Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Louvain du 07.09.2007
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, elfde kamer
zitting : 7 september 2007
eindvonnis
Rol nr. : 02/1327/A
Inzake :
De heer P. D. B., bediende, en zijn echtgenote
Mevrouw S. V., bediende, samenwonende te …, sectie …, …;
eisers,
ter zitting vertegenwoordigd door meester K. T. loco mr. J. H., advocaat te …, …;
tegen :
1. Mevrouw M. L., architect, geboren te … op … en wonende te …, …;
eerste verweerster,
ter zitting vertegenwoordigd door meester W. V., advocaat te …, …;
2. De BVBA A. D'A. A. – T. C.-D. D.-M. L. - architectes associés, die de vorm van een burgerlijke vennootschap heeft aangenomen, met zetel te …, …;
tweede verweerster,
ter zitting vertegenwoordigd door meester W. V., advocaat te …, …;
en inzake :
1. Mevrouw M. L., architect, geboren te … op … en wonende te …, …;
eerste eiseres in tussenkomst en vrijwaring,
ter zitting vertegenwoordigd door meester W. V., advocaat te …, …;
2. De BVBA A. D'A. A. – T. C.-D. D.-M. L. - architectes associés, die de vorm van een burgerlijke vennootschap heeft aangenomen, met zetel te …, …;
tweede eiseres in tussenkomst en vrijwaring,
ter zitting vertegenwoordigd door meester W. V., advocaat te …, …;
tegen :
De NV S., met vennootschapszetel te …, …, met vennootschapszetel te …, …;
verweerster in tussenkomst en vrijwaring,
ter zitting vertegenwoordigd door meester Y. D. loco mr. B. L., advocaat te …, …;
in aanwezigheid van :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën in de persoon van de directeur van de administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit met kantoren te 2800 Mechelen, Zwartzustervest 24 bus 28;
vrijwillig tussenkomende partij,
ter zitting vertegenwoordigd door meester C. loco advocaat te …, …;
1. Procedure
1.1. De artikelen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken van 15juni 1935 werden toegepast.
1.2. De rechtbank heeft kennis genomen van :
- het tussenvonnis van 5 oktober 2004
- het definitief deskundig verslag van de heer J. P. van 9 januari 2006 de vrijwillige tussenkomst van de Belgische Staat bij verzoekschrift van 5 april 2006
- conclusies van partijen
- stukken van bouwheer, architect en aannemer
De rechtbank heeft de middelen van partijen gehoord tijdens de openbare zitting van 18 mei 2007.
De debatten werden gesloten en de zaak is in beraad genomen.
1.3. De rechtbank stelt vast dat de conclusies van de architect en haar bureau buiten termijn van de beschikking (art 747, § 2 Ger. W.) van 1 september 2006 werden neergelegd en overlegd en dienen -bij gebrek van akkoord van de overige partijen- uit de debatten geweerd.
2. Feiten
De feiten zoals weergegeven in het tussen vonnis kunnen hernomen worden.
Sedert het tussenvonnis heeft het deskundig onderzoek plaatsgevonden.
De deskundige komt tot het besluit dat "voortgaande op de rekenregels vastgesteld in het Ministerieel Besluit nr. 20 van 1995-12-22 en aangevuld met de richtlijnen in de Aanschrijving 2/1996 d.d. 1996-04-23 van het Ministerie van Financiën," de totale oppervlakte 189,91 m2 bedraagt.
Volgens de deskundige is er dus geen overschrijding van 190 m2.
Niet alle partijen zijn het eens met de besluiten van de deskundige. De deskundige heeft de discussie toegelicht en geïllustreerd en de discussie vraagt thans om een juridisch standpunt.
3. Vordering
De vordering strekt ertoe, bij een bij voorraad uitvoerbaar te verklaren vonnis, niettegenstaande elk verhaal en met uitsluiting van kantonnement, verweerders en de vrijwillig tussenkomende partij, alsmede in ondergeschikte orde verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring, solidair, in solidum, de ene bij gebreke van de andere te veroordelen tot het betalen aan eisers :
- de som van 4.908,29 euro
- de verwijlintresten vanaf 26 december 2001
- 1,00 euro provisioneel uit hoofde van gemaakte advocatenkosten
- de kosten van het proces
Verweerders te veroordelen solidair, in solidum tot betaling van een vergoeding wegens tergend en roekeloos verweer van 1.500,00 euro.
