Tribunal de première instance de Bruxelles, 9 mai 2008 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruxelles 9 mai 2008

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Bruxelles, 9 mai 2008Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruxelles-2008-05-09-0e67

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruxelles
Date
9 mai 2008

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

57 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 09.05.2008

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 33ste Kamer

A.R. 2006/7623/A en 2006/11054/A

- BTW verzet tegen dwangbevel

- op tegenspraak

- eindvonnis-akkoordvonnis-samenvoeging

In zake van :

NV S. I., maatschappelijk zetel te …, …, ondernemingsnummer ….

eisende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. N. D. loco Mr. D. S., advocaat te …, … (ref. : …),

tegen :

De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in persoon van de met invordering belaste ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor Halle, te 1500 Halle, Zuster Bernardstraat 32.

verwerende partij,

vertegenwoordigd door Mr. F. S., advocaat te …, … (ref : …).


In deze zaak in beraad genomen op 5 mei 2008 spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :


Gelet op :

• de dagvaarding in verzet tegen dwangbevel van 15 juni 2006 inzake A.R. 2006/7623/A.

• de besluiten van verweerster inzake A.R. 06/7623/A, neergelegd ter griffie op 07/09/2006;

• de dagvaarding in verzet tegen vervangend dwangbevel van 08/09/2006 inzake 06/11054/A;

• de besluiten van verweerster inzake 06/11054/A, neergelegd ter griffie op 27 september 2007;

• de akkoordbesluiten van partijen, neergelegd ter griffie op 11 april 2008 inzake 06/11054/A.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 5 mei 2008, waarna één bundel met de stavingstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.


1. Nu de zaken gekend onder de rolnummers 06/7623/A en 06/11054/A dezelfde partijen betreffen en bovendien betrekking hebben op een dwangbevel van 13 april 2006, dat vervolgens werd vernietigd en vervangen door een dwangbevel van 01 augustus 2006, zijn de beide zaken samenhangend en kan ingegaan worden op het verzoek van partijen om deze zaken samen te voegen op basis van artikel 30 Ger. W.

2.

2.1.

Een akkoord vonnis is een vonnis, waarbij de rechter verzocht wordt een akkoord te acteren dat de partijen tijdens het geding hebben bereikt.

Naar vorm is het een vonnis zonder meer.

Het geeft dan ook als dusdanig geen aanleiding tot verhaal, tenzij het akkoord niet geldig tot stand kwam, alzo in het geval van een wilsgebrek, hetgeen aanleiding kan zijn tot nietigheid te vragen door aanwending van de daartoe geëigende rechtsmiddelen.

De rechter die gevraagd wordt een akkoordvonnis te wijzen dient wel na te gaan of er effectief een geschil bestaat nu het hem niet toekomt akkoorden te acteren en te authentificeren buiten elke vorm van geschil.

In casu kan hierover geen redelijke betwisting bestaan.

Voor de executie van het akkoordvonnis is net zoals in andere gevallen de voorafgaande betekening van de titel vereist en de uitvoerbare kracht vindt haar grondslag in de termen van de overeenkomst die uitvoerbaar wordt door middel van het vonnis.

De tenuitvoerlegging is definitief gezien het vonnis niet meer vatbaar is voor schorsende verhaalmiddel.

2.2.

De vordering in de akkoordbesluiten is als volgt geformuleerd :

"Doorhaling van beide gevoegde zaken mits toerekening - tot slot van alle rekeningen - van een bedrag (BTW tegoed) ten belope van … euro tot integrale aanzuivering van de BTW-schuld (kosten, intresten en aanhorigheden inbegrepen) in hoofde van eiseres.

Wat de kosten betreft, er zijn geen kosten te begroten"

Partijen verduidelijkten ter zitting dat de kosten reeds geregeld werden.

Het akkoord omvat aldus twee onderdelen. Enerzijds zijn partijen akkoord dat een BTW-tegoed in hoofde van eiseres ten belope van … euro zal toegerekend worden tot integrale aanzuivering van de BTW-schuld (kosten, intresten en aanhorigheden) van deze laatste. Anderzijds zijn partijen akkoord om de zaak bij toepassing van artikel 730, § 1 Ger. W. door te halen van de rol.

Gelet op het bovenstaande en aan de rechtbank verstrekte toelichtingen en stukken gaan wij op in de akkoordbesluiten geformuleerde vordering in, zoals geherformuleerd in het licht van het voorgaande.


Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK

Gelet op de artikelen 4, 37,41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak;

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

Voegt de zaken gekend onder de rolnummers 06/7623/A en 06/11054/A samen op grond van artikel 30 Ger. W.

Verlenen akte van het tussen partijen afgesloten akkoord zoals verwoord in hun akkoordconclusies d.d. 11 april 2008 ter griffie neergelegd.

Zegt voor recht dat het bedrag (een BTW-tegoed vanwege de NV S. I.) ten belope van … euro kan toegerekend worden - tot slot van alle rekeningen - als integrale aanzuivering van de BTW-schuld (kosten, intresten en aanhorigheden inbegrepen) in hoofde van de NV S. I..

Zegt voor recht dat de zaken gekend onder de rolnummers 06/7623/A en 06/1054/A dienen te worden doorgehaald.

Stellen vast dat de kosten reeds tussen partijen werden geregeld.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 9 mei 2008.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer J. V. B., toegevoegd rechter

Mevrouw I. D., griffier.

I. D. J. V. B.