Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
IMPÔT DES SOCIÉTÉS
Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Plus-value sur les actions · Déduction RDT · Précompte mobilier · Dividende · Emigration · Transfert de siège · Fraude ou évasion fiscale
DROITS D’ENREGISTREMENT · Scission partielle · Exemption prévue par l’article 44, § 3, 1°, a), premier alinéa du Code de la TVA
Résumé
La scission partielle des sociétés d’exploitation A, B, C et D par laquelle les biens immobiliers sont cédés à une nouvelle société E à constituer, en vue de la vente des actions des sociétés d’exploitation A, B, C et D répond aux conditions de l'article 183bis CIR92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l'article 211, § 1er, CIR 92.
La plus-value qui sera réalisée lors de la vente des actions des sociétés d’exploitation A, B, C et D à une tierce partie, bénéficiera de l’exonération fiscale définitive et intégrale comme prévu à l'article 192, § 1er, CIR 92 (à l’exception d’une action dans A, B, C et D que la société holding H a acquis en 2018 de Monsieur X), même si la vente a lieu dans l'année qui suit la scission partielle et/ou qu’un transfert du siège de H à l’étranger a lieu directement après la vente.
En ce qui concerne une action dans A, B, C et D que H a acquis de Monsieur X en 2018, H sera soumis à l’impôt des sociétés à hauteur de 25,50 % (la cotisation complémentaire de crise incluse) à la suite de l’application de l’article 217, alinéa premier, 2°, CIR 92, étant donné qu’il n’a pas été satisfait à la condition de la détention ininterrompue d’au moins un an en pleine propriété.
Les opérations envisagées ne portent aucunement préjudice à la décision anticipée obtenue auparavant pour H et Monsieur X en ce qui concerne les opérations susmentionnées qui n’ont pas encore effectuées actuellement (à savoir le transfert du siège à l’étranger et la distribution de dividendes éventuelle après le transfert du siège) et que la plus-value intégrale (tant celle à attribuer à la période datant d’avant celle à attribuer à la période postérieure à la scission partielle) en ce qui concerne toutes les participations de H qui sont encore détenues au transfert du siège, doivent être taxées conformément à l'article 209 combiné à l’article 210, 4°, CIR 92, bénéficieront de l’exonération intégrale et définitive prévue à l’article 192 CIR 92, quel que soit le moment où le transfert du siège de H à l’étranger se fait et donc, aussi si celui-ci a lieu dans l’année qui suit la scission partielle prévue et directement après la vente des participations dans les sociétés dont l’immobilier a été scindé auparavant.
Les distributions de dividendes (intermédiaires) par A, B, C et D à H sont exemptes de précompte mobilier conformément à l’article 106, § 6, AR CIR 92 et peuvent bénéficier de la déduction RDT conformément à l'article 202 CIR 92 (à l’exception d’une action dans chacune de ces sociétés que H a acquis en 2018 de Monsieur X et où les conditions de l’article 202, § 2, alinéa premier, 2°, CIR 92 ne sont pas remplies).
Les scissions partielles sont soumises au droit d'enregistrement proportionnel de 0 % avec un minimum du droit fixe général prévu à l’article 167 C. enr. Féd.
Les transferts des biens immobiliers, moyennant les scissions partielles, peuvent bénéficier du régime de franchise en matière de TVA en application de l’article 44, § 3, 1°, a), alinéa premier, C.TVA.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
- de partiële splitsing van de vennootschappen A, B, C en D waarbij elk van deze vennootschappen hun onroerend goed afsplitsen naar een voorafgaand aan de partiële splitsing nieuw op te richten Belgische dochtervennootschap (vennootschap E) van holding H, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en aldus volledig neutraal zal zijn inzake inkomstenbelastingen;
- de meerwaarde die zal worden gerealiseerd bij de daaropvolgende verkoop van de aandelen van de overdragende vennootschappen A, B, C en D aan een derde partij de definitieve en volledige vrijstelling van belasting zal genieten zoals voorzien in artikel 192 WIB 92, ook als de verkoop (closing) gebeurt binnen het jaar na de partiële splitsing en/of er onmiddellijk na de verkoop een zetelverplaatsing van H naar het buitenland plaatsvindt;
- de voorgenomen verrichtingen op geen enkele wijze afbreuk doen aan de voor H en de heer X eerder verkregen voorafgaande beslissing inzake de hierin beschreven verrichtingen die thans nog niet werden uitgevoerd (te weten de zetelverplaatsing naar het buitenland en de eventuele dividenduitkering na de zetelverplaatsing) en dat de volledige meerwaarde (zowel deze toe te wijzen aan de periode vóór als deze toe te wijzen aan de periode ná de partiële splitsing) inzake alle deelnemingen van H die bij de zetelverplaatsing nog worden aangehouden dient belast te worden overeenkomstig artikel 209 juncto artikel 210, 4°, WIB 92 de volledige en definitieve vrijstelling zal genieten voorzien in artikel 192 WIB 92, ongeacht wanneer de zetelverplaatsing van H naar het buitenland gebeurt en dus ook als deze plaatsvindt binnen het jaar na de voorziene partiële splitsing en onmiddellijk na de verkoop van de deelnemingen in de vennootschappen waarvan het vastgoed eerder werd afgesplitst;