Eisers in gedwongen tussenkomst vorderen dat verweerster in gedwongen tussenkomst hen vrijwaart, zowel in hoofdsom, intresten als kosten.
4. Beoordeling
4.1. De rechtbank stelt vast dat de totaal bewoonbare oppervlakte ook na deskundig verslag wordt betwist.
De betwisting betreft :
1. De aftrek van de gelijkvloerse verdieping voor de ingebouwde garage
2. De basisoppervlakte van het eerste verdiep en de aftrek van de vide en trapgat
4.2. De desbetreffende wetteksten voor de berekening van de oppervlakte waarnaar partijen verwijzen en opgenomen in het deskundig verslag zijn de volgende :
MB nr. 20 van 22 december 1995 artikel 1 :
"A Voor wat een eengezinswoning betreft, door de oppervlakten van ieder vlak gedeelte (draagvloer) van de woning samen te tellen, gemeten vanaf en tot de buitenkanten van de opgaande muren."
Hierop zijn er enkele afwijkingen en bijzonderheden van toepassing. Voor deze woning betreft deze de volgende :
"e) de oppervlakte van het dakkamerniveau wordt enkel in aanmerking genomen voor het gedeelte waarvan de hoogte, te rekenen vanaf de onderkant van de draagvloer tot het dak (daktimmer) 1 m overschrijdt
…
h) de ingebouwde garage en de losse aangebouwde garage, bergplaats of kleine werkplaats worden niet in aanmerking genomen".
Bijkomende Toelichting in de aanschrijving 2/1996
Punt 22 van deze aanschrijving vermeldt voor wat betreft een zolderruimte (waar geen kamers voorzien zijn) :
"In sommige gevallen is de zolderruimte volledig ingenomen door een dakconstructuur samengesteld uit dakspanten die meestal om de 50 cm worden geplaatst. In dergelijk geval en indien er naar die zolder toe geen lichtdoorlatende elementen bestaan, wordt de totale oppervlakte van de draagvloer van deze ruimte niet in aanmerking genomen."
Punt 26 van deze aanschrijving vermeldt voor wat betreft een ingebouwde garage :
"Voor de berekening van de niet in aanmerking te nemen opp. van de ingebouwde garage worden de afmetingen genomen vanaf het midden en tot het midden van de opgaande muren."
Punt 28 voor wat betreft de openingen in de draagvloeren luidt als volgt :
"De openingen in de draagvloeren (open ruimten, zolderverdieping, trapgat, ...) moeten voor de oppervlakteberekening niet in aanmerking genomen worden. Voor het bepalen van de oppervlakten van die openingen wordt rekening gehouden met de binnen afmetingen."
4.3. De deskundige heeft een mooi vergelijkend overzicht gegeven van de oorspronkelijke en herwerkte visie van de administratie, naast zijn visie van oppervlakteberekening, samen met de plannen, zodat de rechtbank duidelijk kan vaststellen waar de verschillen zich situeren.
De deskundige erkent dat hij niet de bijkomende toelichting van het Ministerie van Financiën gehanteerd heeft (D.D.V.6.01).
Bij berekening van de aftrekbare oppervlakte voor de inbouw garage komt hij dan ook, na opmerkingen van partijen, tot de vaststelling dat de aftrek voor de garage of 40,69 m2 zoals berekend door de administratie correct is en in overeenstemming is met aanschrijving 2/1996.
Aldus komen we voor de gelijkvloerse verdieping tot een oppervlakte van 92,91 m2.
