Impôt des sociétés : Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2015.291 15 septembre 2015

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés : Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés : Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Droits d’enregistrement : Apport de biens immobiliers- TVA : Unité TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2015-291-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-c311

Numéro
2015.291
Date
15 septembre 2015

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

128 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Impôt des sociétés

Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Droits d’enregistrement · Apport de biens immobiliers

TVA · Unité TVA

Résumé

La scission partielle de la SA A, par laquelle ses immobilisations financières sont transférées à la société holding SA E et son activité opérationnelle est conservée dans la SA A, répond au prescrit de l’article 183bis, CIR 92.

Les scissions partielles de la SA A et de la SA B, par lesquelles leurs biens immobiliers sont transférés à la société immobilière SPRL F, répondent au prescrit de l’article 183bis CIR 92.

Les scissions partielles projetées de la SA A et de la SA B peuvent être enregistrées au droit d’enregistrement proportionnel de 0 % avec un minimum du droit fixe général et ce, conformément aux articles 115bis et 167 C. enr. fédéral.

Les cessions précitées de biens immobiliers de la SA A et de la SAB à la SPRL F, concernent des opérations entre les membres de la même unité de TVA et n’entrent par conséquent pas dans le champ d’application de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de voorgenomen partiële splitsing van de NV A, waarbij de financiële vaste activa zijnde de aandelen van de NV B, de BVBA C en de NV D zullen worden afgesplitst naar de vennootschap NV E, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. de voorgenomen partiële splitsingen van de NV A en de NV B, waarbij de onroerende goederen schuldenvrij zullen worden afgesplitst naar de BVBA F, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92;

1.3. de voorgenomen partiële splitsingen van de NV A en de NV B onder de toepassing vallen van artikel 115bis van het Wetboek van Registratierechten (hierna W.Reg.) en dat deze verrichtingen bijgevolg zullen worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0%;

1.4. de voorgenomen partiële splitsingen van de NV A en de NV B, waarbij de onroerende goederen zullen worden afgesplitst naar de BVBA F, plaatsvinden binnen dezelfde BTW-eenheid en dus buiten het toepassingsgebied van de BTW vallen.

II. Omschrijving van de verrichtingen

II. A. Identiteit en activiteiten van de betrokken vennootschappen

2. De NV E is een onderneming die optreedt als holdingvennootschap van vennootschappen die actief zijn binnen de sector x. De NV E bezit op heden een meerderheidsparticipatie in de vennootschappen NV G en BVBA F, alsook in NV A (op haar beurt aandeelhouder van NV B, BVBA C en NV D) en in NV H.

3. De NV A is een operationele vennootschap die actief is in de sector x. De NV A bezit op heden aandelen in de vennootschappen NV B, BVBA C, NV D, NV G en in CVBA I.

4. De NV B is een operationele vennootschap die actief is in de sector x.

5. De vennootschap BVBA F werd opgericht door de NV E. Er dient evenwel opgemerkt te worden dat deze vennootschap op heden nog geen enkele verhuuractiviteit uitoefent en dit pas aanvang zal nemen na een positieve voorafgaande beslissing met betrekking tot onderhavige aanvraag.

6. De NV E, NV A, NV B, BVBA C, NV G, NV D en BVBA F vormen - in het licht van de voorgenomen reorganisatie - een BTW-eenheid.

II.B. Beschrijving van de verrichtingen

7. Het is thans de bedoeling van de aanvrager dat volgende verrichtingen plaats vinden nadat de Dienst Voorafgaande Beslissingen een positieve beslissing heeft genomen.

8. In het kader van de herstructurering van de groep zal de NV A aandelen van de NV B, BVBA C en van de NV D overdragen aan de NV E door middel van een partiële splitsing. Er zijn geen schulden verbonden aan deze financiële vaste activa. De NV E zal op haar beurt één aandeel in de vennootschap NV B en één aandeel in de vennootschap BVBA C overdragen aan haar aandeelhouder-natuurlijke persoon.

