Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2018.1174 du 05.02.2019
IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale
DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport de biens immobiliers · Apport de biens mobiliers
TVA · Exemption
IMPÔT DES PERSONNES PHYSIQUES · Revenus divers · Gestion normale du patrimoine privé
Résumé
Les scissions partielles des sociétés X et Y, qui s’inscrivent dans le cadre de l’objectif qui veut confirmer juridiquement la scission du groupe déjà présente d’un point de vue opérationnel à la suite de divergences dans la vision entre deux branches familiales, sont conformes aux dispositions de l’article 183bis, CIR 92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l'article 211, § 1er, CIR 92. Ces scissions partielles sont, du point de vue des droits d'enregistrement, soumises à un taux proportionnel de 0 % avec un minimum de droit fixe général conformément aux articles 115, 115bis combinés à l'article 167 C. enr. À la suite des scissions partielles, les cessions sont exonérées de la TVA conformément aux articles 44 § 3, 1°, a), 7° et 10°, C. TVA.
L'apport des actions ou parts de la société partiellement scindée Y peut être considéré comme une opération de gestion normale du patrimoine privé au nom des actionnaires-personnes physiques au sens de l'article 90, 9°, premier tiret, CIR 92 de sorte que la plus-value n’est pas imposable à titre de revenus divers.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
1.1 de geplande partiële splitsing van vennootschap A en de geplande partiële splitsing van vennootschap D beantwoorden aan zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of ontwijking hebben in de zin van artikel 211, § 1, vierde lid, 3° juncto artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);
1.2 de overdrachten in het kader van de partiële splitsingen onderworpen zijn aan de evenredige registratierechten van 0 % overeenkomstig de artikelen 115 en 115bis van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten (hierna W.Reg.);
1.3 de overdrachten in het kader van de partiële splitsingen vrijgesteld zijn van btw op grond van de artikelen 44, § 3, 1°, a), 7° en 10°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw);
1.4 de geplande inbreng tegen marktwaarde van de aandelen van vennootschap D door dhr. K en dhr. L in vennootschap F en door dhr. M en dhr. N in vennootschap G als een normale verrichting van beheer van privévermogen als bedoeld in artikel 90, 1° en 9°, WIB 92 kan worden beschouwd.
II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers
2. De groep Q omhelst diverse vennootschappen. Vennootschap D, waarvan de aandelen worden aangehouden door de broers K en M, hun respectievelijke zonen L en N en vennootschap D zelf (eigen aandelen), fungeert als holdingvennootschap en houdt deelnemingen aan in:
• vennootschap A (meerderheidsdeelneming). Deze vennootschap:
- oefent activiteit R uit. Deze activiteit wordt uitgeoefend in een gehuurd pand. Reeds vele jaren is aangaande deze activiteit ook een gerechtelijk geschil lopende;
- was tot voor kort actief in activiteit S. Deze activiteit werd een aantal jaren terug verkocht aan vennootschap E, waarvan de aandelen in het bezit zijn van dhr. K en zijn zoon L. Vennootschap E oefent haar activiteiten uit in een nijverheidsgebouw X dat eigendom is van vennootschap A;
- heeft een nijverheidsgebouw Y in eigendom dat wordt verhuurd aan derden;
• vennootschap B (meerderheidsdeelneming). Deze vennootschap oefent vastgoedactiviteiten uit;
• vennootschap C. Deze vennootschap heeft een activiteit die verwant is met activiteit R.
Naast haar holdingfunctie houdt vennootschap D ook nog diverse onroerende goederen (bedrijfspanden) aan die ze verhuurt aan derden.
3. Door allerlei omstandigheden zijn dhr. K en M niet langer actief betrokken bij het bestuur van de groep en dienen hun respectievelijke zonen L en N nu de nodige beslissingen te nemen. Intussen is gebleken dat de samenwerking tussen beide zonen niet optimaal verloopt en werd er reeds een operationele splitsing doorgevoerd, waarbij dhr. L zich voornamelijk concentreert op activiteit S en dhr. N zich voornamelijk toelegt op de activiteit R en de aanverwante activiteit van vennootschap C.
4. De bedoeling ligt voor om nu ook een juridische opdeling van de groep te bekomen waarbij de activiteiten/activa zullen worden verdeeld in functie van het interesses van dhr. L en dhr. N.
5. In dit opzicht beoogt de groep een partiële splitsing van vennootschap A, waarbij:
• de activiteit R binnen vennootschap A zal behouden blijven;
• het bedrijfsgebouw X en de vordering van vennootschap A op vennootschap E (als gevolg van de verkoop van de activiteit S) zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Newco 1;
• het bedrijfsgebouw Y zal worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Newco 2.