Bij berekening van de basisoppervlakte van de eerste verdieping blijft het MB art. 1 e) van toepassing. Alhoewel de interpretatie die de deskundige geeft om de oppervlakte te berekenen rekening houdend met de dakkamerwanden logisch schijnt, stelt de rechtbank vast dat deze niet in overeenstemming is met het MB. Punt 22 van de toelichting biedt daarbij geen adequaat hulpmiddel. Waar de aanwezigheid van de dakspanten vergelijkbaar is met een zolderruimte vereist punt 22 ook dat er geen lichtdoorlatende elementen aanwezig zijn in de zolderruimte (zie art. 1 f). De interpretatie van de deskundige volgen, laat manipulaties toe waar men de dakkamerwanden zodanig kan plaatsen dat men de totale oppervlakte van het dakkamerniveau steeds kan manipuleren.
Dakkamerwanden kunnen evenmin beschouwd worden als opgaande muren. Aldus komen we voor de eerste verdieping tot een oppervlakte van 102,33 m2.
De totale oppervlakte bedraagt alsdan 195,13 m2 en overstijgt aldus de maximaal bewoonbare oppervlakte die in aanmerking komt voor een verminderd BTW-tarief van 12 %.
4.4. Zoals blijkt uit 4.3 kan de vordering tegen de Belgische Staat niet gegrond verklaard worden, temeer daar de bouwheer destijds zijn akkoord betuigd heeft met de regularisatie.
4.5. Nu de rechtbank aanneemt dat de maximale oppervlakte overschreden wordt, dient de verantwoordelijkheid van de overige partijen onderzocht te worden.
Het wordt niet betwist door architect en aannemer dat het van meet af aan duidelijk was dat de bouwheer wou genieten van het gunsttarief van de verminderde BTW.
4.5.1. Op de architect rust een plicht van raadgeving en bijstand waaronder de verbintenis om na te zien of er voldaan is aan de technische voorwaarden opdat de bouwheer zou kunnen genieten van een fiscaal gunstregime. De architect diende plannen op te stellen die de bouwheer toelieten van het fiscaal gunsttarief te genieten.
Uit de stukken bijgebracht door de aannemer blijkt dat werd uitgegaan van een type woning 2600 BAB (stuk 3 dossier aannemer), dat naar indeling en afmetingen werd aangepast in een voorontwerpplan opgesteld door de architect (stuk 4 dossier aannemer).
Het is ook de architect die attesteerde dat aan de maximaal bewoonbare oppervlakte van 190 m2 werd voldaan (stuk 7 dossier bouwheer), zodat mag aangenomen worden dat bij het ontwerpen van het plan, de architect het BTW gunsttarief voor ogen had.
Wanneer thans wordt vastgesteld dat deze maximale oppervlakte overschreden werd, dan is de rechtbank van oordeel dat de architect niet naar behoren aan zijn verplichtingen tot raadgeving en toezicht ten opzichte van de bouwheer is nagekomen. De architect betwistte aanvankelijk ook niet het voorstel tot regularisatie, ook niet waar deze regularisatie een telfout van 6 m2 bevatte.
De architect toont niet aan dat hij rekening gehouden heeft met andere bepalingen dan deze van het MB nr. 20 van 22 december 1995 artikel 1 bij het berekenen van de maximaal bewoonbare oppervlakte. Dat de architect geen kennis zou gehad hebben van de bepalingen van de toelichting 2/1996, doet niets af aan de berekening van de basisoppervlakte van het eerste verdiep, nu daarvoor enkel het MB bepalend was, zodat de overschrijding, zelfs met de berekening van de gelijkvloerse verdieping enkel op basis van het MB (zie aanvankelijke berekening van de deskundige) de totale bewoonbare oppervlakte overschreden bleef.
Derhalve besluit de rechtbank dat de aansprakelijkheid van de architect inzake is, nu het overschrijden van de bewoonbare oppervlakte in rechtstreeks oorzakelijk verband staat met de fout van de architect en de architect derhalve de schade moet vergoeden, schade die bestaat in de betaling aan de Belgische Staat van de herziening, meer de boete.
De architectenovereenkomst werd blijkbaar aangegaan met mevrouw M. L. verantwoordelijke voor de BVBA A. III (stuk 1 dossier architect) zodat de vordering gegrond is ten aanzien van de BVBA.