9. Eén aandeel van de vennootschap NV B en één aandeel van de BVBA C zal eveneens worden overgedragen aan een ander aandeelhouder-natuurlijke persoon. De NV A behoudt de (minderheids)participatie in de CVBA I.

10. Vervolgens zal er een partiële splitsing doorgevoerd worden van de NV A en de NV B, waarbij de onroerende goederen zullen worden overgedragen aan de BVBA F. Er zijn geen schulden verbonden aan deze onroerende goederen.

11. Er wordt geen personeel overgedragen van de NV B en de NV A naar de BVBA F.

12. Ondertussen heeft de BVBA F via openbare verkoop een pand naast het huidige onroerend goed van de NV B gekocht. Op korte termijn zijn er thans geen vastgoedprojecten meer in het verschiet voor de BVBA F.

13. De partiële splitsingen maken het voorwerp uit van onderhavige rulingaanvraag.

III. Motivering van de aanvraag door de aanvrager

III. A. Inzake de toepassing van artikel 183bis, WIB 92

III.A.1. Algemeen

14. Conform artikel 211, § 1 WIB 92 verloopt een partiële splitsing fiscaal neutraal, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

14.1. De overnemende vennootschap moet een “binnenlandse” of “intra-Europese” vennootschap zijn;

14.2. De reorganisatie geschiedt volgens het vennootschapsrecht;

14.3. De reorganisatie heeft belastingfraude of belastingontwijking niet als hoofddoel (cfr. artikel 183bis WIB 92).

15. Het hoeft volgens de aanvrager geen verder betoog dat de eerste voorwaarde is vervuld, zodat de aanvrager hier niet verder dient op in te gaan.

16. Wat de tweede voorwaarde betreft verwijst de aanvrager naar het verslag van de Raad van Bestuur i.v.m. het splitsingsvoorstel.

17. De aandacht van de aanvrager gaat dus enkel naar de vervulling van de derde voorwaarde. Opdat de partiële splitsingen belastingvrij zouden kunnen geschieden, vereist de fiscale wetgeving dat de verrichtingen belastingfraude of belastingontwijking niet als hoofddoel hebben (artikel 183bis, WIB 92 juncto artikel 211, § 1, WIB 92).

18. De fiscale wetgeving stelt verder dat wanneer een verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, dit kan doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of ontwijking heeft. Dit houdt dus in dat de geplande partiële splitsing geïnspireerd is door “zakelijke overwegingen”, opdat deze belastingneutraal zou kunnen geschieden.

III.A.2. Zakelijke motieven voor de partiële splitsingen

Het beter opvolgen van het beheer van het onroerend en roerend patrimonium en de exploitatie van de groep door onderbrenging ervan in twee afzonderlijke juridische entiteiten

19. Op heden bestaat de groep uit de vennootschappen NV A, NV B , BVBA C , NV G en NV D.

20. In de eerste fase zal de herstructurering van de groep geschieden door - na de toekenning van een positieve ruling - de partiële splitsing van de NV A waarbij de financiële vaste activa bestaande uit de aandelen van de dochterondernemingen van de NV A, zijnde de NV B, de BVBA C en de NV D zullen worden ingebracht in de vennootschap NV E. Afhankelijk van het verlenen van een positieve voorafgaande beslissing zal dit gebeuren ten laatste per 31 december xxxx. Deze stap heeft tot doel de groepsstructuur te vereenvoudigen en het gebruik van de overbodige subholding NV A te doen verdwijnen.

21. In een tweede fase zal een partiële splitsing doorgevoerd worden van de NV A en de NV B, waarbij de onroerende goederen worden overgedragen aan de BVBA F.

22. Deze splitsing houdt in dat de vennootschappen NV A, NV B, NV G , BVBA C en NV D na de splitsing enkel zullen instaan voor de exploitatie. De vennootschap BVBA F zal daarnaast voor de groep instaan voor het beheer van de onroerende goederen.

