Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2015.048 10 mars 2015

Rechercher
Texte en néerlandais

Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutreImpôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Droits d’enregistrement - TVA - Art. 44, § 3, 1°, C.TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2015-048-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-f634

Numéro
2015.048
Date
10 mars 2015

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

125 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Impôt des sociétés

Scission partielle fiscalement neutre · Motifs économiques valables · Fraude ou évasion fiscale · Droits d’enregistrement

TVA · Article 44, § 3, 1° C.TVA

Résumé

La scission partielle d’une société immobilière, par laquelle le patrimoine immobilier est partiellement logé dans deux nouvelles sociétés à créer, et est partiellement maintenu dans la société immobilière existante, et par laquelle chaque branche familiale devient actionnaire à 100 % d’une de ces sociétés en vue de mener une politique propre, répond à ce qui est stipulé à l’article 183bis, CIR 92.

La scission partielle envisagée peut avoir lieu moyennant l’application des articles 115, 115bis juncto 120 C. enr., avec cependant une perception de 10 % de droits d'enregistrement sur la partie de la reprise de la dette qui a trait proportionnellement aux biens immobiliers apportés.

Le transfert des biens immobiliers est exonéré conformément à l’article 44, § 3, 1°, a) du Code de la TVA.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de voorgenomen partiële splitsing van de NV A niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92 kan plaatsvinden;

1.2. de voormelde partiële splitsing tegen het algemeen vast recht kan verlopen in toepassing van de artikelen 115 en 115bis van het Wetboek van de Registratierechten (hierna W.Reg.) met uitzondering van eventuele schulden die mee zouden overgaan waarop artikel 120, W.Reg. van toepassing is;

1.3. de voormelde partiële splitsing met vrijstelling van btw kan verlopen op grond van artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

II. A. Identiteit en activiteiten van de betrokken vennootschappen

2. De NV A is een vastgoedvennootschap.

3. Tot voor kort behoorden practisch alle aandelen toe aan de heer a, terwijl de andere heren elk 1 aandeel aanhielden.

4. Recentelijk werd door de heer a een schenking doorgevoerd van de volle eigendom van alle door hem aangehouden aandelen van de NV A aan de drie kinderen b, c en d.

5. Binnen de NV A zijn geen personeelsleden tewerkgesteld.

6. De NV A is actueel eigenaar van een aantal onroerende goederen die hoofdzakelijk verhuurd worden aan derden.

7. De BVBA B is de holding die de vennootschappen van het familiebedrijf C overkoepelt. De aandelen van de BVBA B werden enkele jaren geleden reeds (in twee fases) overgedragen aan de heren b en c, die het bedrijf thans ook leiden. De heer d is niet in het familiebedrijf C gestapt en heeft een eigen bedrijf BVBA D.

8. De heren b, c en d bezitten thans elk één derde van de aandelen van de NV A.

II. B. Beschrijving van de verrichting

9. De heer a wenst verdere stappen te zetten in het plannen van zijn successie. In het verleden werd reeds het familiebedrijf C naar de heren b en c doorgeschoven, de heer d verkreeg een compensatie.

10. Thans ligt de bedoeling voor een regeling uit te werken inzake de NV A, waarop deze aanvraag ook betrekking heeft.

11. Eens de regeling inzake de NV A rond is, zouden overigens ook de drie kinderen een persoonlijke patrimoniale planning wensen door te voeren.

12. Wat de NV A betreft, hebben de heren b, c en d meer bepaald voor ogen om drie aparte vennootschappen te creëren met een quasi gelijke waarde (één voor elk van de kinderen), waarbij het niet de bedoeling is dat vader a nog controle en/of inkomsten behoudt.

13. Meer bepaald werden/zullen hiertoe de volgende stappen (worden) gezet:

13.1. Een schenking van de volle eigendom van de aandelen van de NV A door de heer a aan de drie kinderen. Dit is reeds gebeurd bij notariële akte.

13.2. Een partiële splitsing van de NV A naar twee nieuw op te richten BVBA’s (de bestaande NV A wordt bij deze gelegenheid ook omgezet naar een BVBA);

13.3. Een uitonverdeeldheidtreding door de kinderen wat de aandelen van de drie vennootschappen betreft bij onderhandse akte, waarbij elk één vennootschap krijgt toebedeeld, met waar nodig een beperkte opleg in geld, dewelke zou gefinancierd worden door een bijkomende bankgift van de heer a aan zijn kinderen.