- de (tussentijdse) dividenduitkeringen door A, B, C en D aan H vrij zijn van roerende voorheffing overeenkomstig artikel 106, § 6 KB WIB 92 en kunnen genieten van de DBI-aftrek overeenkomstig artikel 202 WIB 92, ongeacht wanneer deze plaatsvinden (vóór dan wel ná de neerlegging van het splitsingsvoorstel maar wel vóór de notariële akte houdende de splitsing);
- de voorliggende verrichtingen elk afzonderlijk alsook verschillende van hen of allen van hen samen genomen niet kunnen worden aangemerkt als een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen t.a.v. dewelke de toepassingsvoorwaarden van artikel 344, § 1, WIB 92 kunnen worden geacht te zijn vervuld;
- de partiële splitsingen onder de toepassing vallen van artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna W.Reg.) en aldus kunnen geschieden tegen het algemeen vast recht van vijftig EUR;
- de partiële splitsingen kunnen genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a), eerste lid van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw) en aldus tevens geschieden zonder verschuldigdheid van BTW.
II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvrager
2. De aandelen van de exploitatievennootschappen A, B, C en D zijn eigendom van vennootschap H.
3. Vennootschappen A, B, C en D bezitten elk een bedrijfsmatig gebruikt onroerend goed en een groot eigen vermogen. Recent is er een overeenkomst gesloten tussen H en een groep die actief is in dezelfde sector, om de aandelen A, B, C en D te verkopen. Evenwel heeft de kopende groep geen interesse om de aanwezige onroerende goederen over te nemen.
4. De geplande verrichting betreft een partiële splitsing van A, B, C en D waarbij de onroerende goederen zullen worden overgedragen aan E. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen specifieke schulden rusten op de onroerende goederen van A, B, C en D.
5. Benevens de afsplitsing van het vastgoed zal ook een tussentijds dividend dienen te worden uitgekeerd (vanuit A, B, C en D) om tot de door de koper gewenste eigen vermogenspositie te komen.
6. Na de tussentijdse dividenduitkering, partiële splitsingen en verkoop aan de derde partij zal de zetel van H worden verplaatst naar het buitenland.
III. Beslissing
III.A. Inzake het belastingneutraal karakter van de partiële splitsingen
7. De partiële splitsingen zijn inzonderheid ingegeven door volgende motieven:
- de heer X wenst de exploitatievennootschappen over te dragen aan een derde partij. Deze derde partij wenst de onroerende goederen niet mee over te nemen;
- door de aanvrager wordt opgemerkt dat de overdracht van de handelsfondsen geen optie is onder meer daar dit naar verwerking toe te complex is.
8. De verkoopprijs van de aandelen A, B, C en D zal worden verkregen door H, aangezien zij alle aandelen A, B, C en D bezit. De aanvrager heeft bevestigd dat een aanzienlijk deel van de verkoopprijs die vennootschap H zal ontvangen naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van vennootschappen A, B, C en D zal worden geherinvesteerd binnen de Europese Economische Ruimte (EER) tegen uiterlijk xx.xx.xxxx. De aanvrager opteert ervoor om de herinvesteringen te verrichten via een nieuw op te richten dochtervennootschap van H, vennootschap J. Een overzicht van de gedane investeringen zal worden verstrekt aan de lokale controlediensten van vennootschappen A, B, C en D tegen uiterlijk xx.xx.xxxx.
9. Vennootschappen A, B, C en D hebben geen overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen.
10. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschappen E en J te vervreemden.
11. De aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen zullen worden verdeeld overeenkomstig artikel 213 WIB 92.
12. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschappen A, B, C en D niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
13. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.
14. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat de partiële splitsing zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.
15. Derhalve kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschappen A, B, C en D kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
III.B. Met betrekking tot de vrijstelling van de meerwaarden op aandelen
16. De aanvrager heeft bevestigd dat H alle aandelen (met uitzondering van één aandeel in elk van de vennootschappen dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X) in de exploitatievennootschappen A, B, C en D gedurende reeds verschillende jaren in volle eigendom aanhoudt.
