Les organismes de placement collectif alternatifs, Gestion financière · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2019.1175 21 janvier 2020

Rechercher
Texte en néerlandais

Les organismes de placement collectif alternatifs, Gestion financièreTVA - Les organismes de placement collectif alternatifs - Gestion financière - Gestion administrative - Exemption - Société d’investissement - RDT

https://juriel.be/fr/rulings/2019-1175-organismes-placement-collectif-alternatifs-gestion-1d20

Numéro
2019.1175
Date
21 janvier 2020

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

83 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.1175 du 21.01.2020

TVA · Les organismes de placement collectif alternatifs · Gestion financière · Gestion administrative · Exemption · Société d’investissement

RDT

Résumé

Vu la qualification du Fonds à titre d’organisme de placement collectif alternatif, les tâches de gestion financière et administrative que X effectuera pour le Fonds bénéficient de l’exonération prévue à l'article 44, § 3, 11° C. TVA.

Le Fonds doit être considéré comme une « société d'investissement » au sens de l’article 2, § 1er, 5°, f) CIR92, de sorte que les sociétés belges qui investissent dans le Fonds peuvent bénéficier de la réduction RDT sur les dividendes qui seront distribués par le Fonds, moyennant le respect des conditions stipulées à l’article 203 CIR92, sorte que dans le chef de ces investisseurs, il ne faille pas satisfaire à la condition de participation mentionnée à l’article 202, § 2, alinéa premier du CIR92 (à savoir la possession d’une participation de 10 % au moins ou une valeur d'acquisition d’au moins 2.500.000 euros, étant détenue ou ayant été détenue durant une période ininterrompue d’au moins un an en pleine propriété) et ce conformément à l’article 202, § 2, troisième alinéa, 3° CIR92.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. Gelet op de kwalificatie van het Fonds als alternatieve instelling voor collectieve belegging, de taken van financieel en administratief beheer die X voor het Fonds zal verrichten de vrijstelling zoals voorzien in artikel 44, §3, 11° WBTW genieten;

1.2. Het Fonds kwalificeert als een “beleggingsvennootschap” in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, zodat de Belgische vennootschappen die in het Fonds investeren kunnen genieten van de DBI-aftrek op de dividenden die door het Fonds zullen worden uitgekeerd, mits naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 203 WIB92, zodat in hoofde van deze investeerders niet moet worden voldaan aan de participatievoorwaarden vermeld in artikel 202, §2, eerste lid WIB92 (met name het bezitten van een deelneming van minstens 10% of met een aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 euro, die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom wordt of werd behouden).

II. Beslissing

2. De aanvragers hebben in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

3. X is een Belgische NV en heeft een welomschreven opdracht ter realisatie van bepaalde ontwikkelingsdoelstellingen.

4. De sectorstrategie van X richt zich op vier domeinen, nl.:

4.1. Financiële instellingen: X financiert microfinancieringsinstellingen, commerciële banken en niet-bancaire financiële instellingen. De bedoeling van deze investeringen is de mogelijkheid te creëren voor lokale ondernemingen om financiering op lange termijn te bekomen. X verleent overigens extra aandacht aan het toegankelijk maken van de financiële basisdiensten voor micro-ondernemingen en kmo's (leningen, sparen, verzekeringen);

4.2. Fondsen: X financiert ook investeringsmaatschappijen en -fondsen. Net als de investeringen in financiële instellingen zijn deze investeringen erop gericht om lange termijnfinanciering toegankelijk te maken voor lokale ondernemingen, in het bijzonder in de vorm van risicokapitaal;

4.3. Ondernemingen: X is bevoegd om rechtstreeks te investeren in lokale kmo's en grotere bedrijven met een lokale verankering, met speciale aandacht voor de voedingsmiddelensector, met andere woorden alles wat de voedingslandbouw, de exportteelt, de veeteelt en de voedselverwerkende industrie betreft;