23. Op die manier zal het beheer van het vastgoed van de groep gescheiden worden van de exploitatie van de groep.

24. Het hoeft geen verder betoog dat de splitsing van de exploitatie en het beheer van het vastgoed zullen leiden tot een beter beheer van beide activiteiten.

25. Overigens is de scheiding van de exploitatie en het vastgoed noodzakelijk in het licht van het gebruik van het onroerend goed (waarvan de NV A op heden eigenaar is, maar die zal worden overgedragen aan de BVBA F) door de NV A en de NV G.

26. De partiële splitsing van de NV A heeft dus als gevolg dat de exploitatie van de NV A wordt afgescheiden van het vastgoed. Dit zorgt er dus voor dat er geen belemmering meer is voor de NV G om het onroerend goed te huren.

De betere rendabilisering en diversificatie van het onroerend goed patrimonium bewerkstelligen

27. Door de partiële splitsing zal de BVBA F de gronden en de gebouwen verwerven.

28. De activiteiten van de BVBA F zullen o.m. bestaan uit het opvolgen van huurbetalingen, indexaties en betaling van de onroerende voorheffing, het opvolgen van inkomsten, en de projectontwikkeling en aankoop van nieuwe panden.

29. Het overgedragen vastgoed zal in het kader van een handelshuurovereenkomst worden verhuurd aan de NV A, de NV B en de NV G. Na de partiële splitsing zal door de BVBA F een marktconforme vergoeding worden aangerekend aan voormelde vennootschappen voor de terbeschikkingstelling van het vastgoed van de groep.

30. Op die manier worden zowel de inkomsten als de uitgaven die gekoppeld zijn aan het vastgoed van de groep geconcentreerd binnen één vennootschap.

31. Op lange termijn is het overigens niet uitgesloten dat de BVBA F vastgoedprojecten zal realiseren en eventueel bijkomende onroerende goederen zal aankopen.

32. De betere rendabilisering van het vastgoed zal eveneens voortvloeien uit het feit dat de afgesplitste onroerende goederen bij de BVBA F verder zullen afgeschreven worden aan hun boekwaarde, terwijl de huurinkomsten marktconform zullen zijn. Hierdoor zal de BVBA F vanaf het eerste boekjaar winst realiseren.

De verzekering van de continuïteit van de NV A (de exploitatievennootschap) enerzijds en de BVBA F (de patrimoniumvennootschap) anderzijds

33. De NV A is een exploitatievennootschap binnen de groep. Deze vennootschap is eigenaar van onroerende goederen die zowel worden gebruikt voor haar eigen bedrijfsactiviteit als voor de bedrijfsactiviteiten van de zustervennootschap NV G.

34. De voorgenomen partiële splitsing betreft een afsplitsing waarbij enkel het vastgoed wordt afgesplitst naar de BVBA F, die eveneens deel uitmaakt van de groep. De continuïteit in hoofde van de NV A en de andere vennootschappen van de groep is op die manier gegarandeerd ten aanzien van al hun professionele relaties: leveranciers, klanten, financiële instellingen, overheden en personeel.

35. De vennootschappen van de groep zullen evenwel hun activiteiten blijven uitoefenen in de overgedragen onroerende goederen. Na de partiële splitsing zullen de NV A, de NV B en de NV G deze panden huren van de BVBA F en hiervoor een marktconforme vergoeding betalen.

36. Door de partiële splitsing en dus de afzondering van de onroerende goederen wordt de continuïteit van de NV A en de andere vennootschappen van de groep verzekerd zodat elke vennootschap op een onafhankelijke wijze verder ontwikkeld en gerentabiliseerd kan worden en er geen vermenging is van de ondernemingsrisico’s van de diverse operaties binnen één en dezelfde juridische entiteit.

