Impôt des sociétés, Apport d’une branche d’activité exonéré · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2018.0978 11 décembre 2018

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Apport d’une branche d’activité exonéréIMPÔT DES SOCIÉTÉS - Apport d’une branche d’activité exonéré - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Plus-value sur actions - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport d’une branche d’activité - TVA - Cession d’une branche d’activité

https://juriel.be/fr/rulings/2018-0978-impot-societes-apport-branche-activite-c7e2

Numéro
2018.0978
Date
11 décembre 2018

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

115 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2018.0978 du 11.12.2018

IMPÔT DES SOCIÉTÉS · Apport d’une branche d’activité exonéré · Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Plus-value sur actions

DROITS D’ENREGISTREMENT · Apport d’une branche d’activité

TVA · Cession d’une branche d’activité

Résumé

Les apports successifs peuvent être considérés comme des apports d’une division de l’entreprise ou d'une branche d'activité au sens de l'article 46, § 1er, premier alinéa, 2°, CIR 92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale tel que visé à l’article 46, § 1er, CIR 92.

La scission partielle par laquelle une activité distincte est transférée à une nouvelle société belge à constituer, répond aux dispositions de l'article 183 bis, CIR92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visée à l'article 211, § 1er, CIR 92.

L’article 192, § 1er, alinéas sept et huit, CIR 92, prévoir, pour l’estimation du délai de conservation d’un an des actions ou parts, la neutralité fiscale des opérations d’apport et de scission (partielle) réalisées conformément à l'article 46, § 1er, premier alinéa, 2°, CIR 92 et respectivement à l’article 211 CIR 92 au nom de la société absorbante ou bénéficiaire, ainsi qu’au nom des sociétés-actionnaires.

Les opérations d’apport et scission partielle précitées sont exonérées de droits d'enregistrement conformément à l'article 117, § 2, combiné à l’article 120, troisième alinéa, C. enr.

Les transferts à la suite des opérations d’apports et scission partielle précitées relèvent du champ d'application de la TVA pour autant qu’ils aient lieu entre les membres d’une même unité TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de inbreng van de activiteiten 1, 2, 3 en 4 door de NV A in de nieuw opgerichte vennootschap NV B kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92;

1.2. de inbreng van de activiteiten 2, 3 en 4 door de NV B in de nieuw opgerichte vennootschap NV C kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92;

1.3. de inbreng van de activiteit 5 door de NV A in de nieuw opgerichte vennootschap NV D kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92;

1.4. artikel 192, § 2, WIB 92 van toepassing is op de herbeleggingsactiva als bedoeld in artikel 47 WIB 92 die in het kader van de voormelde inbrengverrichtingen worden ingebracht;

1.5. de aandelen die de NV A zal verkrijgen in de nieuw opgerichte Belgische vennootschappen NV B en NV D ter vergoeding van de door haar gedane inbrengen, reeds meer dan een jaar kunnen worden geacht te zijn aangehouden door de NV A overeenkomstig artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92;

1.6. de partiële splitsing van de NV A beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92;

1.7. de artikelen 212 en 213 WIB 92 van toepassing zijn op de voormelde partiële splitsing;

1.8. de aandelen van de NV D die zullen worden overgedragen naar aanleiding van de partiële splitsing van de NV A, reeds meer dan een jaar kunnen worden geacht te zijn aangehouden door de NV E overeenkomstig artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92;

1.9. de voormelde inbrengverrichtingen en partiële splitsing vrijgesteld zijn van registratierechten overeenkomstig artikel 117, § 2, W.Reg. juncto artikel 120, derde lid, W.Reg.;

1.10. de overdrachten naar aanleiding van voormelde inbrengverrichtingen en partiële splitsing buiten het toepassingsgebied van de btw vallen voor zover deze plaatsvinden tussen leden van eenzelfde btw-eenheid.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. De Belgische vennootschap NV A, een dochtervennootschap van de buitenlandse vennootschap F, baat verschillende operationele activiteiten uit die opgedeeld zijn in verschillende bedrijfsafdelingen.

3. Naast haar eigenlijke operationele activiteiten houdt de NV A tevens verschillende dochtervennootschappen aan. Tevens levert de NV A ook ondersteunende diensten aan de verschillende bedrijfsafdelingen.

