Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2020.1383 30 juin 2020

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutreImpôt des sociétés - Fusion par absorption fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Unité TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2020-1383-impot-societes-fusion-absorption-fiscalement-b807

Numéro
2020.1383
Date
30 juin 2020

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

51 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2020.1383 du 30.06.2020

Impôt des sociétés · Fusion par absorption fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale

TVA · Unité TVA

Résumé

La fusion de deux sociétés d’exploitation, afin de regrouper les activités identiques des deux sociétés et d’obtenir ainsi une structure plus efficace et simplifiée, répond aux dispositions de l'article 183bis du CIR92, et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l'article 211, § 1er du CIR92.

La fusion au sein d’une même unité de TVA ne relève pas du champ d'application de la TVA.

L’ensemble des actes juridiques (la fusion précédée de la cession d’une action de la société absorbée à la société mère, qui détient toutes les autres actions) se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 3 du CIR92, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1er, alinéa 1er du CIR92.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. De voorgenomen fusie door overneming van de BV R door de BV Z voldoet aan de voorwaarden van artikel 211, §1, WIB 92 en niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft, zoals bedoeld in artikel 183bis, WIB 92;

1.2. De voormelde fusie, voor zover zij plaatsvindt binnen de bestaande btw-eenheid, buiten de werkingssfeer van de btw valt;

1.3. De boekhoudkundige retroactiviteit van de voorgenomen fusie, waarbij de terugwerkende kracht beperkt blijft tot een periode van maximum 7 maanden, aanvaardbaar is voor de toepassing van de directe belastingen;

1.4. De voorgenomen transactie geen fiscaal misbruik vormt vermits zij steunt op andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, WIB 92.

1.5. De voormelde fusie geen impact heeft op de reeds bekomen voorafgaandelijke beslissing nr. 2019.1137.

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2. De BV Z en haar zustervennootschap BV R zijn exploitatievennootschappen met gelijkaardige activiteiten, die behoren tot de groep van de heer P en mevrouw Q. De aandelen van deze vennootschappen worden aangehouden door de NV G, zijnde de holding van de heer P en mevrouw Q.

3. De aanvragers wensen een fusie door te voeren waarbij de BV R wordt overgenomen door de BV Z.

4. De voorgenomen fusie beantwoordt aan de definitie van een fusie door overneming zoals vermeld in artikel 2, §1, 6°/1, a), WIB 92.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis en 211, §1, WIB 92

5. Door de enorme groei van de activiteiten is de huidige groepsstructuur niet meer adequaat. De heer P en mevrouw Q wensen de activiteiten te integreren in één vennootschap, meer bepaald de BV Z. Op die manier wordt de structuur vereenvoudigd en kan de groep haar diensten maximaal aanbieden via de BV Z. De integratie zal een aantal synergievoordelen opleveren, zoals de eliminatie van intragroepsverrichtingen, een sterkere marktpositie, vermindering van administratieve verplichtingen, kostenbesparingen, enz.

6. Deze integratie-oefening maakte voor het grootste deel reeds het voorwerp uit van de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 van 14 januari 2020, waarin meer bepaald de fusies van de exploitatievennootschappen BV A, BV B, BV C, BV D, BV E en BV F in de BV Z werden beschreven. De aanvragers wensen vanuit dezelfde optiek nu ook de fusie van de BV R in de BV Z door te voeren.

7. De aanvragers hebben bevestigd dat de fusie geen verlies aan tewerkstelling bij de fuserende vennootschappen met zich mee zal brengen.

8. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat er geen fiscale voordelen worden beoogd met de fusieverrichting:

- beide vennootschappen zijn winstgevend en hebben een belastbare basis; zij beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (geen overgedragen verliezen, overgedragen DBI-aftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of overgedragen investeringsaftrek), zodat de voorgenomen fusie geen negatieve impact zal hebben op het belastbare resultaat;

- de BV Z beschikt niet over vrijgestelde reserves waarop een herinvesteringsverplichting rust, zodat de fusie er niet toe strekt om de ingevolge de fusie verkregen activa aan te duiden als herbelegging in het kader van een herinvesteringsverplichting die vóór de fusie zou rusten op de BV Z.

9. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de voorgenomen fusie plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

10. De overnemende vennootschap BV Z is een binnenlandse vennootschap.

11. Derhalve kan de voorgenomen fusie door overneming van de BV R door de BV Z belastingneutraal worden doorgevoerd in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

III.B. Betreffende de toepassing van de BTW-wetgeving

12. De aanvragers stellen de vraag of de geplande zijdelingse fusie tussen de BV Z (als overnemende vennootschap) enerzijds en de BV R anderzijds, voor zover de betrokken entiteiten op dat ogenblik nog steeds lid zijn van de bestaande btw-eenheid, zal plaatsvinden buiten het toepassingsgebied van de btw. In dat verband verwijzen de aanvragers naar de circulaire 42/2007 (E.T.111.702) die uitdrukkelijk stelt dat: ‘de artikelen 11 en 18, §3 van het W.BTW niet van toepassing zijn tussen de leden van een btw-eenheid’.

13. Voor de volledigheid merkt de DVB op dat ze niet bevoegd is om uitsluitsel te geven omtrent de vraag of de voorwaarden van deze eenheid (van de btw-eenheid zelf en de toetredingsvoorwaarden van de daartoe horende leden) zijn vervuld. In de veronderstelling dat dit het geval is (waarvoor de aanvragers uitsluitsel kunnen bekomen bij de plaatselijke controle) kan de DVB wel bevestigen dat de overdracht van activa en passiva tussen leden van éénzelfde btw-eenheid, ook wel interne handeling genoemd, buiten het toepassingsgebied van de btw valt.

III.C. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit van de voorgenomen fusie op het vlak van de vennootschapsbelasting

14. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inz. t.a.v. het boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

- met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

- en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

15. De aanvragers hebben bevestigd dat de retroactiviteitsperiode in geen geval meer dan 7 maanden zal bedragen.

16. In het kader van de in randnummer 14.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op de maximale overdracht van de fiscaal overgedragen verliezen of DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Aangezien de bij de herstructurering betrokken vennootschappen niet over fiscaal overgedragen verliezen of DBI-aftrekken beschikken, kan worden gesteld dat de retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

17. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van de fusieverrichting op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

III.D. Betreffende de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92

18. Door de fusie door overneming van de BV R door de BV Z worden de activiteiten van de BV R geïntegreerd in de BV Z, waardoor het aantal vennootschappen vermindert, synergiën worden gecreëerd en de groep ook de klanten van de BV R kan bedienen vanuit de BV Z. De voorafgaande overdracht door de BV A aan de NV G van een aandeel van de BV R is er enkel op gericht om de fusie op fiscaal en boekhoudkundig vlak te vereenvoudigen en te vermijden dat de BV Z vóór de fusie in het bezit zou komen van het aandeel in de BV R waardoor een deel van het eigen vermogen van de BV R zou verdwijnen evenals het aandeel van de BV R dat voordien in het bezit zou zijn gekomen van de BV Z. In dat geval zou er een fusieresultaat op boekhoudkundig en fiscaal vlak dienen te worden uitgedrukt en verwerkt. Dergelijke hypothese zou zich kunnen voordoen, gelet op het feit dat de BV A ook zal worden gefuseerd in de BV Z (deze fusie maakte het voorwerp uit van de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137). De overdracht van het aandeel van de BV Z door een groepsvennootschap aan de NV G die alle overige aandelen van de BV Z reeds bezat, werd reeds beschreven in de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 in het kader van de fusies van de BV Z met andere zustervennootschappen.

19. Derhalve kan worden besloten dat de fusie waarbij de BV Z de BV R overneemt, voorafgegaan door de overdracht van het aandeel van de BV R door de BV A aan de NV G, minstens verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en derhalve geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92.

III.E. Betreffende de impact van de fusie door overneming van de BV R door de BV Z op de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 van 14 januari 2020

20. De aanvragers wensen, naast de fusies van de 6 exploitatievennootschappen in de BV Z, die het voorwerp uitmaakten van de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 van 14 januari 2020, nu ook de exploitatievennootschap BV R te fuseren in de BV Z.

21. In de aanvraag die leidde tot de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 stelden de aanvragers dat de fusie van de BV R en de BV Z pas in een latere fase zou worden doorgevoerd, omdat eerst een aantal juridische posities in beide ondernemingen dienden te worden uitgeklaard.

22. Ondertussen vormen deze kwesties geen obstakel meer en kan de fusie van de BV R en de BV Z toch worden doorgevoerd. De fusie tussen de BV R en de BV Z kadert in hetzelfde opzet als de fusies die het voorwerp uitmaakten van de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 van 14 januari 2020. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat de fusie door overneming van de BV R door de BV Z geen afbreuk doet aan de voorafgaande beslissing nr. 2019.1137 van 14 januari 2020.