Tribunal de première instance de Louvain, 7 juin 2002 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Louvain 7 juin 2002

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Louvain, 7 juin 2002Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-louvain-2002-06-07-798a

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Louvain
Date
7 juin 2002

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

42 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Louvain du 07.06.2002

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

A.R. 00/2311/A

Inzake :

N.V. DSV, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het H.R. te Leuven onder het nummer …,

eiseres,

ter zitting vertegenwoordigd door mr. S. loco mr. S., advocaat te …, …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit Sector van de BTW, Goossensvest 3 te 3300 Tienen;

verweerster,

ter zitting vertegenwoordigd door mr. B., …;

De rechtbank spreekt vonnis uit in deze zaak die op de zitting van 3 mei 2002 werd behandeld en op tegenspraak in beraad werd genomen.

Gelet op de artikelen 2-9-34-36-37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Gezien het verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neergelegd op 27 oktober 2000 ertoe strekkende de beslissing van 16 augustus 2000 van J. C., e.a. inspecteur van het Ministerie van Financiën, Administratie van de ondernemings­ en inkomstenfiscaliteit, Controlecentrum Tienen, waarbij inbreuken op de BTW-wetgeving worden vastgesteld en een correctieopgave werd opgemaakt, te horen vernietigen en de BELGISCHE STAAT te horen veroordelen tot terugbetaling van alle sommen die op grond van deze correctieopgave zouden zijn geïnd, vermeerderd met de moratoire interesten.

Gelet op de neergelegde conclusies en stukken.

Gehoord de advocaten van partijen op de openbare zitting van 3 mei 2002.

I. DE FEITEN EN VOORWERP VAN DE VORDERING

Eiseres, een algemeen bouwbedrijf, heeft werken uitgevoerd aan een onroerend goed gelegen te …, …, eigendom van N.V. C. M.. Twee oude woningen, die bestonden uit een gelijkvloers en twee verdiepingen, werden verbouwd tot 1 winkelruimte op het gelijkvloers met daarboven zes appartementen op drie verdiepingen.

De discussie tussen partijen heeft thans nog enkel betrekking op de werken uitgevoerd op de derde verdieping. Eiseres is van oordeel dat hierop het verlaagd tarief van 6 % van toepassing is. Verweerster is van oordeel dat hier het tarief van 21 % moet worden toegepast.

II. BEOORDELING

1. Het verzoekschrift werd tijdig neergelegd en de vordering is ontvankelijk;

2. Het verlaagd tarief is van toepassing wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw (aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986, randnummer 30, in fine).

3. Beide partijen gaan voor hun berekeningen uit van de gegevens verstrekt door het architectenbureau B.V.B.A. P. C.. Deze gegevens worden niet betwist.

Eiseres berekend het totaal van de oude dragende muren van de drie verdiepingen samen, hetzij 171,40 lm en van de nieuwe dragende muren voor de drie verdiepingen samen, hetzij 133 ,40 Im. Volgens deze berekening is het totaal van de oude dragende muren groter dan de nieuwe dragende muren en is het verlaagd tarief van toepassing.

Verweerster maakt haar berekeningen per verdieping. Voor de derde verdieping komt zij zo aan 62 lm oude dragende muren en 64,8 lm nieuwe dragende muren. Het totaal van de nieuwe dragende muren is, voor deze verdieping, groter dan het totaal van de oude dragende muren en verweerster is van oordeel dat voor deze verdieping het verlaagd tarief niet kan worden toegepast.

4. Het verlaagd tarief is van toepassing voor handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben (K.B. nr. 20 van 20 juli 1970, Tabel A. XXXI, § 1, 1°).

Het verlaagd tarief is niet van toepassing wanneer bijkomende appartementen gebouwd worden die afzonderlijk kunnen verkocht worden. In dat geval is er sprake van de oprichting van een nieuw gebouw (aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986, randnummer 31. 2° ).

Wanneer bijkomende appartementen gebouwd worden kan men immers niet meer spreken van een omvorming (in een andere vorm brengen, transformeren) van een woning. Er wordt dan immers iets toegevoegd, iets nieuws gecreëerd.

In casu werd een volledige verdieping bijgebouwd. Waar er oorspronkelijk twee verdiepingen waren zijn er nu drie verdiepingen.

De appartementen op deze nieuwe, derde verdieping, moeten beschouwd worden als de oprichting van een nieuw gebouw. Het verlaagd tarief is hierop niet van toepassing.

De vordering is derhalve niet gegrond.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtsprekende op tegenspraak en in eerste aanleg.

Verklaart de vordering ontvankelijk en wijst ze als ongegrond af.

Veroordeelt N.V. DSV tot de kosten, begroot op … euro rechtsplegingsvergoeding voor N.V. DSV en op … euro rechtsplegingsvergoeding voor DE BELGISCHE STAAT

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 7 juni 2002, waar zetelden :

- de heer L. W., alleenzetelend rechter en

- mevrouw D. D. C., adjunct-griffier.

D. D. C. L. W.