De verhoging van de financiële controle over het vastgoed, de kosten en de risico's transparanter maken en efficiënter benaderen, de kennis en de kosten met betrekking tot de onroerende goederen en de vastgoedmarkt te centraliseren, het verhogen van de financieringsopportuniteiten door het inzetten van onroerende goederen als zakelijke zekerheden

37. Uit de schattingsverslagen blijkt dat de af te splitsen onroerende goederen een grote latente meerwaarde hebben. De hoge waarde van deze gebouwen zal leiden tot een grotere kredietwaardigheid ten aanzien van de financiële instellingen.

38. Door het onderbrengen van het vastgoed in een afzonderlijke vennootschap zal de groep ook een hogere kredietwaardigheid verkrijgen met het oog op de financiering van toekomstige investeringen.

39. Overigens blijkt ook uit de financiële plannen dat de vennootschap BVBA F vanaf het eerste boekjaar winst zal maken. De afgesplitste onroerende goederen bij de BVBA F zullen verder afgeschreven worden aan hun boekwaarde, terwijl de huurinkomsten marktconform zullen zijn. M.a.w. zullen de inkomsten van de BVBA F voldoende zijn om de uitgaven te dekken.

40. Uit het financieel plan blijkt immers dat de BVBA F winstgevend zal zijn, aangezien de afschrijvingen kleiner zijn dan de huurinkomsten. In de beginfase zal er wel een fiscaal verlies zijn door de operationele kosten. Het gaat hier om administratiekosten, provincie- en stadsbelastingen en sociale bijdragen en dat zonder dat er huurinkomsten voor de vennootschap zijn. Zodra de gebouwen afgesplitst zijn naar de BVBA F, zal er winst zijn doordat de huur veel hoger is dan afschrijvingen, zodat de vennootschap reeds in xxxx winst zal maken.

41. Dit wordt toegelicht in het financieel plan op basis van de ontwerpcijfers. Na de splitsing en de overdracht van de huurgelden wordt de vennootschap wel winstgevend.

42. Om deze redenen is de voorgenomen partiële splitsing niet belastbaar conform artikel 211, § 1, WIB 92.

III.A.3. De fiscale aspecten van de partiële splitsingen

43. Indien de DVB een positieve beslissing neemt over de voorliggende aanvraag, nemen de betrokken vennootschappen het engagement op zich dat:

43.1. de herstructurering geen negatieve invloed zal hebben op de tewerkstelling en er geen personeel wordt overgedragen van de NV A en de NV B naar de BVBA F;

43.2. de partieel gesplitste vennootschappen en de inbrenggenietende vennootschap winstgevend zijn en dat op het ogenblik van de partiële splitsing geen (i) overgedragen investeringsaftrek (ii) overgedragen aftrek voor risicokapitaal, en (iii) fiscaal overgedragen verliezen aanwezig zijn. De enige uitzondering hierop is de BVBA F die in de beginfase door operationele kosten en geen huurinkomsten een beperkt verlies zal hebben. Na de splitsingen en de daarmee gepaard gaande overdracht van huurgelden wordt de vennootschap winstgevend. Ter zake zullen de bepalingen van artikel 206 WIB 92 worden gevolgd. De verliesverrekening is vrij beperkt.

43.3. de eigendomsbestanddelen per categorie (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) over de partieel gesplitste vennootschap en de inbrenggenietende vennootschap zullen worden verdeeld overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.

43.4. er geen intentie is om de aandelen van de partieel gesplitste en de inbrenggenietende vennootschap over te dragen aan een derde partij.

43.5. de verhuring van de afgescheiden onroerende goederen aan de exploitatievennootschap zal gebeuren aan een marktconforme huurprijs.

43.6. de vennootschap NV E een kapitaalverhoging in cash gaat realiseren binnen de vennootschap NV A.