4.4. Infrastructuurprojecten: X verleent steun aan private projecten of via publiek-private partnerschappen, met speciale aandacht voor (hernieuwbare) energie- en watervoorziening, telecommunicatie of transportinfrastructuur, waarbij het voornaamste doel het ondersteunen van de lokale privésector is;

5. X wenst een investeringsfonds op te richten dat zich richt op investeerders die niet enkel op zoek zijn naar financieel rendement, maar ook gevoelig zijn voor de ontwikkelingsimpact van hun investeringen. Het Fonds zal worden opgericht als een co-investeringsfonds: wanneer X zelf investeert, dient ze deze opportuniteit ook te melden aan het Fonds. X zal elke investering die past binnen het beleggingsbeleid van het Fonds melden aan het Fonds en bezorgt bovendien alle relevante informatie en toelichting die nodig is om een geïnformeerde beslissing te kunnen maken over de investeringsopportuniteit

6. De investeringen zullen bestaan uit aandelen of participaties in andere fondsen die op hun beurt rechtstreeks of onrechtstreeks investeren in (i) voornamelijk KMO’s die gevestigd zijn in bepaalde regio’s en (ii) financiële instellingen die financiële diensten verlenen aan micro, kleine en middelgrote ondernemingen die gevestigd zijn in diezelfde regio, zoals bijvoorbeeld microfinancieringsinstellingen, commerciële banken, leasing- of factoringmaatschappijen, etc.

7. Het Fonds zal enkel investeren in fondsen waarin ook X investeert. Zij zal in eerste instantie investeren in aandelen (eerder dan in schuldinstrumenten) van fondsen die hoofdzakelijk focussen op private equity investeringen. Daarnaast kan X ook investeringen in fondsen voorstellen die investeren in mezzanine en/of andere schuldinstrumenten, maar deze investeringen zullen principieel beperkt worden tot # % van de totale investeringen (onder bepaalde voorwaarden verhoogd tot #%).

8. Het Fonds beoogt te investeren in #tot #portfoliofondsen. Het geïnvesteerd bedrag zal niet hoger zijn dan het laagste van volgende bedragen:

- #% van de totale investeringen in het Fonds;

- het bedrag dat X heeft toegezegd om te investeren in het betrokken Fonds.

9. Indien het Fonds een investering goedkeurt, zal het investeren volgens dezelfde voorwaarden (evt. met uitzondering van het investeringsbedrag) en (in de mate van het mogelijke) op hetzelfde ogenblik als X.

10. X zal volgende beheerstaken verrichten voor het Fonds:

10.1. Taken van financieel beheer:

- verslaggeving en communicatie ten aanzien van investeerders omtrent de activiteiten van het fonds, en de evolutie van de portefeuille in het bijzonder;

- het presenteren aan de Directieraad van het Fonds van investeringsvoorstellen (investment case), met inbegrip van (i) de door X gemaakte investeringsanalyse, (ii) de conclusie van het investeringscomité van X, en (iii) de beslissing genomen door de Raad van Bestuur van X;

- het beantwoorden van eventuele vragen in verband met de overgemaakte investeringsvoorstellen;

10.2. taken van administratief beheer:

- portfolio beheer, waaronder het monitoren en opvolgen van de portefeuille van het Fonds, met inbegrip van de waardering ervan;

- dagelijks beheer van het Fonds;

- boekhoudkundig beheer van het Fonds, waaronder het voorbereiden en opmaken van de jaarrekening en het voorbereiden van de fiscale aangiftes van het Fonds in samenspraak met de fiscaal adviseur van het Fonds;

- thesauriebeheer;

- verslaggeving conform de toepasselijke wetgeving, waaronder het opstellen en voorbereiden van het jaarverslag en andere beleidsdocumenten;

- juridische dienstverlening m.b.t. de investeringen die het Fonds doet en het reglementair statuut van het Fonds;

- bijstand aan het Fonds in technische en juridische aspecten van het beheer van de fundraising, met in het bijzonder de afwikkeling van de toetreding van nieuwe investeerders;

11. X zal voor deze beheerstaken een vergoeding ontvangen.

12. Het Fonds zal volgens de aanvrager kwalificeren als een AICB zoals bedoeld in artikel 3, 2° van de wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders van 19 april 2014 (de “AICB Wet”).