17. De vier vennootschappen die zullen worden overgedragen betreffen Belgische vennootschappen waarvan de eventuele inkomsten uit deze participaties in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203 WIB 92 van de winst te worden afgetrokken (met uitzondering van het ene aandeel in elk van deze vennootschappen dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X en waar dus niet voldaan is aan artikel 202, § 2, eerste lid 2°, WIB 92).
18. Gelet op bovenstaande is er in casu voldaan aan de voorwaarden van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 (met uitzondering van het ene aandeel in A, B, C en D dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X).
19. Voor wat betreft het ene aandeel in A, B, C en D dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X is er niet voldaan aan de voorwaarde van het ononderbroken behoud van ten minste één jaar in volle eigendom. Bijgevolg zal deze meerwaarde in de vennootschapsbelasting worden belast aan een tarief van 25,50 % (inclusief de aanvullende crisisbijdrage van artikel 463bis, WIB 92) ingevolge de toepassing van artikel 217, eerste lid, 2°, WIB 92.
III.C. Met betrekking tot de bevestiging van de eerdere voorafgaande beslissing / vrijstelling meerwaarde bij zetelverplaatsing
20. De zetelverplaatsing naar het buitenland in hoofde van H is reeds het voorwerp geweest van een voorafgaande beslissing.
21. De zetelverplaatsing kan en zal worden doorgevoerd met behoud van rechtspersoonlijkheid.
22. Naar aanleiding van de zetelverplaatsing zal het volledige vermogen van H worden overgebracht naar het buitenland en zal er in België geen Belgische inrichting overblijven zoals beschreven in artikel 214bis, WIB 92.
23. Het boekjaar van H zal gewoon doorlopen. Er zal (enkele dagen of weken na de zetelverplaatsing omwille van praktische redenen) een interimbalans worden gemaakt gedateerd op de dag van de zetelverplaatsing, die de basis zal vormen voor de nog verschuldigde vennootschapsbelasting over het laatste Belgische boekjaar en waarbij uiteraard zal worden afgerekend alsof het een liquidatie van H betrof op die dag.
24. Er dient bijgevolg voor de heffing van de Belgische vennootschapsbelasting bij H toepassing te worden gemaakt van de artikelen 208, 209 en 210 WIB 92.
25. Voor wat betreft de deelnemingen die nog worden aangehouden door H, na de verkoop aan de derde partij en in toepassing van het artikel 209 juncto 210, 4°, WIB 92 (= zetelverplaatsing naar het buitenland), geldt dat deze kunnen worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting in toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid en artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92 (met uitzondering van het ene aandeel in A, B, C en D dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X (indien dit ene aandeel niet wordt verkocht aan de derde partij, maar wordt afgesplitst naar één van de vastgoedvennootschappen)).
26. Voor wat betreft de deelnemingen in I (een recent opgerichte dochtervennootschap van H) en J is er naar aanleiding van de zetelverplaatsing vennootschapsbelasting van 25,50 % verschuldigd in toepassing van artikel 217, eerste lid, 2°, WIB 92.
27. Voor de aandelen I geldt dit voor de aandelen die werden verworven ingevolge de kapitaalverhoging xx.xx.2017, indien er een meerwaarde zou zijn opgebouwd tussen xx.xx.2017 en de zetelverplaatsing én de zetelverplaatsing vindt plaats voor xx.xx.2018. Ook voor de aandelen J geldt dit, doch alleen indien deze vennootschap wordt opgericht voor de zetelverplaatsing van H én de zetelverplaatsing gebeurt binnen het jaar na de inbreng in J door H. De meerwaarden zullen worden berekend uitgaande van een verslag van een bedrijfsrevisor die de waarde van deze aandelen omstreeks de dag van de zetelverplaatsing waardeert, dan wel uitgaande van de verkoopprijs van deze deelnemingen.
III.D. Met betrekking tot de toepassing van de DBI-aftrek en de vrijstelling van de roerende voorheffing
28. Voorafgaand aan de partiële splitsing zullen A, B, C en D een tussentijdse dividenduitkering doen aan H.
29. Deze dividenduitkeringen zijn vrijgesteld van de roerende voorheffing op basis van artikel 106, § 6, KB WIB 92 (met uitzondering van het ene aandeel in A, B, C en D dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X en waar dus niet voldaan is aan artikel 202, § 2, eerste lid 2°, WIB 92).
30. De aanvrager heeft bevestigd dat H alle aandelen (met uitzondering van één aandeel in elk van de vennootschappen dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X) in de operationele vennootschappen A, B, C en D gedurende reeds verschillende jaren in volle eigendom worden aangehouden.