43.7. de verrichtingen quasi neutraal zijn op het vlak van de notionele interestaftrek. Het is enkel door de kapitaalverhoging binnen de vennootschap NV A dat de notionele interestaftrek binnen die vennootschap zal verhogen. Op groepsniveau betreft het een nuloperatie aangezien de basis voor de notionele interestaftrek bij de NV E zal verkleinen door de inbreng van de financiële vaste activa.

43.8. de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum van de verrichtingen wordt vastgesteld op xx-xx-xxxx.

III. B. Inzake de toepassing van artikel 115bis, W.Reg.

44. Artikel 115bis, W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.

45. De inbreng van het vastgoed van de NV A en de NV B zal worden gedaan in de Belgische vennootschap, BVBA F, waardoor de voorwaarden van artikel 115bis, W.Reg voldaan zijn en de verrichting zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0 pct.

46. Artikel 120 W.Reg. bepaalt echter dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis, W.Reg en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 W.Reg.

47. In casu is artikel 120 W.Reg niet van toepassing omdat de inbreng enkel in aandelen zal worden vergoed.

48. De voorgenomen partiële splitsing van de NV A en de NV B valt dus enkel onder de toepassing van het artikel 115bis, W.Reg. De verrichting zal bijgevolg worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0 pct. door een toepassing van artikel 115bis, W.Reg.

III. C. Inzake de toepassing van de BTW

49. De hierboven beschreven verrichtingen zullen plaatsvinden tussen leden van de BTW-eenheid. De NV E, NV A, NV B, BVBA C, NV G, NV D en de BVBA F vormen een BTW-eenheid.

50. Alle leveringen van goederen en diensten die worden verricht tussen de leden van de BTW-eenheid vallen, zonder uitzondering, buiten de werkingssfeer van de belasting. Die verrichtingen kunnen enigszins vergeleken worden met die welke worden verricht tussen de verschillende afdelingen van éénzelfde onderneming.

51. Hieruit volgt dat de voorgenomen verrichtingen buiten de werkingssfeer blijven van de BTW.

IV. Beslissing

IV. A. Inzake de toepassing van artikel 183bis, WIB 92

52. De NV E is de holdingvennootschap van de groep die actief is in de sector x. Ze bezit participaties in de BVBA F, de NV A, de NV G en de NV H.

53. De NV A is een operationele vennootschap en bezit aandelen van de NV B, de BVBA C, de NV G, de NV D en de CVBA I. De NV A is tevens eigenaar van een onroerend goed dat deels gebruikt wordt voor haar eigen activiteit en deels door de NV G.

54. De NV B is eveneens een operationele vennootschap en bezit tevens het onroerend goed waarin haar activiteiten worden uitgeoefend.

55. De BVBA F werd enkele jaren geleden opgericht als vastgoedvennootschap van de groep. Tot op heden oefent zij nog geen verhuuractiviteit uit. Inmiddels heeft de BVBA F via openbare verkoop een pand naast het onroerend goed van de NV B aangekocht.

56. De geplande herstructurering betreft in eerste instantie de partiële splitsing van de NV A waarbij de deelneming in de NV B, de BVBA C en de NV D zullen worden overgedragen aan de NV E. De operationele activiteit en de minderheidsparticipatie in de CVBA I blijven behouden bij de NV A. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen schulden verbonden zijn aan de over te dragen financiële vaste activa.

57. Vervolgens zal er een partiële splitsing van de NV A en van de NV B plaatsvinden waarbij de onroerende goederen zullen worden overgedragen aan de BVBA F. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen schulden verbonden zijn aan deze onroerende goederen.

58. De aanvragers hebben bevestigd dat deze verrichtingen geen impact hebben op de tewerkstelling. Er zal geen personeel overgaan naar de vastgoedvennootschap.