II.A. BTW

13. De aanvrager is van oordeel dat het hierboven beschreven Fonds kwalificeert als een alternatieve instelling voor collectieve belegging (AICB).

14. De Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken is echter enkel bevoegd om uitspraken te doen over de fiscale wetten en kan dus geen uitspraak doen over de voorwaarden om te kwalificeren als een AICB.

15. Onderhavige voorafgaande beslissing wordt derhalve genomen onder de opschortende voorwaarde dat, overeenkomstig de geldende (financiële) wetgeving, het hierboven beschreven Fonds kwalificeert als een AICB en het Fonds zich volledig conformeert naar de richtsnoeren van de Belgische toezichthouder (FMSA) ter zake. De DVB heeft akte genomen dat het Fonds, alvorens haar activiteiten aan te vangen, een kennisgeving zal versturen aan de FMSA.

16. Hieronder worden de fiscale gevolgen beschreven indien het Fonds kwalificeert als een alternatieve instelling voor collectieve belegging zoals bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders.

17. Overeenkomstig artikel 44, §3, 11° van het btw-wetboek zijn van de belasting vrijgesteld:

“Het beheer van:

a) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die aan de voorwaarden voldoen van de richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;

b) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders;

c) de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;

d) de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.”

18. Om te beoordelen of de diensten die X zal verlenen voor het Fonds onder de btw-vrijstelling van artikel 44, §3, 11° btw-wetboek vallen, dient rekening te worden gehouden met de Europese BTW-reglementering zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie alsook met de specifiek eigen wetgeving en reglementering die van toepassing is op de AICB. Daarnaast heeft de Circulaire nr. AOIF 22/2008 (E.T. 113.316) dd. 17.06.2008 de btw-vrijstelling van artikel 44, §3,11° btw-wetboek verder verduidelijkt.

19. De diensten van financieel en administratief beheer zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 44, § 3, 11° btw-wetboek, maar materiële en technische diensten vallen niet onder deze btw-vrijstelling en dienen derhalve aan de btw te worden onderworpen.

20. Het Fonds zal voor haar operationele werking beroep doen op X die beheerstaken zal verrichten voor het Fonds. Onder randnummer 10 worden de beheerstaken vermeld die X zal verrichten voor het Fonds. Daarnaast omschrijft artikel 3, 41° van de AICB-Wet de beheertaken voor een AICB.

21. Deze opgesomde beheertaken hebben zowel betrekking op financieel beheer als op administratief beheer.

22. Uit het bovenstaande dient te worden besloten dat de beheersdiensten bedoeld in artikel 3, 41° van de AICB-Wet die X ten behoeve van het Fonds zal verrichten vrijgesteld zijn op grond van artikel 44, §3, 11° btw-wetboek.

II.B. Beleggingsvennootschap

23. Onder een beleggingsvennootschap zoals gedefinieerd in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 wordt verstaan: enigerlei vennootschap die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel heeft.

24. Artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 impliceert dat er een pluraliteit van beleggers aanwezig is. Op heden hebben reeds # investeerders zich principieel toegezegd om te investeren in het Fonds, en er zouden nog gesprekken lopende zijn met andere investeerders (eerste closing voorzien begin 2020, finale closing na 18 maand). De minimale investering bedraagt principieel # EUR. Momenteel werd er reeds voor # à # EUR aan toezeggingen gedaan. De beoogde fondsgrootte bedraagt # miljoen EUR, met een maximum van # miljoen EUR.