4.5.2. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de verantwoordelijkheid van de aannemer niet betrokken is.
Blijkbaar is de technische dienst van de aannemer bij het uitwerken van het uitvoeringsplan enkel voortgegaan op het voorontwerpplan van de architect (stuk 5 en 7a). Het is niet bewezen dat de aannemer de bouwplannen anders heeft uitgewerkt uitgevoerd dan door de architect ontworpen werden.
Bovendien blijkt uit het deskundig verslag dat de administratie is uitgegaan van de bouwplannen zoals opgesteld door de architect (vergelijk stuk 4 dossier aannemer en de plannen gevoegd in het deskundig onderzoek).
Derhalve is de vordering in gedwongen tussenkomst van de architect tegen de aannemer en de uitgebreide vordering van de bouwheer tegen de aannemer ongegrond.
3. De vordering wegens tergend en roekeloos verweer is niet gegrond
Uit de discussie die aanleiding gegeven heeft tot het tussenvonnis blijkt dat er tussen partijen betwisting bestond of de maximale bewoonbare oppervlakte wel degelijk overschreden was, welke discussie bleef voortbestaan ook na het deskundig verslag. De deskundige was oorspronkelijk van mening dat de maximaal toegestane bewoonbare oppervlakte, weliswaar mits een juridische interpretatie, niet overschreden werd. Deze juridische interpretatie wordt echter niet gevolgd door de rechtbank.
4. De vordering voor advocatenkosten wordt evenmin akkoord verklaard.
Bij gebreke aan wettelijke bepalingen die een einde stellen aan deze schending van artikel 10 en 11 van de grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 van het EVRM in de huidige stand van het recht, dient de rechtbank de vordering met betrekking tot de kosten van verdediging ongegrond te verklaren. Indien zij de vordering gegrond zou verklaren hetgeen verantwoord zou zijn in het kader van de regels van de burgerlijke aansprakelijkheid, zou zij immers de vereisten van een eerlijk proces en van de wapengelijkheid van partijen vervat in artikel 6 EVRM schenden. De regel van het internationaal verdrag primeert immers op het intern Belgische recht zodat de rechtbank verplicht is dit intern Belgische recht zo toe te passen dat het art. 6 van het EVRM niet schendt.
4.7. De uitvoerbaarheid bij voorraad kan toegekend worden. Er is niet aan de voorwaarden van de uitsluiting van kantonnement voldaan zoals vereist door art 1406 Ger. W..
Dispositif
5. Uitspraak
De rechtbank beslist op tegenspraak, in openbare zitting en in eerste aanleg als volgt :
De rechtbank geeft akte van de vrijwillige tussenkomst van de Belgische Staat.
De rechtbank verklaart de vorderingen ontvankelijk, doch enkel de hoofdvordering gedeeltelijk gegrond doch enkel ten aanzien van de BVBA A. D'A. A. III zoals hierna bepaald en de overige vorderingen ongegrond.
De rechtbank veroordeelt de BVBA A. D'A. III tot betaling aan de heer en mevrouw D. B.- V. van :
- de som van 4.908,29 euro
- de moratoire intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 26 december 2001 tot aan de datum van de volledige betaling
- de kosten van het proces. Aan de zijde van de bouwheer bedragen deze 375,47 euro dagvaardingskosten en 371,84 euro rechtsplegingvergoeding, 61,97 aanvullende rechtsplegingsvergoeding en 1.663,75 euro deskundigenonderzoek. Aan de zijde van de architect en het architectenbureau bedragen deze 371,84 euro rechtsplegingvergoeding en 61,97 euro aanvullende rechtsplegingsvergoeding. Aan de zijde van de aannemer bedragen deze 371,84 euro rechtsplegingsvergoeding en 61,97 euro aanvullende rechtsplegingsvergoeding.
De rechtbank verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is op tegenspraak uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de elfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 7 september 2007;
De rechtbank bestond uit :
mevrouw M. V., ondervoorzitter, alleenzetelend rechter;
mevrouw L. S., griffier.
L. S. M. V.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.