Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 04.09.2003
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 4 SEPTEMBER 2003
02/568/A - In de zaak :
BVBA B & J, ingeschreven in het HR te Sint-Niklaas onder nr. …, met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres,
voor wie niemand verschijnt,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Sint-Niklaas, RAC De Baljuw, Driekoningenstraat 4 bus 2,
verweerder,
voor wie optreedt mr. E. V. A., advocaat te …, …,
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
Gelet op het dwangbevel van 17.9.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 19.9.2001 en aan eiseres betekend op 15.10.2001.
Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 13.2.2002.
De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partij en overgelegde stukken.
Verwerende partij werd gehoord in haar middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 5.6.2003, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Tegen de niet verschijnende noch vertegenwoordigde regelmatig dagende partij werd verstek en vonnis op tegenspraak gevorderd bij toepassing van art. 751, § 1 Ger.W.. Dit kan worden toegestaan.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe in een vonnis uitvoerbaar bij voorraad het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren; het dwangbevel van 17.9.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 19.9.2001 en aan eiseres betekend op 15.10.2001 nietig te verklaren; verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden of toegerekend op sommen vermeld in het dwangbevel te vermeerderen met de moratoire intresten overeenkomstig art. 90 W.BTW; verweerder te veroordelen tot alle gerechtskosten.
Bij conclusie, neergelegd op 31.5.2002, stelt verweerder dat de boete verkeerd werd berekend en ten onrechte op 49.000 i.p.v. 47.000 frank werd bepaald.
3. FEITEN
Eiseres is BTW-belastingplichtige voor haar activiteit van restaurant-pizzeria.
Naar aanleiding van een controle werd een correctieopgave opgesteld die voor akkoord werd ondertekend door de boekhouder. Dit leidde tot een bijkomende vordering van 245.806 frank BTW en een boete van 49.000 frank.
Eiseres betaalde een eerste som op 23.6.2001.
Wegens niet-betaling van het resterend saldo werd een dwangbevel uitgevaardigd.
4. BESPREKING
4.1. Eiseres laat gelden dat de boekhouder niet ge- volmachtigd was om een akkoord af te sluiten.
Uit de voorgelegde stukken blijkt dat het akkoord van 24.4.2001 rechtsgeldig is omdat het onderschreven werd door de daartoe door eiseres gemachtigde boekhouder en voldoet aan de voorwaarden van art. 1326 B.W.
4.2. Eiseres laat gelden dat verweerder ten onrechte besluit tot een omzetverhoging.
De vordering van verweerder steunt op het voormelde akkoord. De akkoordverklaring tussen partijen heeft tot gevolg dat de administratie wordt vrijgesteld van het leveren van de feitelijke elementen waarop de BTW wordt berekend.
In casu toont eiseres geen wilsgebrek aan evenmin dat zij een dwaling in feite of in rechte heeft begaan zodat zij gebonden is door de belastbare omzet die in onderling akkoord is vastgesteld.
4.3. Eiseres laat gelden dat naar aanleiding van de betekening van het dwangbevel de boete met 50 % werd verhoogd.
De correctieopgave vermeldt een boete van 49.000 frank. Deze boete werd door verweerder verkeerd berekend zodat zij dient herleid tot 47.000 frank.
Naar aanleiding van de betekening van het dwangbevel werd de opgelopen boete geenszins verhoogd met 50 %.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;
Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk en ongegrond met de omstandigheid dat de boete wordt herleid tot 1.165,10 EUR (47.000 BEF);
Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd;
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
- aan de zijde van eiseres :
- dagvaardingskosten : 238,62 EUR
- rechtsplegingsvergoeding : 334,66 EUR
- aan de zijde van verweerder :
- rechtsplegingsvergoeding :334,66 EUR.
Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 4 SEPTEMBER 2003, waar aanwezig waren :
J. D. B., alleenzetelend rechter, bijgestaan door
R. D., griffier.
R. D. J. D. B.
Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte ten uitvoer zullen leggen;
dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;
ten blijke waarvan dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte is ondertekend en gezegeld met het zegel van het hof, de rechtbank of de notaris;
Voor EERSTE gelijkvormige uitvoerbare uitgifte
afgeleverd aan VERWEERDER, DIT VRIJ VAN GRIFFIERECHT INGEVOLGE ART. 280 - 1° VERWIJZEND NAAR ART. 162 - 4° VAN HET WETBOEK DER R.H.G.
De griffier,
L. D. W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.