Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 05.01.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 05 JANUARI 2010
Rolnummer : AR 08/4383/A
In de zaak van :
D. W. W., wonende te …, … en met ondernemingsnummer …
eiser,
in persoon verschijnend
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het kantoor Gent 1, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde. Registratie en Domeinen. met burelen te 9050 Gent, G. Crommenlaan 6 bus 107
verweerder,
hebbende als raad Mter C. D., advocaat te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt:
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift gedeponeerd ter griffie de dato 19 december 2008.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder neergelegde stukken.
Partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 8 december 2009 waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad genomen.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK
2.1. Eiser is geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE … voor de activiteit van landschapsverzorging en dit sedert 1 augustus 2005. Eiser is bijgevolg onderworpen aan de bepalingen van het BTW-wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementeringen.
Eiser diende een laatste BTW-aangifte in voor de handelingen verricht tijdens het eerste kwartaal 2008.
Op 30 april 2008 werd de BTW-rekeningcourant van eiser op nul gezet wegens niet-indiening van de BTW-aangifte m.b.t. handelingen verricht tijdens het 4e kwartaal 2007.
Op 19 augustus 2008 werd een bijzondere rekening opgesteld voor de periode 31 januari 2008 tot 30 april 2008 en werd een boete opgelegd van … EUR wegens niet-indiening van de aangifte m.b.t.de handelingen van het vierde kwartaal 2007.
Het bedrag der boete werd met het krediet van eiser verrekend zodat er nog een te betalen bedrag bleef van … EUR.
De bijzondere rekening werd aan eiser ter kennis gebracht bij aangetekende brief d.d. 19 augustus 2008 en op 25 augustus 2008 ontving eiser hieromtrent een betalingsbericht.
Op 3 december 2008 werd een dwangbevel uitgevaardigd door de bevoegde BTW-ontvanger te Gent I. Het dwangbevel werd op 5 december 2008 geviseerd en uitvoerbaarverklaard door de e.a. inspecteur van het BTW-Controle kantoor te Gent III.
Het dwangbevel werd op 16 december 2008 aan eiser betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder L. A. met standplaats te Gent.
Een bedrag van … EUR (… EUR boete en … EUR moratoire intrest en … EUR kosten) werd gevorderd.
Op 19 december 2008 legde eiser een fiscaal verzoekschrift ter griffie neer.
2.2. De vordering van eiser zoals gelibelleerd in het verzoekschrift. waarnaar in de neergelegde conclusie d.d. 6 augustus 2009 verwezen wordt luidt : 'Verzoek ik u, indien deze vraag binnen uw bevoegdheden zou bevinden, deze wijze van vreedzaam protest en uiting van mijn overtuiging als legitiem te aanvaarden tot ik op een grondwettelijke manier mijn volksvertegenwoordiger heb kunnen aanduiden bij eerlijke betrouwbare verkiezingen. Verzoek ik u het dwangbevel waarvan sprake en alle daarbij komende en eruit vloeiende kosten nietig te verklaren.'
2.3. Verweerder vraagt dat : het verzet ontvankelijk doch ongegrond verklaard wordt en eiser veroordeeld wordt tot de gedingkosten, begroot op het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding ad. … EUR.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
a. Eiser stelt geen BTW-aangiften ingediend te hebben uit protest niet zozeer tegen de FOD Financiën en haar ambtenaren maar wel tegen de Belgische Staat die op dit moment bestuurd wordt door een ongrondwettelijk parlement. De Staat die het dwangbevel uitvaardigde mist daartoe het mandaat van haar burgers, het mandaat dat door die burgers gegeven wordt tijdens eerlijke, grondwettelijke verkiezingen.
Verder stelt eiser dat als hij zo een wettelijk verkozen parlement heeft, hij alle aangifte zal indienen en alle achterstallige BTW zal betalen zoals het een goede Belg betaamt.
b. De Rechtbank stelt vast dat eiser zich heeft laten registreren als BTW-belastingplichtige voor de zelfstandige activiteit van landschapsverzorging en als protestmiddel gebaseerd op morele motieven weigert de BTW verplichtingen wat betreft de indiening van periodiek BTW-aangiften na te komen en weigert enige betaling desaangaande te verrichten, hoewel hij niet betwist de kwestieuze bedragen verschuldigd te zijn.
De terzake toepasselijke bepalingen van het BTW-wetboek nopens de indiening van de periodieke BTW-aangiften en de betaling van de daaruit verschuldigde BTW werden ingevoerd bij Wet van 3 juli 1969 en bij Koninklijk Besluit van 29 december 1992 en voldoen derhalve aan artikel 170 van de Grondwet dat het beginsel van de wettelijkheid van de belasting vertolkt.
In toepassing van artikel 172, eerste lid van de Grondwet, dat de uitdrukking is, in fiscale aangelegenheden, van het in artikel 10 van de Grondwet ingeschreven beginsel dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, is eiser zoals elke belastingplichtige die zich in een gelijkaardige situatie bevindt, onderworpen aan de regels van het BTW-wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementeringen.
Eiser werd door de administratie herhaaldelijk aangemaand om zijn BTW-verplichtingen na te komen en vervolgens om de kwestieuze bedragen te betalen, doch verkoos hieraan geen gevolg te geven, daar de Staat bestuurd wordt door een ongrondwettelijke verkozen parlement.
Deze door eiser ingeroepen grief is vreemd aan huidige betwisting nopens het door de BTW-administratie uitgevaardigde dwangbevel.
Het verzet is niet gegrond.
3.3. nopens de kosten
Eiser wordt in het ongelijk gesteld en moet overeenkomstig artikel 1017, lid 1 Ger.W. de gerechtskosten dragen. De gerechtskosten belopen het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding zijnde … EUR, zoals gevorderd.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eiser tot de gedingkosten aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op … EUR basisrechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent. op dinsdag vijf januari tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :
mevrouw A. H., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer.
mevrouw G. L., griffier.
G. L. A. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.