Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Décision participée n° 2010.025 du 05.10.2010
Taxe sur la valeur ajoutée · Taux réduit · Personnes agées · Travaux de transformation, de rénovation ou de réhabilitation
Résumé
Les taux réduits de TVA peuvent être appliqués lorsque des opérations immobilières sont fournies à X, qui n'est pas un établissement d'hébergement agréé pour personnes âgées, mais qui cède le droit de jouissance qu'elle possède sur les immeubles à Y, où Y rétrocède ensuite son droit de jouissance à l'exploitant pour personnes âgées effectivement agréé.
Afin de pouvoir étayer l'application des taux réduits de TVA, X délivrera une attestation au(x) prestataire(s) de services mentionnant l'identité et le certificat d'agrément du véritable exploitant de l'établissement concerné, dès que cet exploitant est connu.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of het verlaagde tarief van 6 % en 12 % eveneens van toepassing is wanneer er niet rechtstreeks gefactureerd wordt aan de publiekrechterlijke of privaatrechterlijke personen die verblijfsinrichtingen voor bejaarden - welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg - beheren, maar aan de personen die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het zakelijk recht of het recht van genot dat hij bezit op het gebouw overdraagt, inzonderheid bij wijze van een verhuur, welke later wordt omgezet in een recht van erfpacht, aan een ander persoon die vervolgens het recht van genot op het betreffende gebouw wederoverdraagt, weerom inzonderheid bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de inrichting beheert.
II. Omschrijving van de verrichting
2. Het voorwerp van de aanvraag betreft de toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 6% of 12% van toepassing op werken in onroerende staat verricht aan 4 verblijfsinrichtingen voor bejaarden.
3. De werken worden echter niet rechtstreeks gefactureerd aan de exploitant die erkend is door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg, maar aan de persoon die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het recht van genot dat hij bezit op het gebouw overdraagt, inzonderheid bij wijze van een verhuur, welke later wordt omgezet in een recht van erfpacht, aan een ander persoon die vervolgens het recht van genot op het betreffende gebouw wederoverdraagt, weerom inzonderheid bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de inrichting beheert.
4. De gebouwen zijn eigendom van X maar worden via een verhuur, welke later worden omgezet in een recht van erfpacht, ter beschikking gesteld aan Y die deze gebouwen op zijn beurt ter beschikking stelt van de diverse erkende vzw's. Y is de overkoepelende vennootschap die de verschillende vzw's beheert.
5. Teneinde een verdere groei van Y mogelijk te maken, worden 4 gebouwen uitgebreid en gerenoveerd. Deze werken worden gefinancierd door X. Na de oplevering van de werken wordt de huurovereenkomst automatisch omgezet in een recht van erfpacht. De jaarlijkse canon wordt aangepast rekening houdende met de uitgevoerde werken.
III. Beslissing
6. De verlaagde tarieven van 12 pct. en 6pct., respectievelijk voorzien in de rubrieken X van de tabel B en XXXI van de tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, zijn van toepassing op de handelingen - o.a. de werken in onroerende staat - die deze rubrieken beogen en hebben inzonderheid betrekking op verblijfsinrichtingen voor bejaarden die in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg erkend zijn door de bevoegde overheid.
7. De vraag wordt gesteld of het tarief van 6pct. of 12pct van toepassing is bij de bouwwerkzaamheden aan de residenties A, B, C en D.
8. Volgens de verstrekte inlichtingen zijn deze instellingen erkend als verblijfsinrichtingen voor bejaarden in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg en tevens erkend zullen blijven na uitvoering van de werken.
Residenties A, B en C.
9. Op basis van de verschafte informatie moet besloten worden dat de geplande werken aan de residenties A, B en C kwalificeren als omvormingswerken waarop het verlaagde tarief van 6% van toepassing kan zijn indien voldaan is aan de overige door rubriek XXXI van de tabel A van KB n° 20 voorziene voorwaarden.
10. Uit deze informatie blijkt inderdaad dat:
10.1. de oppervlakte van de oude gedeelten betekenisvol blijven in vergelijking met de nieuwe gedeelten, m.a.w. de oppervlakte van de oude gedeelten groter zijn dan de helft van de totale oppervlakte van de woningcomplexen na de uitvoering van de werken;
10.2. de nieuwe gedeelten niet onafhankelijk van de oude gedeelten kunnen functioneren maar dat ze er integendeel één coherent en complementair geheel meevormen, wat het gebruik van de gebouwen betreft (bijvoorbeeld: gemeenschappelijke verwarming, gemeenschappelijk water -en elektriciteitsmeters, enz…) en de diensten verstrekt aan de bewoners van de twee entiteiten.