14. Specifiek wat de partiële splitsing op zich betreft, zouden de onroerende goederen als volgt worden opgedeeld teneinde alle kinderen een vennootschap te kunnen toebedelen met onroerende goederen van ongeveer een gelijke, totale waarde: aan “BVBA A1” (de heer b) (bestaande vennootschap) verschillende onroerende goederen, aan “BVBA A2” (de heer c) (nieuw op te richten vennootschap) verschillende onroerende goederen en aan “BVBA A3” (de heer d) (nieuw op te richten vennootschap) ook verschillende onroerende goederen.

15. Er staan geen schulden open ten aanzien van kredietinstellingen. Enkel bestaat een lopende rekening ten aanzien van de heer a. Een tijdelijk liquiditeitstekort van de vennootschap deed de heer a besluiten een voorfinanciering via lopende rekening aan de vennootschap te verstrekken. Een bedrag daarvan heeft specifiek betrekking op een onroerend goed dat aan de “BVBA A2” zal worden toegewezen. Zoals weergegeven in de splitsingstaat zal deze schuld dan ook aan deze vennootschap worden toebedeeld.

16. Bij deze splitsingstaat werden alle leveranciersschulden en te ontvangen facturen verdeeld over de verschillende kavels. Daarbij is voor elke factuur geverifieerd voor welke kavel de factuur opgemaakt is en in het splitsingsvoorstel toegewezen aan de juiste vennootschap.

17. Behoudens bovenvermelde uitonverdeeldheidtreding, bestaat op heden geen intentie om de aandelen van de bestaande vennootschap en de twee nieuw op te richten vennootschappen over te dragen aan een derde.

18. De voorgenomen partiële splitsing en uitonverdeeldheidtreding zullen in principe zo spoedig mogelijk na een uitspraak omtrent de rulingaanvraag plaatsvinden.

19. Elk van de drie vennootschappen zal verder fungeren, althans in eerste instantie, als patrimoniumvennootschap. Het is evenwel niet uitgesloten dat deze vennootschappen ook andere activiteiten gaan ontwikkelen.

20. Bij de partiële splitsing zal een boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit van maximaal zeven maanden gerespecteerd worden, in functie van de uitspraak omtrent de rulingaanvraag.

III. Motivering van de aanvraag door de aanvrager

III. A. Inzake de vennootschapsbelasting

III. A. 1. Wettelijke bepalingen

21. Opdat een partiële splitsing fiscaal neutraal kan plaatsvinden moet voldaan zijn aan de hieronder beschreven voorwaarden (artikel 211 § 1, 2de lid WIB 92):

21.1. De overnemende of verkrijgende vennootschap moet een binnenlandse of intra-Europese vennootschap zijn. Aan deze voorwaarde zal zonder twijfel worden voldaan.

21.2. De verrichting moet worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen. Indien de Dienst Voorafgaande Beslissingen een positieve beslissing aflevert aangaande de beoogde partiële splitsing, dan zal deze splitsing worden uitgevoerd overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

21.3. De verrichting moet beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.

22. Artikel 183bis WIB 92 stelt dat voor de toepassing van belastingsvrijstelling de verrichting niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking mag hebben. Dit laatste kan, aldus nog artikel 183bis WIB 92, worden vermoed (behoudens tegenbewijs) indien de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen.

III. A. 2. Zakelijke overwegingen

23. De aanvragers zijn van oordeel dat de voorgenomen verrichting niet als hoofddoel belastingfraude of belastingontwijking heeft, daar zij slechts is ingegeven door de onderstaande zakelijke overwegingen.

Familiale regeling

24. Zoals hoger reeds aangehaald kaderen de voorgenomen partiële splitsing en de daaraan gekoppelde schenking en uitonverdeeldheidtreding in een familiale regeling, waarbij de heer a wenst over te gaan tot de verdere overdracht van zijn vermogen aan zijn drie kinderen. Hierbij staat (opnieuw) voorop dat de toebedeling op een zodanige wijze kan geschieden dat elk kind goederen met een gelijke waarde krijgt toebedeeld, maar dit zodanig dat wat betreft de aard van de toebedeelde activa kan worden gedifferentieerd tussen de kinderen in functie van de wensen van de kinderen en in functie van wat als het beste voorkomt voor de betrokken vennootschap zelf.

25. De bovenstaande uitgangspunten werden ook in het verleden reeds vooropgesteld bij de regeling rond het familiebedrijf (overdracht naar heren b en c – compensatie voor de heer d).

