Mouvement de jeunesse, association de fait · Décisions anticipées

Aller au texte
Juriel

2011.219 28 juin 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Mouvement de jeunesse, association de faittaxe sur la valeur ajoutée - mouvement de jeunesse - association de fait - ASBL - exemption de la TVA

https://juriel.be/fr/rulings/2011-219-mouvement-jeunesse-association-fait-asbl-1812

Numéro
2011.219
Date
28 juin 2011

Sur le document

Collection
Décisions anticipées
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

42 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2011.219 du 28.06.2011

Taxe sur la valeur ajoutée · Mouvement de jeunesse · Association de fait

ASBL · Exemption de la TVA · Article 44, § 2, 2°

Résumé

Un mouvement de jeunesse, sous la forme d'une association de fait, se transforme en ASBL. Si les conditions de l'article 44, § 2, 2° du Code de la TVA sont remplies, le mouvement de jeunesse est également exempté de la TVA, comme ASBL, pour les activités qu'il exerce dans le cadre de l'organisation des loisirs des jeunes. L'article 44, § 2, 12° du Code de la TVA est applicable sur les opérations qu'il effectuera pour soutenir financièrement cette activité exemptée.

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de vzw in oprichting Y de vrijstelling van artikel 44 § 2, 2° van het btw wetboek mag genieten voor zijn werkzaamheden van jeugdbeweging.

II. Omschrijving van de verrichting

II.A. Beschrijving van de betrokken partijen

1. X is een jeugdbeweging in de klassieke betekenis van het woord en is als zodanig erkend door de overkoepelende organisatie en door de gemeente A (erkende jeugdvereniging).

2. De leden wensen, teneinde hun werking verder te structureren en de taken te verdelen, een vzw onder de benaming "Y" op te richten.

3. Deze vzw zou als doel hebben om, met uitsluitsel van elk winstoogmerk, de jeugdwerking van X in onder te brengen en deze in al zijn vormen en verschillende aspecten te stimuleren, te promoten en te ondersteunen. Onder dat doel vallen de jeugdbewegingsactiviteiten en -kampen maar ook het aanreiken van ontspanningsmomenten aan de leden, ouders van leden, oud-leden, leiding en medewerkers van de X. De vzw Y kan ook, in de hoedanigheid van vrijwilliger, samenwerken met verenigingen, organisaties en instellingen en betrokken zijn bij hun activiteiten die en voor zover zij bijdragen tot de verwezenlijking van haar doel. Daaronder vallen eventueel ook winstgevende activiteiten maar waarvan de opbrengsten volledig zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van de niet-winstgevende doelstellingen zoals hoger vermeld. Rechtstreeks of onrechtstreeks (bv. aankoop van kampmateriaal) vloeien deze opbrengsten altijd door naar de jeugdbewegingswerking.

II.B. Beschrijving van de verrichtingen

4. In de praktijk zal de vzw Y zich statutair inlaten niet alleen met de dagdagelijkse jeugdwerking van de jeugdbeweging maar ook met allerhande activiteiten die aanleunen bij het jeugdbewegingsgebeuren en dan nog alleen ten behoeve van Y. Deze activiteiten kunnen zijn:

4.1. jeudbewegings- en kampmateriaal beheren,

4.2. activiteiten organiseren zoals:

4.2.1. een kinderfuif,

4.2.2. een volleybaltornooi tussen leden en oud-leden,

4.2.3. een spaghettislag,

4.2.4. optredens en een fuif (bierfeesten) om geld in het laatje te brengen voor de jeugdbewegingswerking

4.3. vrijwilligers ter beschikking stellen om te helpen:

4.3.1. bij andere activiteiten van de jeugdbeweging,

4.3.2. als kookouder op kamp,

4.3.3. bij de bouw of renovatie van lokalen voor de jeugdbeweging,

III. Motivering van de aanvraag

5. De aanvrager wenst te vernemen of en in welke mate zij btw-plichtig zou zijn dan wel voor al haar activiteiten een vrijstelling van btw kan genieten.

