Tribunal de première instance de Gand, 21 décembre 2000 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 21 décembre 2000

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Gand, 21 décembre 2000Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-gand-2000-12-21-1026

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
21 décembre 2000

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

63 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de la Première instance de Gand du 21.12.2000

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

TWAALFDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 21 DECEMBER 2000

Algemene rol nummer : 00/3434/A

In de zaak van :

H. D. T., herbergier, wonendete …, …; en zijn echtgenote

O. R., zelfstandig helpster, wonende te …, …;

eisers,

voor wie optreedt mr. E. J., advocaat te …, …;

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12.

verweerster,

verstek makend,

Werden de partijen gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 23 november 2000, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Tegen de niet verschijnende noch vertegenwoordigde, regelmatig opgeroepen partij werd vonnis bij verstek gevorderd; dit kan worden toegestaan.

De rechtbank houdt rekening met volgende documenten :

1. het inleidend verzoekschrift op tegenspraak van eisers, neergelegd op 9 november 2000 tegen de beslissing van de gewestelijke directeur der directe belastingen te Gent van 10 augustus 2000 en tegen de regularisatieopgave inzake BTW van 17 december 1999.

1. De vordering

De vordering van eisers strekt ertoe :

- de bijkomende aanslagen in de personenbelasting voor de aanslagjaren 1996 tot 1998 te vernietigen voor wat betreft de omzet verhogingen, de toekenning aan de echtgenote en de belastingverhogingen van 20 % en de toekenning aan de medewerkende echtgenote te bepalen op 50 %;

- de bijkomende aanslag in de personenbelasting voor het aanslagjaar 1999 te vernietigen voor wat betreft de omzetverhoging en de toekenning aan de medewerkende echtgenote en deze laatste te bepalen op 50 %;

- verweerster te veroordelen tot terugbetaling aan eisers van de betaalde niet verschuldigde belasting;

- de nagevorderde BTW ten belope van 241.500 frank op de omzetverhogingen voor de jaren 1995 tot 1998 voor niet verschuldigd te verklaren en verweerster te veroordelen tot terugbetaling van deze BTW, evenals de berekende intresten en de boete;

- verweerster te veroordelen tot de kosten van het geding.

2. Feiten, retro-akten en standpunt van de partijen

Dhr. D. T. baat samen met zijn echtgenote een café uit.

Een controle door de AOIF eind 1999 leidde voor de aanslagjaren 1996 tot 1999 enerzijds(behalve voor Aj. 1999) tot een verhoging van de roerende inkomsten en een wijziging van de opdeling van het KI eigen woonhuis, beroepsmatig en privé verhuurd en anderzijds tot de vaststelling van niet aangegeven aankopen.

Als gevolg hiervan werden door de boekhouder als gevolmachtigde van eisers op 17.12.1999 voor de verschillende aanslagjaren een akkoordverklaring ondertekend. Op basis van deze akkoorden werden door de administratie der directe belastingen bijkomende aanslagen gevestigd voor Aj. 1996, 1997, 1998, 1999.

Tegen deze aanslagen hebben eisers bezwaar aangetekend op 26.5.2000, 5.6.2000, 6.6.2000 stellende dat de akkoorden niet geldig zijn omdat zij namens eisers werden afgesloten door iemand die daar niet toe bevoegd was. Dit werd door de fiscus betwist.

Door de boekhouder werd als gevolmachtigde op 17.12.1999 eveneens een regularisatieopgave inzake BTW ondertekend, wat leidde tot een navordering van BTW.

Ook hiertegen werd bezwaar aangetekend.

Eisers aanvaarden voor de Aj. 1996 tot 1998 de verhoging van de roerende inkomsten en de wijziging van de opdeling van het KI eigen woonhuis, beroepsmatig en privé verhuurd. Tegen de verwerping van aftrekbare BTW voor een bedrag van 21.319 frank verzetten zij zich evenmin. Zij zouden daar ook mee akkoord gegaan zijn, hadden ze de individuele akkoorden van 17.12.1999 zelf afgesloten.

Eisers gaan thans in beroep.

3. Bespreking

1. Het geschil betreft de geldigheid van de akkoorden afgesloten op 17.12.1999 met de Administratie der directe belastingen en de BTW door de boekhouder als gevolmachtigde van eisers, meer specifiek de draagwijdte van de volmacht d.d.15.4.1995.

Over feiten kunnen akkoorden gesloten worden met de fiscus. Deze overeenkomsten zijn onderworpen aan de gewone civielrechtelijke regels. Het akkoord moet niet noodzakelijkerwijze worden gesloten door de belastingplichtige zelf. Hij kan hiervoor een lasthebber aanduiden b.v. een boekhouder.

Eisers betwisten niet dat het permanent dossier van de fiscus een door hen beiden op 15.4.1995 ondertekende volmacht berust waaruit blijkt dat aan boekhouder N. volmacht gegeven wordt “om in mijn plaats alle belastingformaliteiten te vervullen en te naamtekenen (BTW-aangiften en Directe Belasting)".

Eisers stellen thans dat de bewoordingen van deze volmacht restrictief moeten geïnterpreteerd worden en het aangaan van een individueel akkoord hier niet onder valt.

Eisers gaan hiermee evenwel voorbij aan het feit dat in onderhavig geval de boekhouder in het verleden op basis van diezelfde volmacht reeds akkoorden heeft afgesloten waarvan de geldigheid achteraf nooit werd betwist zodat de fiscus er terecht mocht op vertrouwen dat de boekhouder op 17.12.1999 op basis van diezelfde volmacht de akkoorden kon ondertekenen.

Immers de boekhouder heeft, in zijn functie van gevolmachtigde, het onderzoek gevoerd op 27.4.1998 over de inkomsten van 1996 en 1997. Voor beide jaren werd door hem een akkoord getekend op 27.4.1998. Voor het Aj. 1997 werd nadien een tweede supplement, toegevoegd, zodat gevolmachtigde op 30.4.1998 een nieuw akkoord ondertekende. Deze akkoorden gaven aanleiding tot een bijkomende aanslag waarvan de geldigheid door eisers nooit werd betwist.

Deze volmacht d.d. 15.4.1995 werd voor 17.12.1999 ook nooit ingetrokken of beperkt.

Bovendien stellen eisers in het verzoekschrift dat zij bepaalde deelaspecten van het akkoord van 17.12.1999 wel aanvaarden waaruit enkel kan afgeleid worden dat eisers niet zozeer het gebrek aan volmacht betwisten doch de hoegrootheid va de gevorderde bedragen.

2. Er bestaat geen aanleiding om de boeten te herleiden nu eisers geen argumentatie naar voor brengen om van de berekening van de fiscus af te wijken en deze volkomen wettelijk en opportuun zijn.

3. De grief als zouden geen geldige akkoorden zijn afgesloten, zodat de aanslagen, bij gebrek aan een bericht van wijziging dienen nietig te worden verklaard is derhalve niet gegrond.

Dispositif

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op verstek,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend,

Verklaart het beroep ontvankelijk en ongegrond,

Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eisers :

- uitgavenvergoeding : 2.150 frank

- rechtsplegingsvergoeding : 12.900 frank

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 21 december 2000.

De rechtbank was als volgt samengesteld :

R. T., ondervoorzitter, Voorzitter van de Kamer;

J. D. B., rechter;

M. V. D. B., rechter;

R. D. C., griffier.

R. D. C. M. V. D. B. J. D. B. R. T.