Toebedeling ter vermijding van toekomstige conflicten

26. Het is nooit uitgesloten dat, omwille van bepaalde omstandigheden, de relaties tussen de broers onderling, al dan niet na het overlijden van hun vader, erop achteruit zouden gaan. Indien de NV A als één geheel zou verder bestaan, zou een dergelijk familiaal conflict ernstige gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vennootschap, of toch minstens voor haar optimaal functioneren.

27. Zeker daar gelet op de concrete activiteit en de concrete activa de NV A gemakkelijk splitsbaar is, komt het dan ook als aanbevelenswaardig voor om de NV A niet als één geheel te schenken en te laten voortbestaan, maar om van de overdracht naar de volgende generatie gebruik te maken om een opdeling in drie blokken door te voeren.

Bepaalde goederen bij voorkeur interessant voor bepaalde broers

28. Bepaalde onroerende goederen zijn interessanter voor één van de drie broers dan voor de anderen.

29. Zo zijn de villa 1 en het nog te verkavelen perceel bouwgrond 2 interessanter voor de heer b dan voor zijn andere twee broers, daar hij recent samen met zijn echtgenote een aan beide onroerende goederen grenzend onroerend goed heeft aangekocht. De heer b zal ongetwijfeld meer op de ontwikkeling van de site die deze drie onroerende goederen samen vormen, willen inzetten dan zijn twee broers omwille van zijn eigendomsrecht op dit derde onroerend goed, zodat het vanuit elke optiek als aanbevelenswaardig voorkomt dat al deze goederen bij de heer b worden gebundeld.

30. Zo is ook het onroerend goed 3 van groter belang voor de heer d dan voor zijn twee broers, daar diens BVBA D hierin haar activiteit uitoefent. Dit onroerend goed zal dan ook aan de vennootschap die aan de heer d zal toekomen, worden toebedeeld.

31. De overige onroerende goederen worden dan verder zoals hierboven beschreven aan de vennootschap die aan d respectievelijk c zal toekomen, toebedeeld. Deze opdeling is tot stand gekomen in functie van de waarde van deze onroerende goederen alsmede in functie van de specifieke interesses en wensen van beide broers.

Successieplanning kleinkinderen

32. De opdeling van de NV A in drie afzonderlijke vennootschappen, komt als nog noodzakelijker voor gelet op het gegeven dat zowel de heren b, c en d zich thans beraden over hun persoonlijke successieplanning. Het spreekt voor zich dat het veel gemakkelijker is hierbij een vennootschap te betrekken die alleen aan henzelf toebehoort dan een vennootschap die ook aan de twee andere broers toebehoort.

33. Het gegeven van de successieplanning van de broers, is overigens ook vanuit het perspectief van hun functioneren van de NV A zelf als vanuit het perspectief van de andere twee broers naar de mening van de aanvrager een goede reden om tot splitsing over te gaan.

III. A. 3. De fiscale aspecten van de partiële splitsing

34. Aan de voorgenomen partiële splitsing ligt geen enkel fiscaal motief ten grondslag, noch zal enig fiscaal voordeel worden bekomen door de afsplitsing. De belangrijkste fiscale aspecten inzake de voorgenomen partiële splitsing worden hieronder opgelijst.

35. De NV A heeft fiscale verliezen. Deze zullen worden opgesplitst in functie van het bepaalde in artikel 206, §2 WIB 92. In toepassing hiervan gaan er verspreid over de drie vennootschappen geen verliezen verloren.

36. Er zijn in de vennootschap geen andere overgedragen bestanddelen aanwezig.

37. De berekeningsgrondslag voor de aftrek voor risicokapitaal zal na de verrichting hoger zijn dan vóór de verrichting. Dit is evenwel niet aan de splitsing op zich te wijten maar aan het feit dat de heer a zijn functie als bestuurder zal neerleggen en een villa alsmede een appartement derhalve niet langer uit de berekeningsgrondslag zal worden gesloten overeenkomstig artikel 205ter, § 4, 3° WIB 92. De berekeningsgrondslag van de notionele interestaftrek zal dan ook in die mate stijgen.

38. Per xx-xx-xx heeft de NV A belastingvrije reserves. Deze reserves werden aangelegd op grond van artikel 190 WIB 92 j° artikel 47 WIB 92 (gespreid te belasten meerwaarde op materiële vaste activa) n.a.v. de vervreemding van onroerende goederen. Bij de fiscaaltechnische verwerking van de belastingvrije reserves zullen het artikel 213 en de nummers 211/55-57 Comm.IB 92 nageleefd worden. De herbeleggingsverplichting werd reeds vervuld.

