Tribunal de première instance de Louvain, 12 novembre 2004 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Louvain 12 novembre 2004

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Louvain, 12 novembre 2004Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-louvain-2004-11-12-c6dc

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Louvain
Date
12 novembre 2004

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

33 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Louvain du 12.11.2004

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Rol nr. : 02/535/A

T. G. NV, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer …, gekend als BTW-belastingplichtige onder het nummer …, met exploitatiezetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder het nummer …;

eiseres,

ter zitting vertegenwoordigd door meester M. S. loco meester V., advocaat te …, ….;

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, Controlecentrum Leuven, 3001 Leuven, Philipssite 3 A, bus 1 (4de verdieping);

verweerster,

ter zitting vertegenwoordigd door meester C. loco meester d. N., advocaat te …, …;

In deze zaak, in beraad genomen ter zitting van 8 oktober 2004, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit.

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

- de geding inleidende dagvaarding op 19 februari 2002 op verzoek van de NV T. G. betekend aan de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van het hoofd van het BTW-controlekantoor Leuven 2;

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 26 maart 2004;

- de akkoordconclusie na tussenvonnis op 30 juni 2004 op de griffie neergelegd door de NV T. G. en de BELGISCHE STAAT.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2004, waarna de zaak in beraad genomen werd.

De NV T. G., hierna genoemd "eiseres", verzet zich tegen de vordering van de BELGISCHE STAA T, hierna genoemd "verweerder", geïmmatriculeerd in een schrijven van 6 augustus 2001 en de erbij horende correctieopgave.

Bij tussenvonnis van 26 maart 2004 verklaarde de rechtbank de vordering ontvankelijk en verwees zij de zaak naar de bijzondere rol teneinde partijen toe te laten een afrekening op te stellen op grond van de in het motiverend gedeelte van het vonnis weergegeven principes en de zaak verder in staat te stellen, en hield zij de beslissing over de kosten aan.

Eiseres en verweerder vragen in een akkoordconclusie akte te verlenen van hun akkoord.

Dispositif

OP DEZE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken,

rechtsprekend op tegenspraak,

verleent in uitwerking van het tussenvonnis akte aan partijen van hun akkoord,

verklaart de vordering van verweerder deels ongegrond,

beveelt de terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk op grond hiervan werden geïnd, namelijk 455.983,04 EUR verhoogd met interesten sedert de datum van betaling,

elke partij draagt de door haar blootgestelde kosten, verweerder betaalt de helft van de procedurekosten : kosten dagvaarding en rolstelling : 241,18 EUR; rechtsplegingsvergoeding : 342,09 EUR.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 12 november 2004, waar zetelden :

de heer P. V., alleenzetelend rechter;

mevrouw J. C., griffier.

J. C. P. V.