4. De NV B, NV C, NV D en NV E zijn nieuw opgerichte Belgische vennootschappen.

5. De groep wenst een internationale herstructurering door te voeren. Naast het louter onderbrengen van de specifieke activiteiten in verschillende lokale juridische entiteiten, werd onder de buitenlandse moedervennootschap F voor bepaalde operationele activiteiten, een buitenlandse entiteit opgericht, die wereldwijd de aandelen zal aanhouden in de lokale entiteiten die zich bezighouden met de desbetreffende activiteiten, alsook deze centraal zal aansturen. Voor België impliceert deze strategie in de oprichting van nieuwe Belgische entiteiten naar dewelke de onderscheiden bedrijfsafdelingen vanuit de NV A zullen worden ondergebracht.

6. Meer specifiek zal de NV A volgende bedrijfsafdelingen inbrengen in de nieuw opgerichte entiteiten:

6.1. de activiteiten 1 (inclusief de aandelen in de verschillende dochtervennootschappen) 2, 3 en 4 zullen worden ingebracht in de NV B;

6.2. de activiteit 5 zal worden ingebracht in de NV D.

7. De NV B zal vervolgens de activiteiten 2, 3 en 4 inbrengen in de NV C.

8. Daarna zal de NV A haar activiteit 6, inclusief de deelneming in de NV D, middels een partiële splitsing overdragen aan de NV E.

9. De geplande herstructurering is ingegeven door onderstaande motieven:

9.1. een duidelijke operationele en organisatorische focus per divisie;

9.2. het ondersteunen en mogelijk maken van strategische KPIs (o.a. groei) per divisie;

9.3. een duidelijk onderscheiden optreden naar de klanten en de stakeholders toe als divisie;

9.4. een duidelijke aandacht voor verticale optimalisatie;

9.5. het ontwerpen van een consistente en consequente divisionele IT-print van fabriek tot de markt en de klanten;

9.6. het aligneren van managementverantwoordelijkheden en toerekenbaarheid zal zorgen voor een duidelijke rollenverdeling (zowel intern als extern); en

9.7. het verhogen van de beslissingsbevoegdheid binnen de divisie, hetgeen cross-divisionele discussies vermijdt of beperkt.

10. De aanvragers hebben bevestigd dat de reorganisatie geen verlies aan tewerkstelling binnen de groep met zich zal meebrengen.

III. Beslissing

III.A. Inzake de vennootschapsbelastingen

III.A.1. Inzake de toepassing van de artikelen 46, § 1, en 192, § 2, WIB 92 op de inbrengverrichtingen

11. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van deze begrippen is evenwel niet terug te vinden in het WIB 92.

12. Met de wet van 11.12.2008 werd het WIB 92 aangepast conform de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten (gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17.02.2005), de zogenaamde Fusierichtlijn. In de memorie van toelichting (Doc 52 1398/001) staat hieromtrent het volgende vermeld:

“De diverse juridische begrippen die worden gehanteerd, zoals de fusie, de splitsing, de met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, de aandelenruil, de inbreng van een bedrijfsafdeling, een tak van werkzaamheid of de algemeenheid van goederen, hebben de betekenis die daar aan verleend wordt in het vennootschappenrecht (wat de aandelenruil betreft werden de voorwaarden zoals vermeld in de op 17 februari 2005 gecoördineerde richtlijn, evenwel in de fiscale bepalingen zelf ingeschreven). Dit impliceert dat een verrichting die mogelijkerwijze economisch, bijvoorbeeld, een fusie zou zijn (met verdwijning van een rechtspersoon waarvan het gehele vermogen terug te vinden is bij de overnemende rechtspersoon), doch die niet beantwoordt aan de vereisten om conform het Wetboek van vennootschappen een fusie uit te maken, ook voor de toepassing van de bepalingen van het WIB 92 niet als een “fusie” zal worden beschouwd of behandeld. Dit is met name het geval indien een als fusie vooropgestelde verrichting zou gepaard gaan met een opleg in geld van meer dan 10 %”.

