Tribunal de première instance de Gand, 3 octobre 2013 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 3 octobre 2013

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Gand, 3 octobre 2013Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-gand-2013-10-03-3214

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
3 octobre 2013

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

42 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 03.10.2013

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde, vijfde kamer, zetelend in burgerlijke zaken, heeft volgend vonnis geveld :

Rolnummer : 12/344/A

Ten verzoek van :

VAN CAUWENBERGE Wilfried, arbeider, wonende te 9550 Herzele, G•••••• ••

eisende partij,

bij exploot van gerechtsdeurwaarder H. M. te … d.d. 26 februari 2003, hebbende als raadsman Mter H. D. loco Mter V. C. C., beiden advocaat te ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, administratie der belastingen over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het BTW­ontvangkantoor te Zottegem, met burelen gevestigd te 9620 Zottegem, G. Schockaertstraat 4

verwerende partij,

hebbende als raadsman Mter V. D. K. M., advocaat te …

De wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd nageleefd.

De rechtbank hoorde de partijen bij monde van hun raadsman in hun middelen en conclusies en nam kennis van de overgelegde stukken.

In feite

Eiser verzet zich tegen een dwangbevel uitgevaardigd d.d. 17 december 2002 en betekend aan eiser bij aangetekend schrijven d.d. 19 december 2002, voor een bedrag van 12.178,86 euro BTW en een geldboete van 1.210 euro, meer de moratoire intresten.

Volgens eiser past verweerster ten onrechte het tarief van een nieuw gebouw toe en niet het verlaagde tarief van 6 % voor renovatie.

Volgens eiser heeft de bevoegde ambtenaar na een plaats bezoek ten onrechte bevolen dat de wezenlijke structuur van het oude gebouw ingrijpend gewijzigd werd en dat de woning werd heropgebouwd na afbraak.

Volgens eiser werd de oude molenaarswoning niet ingrijpend gewijzigd. De bestaande gevels bleven behouden, behalve de linkerzijgevel en een gedeelte van de achtergevel, gelet op hun slechte bouwfysische staat.

Er is echter geen vergroting van oppervlakte geschied. De bestaande binnenmuren werden behouden. Ingevolge slijtage werden wel de dak timmerwerken, gedeelte elektrische installatie, gedeelte pleisterwerken vervangen.

Eiser verzoekt om ontslagen te worden van elke mogelijke betaling.

In rechte

Overwegende dat de rechtbank zich dient aan te sluiten bij de visie van eiser op grond van de aangehaalde elementen en voorgelegde stukken, zodat het tarief van 6 % van toepassing is en niet van 21 %.

Ondermeer werd de bestaande structuur, oppervlakte, uitzicht en vorm van het gebouw weerhouden.

De oude dragende buitenmuren, na het uitvoerend van herstellingswerken, hebben hun dragende functie behouden.

Het lijkt Ons een kunstmatige uitleg om te stellen dat de oppervlakte uitgebreid werd, omdat op de zolder kamers ingericht werden.

Het inrichten of onderverdelen van een ruimte vereist geen nieuwe dragende elementen.

De binnenmuren werden eveneens behouden, na het uitvoeren van de nodige verstevigings- en/of verbeteringswerken.

Het bestreden dwangbevel dient zodoende nietig te worden verklaard en kan niet als basis dienen van een gedwongen uitvoering.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak,

Verklaren de vordering ontvankelijk en gegrond.

Zeggen voor recht dat het door verweerder d.d. 17 december 2002 uitgevaardigde dwangbevel als nietig dient aanzien en zonder waarde, zodat het niet als basis kan gelden van verdere uitvoering.

Veroordelen verweerder tot de kosten, begroot op 204,58 euro dagvaarding en rolstelling en 1.320 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting gehouden in het gerechtsgebouw te Oudenaarde op drie oktober tweeduizend en dertien.

Aanwezig :

J.-M. V. I., Ondervoorzitter, Beslagrechter, Voorzitter der kamer

J. J., griffier.

J. J. J.-M. V. I.

Les identifiants d'une partie que le SPF Finances laissait en clair (adresse privée) sont remplacés par des points. Le texte n'est modifié nulle part ailleurs.