Residentie D
11. Het gebouw wordt quasi volledig afgebroken op 1 vleugel na die onlangs gerestaureerd werd. De rest van het gebouw wordt vervangen door nieuwbouw.
12. Gelet op de omvang van de afbraakwerken met betrekking tot het oude gedeelte kwalificeren de werken aan het gebouw D niet als omvormingswerken zoals bedoeld door rubriek XXXI van tabel A van KB n° 20. Deze werken kunnen evenwel het tarief van 12 pc voorzien door rubriek X van tabel B van KB n° 20 genieten voorzover wordt voldaan aan de door deze bepaling voorziene overige voorwaarden .
Hoedanigheid van eindverbruiker
13. Voor zover alle andere voorwaarden vervuld zijn, zijn de verlaagde tarieven van 6 of 12 pct., slechts van toepassing wanneer de onroerende handelingen worden verstrekt aan een publiekrechterlijke of privaatrechterlijke persoon die een erkende verblijfsinrichting beheert.
14. Deze persoon dient in de regel eigenaar of huurder te zijn van het gebouw dienstig als verblijfsinrichting of dient, meer algemeen, een zakelijk recht of een recht van genot op dat gebouw te bezitten.
15. In casu blijkt dit niet het geval te zijn.
16. Zo zullen de onroerende handelingen worden verstrekt aan X en dus niet rechtstreeks aan de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die de erkende verblijfsinrichting voor bejaarden beheren.
17. X zal, zonder dus exploitant te zijn van de inrichtingen voor bejaarden, het recht van genot dat ze bezit op de desbetreffende gebouwen overdragen aan Y inzonderheid bij wijze van een verhuur, welke later wordt omgezet in een recht van erfpacht.
18. Y zal vervolgens het recht van genot op de betreffende gebouwen wederoverdragen aan de daadwerkelijke erkende exploitanten die de inrichting beheren, inzonderheid bij wijze van een verhuur.
19. Om distorties te vermijden aanvaardt de administratie dat het verlaagde btw-tarief eveneens kan gelden voor de persoon die, zonder exploitant te zijn van de inrichting, het zakelijk recht of het recht van genot dat hij bezit op het gebouw, overdraagt bij wijze van verhuur, aan de exploitant die de erkende inrichting beheert.
20. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is het dus niet noodzakelijk dat de persoon die de opdrachtgever van de onroerende handeling is, tevens de hoedanigheid heeft van beheerder. Essentieel is dat de handeling rechtstreeks betrekking heeft op de exploitatie van erkende inrichtingen voor bejaarden (cfr. aanschrijving n° 12 van 10 oktober 1984, n° 20 en 21).
21. In casu hebben de werken betrekking op gebouwen die als erkende instellingen voor bejaarden zullen geëxploiteerd worden, en waarvan de inrichting geen andere bestemming zou toelaten.
22. Tevens werd door de aanvrager bevestigd dat de huur die Y betaalt aan X zonder mark-up wordt doorgerekend aan de VZW's A, B, C en D zodat het toepasselijke btw-tarief een rechtstreekse invloed zal hebben op de door de exploitanten betaalde huurgelden.
23. Hierdoor mag aanvaard worden dat de hiervoor voornoemde verlaagde btw-tarieven van toepassing zijn wanneer de hiervoor omschreven onroerende handelingen worden verstrekt aan X, die geen instelling is die verblijfsinrichtingen voor bejaarden beheert, maar het recht van genot dat zij bezit op de 4 desbetreffende gebouwen, overdraagt aan Y, inzonderheid bij wijze van een verhuur, welke later wordt omgezet in een recht van erfpacht, waarbij Y vervolgens het betreffende gebouw wederoverdracht aan de daadwerkelijke erkende exploitant die de inrichting voor bejaarden beheert, inzonderheid bij wijze van een verhuur.
24. Om de terechte toepassing van de verlaagde tarieven door de dienstverrichter(s) te kunnen staven zal X aan deze dienstverrichter(s) een attest uitreiken met vermelding van de identiteit en het erkenningbewijs van de eigenlijke exploitant van de betrokken inrichting zodra deze exploitant gekend is.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.