39. De eigenvermogensbestanddelen zullen verder worden verdeeld over de huidige vennootschap en de twee nieuwe vennootschappen overeenkomstig de verdeelsleutel voorzien in artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.

III. B. Inzake de btw

40. De overdracht van de onroerende goederen en eventueel een gedeelte cash naar de twee nieuwe vennootschappen geschiedt o.i. met vrijstelling van btw op grond van artikel 44 W.BTW. De NV A verricht uitsluitend handelingen die vrijgesteld zijn door artikel 44 W.BTW en heeft aldus geen enkel recht op aftrek (en daarom geen BTW-nummer). Er werd door de NV A dan ook geen btw afgetrokken van de onroerende goederen in kwestie.

41. Het betreft bovendien geen beroepsoprichter zoals bedoeld in artikel 12, § 2 W.BTW.

42. Enkel een bepaald onroerend goed kan eventueel worden verkocht met toepassing van btw, doch aanvragers bevestigen dat van de mogelijkheid voorzien in artikel 44, § 3, 1° a, 3e streepje W.BTW en KB nr. 14 geen gebruik zal worden gemaakt.

III. C. Inzake de registratierechten

43. Artikel 115 W.Reg.: “Aan een recht van 0 pct. wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaal bedrag van de inbrengen. Bij de inbreng van geldspecie in coöperatieve vennootschappen is het recht desgevallend slechts verschuldigd in de mate dat het bedrag van het nieuw maatschappelijk fonds hoger is dan het voordien belast bedrag van dit fonds”.

44. Artikel 115bis W.Reg.: “De inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, worden aan het recht van 0 pct. Onderworpen”.

45. Artikel 120 W.Reg.: “Wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117. In geval van onjuiste verklaring betreffende de aanwending of de bestemming van het onroerend goed, zijn de aanvullende rechten opeisbaar en verbeurt iedere partij een boete gelijk aan de rechten”.

46. In casu zal aan de nodige voorwaarden in bovenvermelde artikelen worden voldaan.

47. Aldus geschiedt de overdracht van de onroerende goederen naar de twee nieuwe vennootschappen o.i. tegen het algemeen vast recht wat de registratierechten betreft, in toepassing van artikel 115bis W.Reg.

48. Indien op het ogenblik van de partiële splitsing nog schulden worden toegewezen aan de twee nieuw op te richten vennootschappen (bijvoorbeeld leveranciersschulden), dan zullen er registratierechten verschuldigd zijn à rato van het gedeelte schuld dat aan de inbreng van de onroerende goederen moet worden gekoppeld via de regel van drie (combinatie van de artikelen 115, 115bis en 120 W.Reg.).

49. De eventuele overdracht van roerende goederen valt evenzeer onder het algemeen vast recht in toepassing van artikel 115 W.Reg.

IV. Beslissing

IV. A. Inzake de vennootschapsbelasting

50. De NV A is een vastgoedvennootschap die meerdere onroerende goederen bezit (verschillende appartementen, woningen, een handelsgebouw en een bouwgrond). Behoudens een woning en een appartement die ter beschikking worden gesteld aan de heer a en het handelsgebouw dat wordt verhuurd aan de vennootschap van de heer d (BVBA D), worden de overige onroerende goederen verhuurd aan derden.

51. De partiële splitsing kadert binnen de successieplanning van de heer a die volgende stappen omvat:

51.1. een schenking van de volle eigendom van de aandelen NV A door de heer a aan zijn drie kinderen, de heren b, c en d, waardoor deze elk één derde van de aandelen van de NV A bezitten (deze schenking heeft reeds plaatsgevonden);

51.2. een partiële splitsing van de NV A waarbij een deel van het onroerend en roerend patrimonium alsook schulden (rekening-courantschulden en leveranciersschulden) worden overgedragen aan de twee nieuw op te richten vennootschappen;

51.3. een uitonverdeeldheidtreding door de heren b, c en d wat de aandelen van de drie vennootschappen betreft bij onderhandse akte, waarbij elke persoon alle aandelen van één vennootschap toebedeeld zal krijgen met waar nodig een beperkte opleg in geld.

52. De voorgenomen partiële splitsing en de daaraan gekoppelde schenking en uitonverdeeldheidtreding kaderen in een familiale regeling, waarbij de heer a wenst over te gaan tot de verdere overdracht van zijn vermogen aan zijn drie kinderen. Dit door de creatie van drie aparte vennootschappen met een quasi gelijke waarde (één voor elk kind) waarbij het niet de bedoeling is dat de heer a nog de controle of inkomsten behoudt.