13. De inbreng van een bedrijfstak wordt in het Wetboek van vennootschappen (W.Venn.) als volgt gedefinieerd:

13.1. volgens artikel 679 W.Venn. is een inbreng van een bedrijfstak de rechtshandeling waarbij een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak alsmede de daaraan verbonden activa en passiva overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

13.2. volgens artikel 680 W.Venn. is een bedrijfstak een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

14. De vraag of bepaalde activa en passiva al dan niet in een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid zijn belegd, moet worden beantwoord in het licht van de op het ogenblik van een inbreng bij de inbrengende vennootschap bestaande feitelijke toestand. In randnummer 46/36.1 van de administratieve commentaar op het WIB 92 wordt in deze vermeld dat het derhalve van weinig belang is dat die onroerende goederen niet absoluut onmisbaar zouden zijn voor de uitoefening van de werkzaamheid of nog dat de vennootschap bij wie de inbreng wordt gedaan al dan niet de bedoeling zou hebben dezelfde werkzaamheid op dezelfde plaats voort te zetten. Het is ontegensprekelijk zo dat de onroerende goederen in een ingebrachte bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid zijn belegd wanneer ze aan de inbrengende vennootschap toebehoren en ze volledig voor de uitoefening van de bedrijfsafdeling of tak worden gebruikt.

15. In casu omvatten de verschillende inbrengen alle activa en passiva die specifiek voor de activiteiten 1, 2, 3, 4 en 5 worden aangewend. De ingebrachte activiteiten betreffen de activiteiten zoals ze vandaag reeds binnen de NV A voor de betreffende units worden uitgeoefend.

16. Ook de personeelsleden die werkzaam zijn in het kader van deze activiteiten, zullen overgaan naar de NV B, NV C of NV D. Personeelsleden die een overkoepelende functie voor de verschillende bedrijfsafdelingen uitoefenen, blijven werkzaam binnen de NV A. Hiervoor zal een dienstenovereenkomst worden afgesloten tussen de NV A enerzijds en de NV B, NV C en NV D anderzijds.

17. De onroerende goederen die uitsluitend worden gebruikt voor of verband houden met de respectievelijke bedrijfsafdelingen, zullen worden ingebracht in de desbetreffende vennootschap. De onroerende goederen waar er een gemengd gebruik bestaat, zullen niet worden ingebracht maar tegen een marktconforme vergoeding ter beschikking worden gesteld door de NV A.

18. Uit het voormelde blijkt dat het telkens gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

19. De aanvragers hebben tevens bevestigd dat de betrokken inbrengverrichtingen zullen gebeuren tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de inbrengverkrijgende vennootschappen vertegenwoordigen en dat er geen opleg in geld zal worden betaald.

20. Derhalve kan worden besloten dat de inbrengen van de activiteiten 1, 2, 3, 4 en 5 kunnen worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

21. De aanvragers hebben aangetoond dat de opeenvolgende inbrengverrichtingen niet fiscaal geïnspireerd zijn:

21.1. de inbrengende entiteit NV A is winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen (overgedragen fiscale verliezen, overgedragen DBI-aftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal). Aangezien de inbrengverkrijgende vennootschappen NV B, NV C en NV D nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken zij evenmin over dergelijke bestanddelen;

21.2. volgens door de aanvragers verstrekte prognoses zullen de betrokken vennootschappen zich na de geplande verrichtingen in een winstgevende positie bevinden;

21.3. de aanvragers hebben bevestigd dat de NV A een marktconforme huur zal aanrekenen voor het gebruik van een gedeelte van het kantoorgebouw door de NV B en de NV C;

21.4. de aanvragers hebben bevestigd dat, behoudens de overdracht van de aandelen van de NV D in het kader van de partiële splitsing, geen intentie bestaat om de aandelen van de inbrengverkrijgende vennootschappen NV B, NV C en NV D over te dragen.

22. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan derhalve worden aangenomen dat de opeenvolgende inbrengverrichtingen plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis WIB 92 zoals voorgeschreven in artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

23. De inbrengverkrijgende vennootschappen zijn binnenlandse vennootschappen.

24. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbrengverrichtingen overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zullen verlopen.

25. Derhalve kan worden besloten dat de in randnummers 6 en 7 vermelde inbrengverrichtingen belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92.

