Réserve de liquidation, Petites entreprises TVA, petite entreprise · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2019.0616 24 septembre 2019

Rechercher
Texte en néerlandais

Réserve de liquidation, Petites entreprises TVA, petite entrepriseRéserve de liquidation - Petites entreprises TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2019-0616-reserve-liquidation-petites-entreprises-tva-5ff8

Numéro
2019.0616
Date
24 septembre 2019

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

24 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.0616 du 24.09.2019

Réserve de liquidation · Petites entreprises TVA

Résumé

Les sociétés X, Y et Z peuvent constituer une réserve de liquidation sur le résultat de l’exercice comptable 2018 conformément à l'article 184quater du CIR92.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat de aanvragers voor het aanslagjaar 2019 een liquidatiereserve kunnen aanleggen op hun resultaat overeenkomstig artikel 184quater WIB92.

II. Beslissing

2. De aanvragers zijn drie Belgische vennootschappen die als holding fungeren voor participaties in X. Aanvrager A bezit 60% van de aandelen in X, de overige 2, B en C, telkens 20%.

3. In hoofdorde stellen de aanvragers vast dat er in elk geval een verbondenheid is tussen X en A, gezien de participatie van 60%.

4. Verder stellen de aanvragers dat er in het geval van B, C en X, geen consortium kan worden vastgesteld. De participatie van 20% leidt in eerste instantie niet tot de vaststelling van verbondenheid.

5. Daarnaast is het van belang dat de natuurlijke persoon-zaakvoerder van B tevens werd aangeduid als wettelijk vertegenwoordiger van A. In dat opzicht wordt verwezen naar CBN-advies 2017/06 waarin wordt vastgesteld dat het onweerlegbaar vermoeden uit artikel 10 §2, 1° W.Venn. niet mag worden doorgetrokken tot de wettelijk vertegenwoordigers.

6. Daarnaast stelt men vast dat de natuurlijke personen die de controle hebben over B en C, geen controle kunnen uitoefenen over A. De aanvragers stellen dus vast dat ook het weerlegbaar vermoeden uit artikel 10 §2, 2° W.Venn. niet van toepassing is.

7. De aanvrager stelt vast dat in het geval van een consortium, de groottecriteria uit artikel 15 W.Venn. dienen te worden bepaald op geconsolideerde basis.

8. Deze groottecriteria dienen beoordeeld te worden voor de boekjaren 2016 en 2017, teneinde in 2018 (aanslagjaar 2019) te kunnen vaststellen of de aanvrager die de liquidatiereserve wenst aan te leggen groot of klein is.

9. Randnummer 53 van CBN-advies 2017-06 beschrijft de methodiek van een horizontale consolidatie:

a. Alle posten van de balansen en de resultatenrekeningen worden horizontaal opgeteld;

b. Onderlinge schulden en vorderingen en resultaten worden geëlimineerd;

c. De participaties aangehouden in elkaar worden weggewerkt.

10. De aanvragers leveren de geconsolideerde cijfers. Na eliminatie van de aandelenparticipaties in de balans en de verkregen dividenden in de resultatenrekening, in een volledige consolidatie van de jaarrekeningen van de aanvragers, dient vastgesteld te worden dat de grensbedragen vermeld in artikel 15 W.Venn. inzake de grootte van vennootschappen niet werden overschreden.

11. Kortom, er wordt vastgesteld dat wanneer men zou overgaan tot een (vrijwillige) horizontale consolidatie, niet meer dan één van de relevante drempels van artikel 15 W. Venn. wordt overschreden voor de boekjaren 2016 en 2017, te weten de twee voorafgaande boekjaren.

12. Voorgaande veronderstelt dat X kwalificeert als kleine vennootschap in de zin van artikel 15, §1 tot §6 W.Venn.

13. Bijgevolg kan worden besloten dat X een liquidatiereserve overeenkomstig artikel 184quater WIB92 kan aanleggen voor het boekjaar 2018 (aanslagjaar 2019).