59. De herstructurering is inzonderheid ingegeven door volgende motieven:

59.1. de totstandkoming van een transparantere groepsstructuur met de NV E als holdingvennootschap die rechtstreeks de deelnemingen in de diverse operationele dochtervennootschappen zal aanhouden en waarbij de NV A niet langer zal optreden als tussenholding maar als een zuivere operationele dochtervennootschap;

59.2. het beter opvolgen en beheren van het vastgoed en de exploitatie in aparte vennootschappen. De partiële splitsing zal toelaten dat beide vennootschappen zich kunnen focussen op hun kernactiviteit en efficiënter zullen kunnen werken.

60. De aanvragers hebben bevestigd dat de aandeelhouders niet de intentie hebben om de aandelen van de verkrijgende en de partieel gesplitste vennootschappen over te dragen aan een derde partij.

61. De aanvragers hebben bevestigd dat de vastgoedvennootschap een marktconforme huur zal aanrekenen voor het gebruik van het vastgoed door de andere groepsvennootschappen.

62. Op groepsniveau brengen de partiële splitsingen voor de aanvragers geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

63. De aanvragers hebben bevestigd dat de NV E, de NV A en de NV B geen fiscaal overdraagbare verliezen, investeringsaftrekken, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of DBI-overschotten hebben. De BVBA F zal het eerste jaar een miniem fiscaal overdraagbaar verlies hebben dat volgens de bepalingen van artikel 206, § 2, WIB 92 bovendien zal worden beperkt.

64. De aanvragers hebben bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen zullen worden verdeeld conform artikel 213 WIB 92.

65. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen van de NV A en de NV B plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

66. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummers 43.4 en 60, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1 WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de NV E, de NV A, de NV B en/of de BVBA F.

IV. B. Inzake de toepassing van artikel 115bis, Federaal W.Reg.

67. De aanvrager wenst partiële splitsingen door te voeren waarbij het vastgoed van de NV A en van de NV B schuldenvrij zal worden overgedragen aan de BVBA F.

68. Voor de afsplitsing van deze onroerende goederen worden beide vennootschappen louter in aandelen vergoed.

69. Beide inbrengen gebeuren in een Belgische vennootschap, de BVBA F, en het ingebrachte onroerend goed kan niet worden gekwalificeerd als een door een natuurlijke persoon ingebrachte woning.

70. Al de voorwaarden voor de toepassing van artikel 115bis, Federaal W.Reg. zijn met andere woorden voldaan en beide inbrengen kunnen worden geregistreerd aan het evenredig registratierecht van 0 pct met een minimum van het algemeen vast recht.

71. Vermits de inbrengen schuldenvrij plaatsvinden en louter in aandelen worden vergoed, dient er geen voorbehoud te worden gemaakt voor de toepassing van artikel 120, Federaal W.Reg.

72. De aktes zullen worden verleden voor de notaris.

IV. C. Inzake de toepassing van de btw

73. In het kader van een partiële splitsing worden:

73.1. de gronden en gebouwen overgedragen door de NV B aan de BVBA F;

73.2. de gronden en de gebouwen door de NV A overgedragen aan de BVBA F.

74. De aanvragers bevestigen dat de NV B, de BVBA F en de NV A lid zijn van dezelfde btw-eenheid.

75. De voormelde overdracht van onroerende goederen in het kader van een partiële splitsing van de NV A en de NV B naar de BVBA F is bijgevolg een handeling die tussen leden van dezelfde btw-eenheid plaatsvindt. Vermits de btw-eenheid overeenkomstig artikel 4, § 2 W.BTW als één belastingplichtige wordt aangemerkt, valt deze handeling bijgevolg buiten de werkingssfeer van de btw (zie circ. nr. AOIF 42/2007 dd. 09.11.2007 punt 7.2.1.1.).

76. Er kan nog worden opgemerkt dat, voor zover de onroerende goederen na de overdracht in dezelfde mate voor belaste handelingen zullen worden gebruikt door de btw-eenheid, er zich in hoofde van de btw-eenheid in principe geen herziening zal opdringen van de (eventueel) op de onroerende goederen afgetrokken btw waarvoor de herzieningsperiode nog zou lopen.