Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision anticipée n° 2014.385 dd. 09.09.2014
Immeuble en indivision · Frais professionnel déductible
TVA
Résumé
Le demandeur souhaite prendre en charge l'amortissement et les autres frais de l'immeuble commercial à concurrence de 80% en tant que frais professionnels déductibles et bénéficier d'un droit à déduction de la TVA à concurrence de 80% des frais de construction de l'immeuble commercial dans le cadre de son activité professionnelle indépendante.
Les services de contrôle compétents font cependant savoir qu'il y a, aussi bien relativement aux impôts sur les revenu que relativement à la TVA, un contrôle en cours en ce qui concerne les éléments qui font l'objet de la demande.
Vu ce qui précède, la demande est irrecevable.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen dat aanvrager - rekening houdende met het akkoord met de fiscale administratie omtrent een beroepsgebruik van 80% van het nieuw te bouwen handelspand - in de gegeven omstandigheden:
1.1 de afschrijving en de overige kosten (elektriciteit, verzekering, verwarming, onroerende voorheffing, financieringslasten, …) van het handelspand ten belope van 80% als beroepskost mag inbrengen overeenkomstig artikel 49 en 61, WIB 92;
1.2 recht op aftrek van de btw geniet ten belope van 80% op de bouwkosten van het handelspand dat zal worden gebruikt voor een btw-belaste activiteit overeenkomstig de toepassing van artikel 45, W.B.T.W.
II. Omschrijving van de verrichting
2. X baat een handelszaak uit onder de vorm van een éénmanszaak. Y, de wettelijk samenwonende partner van X, staat X bij voor de administratieve kant van de handelszaak. Y haalt geen enkele bezoldiging of vergoeding uit de handelszaak.
3. X is voornemens een nieuw handelspand te bouwen. Volgens oppervlakteberekeningen zal het pand 80 % beroepsmatig worden aangewend. Hierover werd een akkoord bereikt met de plaatselijke controlediensten.
4. De grond waarop het handelspand wordt opgetrokken werd destijds door X en Y, toen ze nog niet wettelijk samenwonend waren, samen aangekocht in onverdeeldheid voor elk 50%. Op heden hebben X en Y een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd.
5. Recentelijk heeft Y een recht van opstal op de grond verleend ten aanzien van X, die daarbij handelt in naam en voor rekening van zijn éénmanszaak. De opstalhouder verbindt er zich toe, op eigen kosten, op het in opstal gegeven onroerend goed een handelseigendom op te richten in overeenstemming met de door de gemeente afgeleverde bouwvergunning. In de akte wordt bepaald dat de nieuwe constructies de opstalhouder in eigendom zullen toebehoren voor de gehele duur van het opstalrecht.
6. X is bouwheer, alle aannemingsovereenkomsten staan op zijn naam en zullen aan hem gefactureerd worden met vermelding van zijn btw-nummer.
III. Beslissing
7. De bevoegde controlediensten delen mee dat er zowel inzake de inkomstenbelastingen als inzake de btw een controle hangende is omtrent bestanddelen die het voorwerp uitmaken van de onderhavige aanvraag.
8. Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, 1°, van de Wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, kan geen voorafgaande beslissing worden gegeven wanneer de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen die identiek zijn aan die welke op fiscaal vlak reeds gevolgen hebben ten name van de aanvrager of op fiscaal vlak het voorwerp uitmaken van een administratief beroep of gerechtelijke handeling tussen de Belgische Staat en de aanvraagster.
9. De strekking van voormeld artikel 22, eerste lid, 1°, wordt in de memorie van toelichting bij de voormelde wet van 24 december 2002 als volgt toegelicht: "…beoogt situaties die in de loop van de verstreken periode reeds hebben plaatsgevonden en waarvoor de belasting reeds werd gevestigd. In deze gevallen bestaat het risico dat de voorafgaande beslissing zou inwerken op het standpunt dat reeds door de administratie werd ingenomen. Dezelfde bezorgdheid rechtvaardigt de uitsluiting van aanvragen met betrekking tot verrichtingen of situaties die gelijkaardig zijn aan die welke het voorwerp zijn van fiscale betwistingen ten name van de aanvrager. Het past dus iedere inmenging van een voorafgaande beslissing in een hangend geschil te vermijden" (Kamer, 50e zitting, 1918/001, p 63).
10. Aldus beslist het College dat de aanvraag onontvankelijk is.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.