Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 14.05.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER, OPENBARE TERECHTZITTING VAN 14 MEI 2008
Algemene rol nummer : 04/2829/A
In de zaak van :
Mr. I. V. D. V., advocaat te …, …, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement BVBA M., destijds restaurant met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Gent onder het nummer …, door de rechtbank van koophandel te Gent op 23/02/2005 in staat van faillissement verklaard.
eiser q.q.,
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, (destijds Ministerie van Financiën), Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van mevrouw de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Gent II, wiens kantoren thans gevestigd zijn te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6/701
verweerder,
hebbende als raadsman optreedt Mr. C. D., advocaat te …, …;
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 14 april 2008 waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift neergelegd op 30 juli 2004, de onderscheiden conclusies van de partijen en de neergelegde stukken.
2. DE VORDERING
2.1. De BVBA M. (hierna genoemd eiseres) heeft met het geding inleidende verzoekschrift verzet aangetekend tegen drie dwangbevelen, met respectievelijk RCIV nummers …, … en ….
2.2. De vordering strekt ertoe :
- het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren,
- voor recht te zeggen dat de administratie geen invorderingsrecht heeft lastens eiseres en haar te bevelen iedere invordering lastens eiseres met betrekking tot de jaren 1999 en 2000 stop te zetten,
- de administratie te veroordelen tot de kosten.
3. PROCEDURE EN GESCHIL
3.1. Eiseres is geregistreerd onder het BTW-nummer BE … wegens haar activiteit van spijshuis, restauratiehouder.
Ingevolge een controle in verband met de jaren 1999 en 2000 werd door de BTW-administratie een correctieopgave verstuurd, waarmee eiseres evenwel niet akkoord kon gaan (stuk 2 - verweerder).
Ingevolge het niet-akkoord werden twee processen-verbaal opgemaakt.
Het proces-verbaal d.d. 11 december 2002 (stuk 3 - verweerder) betreft het ten onrechte toepassen van een BTW-tarief van 6 % op een deel van de door eiseres zelf aangegeven omzet over de jaren 1999 en 2000. Hierbij werd tevens een niet-proportionele geldboete aangerekend wegens het niet voorleggen van stukken met betrekking tot de uitgeoefende beroepswerkzaamheid.
Het proces-verbaal van 13 januari 2003 (stuk 4 - verweerder) heeft als voorwerp het aanrekenen van de verschuldigde BTW op de door de administratie berekende meer ontvangsten van eiseres in het jaar 2000.
De vorderingen zijn bij de BTW-administratie gekend onder de volgende RCIV-nummers : … (op grond van het proces-verbaal van 11 december 2002) en … (op grond van het proces-verbaal van 13 januari 2003).
Aangezien de BTW-vordering met RCN nr. … gesteund was op een taxatie inzake directe belastingen en de aanslag inzake directe belastingen over het jaar 2000 na bezwaar werd vernietigd, werd deze BTW-vordering doorgehaald.
3.2. Ingevolge het niet betalen van de BTW verschuldigd op basis van de door eiseres ingediende periodieke aangiften voor de maanden augustus tot en met november 2003, werd een bijzondere rekening bijgehouden voor de periode 30 september 2003 tot 31 december 2003 (stuk 8 - verweerder). Deze vordering is bij de administratie gekend onder RCIV nr. ….
3.3. Eiseres heeft de zaak aanhangig gemaakt bij deze rechtbank bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 30 juli 2004 teneinde verzet aan te tekenen tegen de uit hoofde van voormelde vorderingen uitgevaardigde dwangbevelen.
4. BESPREKING
4.1. Eiser q.q. laat gelden dat de BTW-vorderingen ongegrond zijn aangezien zij gesteund zouden zijn op definitief vernietigde aanslagen inzake directe belastingen.
4.1.1. De aanslag inzake directe belastingen waarop het proces-verbaal d.d. 13 januari 2003 is gesteund (RCIV artikel …), werd op 17 december 2003 inderdaad definitief vernietigd wegens "schending van artikel 340 WIB 92" (stuk 7- verweerder). De BTW-vordering gesteund op dit proces-verbaal van 13 januari 2003 werd terecht doorgehaald. Het verzet van eiser q.q. terzake is derhalve zonder voorwerp.
4.1.2. De BTW-vordering op grond van het proces-verbaal van 11 december 2002 (RCIV artikel …) (stuk 3 - verweerder) heeft uitsluitend betrekking op de ontvangsten zoals die door eiseres zelf werden aangegeven en heeft geen uitstaans met de taxatie inzake directe belastingen.
4.1.3. Inzake RCIV artikel … dient vastgesteld dat noch qua periode, noch qua aard deze BTW-schuld uitstaans heeft met de omzetverhoging inzake directe belastingen waartegen eiseres bezwaar indiende.
4.2. Eiser q.q. voert verder aan dat de gronden en de redenen waarop de administratie van de BTW zich steunt, niet correct zijn en geenszins door deze laatste worden bewezen.
4.2.1. Uit de vaststellingen geacteerd in het proces-verbaal van 11 december 2002 (inzake RCIV artikel …) blijkt echter afdoende, in tegenstelling tot wat eiseres voorhoudt, dat er geen sprake is van prestaties als traiteur, zodat ten onrechte een BTW-tarief van 6 % in plaats van 21 % werd toegepast (stuk 3 - verweerder).
Eiser q.q. slaagt er niet in de vaststellingen in dit proces-verbaal te weerleggen.
4.2.2. De bedragen opgenomen in de bijzondere rekening voor de periode 30 september 2003 tot 31 december 2003 (artikel …) komen voort uit BTW verschuldigd in de door eiseres zelf ingediende aangiften voor de maanden augustus tot en met november 2003 (stuk 13, 14 en 15 - verweerder). Eiseres heeft de BTW geïnd en diende deze door te storten aan de schatkist. De overige in de bijzondere rekening verschuldigde bedragen (boeten en intresten) zijn van rechtswege verschuldigd. Het verzet is ongegrond.
4.3. De aangerekende proportionele en niet-proportionele geldboeten zijn volkomen wettelijk. Van enige onevenredigheid is geen sprake.
5. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
Eiser q.q. dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).
De kosten omvatten in de onderhavige zaak enkel de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1018, 6° Gerechtelijk Wetboek).
De vordering van eiser q.q. is in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt in de schijf van 40.000,01 tot 60.000 euro. In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan 2.500 euro (art. 2 KB 26 oktober 2007).
Ter openbare terechtzitting d.d. 14 april 2008 hebben de partijen niet verzocht om de rechtsplegingsvergoeding te verminderen of te vermeerderen.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op TEGENSPRAAK,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering van eiser q.q. ontvankelijk maar ongegrond.
Veroordeelt eiser q.q. tot de kosten van het geding.
Begroot de kosten als volgt :
rechtsplegingsvergoeding verweerder : 2.500 EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag veertien mei tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :
de heer J. V. d. F., rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. J. V. d. F.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.