53. Hierbij staat voorop dat de toebedeling op een zodanige wijze kan geschieden dat elk kind goederen met een gelijke waarde krijgt toebedeeld en ook rekening wordt gehouden met hun wensen. Zo zal “BVBA A 3” (vennootschap van de heer d), het handelsgebouw verkrijgen dat verhuurd wordt aan de BVBA D, waarvan de aandelen eveneens toebehoren aan de heer d.

54. Elk van de drie vennootschappen zal nadien verder fungeren als patrimoniumvennootschap, waarbij elke familietak zijn eigen beleid zal kunnen uitstippelen.

55. De aanvrager heeft bevestigd dat de fiscaal overdraagbare verliezen van de NV A zullen worden opgesplitst in functie van het bepaalde in artikel 206, § 2 WIB 92.

56. De aanvrager heeft bevestigd dat de NV A geen overgedragen investeringsaftrekken, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of DBI-overschotten heeft.

57. De partiële splitsing brengt voor de aanvrager geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

58. De aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen zullen verdeeld worden conform artikel 213, WIB 92.

59. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gevoerde analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

60. De aanvrager heeft bevestigd dat de NV A een binnenlandse vennootschap is en dat de partiële splitsing zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

61. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van de NV A kan plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

IV. B. Inzake de btw

62. Er zal een partiële splitsing plaatsvinden van NV A naar twee nieuw op te richten vennootschappen (BVBA A2 en BVBA A3), naar aanleiding waarvan een aantal onroerende goederen zullen worden overgedragen.

63. Er wordt bevestigd dat er geen roerende goederen, andere dan degene die onroerend zijn geworden door incorporatie, mee overgaan.

64. In de aanvraag wordt melding van een eventueel gedeelte cash dat eveneens zou worden afgesplitst, maar uit de splitsingbalans kan worden afgeleid dat er geen cash overgaat van de NV A naar de 2 nieuwe vennootschappen.

65. Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW is de levering van uit hun aard onroerende goederen van de btw vrijgesteld.

66. Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, door:

- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting.

67. De aanvrager bevestigt dat de NV A niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd is omdat zij enkel door artikel 44 W.BTW vrijgestelde handelingen stelt, dat ze geen beroepsoprichter is zoals bedoeld in artikel 12, § 2 W.BTW en dat ze geen btw heeft afgetrokken geheven van de onroerende goederen in kwestie.

68. De aanvrager bevestigt dat een bepaald onroerend goed eventueel kan worden verkocht met toepassing van de btw, maar dat van de mogelijkheid bedoeld in artikel 44, § 3, 1°, a), derde streepje W.BTW en KB nr. 14 van 3 juni 1970 geen gebruik zal worden gemaakt.

69. Bijgevolg wordt opgemerkt dat de overdrachten in het kader van een partiële splitsing van de hierboven bedoelde onroerende goederen van NV A naar de nieuw op te richten A 2 en A 3 vrijgesteld zijn overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW.

IV. C. Inzake de registratierechten

70. Artikel 115 W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van roerende goederen in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.

71. Artikel 115bis, W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen - andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden - in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.

72. Artikel 120, W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis W.Reg. en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 W.Reg.

73. Er is geen sprake van enerzijds de inbreng van een algemeenheid van goederen en anderzijds van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in se om de zuivere partiële splitsing van roerend en onroerend goed al dan niet met schulden.

74. De partiële splitsing wordt vergoed in aandelen en er is overname van schuld. Er is geen opleg in contanten. Aangezien op de juridische datum van de partiële splitsing passief mee overgaat, speelt de problematiek van de gemengde inbreng (artikel 120 W.Reg.).

75. Op basis van deze door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het feit dat de NV A en de nog op te richten vennootschappen voldoen aan de nationaliteitsvereiste, kan worden besloten dat de partiële splitsing van de NV A geschiedt met toepassing van de artikelen 115, 115bis juncto 120 W.Reg. met een heffing van 10 % registratierechten op het gedeelte van de overname van de schuld dat evenredig betrekking heeft op de ingebrachte onroerende goederen.

76. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum waarop de inbreng in België effectief plaatsvindt, zonder retroactiviteit.

*

* *

77. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 17, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1 WIB 92, artikel 18, § 2 W.Reg., enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de bestaande vennootschap en de twee nieuw op te richten vennootschappen.

Textes cités

1
CTVA art. 443 occurrences