31. Gelet op het feit dat deze transacties plaatsvinden tussen Belgische vennootschappen en alle voorwaarden van artikel 202 WIB 92 voldaan zijn (met uitzondering van het ene aandeel in elk van deze vier vennootschappen dewelke H heeft verworven in 2018 van de heer X en waar dus niet voldaan is aan artikel 202, § 2, eerste lid 2°, WIB 92) zal H voor deze tussentijdse dividenduitkeringen kunnen genieten van de DBI-aftrek ingevolge de toepassing van de artikelen 202 tot 205 WIB 92.
III.E. Fiscaal misbruik – artikel 344, § 1, WIB 92
32. De geplande herstructurering kadert in de overdracht aan een derde.
33. De keuze van het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.
III.F. Inzake de toepassing van artikel 115bis, federaal W.Reg.
34. Inzake de partiële splitsing waarbij A, B, C en D elk hun bedrijfsmatig verbonden onroerend goed afsplitsten naar een nieuw op te richten Belgische vennootschap E bepaalt artikel 115bis federaal W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.
35. Artikel 120 federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis federaal W.Reg. goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 federaal W.Reg.
36. Artikel 167 federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer er niet anderszins bij deze titel over beschikt is, het bedrag van het op een akte of een verklaring te heffen evenredig recht niet minder mag bedragen dan het algemeen vast recht.
37. Aangezien de inbreng telkens zal worden gedaan in een Belgische vennootschap is er voldaan aan de nationaliteitsvereiste.
38. Aangezien elke partiële splitsing telkens volledig wordt vergoed in aandelen en er geen overname van schuld noch enige opleg is in contanten, is in casu artikel 120 federaal W.Reg. niet van toepassing, en kan worden gesteld dat de verrichtingen zullen worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis federaal W.Reg. evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 federaal W.Reg.
III.G. BTW – artikel 44, § 3, 1°, a), eerste lid, W.Btw
39. Uit de weergegeven context en bedoeling van de voorgenomen verrichtingen, blijkt dat voor btw-doeleinden de partiële splitsingen herleid moeten worden tot de overdracht, aan E, van het aan iedere aanvrager in eigendom toebehorend onroerend goed.
40. De door de aanvragers respectievelijk over te dragen onroerende goederen werden door hun als bedrijfsmiddel aangewend in het kader van hun economische activiteit, die zij na de partiële splitsing verder zullen zetten.
41. Bovendien verklaarden de aanvragers dat zij rechtstreeks dan wel onrechtstreeks via een handelshuurovereenkomst terug over de overgedragen onroerende goederen gaan beschikken.
42. Uit bovenvermelde dient geconcludeerd dat de transactie herleid wordt tot een eenvoudige overdracht ten bezwarende titel van onroerende goederen, zonder dat de aanvragers het genot over hun respectievelijk onroerend goed, vereist voor de uitoefening van hun niet overgedragen economische activiteit op enig ogenblik verliezen.
43. Dat de juridische overdracht van de desbetreffende onroerende bedrijfsmiddelen, die voorheen aangewend werden door de aanvragers in het kader van hun economische activiteit - andere dan deze beoogd door artikel 12, § 2, W.Btw - en die hun een integraal recht op aftrek verleende, ertoe leidt dat voormelde niet langer als bedrijfsmiddel toebehoort aan de aanvragers en dien ten gevolge de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw door de aanvragers herzien dient te worden.
44. De aanvragers verklaarden respectievelijk dat de over te dragen onroerende goederen, btw-technisch niet als nieuw aangemerkt moeten worden. Bij ontstentenis van een verzoek tot bevestiging van voormelde en bij ontstentenis van een btw hoedanigheid als beoogd in artikel 12, § 2, W.Btw in hoofde van de aanvragers, waardoor het hun vrijstaat de overdracht bij toepassing van artikel 44, § 3, 1° a), W.Btw te laten plaatsvinden, merkt de DVB op geen standpunt in te nemen omtrent het al dan niet btw-technisch nieuw zijn van de betreffende onroerende goederen.
45. Voormelde houdt in dat de DVB evenmin een standpunt inneemt omtrent de toepasselijke btw-herzieningstermijnen dewelke door de aanvragers in acht genomen moeten worden bij de berekening van de btw-herziening waartoe zij zich in hun aanvraag verbonden hebben.
46. De beslissing is slechts geldig voor zover uiterlijk op xx.xx.xxxx een overzicht van de in randnummer 8 vermelde investeringen zal worden verstrekt aan de lokale controledienst bevoegd voor de partieel te splitsen vennootschappen.
47. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager werden vermeld. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 10, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1 WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van E of J.
48. De DVB spreekt zich met deze beslissing evenmin uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.