Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2021.1095 du 14.12.2021
IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale
DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport de biens immobiliers
TVA · Biens immobiliers
Résumé
La scission partielle d’une société d’exploitation, par laquelle son bien immobilier est transféré à une société immobilière existante au sein du groupe, visant à regrouper tous les biens immobiliers dans une seule entité juridique, répond aux dispositions de l’article 183bis, CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale tel que visé à l’article 211, § 1er, CIR 92.
La scission partielle planifiée relève du champ d'application de l'article 115bis, C. enr. Féd.
Le transfert des biens immobiliers à la suite de la scission partielle est exonéré en matière de TVA conformément à l’article 44, § 3, 1°, a), C.TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
1.1. de vooropgestelde partiële splitsing van vennootschap X, waarbij de vennootschap het onroerend goed dat zij bezit, zal afsplitsen en onderbrengen in de bestaande vennootschap Y, vrijgesteld zal zijn van vennootschapsbelasting op grond van de artikelen 183bis en 211 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);
1.2. de vooropgestelde partiële splitsing van vennootschap X vrijgesteld zal zijn van btw overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° a), eerste lid van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.Btw);
1.3. de vooropgestelde partiële splitsing van vennootschap X zal worden onderworpen aan het algemeen vast registratierecht van 50 EUR op grond van artikel 11, artikel 167 en artikel 115bis van het Wetboek der Registratie-, hypotheek-, en griffierechten (W.Reg.);
1.4. de vooropgestelde terugwerkende kracht van de partiële splitsing, die niet meer dan 7 maanden zal bedragen, aanvaardbaar is op het vlak van de vennootschapsbelasting.
II. Omschrijving van de verrichting door de aanvragers
2. Vennootschap X is een exploitatievennootschap die eveneens eigenaar is van een pand dat niet meer in het kader van de eigen exploitatieactiviteit wordt gebruikt. Voor de eigen activiteiten huurt vennootschap X thans een ander pand van vennootschap Y.
3. De aandelen van vennootschap X worden voor 100% aangehouden door groepsvennootschap A, behorende tot de ‘exploitatie’-tak binnen de internationale groep.
4. Vennootschap Y is een vastgoedvennootschap waarvan alle aandelen worden aangehouden door de groepsvennootschap B, behorende tot de ‘vastgoed’-tak binnen de groep.
III. Beslissing
III.A. Betreffende het belastingneutrale karakter van de partiële splitsing
5. De voorgenomen verrichting betreft een partiële splitsing van vennootschap X waarbij haar onroerend goed aan de bestaande vastgoedvennootschap vennootschap Y zal worden overgedragen. De geplande partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.
6. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen specifieke schulden aanwezig zijn die verband houden met het over te dragen onroerend goed. Het onroerend goed zal bijgevolg schuldenvrij worden overgedragen.
7. De geplande verrichting zal geen impact hebben op de tewerkstelling. Er zal geen personeel mee overgaan naar vennootschap Y waaruit blijkt dat de exploitatieactiviteit bij de partieel gesplitste vennootschap zal worden verder gezet.
8. De centralisatie van de Belgische onroerende goederen in vennootschap Y zal leiden tot een efficiënte inzet van de middelen en expertise en kadert binnen de groepsstrategie waarbij een bepaalde expertise telkens wordt ondergebracht in de desbetreffende afdeling/tak en waarbij het aanhouden van onroerende goederen strikt gescheiden wordt gehouden van de operationele activiteiten.
9. Vennootschap X is winstgevend en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Vennootschap Y is volgens de aanvragers eveneens winstgevend maar beschikt over fiscaal overgedragen verliezen. De aanvragers hebben bevestigd dat deze fiscaal overgedragen verliezen conform het bepaalde in artikel 206, § 2, WIB 92 zullen worden beperkt.
10. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvragers hebben bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92 zal gebeuren. Noch vennootschap X, noch vennootschap Y beschikt over vrijgestelde reserves.
11. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y over te dragen, behoudens een verhanging van de nieuw uitgegeven aandelen van vennootschap Y die verkregen werden door vennootschap A, naar vennootschap B opdat de partiële splitsing geen impact zou hebben op de bestaande groepsstructuur.
12. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
13. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.
14. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
III.B. Betreffende de Btw
15. Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° a), W.Btw zijn van de belasting vrijgesteld de leveringen van uit hun aard onroerende goederen. Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1° door:
15.1. hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;
15.2. hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;
15.3. hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting.
16. Uit de verkregen informatie blijkt dat het middels een partiële splitsing over te dragen onroerend goed (dat momenteel met vrijstelling van btw verhuurd wordt aan een derde) btw technisch niet meer nieuw is en derhalve de overdracht plaatsvindt bij toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) eerste lid, W.Btw.
III.C. Betreffende de registratierechten
17. Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat het onroerend goed door vennootschap X zal worden afgesplitst naar vennootschap Y.
18. Inzake deze partiële splitsing waarbij een onroerend goed wordt afsplitst, bepaalt artikel 115bis, Fed.W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.
19. Aangezien zowel vennootschap X als vennootschap Y als Belgische vennootschap voldoen aan de nationaliteitsvereiste, is er een zuivere toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg.
20. Artikel 120 Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 Fed.W.Reg.
21. Er is geen sprake van de inbreng van een algemeenheid van goederen en ook niet van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in casu om de zuivere partiële splitsing van een vennootschap waarbij een onroerend goed zonder schulden zal worden overgedragen.
22. Aangezien de partiële splitsing, begrijpende een onroerend goed, volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is in casu artikel 120 Fed.W.Reg. niet van toepassing. Er kan worden gesteld dat de verrichting zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.
23. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.
III.D. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting
24. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:
24.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;
24.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
25. De voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X is gepland met de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode die niet meer dan zeven maanden zal bedragen.
26. In het kader van de in randnummer 24.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-overschotten door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Vennootschap Y beschikt over fiscaal overgedragen verliezen. Dienaangaande hebben de aanvragers verklaard dat er tijdens de voorziene retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden die een wezenlijke impact hebben op de fiscale nettowaarden zodat van een mogelijke “manipulatie” van de fiscale nettowaarden geen sprake zal zijn.
27. Derhalve kan worden gesteld dat de retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat de boekhoudkundige retroactiviteit bij de voorgenomen inbreng op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.
28. De beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummers 11 niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y. Bij een latere overdracht van deze aandelen is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.