6. Met betrekking tot de partiële splitsing van vennootschap A werd door de aanvragers bevestigd dat er geen schulden rusten op de twee over te dragen onroerende goederen, zodat de overdracht schuldenvrij gebeurt. Tevens werd bevestigd dat de lopende huurcontracten met betrekking tot deze onroerende goederen gewoon zullen doorlopen na de partiële splitsing.
7. Onmiddellijk daarna volgt de partiële splitsing van vennootschap D, waarbij:
• de aandelen van Newco 1 zullen worden ondergebracht in een nieuw op te richten vennootschap Newco 3;
• de aandlen vennootschap A en vennootschap C zullen worden ondergebracht in een nieuw op te richten vennootschap Newco 4;
• de aandelen van vennootschap B en Newco 2 evenals alle onroerende goederen zullen worden behouden binnen vennootschap D.
8. Met betrekking tot de partiële splitsing van vennootschap D werd door de aanvragers verklaard dat de eigen aandelen die vennootschap D aanhoudt, voorafgaand aan de juridische datum van de partiële splitsing van de vennootschap zullen worden vernietigd.
9. Dhr. K en zijn zoon L zullen na de partiële splitsing van vennootschap D hun aandelen van vennootschap D inbrengen in vennootschap F, waarvan de aandelen uitsluitend aan hen beiden toebehoren. Dhr. M en zijn zoon N zullen na de partiële splitsing van vennootschap D hun aandelen van vennootschap D inbrengen in vennootschap G, waarvan de aandelen uitsluitend aan hen en de echtgenote van dhr. M toebehoren. Op die manier kunnen de gerealiseerde winsten worden uitgekeerd als dividend aan vennootschap F en vennootschap G en kan elke familietak zelf beslissen wat men met deze winsten wil uitvoeren, terwijl men in de huidige situatie steeds samen dient te beslissen.
10. De partiële splitsingen zijn de voorbode voor een eventuele latere ruil van de aandelen van de holdingvennootschappen Newco 3 en Newco 4. Dhr. K en zijn zoon L zullen de eigendomsrechten van hun participatie in Newco 4 ruilen met de eigendomsrechten die dhr. M en zijn zoon N aanhouden in Newco 3. Op die manier bekomt familietak K-L de volle eigendom van alle aandelen van Newco 3 en bekomt familietak M-N de volle eigendom van alle aandelen van Newco 4. Dit ligt in lijn met de reeds doorgevoerde operationele splitsing, die onder meer inhoudt dat dhr. L zich bezighoudt met vennootschap E (die haar activiteiten uitvoert in een gebouw dat op heden wordt gehuurd van vennootschap A en in de toekomst dus van Newco 1) en dhr. N zich bezig houdt met de activiteit R en de aanverwante activiteit van vennootschap C.
11. Deze ruil zal pas doorgaan na afloop van het geschil omdat men op die manier zeker is dat elke tak voor een evenwaardig deel zal instaan voor een eventuele schadevergoeding die hieruit zou voortvloeien.
12. De aanvragers verbinden er zich toe dat, van zodra de partiële splitsing van vennootschap A is doorgevoerd, zowel vennootschap A, Newco 1 als Newco 2 zich met hun gehele vermogen solidair borg zullen stellen voor wat betreft de eventuele toekomstige schuld die zou voortvloeien uit het geschil. Een document zal dienaangaande worden overgemaakt aan de eisende partijen in het geschil.
13. De aanvragers hebben bevestigd dat de verrichtingen geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling.
III. Beslissing
III.A. Inzake de vennootschapsbelasting (partiële splitsingen)
14. Zoals reeds hiervoor werd gesteld kaderen de partiële splitsingen binnen het opzet om de huidige operationele opdeling van de activiteiten/activa tussen de twee familietakken zoveel mogelijk ook op juridisch vlak door te voeren, zodat elke familietak zijn eigen beleid kan voeren zonder inmenging van de andere familietak.
15. De partiële splitsingen geven geen aanleiding tot fiscale voordelen:
15.1 vennootschappen A en D zijn de laatste jaren steevast winstgevend en beschikken steeds over een belastbare basis;
15.2 beide partieel te splitsen vennootschappen beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen (overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek en/of DBI-overschotten); aangezien de verkrijgende vennootschappen nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken zij evenmin over dergelijke bestanddelen;
15.3 de aanvragers hebben bevestigd dat, behoudens de in deze beslissing omschreven inbreng van aandelen en aandelenruil door de aanvragers-natuurlijke personen zoals omschreven in randnummers 9 en 10, er geen intentie bestaat om de aandelen van de bij de partiële splitsingen betrokken vennootschappen over te dragen.
16. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213, WIB 92 en de bepalingen zoals voorzien in nr. 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92 zullen worden nageleefd naar aanleiding van de partiële splitsingen. Dit blijkt tevens uit de overgemaakte ontwerpen van de splitsingsstaten. De herinvesteringen in het kader van de toepassing van artikel 47, WIB 92 bij vennootschap D zijn op heden reeds volledig uitgevoerd. De herbeleggingsactiva zullen behouden blijven bij vennootschap D zodat het vrijgestelde gedeelte van de gespreid te belasten meerwaarden bij voorrang zal worden toegewezen aan vennootschap D. De aanvragers hebben opgemerkt dat vennootschap D recent nog een onroerend goed heeft verkocht. In dit verband werd door de aanvragers verklaard dat, indien zou worden geopteerd voor de gespreide taxatie van de aldus gerealiseerde meerwaarde, vennootschap D zich er onherroepelijk toe verbindt om de herbebeleggingsverplichting op zich te nemen, wat inhoudt dat bij het niet tijdig herbeleggen van de verkoopprijs de volledige meerwaarde gerealiseerd op het recent verkochte onroerend goed zal worden belast ten name van vennootschap D.
17. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen van vennootschappen A en D plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
18. De aandacht wordt er tevens op gevestigd dat de beslissing in randnummer 17:
• slechts geldig blijft voor zover het bewijs van het aangegane engagement waarvan sprake in randnummer 12 binnen de twee maanden na doorvoering van de partiële splitsing van vennootschap A wordt overgemaakt aan de DVB en het plaatselijk controlekantoor van vennootschap A;
• gebaseerd is op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 15.3, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschappen en/of verkrijgende vennootschappen.
III.C. Inzake de registratierechten (partiële splitsingen)
19. De voorgenomen partiële splitsing van vennootschap A betekent concreet dat:
• de activiteit R binnen vennootschap A behouden blijft;
• het bedrijfsgebouw X en de vordering van vennootschap A op vennootschap E (als gevolg van de verkoop van de activiteit S) worden afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap Newco 1;
• het bedrijfsgebouw Y wordt afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap Newco 2.
20. Inzake de in te brengen bedrijfsgebouwen verwijzen de aanvragers naar artikel 115bis, W.Reg. Dit artikel bepaalt dat de inbreng van onroerende goederen (andere dan die gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of bestemd zijn en door een natuurlijke persoon worden ingebracht) in een Belgische vennootschap wordt onderworpen aan een evenredig registratierecht van 0 %.
21. De aanvragers verklaren dat de over te dragen onroerende goederen bedrijfsgebouwen zijn die niet voor bewoning zijn bestemd. Ook verklaren de aanvragers dat de inbreng louter vergoed zal worden met aandelen. Er zijn wel schulden in vennootschap A maar deze worden niet overgedragen naar Newco 1 noch naar Newco 2. De schulden zijn volgens de aanvragers immers niet gelieerd aan de over te dragen onroerende goederen. Vermits er geen schulden worden overgedragen dient er geen voorbehoud te worden gemaakt voor de toepassing van artikel 120, W.Reg.
22. Nadien volgt de partiële splitsing van vennootschap D, waarbij:
• de aandelen van Newco 1 worden ondergebracht in een nieuw op te richten vennootschap Newco 3;
• de aandelen van vennootschap A en vennootschap C worden ondergebracht in een nieuw op te richten vennootschap Newco 4;
• de aandelen van vennootschap B en van Newco 2 evenals alle onroerende goederen worden behouden binnen vennootschap D.
23. Bij deze partiële splitsing van vennootschap D worden er met andere woorden enkel roerende goederen overgedragen. Conform artikel 115, W.Reg. wordt de inbreng van roerende goederen in een Belgische vennootschap onderworpen aan een evenredig registratierecht van 0 %. Ook hier merken de aanvragers op dat de inbrengen enkel zullen vergoed worden door aandelen en er geen schulden worden overgedragen.
24. Op basis van voorgaande informatie kan de DVB bevestigen dat de geplande partiële splitsingen van vennootschap A en vennootschap D aanleiding geven tot de toepassing van evenredige registratierechten van 0 % met een minimum van het algemeen vast recht conform de artikelen 115, 115bis juncto 167, W.Reg.