6. In het bijzonder verwijst hij in dit verband in eerste instantie naar artikel 44 § 2, 2° van het btw-wetboek. Hij meent dat de vzw Y, gelet op het bovenstaande, alleen vrijgestelde activiteiten zal verrichten. De jeugdbeweging en haar afdelingen zoals X er een is, worden algemeen erkend als ressorterend onder artikel 44 § 2, 2° van het btw-wetboek. Een vzw lijkt volgens hem te beantwoorden aan het begrip "organisatie". En de statutaire doelstelling verwijst duidelijk alleen naar activiteiten ressorterend onder deze vrijstelling. Hij refereet daarnaast naar het feit dat ook met het jeugdwerk "nauw samenhangende" activiteiten ook onder de vrijstelling vallen.

7. X geniet subsidies van de Vlaamse overheid, die haar via de gemeente A en na advies van de jeugdraad van A worden uitgekeerd. Het is de bedoeling dat na oprichting van de vzw Y, deze laatste de subsidies zal aanvragen en ontvangen en zich zal laten erkennen als jeugdvereniging van A.

IV. Beslissing

8. Volgens art. 44 § 2, 2° van het btw-wetboek worden van de belasting vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend. In casu wordt hier bedoeld een instelling die in hoofdzaak het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding tot doel heeft.

9. Uit de ontwerpstatuten van de vzw Y in oprichting blijkt dat deze met uitsluitsel van elk winstoogmerk, een vereniging zal zijn die onder meer zal zorgen voor de vrijetijdsbesteding van jongeren door middel van periodieke en niet-periodieke activiteiten en daarbij toezicht houdt over deze jongeren tijdens deze activiteiten. Hierbij wordt rekening gehouden met de eigentijdse noden van de jongeren.

10. De vzw Y in oprichting zal net zoals de huidige feitelijke vereniging X erkend worden door de bevoegde overheid. Feitelijk is de bevoegde overheid de overheid die het jeugdbeleid financiert. De erkenning door de bevoegde overheid geldt dan ook in de mate waarin de werkzaamheden van de jeugdorganisatie gesubsidieerd worden door de overheid. De gemeente A kende X in 2010, na een positief advies van de gemeentelijke jeugdraad, een werkingssubsidie toe als jeugdbeweging. Na de oprichting van de vzw Y zal deze vzw de subsidies aanvragen en zich zo laten erkennen door de bevoegde overheid.

11. Deze vzw die nu in oprichting is, zal zich ook kunnen beroepen op artikel 44 § 2, 12° van het btw-wetboek voor de activiteiten tot het verkrijgen van financiële steun van de normale activiteiten van dergelijke jeugdbeweging. Het moet echter gaan om handelingen die door de vrijgestelde vereniging worden uitgeoefend, in samenhang met de normale werkzaamheden en uitsluitend ten bate van de vereniging zelf wat in casu het geval zal zijn. Het mag echter geen commerciële activiteit zijn die tot concurrentieverstoring kan leiden.

12. Zoals uit de ontwerpstatuten blijkt, zal de vzw Y in oprichting activiteiten ontplooien die bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstellingen, met inbegrip van winstgevende activiteiten binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten volledig zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van de niet-winstgevende doelstellingen.

Gelet op wat voorafgaat beslist het College in zitting van 28 juni 2011 dat:

13. de vzw Y in oprichting de voorwaarden vervult van art. 44 § 2, 2° van het btw-wetboek en aldus van de btw is vrijgesteld voor de activiteiten die ze verricht in het kader van de vrijetijdsbesteding van de jeugd;

14. artikel 44, §2, 12° van het btw-wetboek van toepassing is op de handelingen die ze zal verrichten om deze vrijgestelde werkzaamheid financieel te ondersteunen.

Textes cités

1
CTVA art. 449 occurrences