben niet de intentie om hun aandelen in vennootschap X te verkopen na doorvoering van de partiële splitsing. Overdrachten aan de kinderen worden echter niet uitgesloten.

13. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat. Tevens wordt de toepassing van Com.IB nr. 211/56 bevestigd.

14. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

15. De verkrijgende vennootschap, met name vennootschap Y, is een binnenlandse vennootschap.

16. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

17. De beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De aandacht wordt er op gevestigd dat:

17.1. de DVB zich in deze beslissing, ondanks het vermelde in randnummers 12.4 en 12.5 niet uitspreekt over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing zoals vermeld in randnummer 15 niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen;

17.2. de DVB zich in deze beslissing niet uitspreekt over de mogelijke toepassing van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92.

II.D. Inzake artikel 115bis Fed.W.Reg.

18. In casu zal een deel van de onroerende goederen van vennootschap X middels een partiële splitsing worden overgedragen aan vennootschap Y (zie randnummer 7, 1.).

19. Met betrekking tot partiële splitsingen bepaalt artikel 115bis, Fed.W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

20. Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, Fed.W.Reg.

21. Het betreft de inbreng in vennootschap Y waarvan werd bevestigd dat de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, zodat aan de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 115bis, Fed.W.Reg. wordt voldaan.

22. De overgemaakte splitsingsstaat vermeldt weliswaar nog schulden, maar deze schulden zullen worden afgelost voorafgaand aan de juridische datum van de partiële splitsing.

23. Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er – mede gelet op vorig randnummer – geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is in casu artikel 120 Fed.W.Reg. niet van toepassing. Er kan dus worden gesteld dat de inbreng van onroerende goederen zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.

24. De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).