25. De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).
III.D. Inzake de btw (partiële splitsingen)
26. De aanvragers zijn van mening dat beide partiële splitsingen niet onderworpen zijn aan btw aangezien de verrichtingen vrijgesteld zijn van btw.
27. Concreet worden er onroerende goederen, een kruisrekening of schuldvordering (partiële splitsing van vennootschap A) en aandelen (partiële splitsing van vennootschap D) overgedragen naar de nieuw op te richten vennootschappen.
28. De aanvragers verklaren dat de onroerende goederen ‘oud’ zijn in de zin van artikel 44, § 3, 1°, a), W.Btw.
29. Op basis van de aangeleverde informatie kan de DVB bevestigen dat de geplande overdrachten ingevolge de partiële splitsingen vrijgesteld zijn van btw op basis van respectievelijk artikel 44, § 3, 1°, a), W.Btw (overdracht van onroerend goed), artikel 44, § 3, 7°, W.Btw (overdracht van een schuldvordering) en artikel 44, § 3, 10°, W.Btw (overdracht van aandelen).
III.E. Inzake de personenbelasting (inbreng van aandelen)
30. De in randnummer 9 vermelde inbrengen vormen een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.
31. De aandelen van vennootschap D werden reeds lange tijd geleden door dhrn. K en M verworven. Enkele jaren geleden schonken zij de blote eigendom van hun aandelen van vennootschap D aan hun respectievelijke zonen L en N.
32. De geplande inbrengen kunnen, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:
32.1 het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;
32.2 de inbreng kadert binnen de wens van de twee familietakken om hun eigen koers te varen en om de middelen verkregen uit de onderliggende vennootschappen door dividenduitkeringen naar eigen inzicht te beheren en te investeren;
32.3 de eventuele meerwaarde die bij de inbreng zal worden gerealiseerd is, gelet op de afwezigheid van financieringen en hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92;
32.4 door de aanvragers werd geen waarderingsverslag betreffende deze inbreng verstrekt aan de DVB, zodat hieromtrent geen opmerkingen konden worden geformuleerd.
33. De aandacht wordt erop gevestigd dat het kapitaal dat ten name van vennootschap F en vennootschap G zal gecreëerd worden door de geplande inbreng van de aandelen van vennootschap D, valt onder de toepassing van artikel 184, derde lid, WIB 92 zoals gewijzigd voor inbrengen vanaf 1 januari 2017. Dit houdt in dat het gestort kapitaal naar aanleiding van ruil van nieuwe aandelen uitgegeven door vennootschap F en vennootschap G gelijk is aan de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger. Bij gebrek hieraan, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, in het totaal gestort kapitaal van de vennootschap waarvan ze de vertegenwoordiging zijn. Voor het overige wordt deze inbreng als een belaste reserve aangemerkt. Hierbij moet worden opgemerkt dat de naar aanleiding van in artikel 211, § 1, WIB 92, bedoelde belastingneutrale fusies of (partiële) splitsingen verkregen aandelen dezelfde aanschaffingswaarde blijven behouden als de omgeruilde aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap. In geval van een partiële splitsing wordt de aanschaffingswaarde van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap en de verkrijgende vennootschap naar analogie van artikel 45, § 1, derde lid, WIB 92 bepaald naar verhouding tot de werkelijke waarde van het behouden respectievelijk overgedragen vermogen ten opzichte van de werkelijke waarde van de partieel gesplitste vennootschap vóór de verrichting.
34. De aandacht wordt er tevens op gevestigd dat deze beslissing:
• slechts geldig blijft voor zover het definitieve waarderingsverslag van de in te brengen aandelen van de vennootschap D en het inbrengverslag van de bedrijfsrevisor, dat de waarde van de aandelen op het ogenblik van de inbreng in vennootschap F en vennootschap G weergeeft, zal worden overgemaakt aan het plaatselijk controlekantoor van de aanvragers-natuurlijke personen;
• slechts geldig blijft voor zover de geplande inbreng van de aandelen van de vennootschap D plaatsvindt binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing;
• gebaseerd is op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 en de toepassing van de antimisbruikbepaling voorzien in artikel 344, § 1, WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de latere inbreng of verkoop van de aandelen van vennootschap F en vennootschap G in of aan een nieuwe of bestaande vennootschap;
• geen uitspraak inhoudt omtrent de toepassing van art. 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 op de toekomstige aandelenruil zoals vermeld in randnummer 10.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.