26. Artikel 192, § 2, WIB 92 bepaalt dat, wanneer met betrekking tot verrichtingen als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92, de herbelegging als bedoeld in artikel 47 WIB 92 deel uitmaakt van de inbreng of, in voorkomend geval, wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap zich onherroepelijk verbonden heeft die herbelegging te verwezenlijken, het op het ogenblik van de verrichting voorlopig niet belaste gedeelte van de meerwaarde als vermeld in artikel 47 WIB 92 ten name van de vroegere belastingplichtige volledig wordt vrijgesteld, onverminderd de toepassing betreffende die meerwaarde, van de bepalingen van artikel 190 WIB 92 ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap. Het boekhoudkundig uitdrukken van die meerwaarde blijft evenwel zonder invloed op de vaststelling van het resultaat van het belastbaar tijdperk. De NV A heeft gespreid te belasten meerwaarden als bedoeld in artikel 47 WIB 92 waarvan de vrijstelling afhankelijk is van een herbeleggingsverplichting. De aanvragers hebben bevestigd dat de nodige herbeleggingen reeds zijn uitgevoerd door de NV A. Voor zover de herbeleggingsactiva deel zullen uitmaken van de inbrengen, zullen de corresponderende vrijgestelde reserves inclusief de verbonden uitgestelde reserves mee worden overgedragen naar de betreffende entiteiten zodat de gespreide taxatie van deze reserves verder zal plaatsvinden op het niveau van de respectievelijke inbrengverkrijgende vennootschappen.

III.A.2. Inzake de toepassing van de artikelen 211, § 1, 212 en 213 WIB 92 op de partiële splitsing

27. De groep heeft besloten om alle activa en passiva verbonden aan de activiteit 6, inclusief de deelneming in de NV D, via een partiële splitsing van de NV A over te dragen aan een nieuw opgerichte Belgische entiteit, zijnde NV E. Ook het onroerend goed dat specifiek is verbonden aan deze bedrijfsafdeling, zal mee worden afgesplitst.

28. De werknemers van de NV A die specifiek tewerk gesteld zijn voor de activiteit 6, zullen overgaan naar de NV E. Werknemers die een overkoepelende functie uitoefenen voor de onderscheiden bedrijfsafdelingen, worden niet mee overgedragen maar blijven verder tewerk gesteld bij de NV A.

29. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de partiële splitsing liggen:

29.1. de NV A is een winstgevende vennootschap met een belastbare basis en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (geen overgedragen fiscale verliezen, aftrek voor risicokapitaal, investeringsaftrek of DBI-overschotten). Aangezien de verkrijgende vennootschap NV E een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen;

29.2. beide vennootschappen zullen zich na de geplande verrichting in een winstgevende positie bevinden;

29.3. de aanvragers hebben bevestigd dat de NV A een marktconforme huur zal aanrekenen voor het gebruik van een gedeelte van het kantoorgebouw door de NV E;

29.4. de aanvragers hebben bevestigd dat, behoudens de inbrengen van aandelen door de buitenlandse moedervennootschap F in het kader van een toekomstige hive-down transactie, de aandeelhouders niet de intentie hebben om de aandelen van de NV A of van de NV E over te dragen.

30. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92.

31. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

32. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zal verlopen.

33. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van MB BeLux belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

34. Het voormelde heeft tot gevolg dat, overeenkomstig artikel 212 WIB 92, de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, minderwaarden of meerwaarden die bij de verkrijgende vennootschap NV E met betrekking tot de bij haar ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal worden bepaald alsof de partiële splitsing niet had plaatsgevonden.

35. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen.

De aanvragers hebben bevestigd dat de verdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92 en de voorschriften van de administratieve commentaar op het WIB 92 zal gebeuren.

III.A.3. Inzake de toepassing van artikel 192, § 1, WIB 92

36. Artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 stelt dat de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92 die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92, worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.

37. Artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92 stelt verder dat om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan ten name van de overnemende of verkrijgende vennootschap, de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap.

38. De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij het achtste lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92 verduidelijkt immers dat: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(…) De bijzondere toepassing die hierbij werd ingesteld bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).

39. Wanneer aandelen “in ruil” worden ontvangen of worden overgedragen naar aanleiding van fiscaal neutrale verrichtingen die beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92, wordt ten name van de aandeelhouder het behoud van de eigendom geacht niet te zijn onderbroken (Circulaire nr. Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) d.d. 21.05.2013). Artikel 192, § 1, zevende en achtste lid, WIB 92 voorziet derhalve - voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud - in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, fusie en splitsing die worden verwezenlijkt overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92, ten name van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen.

40. De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 uitdrukkelijk naar belastingneutrale verrichtingen als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. In overeenstemming met de fiscale neutraliteit zoals voorzien in artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 dient als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdperiode van één jaar bij inbrengverrichtingen gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden. De aanvragers hebben bevestigd dat de ingebrachte bedrijfsafdelingen 1, 2, 3, 4 en 5 reeds meerdere jaren fungeren als een op zich staand geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken binnen de NV A. Derhalve kunnen de aandelen die de NV A zal verkrijgen in de nieuw opgerichte Belgische vennootschappen NV B en NV D ter vergoeding van de door haar gedane inbrengen, worden geacht reeds meer dan een jaar te zijn aangehouden door de NV A overeenkomstig artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92.