25. Het beleggingsbeleid van het Fonds is vastgelegd in de Subscription and Shareholders Agreement. Het beleggingsbeleid is gericht om bij te dragen aan verschillende ontwikkelingsdoelstellingen. De investeringen die het Fonds kan doen worden bepaald door verschillende parameters die samen zorgen voor een specifieke focus en voor een grote risicospreiding. De parameters die het Fonds dient na te leven bij haar investeringen kunnen als volgt worden samengevat:

25.1. Het Fonds investeert hoofdzakelijk in aandelen van andere fondsen (funds of funds), maar investeringen in schuldinstrumenten uitgegeven door andere fondsen worden niet uitgesloten;

25.2. Het Fonds focust op fondsen die op hun beurt investeren in (i) hoofdzakelijk KMO’s die gevestigd zijn in bepaalde regio’s en (ii) financiële instellingen die financiële diensten verlenen aan micro, kleine en middelgrote ondernemingen die gevestigd zijn in diezelfde regio (“portfoliofondsen”);

25.3. Bepaalde jurisdicties worden expliciet opgenomen als verboden jurisdicties;

25.4. Het is het Fonds verboden om rechtstreeks of onrechtstreeks te investeren in vennootschappen die bepaalde specifiek opgesomde activiteiten niet uitsluiten uit hun beleggingsbeleid;

25.5. De investeringen die het Fonds in een bepaald Portfolio Fonds kan doen zijn begrensd tot #% van het totaal bedrag aan investeringen in het Fonds, of (indien lager) tot het bedrag dat X heeft toegezegd om te investeren in het betrokken portfoliofonds;

25.6. De investeringstermijn bedraagt # jaar na de eerste closing.

26. Het Fonds zal geen andere activa bezitten dan de investeringen die zij zal verrichten. Er is een principiële investeringsperiode van #jaar na de eerste closing. Liquide middelen zullen ofwel worden geïnvesteerd of uitgekeerd worden aan de investeerders.

27. Het Fonds is opgericht voor een periode van # jaar die driemaal met één jaar verlengbaar is.

28. Het bestuur van het Fonds zal worden waargenomen door de Raad van Toezicht en de Directieraad. De Raad van Toezicht zal bevoegd zijn voor het algemeen beleid en de strategie van het Fonds en is verantwoordelijk voor het algemeen toezicht op de activiteiten van het Fonds. Zij zal samengesteld zijn uit drie tot vijf leden (maximaal 7 leden), waarvan één onafhankelijke voorzitter en maximaal 4 tot 6 leden voorgedragen door bepaalde investeerders. Niet alle investeerders zullen aldus vertegenwoordigd zijn in de Raad van Toezicht.

29. De (des)investeringsbeslissingen zullen genomen worden door de Directieraad, die zal bestaan uit twee onafhankelijke beleggingsprofessionals en een vertegenwoordiger van X die zullen worden benoemd door de Raad van Toezicht. De investeerders zullen aldus niet individueel kunnen beslissen over de (des)investeringen.

30. Gelet op voorgaande elementen kan aanvaard worden dat het Fonds kwalificeert als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92.

31. Artikel 202, §2, eerste lid, WIB92 bepaalt dat de in §1, 1° en 2°, vermelde inkomsten, behalve voor zover deze voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van bepalingen met een gelijkaardig effect in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, slechts aftrekbaar zijn in zoverre:

1° op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de vennootschap die de inkomsten verkrijgt in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert, een deelneming bezit van ten minste 10 pct of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 EUR;

2° deze inkomsten betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden.

32. Artikel 202, §2, derde lid, 3° WIB92 bepaalt dat de voorwaarden vermeld in het eerste lid evenwel niet van toepassing zijn op de inkomsten die worden verleend of toegekend door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen.

33. Aangezien in artikel 202, §2, derde lid WIB92 in algemene bewoordingen sprake is van “beleggingsvennootschap”, heeft het begrip beleggingsvennootschap de betekenis die eraan gegeven wordt door de definitie vermeld in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92.

34. Zoals hierboven werd vastgesteld, kwalificeert het Fonds als een beleggingsvennootschap en is de uitzondering bepaald in artikel 202, §2, derde lid WIB92 van toepassing.

Textes cités

1
CTVA art. 447 occurrences