41. Voor aandelen die worden overgedragen naar aanleiding van een belastingneutrale (partiële) splitsing, bepaalt artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92 dat, om vast te stellen of aan de houdperiode van een jaar is voldaan ten name van de verkrijgende vennootschap NV E, de overgedragen aandelen van de NV D worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de NV A. Gelet op het voorgaande kunnen de aandelen van de NV D die zullen worden overgedragen naar aanleiding van de partiële splitsing van de NV A, reeds meer dan een jaar worden geacht te zijn aangehouden door de NV E overeenkomstig artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92.

III.B. Inzake de registratierechten

Inbrengen

42. Krachtens artikel 117, § 2, W.Reg. is het bij artikel 115 W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

43. Bij koninklijk besluit (Artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

“de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3e lid[…] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd”.

44. Inzake de beoogde inbrengverrichtingen kan worden vastgesteld dat de inbrengende vennootschappen NV A en NV B Belgische vennootschappen zijn met zowel de zetel der werkelijke leiding als de statutaire zetel in België waardoor aan de vereiste van statutaire zetel gevestigd op het grondgebied van een EU-lidstaat op het niveau van de inbrengende vennootschappen is voldaan. Voor de volledigheid kan tevens worden vastgesteld dat de inbrengen zullen gebeuren in Belgische vennootschappen (NV B, NV C en NV D) die elk zowel hun zetel der werkelijke leiding als hun statutaire zetel in België hebben.

45. De aanvragers verklaren dat de voorziene inbrengen volledig worden vergoed via uitgifte van nieuwe aandelen door de NV B, NV C en de NV D en er geen opleg in geld zal zijn.

46. In de inbrengakten zal uitdrukkelijk worden bevestigd dat de voorwaarden zoals vermeld in artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 zijn vervuld.

47. De aanvragers hebben voldoende aangetoond dat in casu telkenmale sprake is van een inbreng van een bedrijfstak in de zin van artikel 117, § 2, W.Reg. Op die manier kan tevens toepassing worden gemaakt van artikel 120, derde lid, W.Reg.

48. Vermits voor de voorgenomen inbrengen de voorwaarden van artikel 117, § 2 W.Reg. juncto artikelen 1 en 2 van het KB van 18 juli 1972 telkenmale zijn voldaan, kunnen deze inbrengen aldus plaatsvinden vrij van enig registratierecht conform artikel 117, § 2, W.Reg. en artikel 120, derde lid, W.Reg.

Partiële splitsing

49. De activiteit 6, inclusief de deelneming in de NV D, zal door de NV A middels een partiële splitsing worden overgedragen aan een nieuw opgerichte Belgische entiteit, zijnde NV E. De aanvragers verklaren dat alle activa en passiva alsook alle werknemers verbonden aan de activiteit 6 zullen worden overgedragen. Hetzelfde geldt voor het onroerend goed dat specifiek is verbonden aan de activiteit 6. Er kan in casu gesproken worden over een bedrijfstak in de zin van artikel 117, § 2, W.Reg.

50. De partiële splitsing van de NV A kan derhalve plaatsvinden vrij van enige registratierechten op basis van artikel 117, § 2, W.Reg. en artikel 120, derde lid, W.Reg.

III.C. Inzake de belasting over de toegevoegde waarde

51. De aanvragers verklaren dat de bij de inbrengen en de partiële splitsing betrokken vennootschappen deel zullen uitmaken van éénzelfde Belgische btw-eenheid. De DVB is niet bevoegd om uitsluitsel te geven omtrent de vraag of de voorwaarden van deze eenheid (van de btw-eenheid zelf en de toetredingsvoorwaarden van de daartoe horende leden) zijn vervuld. In de veronderstelling dat dit het geval is (waarvoor de aanvragers uitsluitsel kunnen bekomen bij de plaatselijke controle) kan de DVB wel bevestigen dat de overdrachten van activa en passiva (gelinkt aan de in te brengen of af te splitsen bedrijfstak) tussen leden van éénzelfde btw-eenheid (interne handelingen genoemd) buiten het toepassingsgebied van de btw vallen.