Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 04.09.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33ste Kamer
AR 02/14745/A
- BTW
- op tegenspraak
- eindvonnis-akkoordvonnis
In zake van :
De Feitelijke V. K. E. & K. I., met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer …
De Heer E. K., wonende te …, …,
De Heer I. K., wonende te …, …,
eisende partij,
vertegenwoordigd door Mr. F. J. loco Mr. A. V., advocaat te …, … (ref. : …),
tegen :
De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,
verwerende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. K. D. loco Mr. J. H., advocaat te …, …
Na beraad op 26 juni 2006 spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :
Gelet op :
• de dagvaarding van tweeëntwintig januari 2001 betekend door het ambt van Mr. A. V. D. D., plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van J. V., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …, …, voor de rechtbank van eerste aanleg te Leuven,
• de besluiten en aanvullende besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven respectievelijk op 10 augustus 2001 en 6 augustus 2002,
• de conclusie van eisers, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 2 juli 2002,
• het vonnis van 13 december 2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven dat de zaak naar deze rechtbank verzendt;
• de conclusie van eisers, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 9 juli 2004,
• de akkoordconclusies van partijen, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 12 juni 2006.
Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 26 juni 2006, waarna de bundels met de stavingstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.
Een akkoordvonnis is een vonnis, waarbij de rechter verzocht wordt een akkoord te acteren dat de partijen tijdens het geding hebben bereikt.
Naar vorm is het een vonnis zonder meer.
Het geeft dan ook als dusdanig geen aanleiding tot verhaal, tenzij het akkoord niet geldig tot stand kwam, alzo in het geval van een wilsgebrek, hetgeen aanleiding kan zijn tot nietigheid te vragen door aanwending van de daartoe geëigende rechtsmiddelen.
De rechter die gevraagd wordt een akkoordvonnis te wijzen dient wel na te gaan of er effectief een geschil bestaat nu het hem niet toekomt akkoorden te acteren en te authentificeren buiten elke vorm van geschil.
In casu kan hierover geen redelijke betwisting bestaan.
Voor de executie van het akkoordvonnis is net zoals in andere gevallen de voorafgaande betekening van de titel vereist en de uitvoerbare kracht vindt haar grondslag in de termen van de overeenkomst die uitvoerbaar wordt door middel van het vonnis.
De tenuitvoerlegging is definitief gezien het vonnis niet meer vatbaar is voor schorende verhaalmiddel.
Gelet op het bovenstaande en aan de rechtbank verstrekte toelichtingen en stukken gaan wij op de akkoordbesluiten geformuleerde eis in zoals het beschikkend gedeelte gesteld.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend op tegenspraak;
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,
Verlenen akte van het tussen partijen afgesloten akkoord zoals verwoord in hun akkoordconclusies d.d. 12 juni 2006 ter griffie neergelegd.
Vernietigen het dwangbevel betekend op 13 november 2000 voor wat betreft de gevorderde BTW, de administratieve geldboete overeenkomstig artikel 70, § 1 W.BTW en de gevorderde nalatigheidsinteresten op deze sommen;
Veroordelen eiser tot betaling van de administratieve geldboete, opgelegd overeenkomstig artikel 70, § 4 W.BTW, ten bedrage van 495,79 EUR;
Veroordelen de Belgische Staat, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen tot terugbetaling van de ten onrechte, hoofdens dit dwangbevel, geïnde of ingehouden bedragen, meer de wettelijk verschuldigde interesten.
Veroordelen de partijen tot betaling van de gedingkosten elk tot de helft van 91,27 EUR dagvaardingskosten. Slaan de rechtsplegingsvergoedingen 364,40 EUR aan de zijde van eisers en 364,40 EUR aan de zijde van verweerster om tussen partijen.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Rechtbank: van eerste aanleg te Brussel, op 4 september 2006
Waar aanwezig waren en zitting namen :
Mevrouw N. S., alleenrechtsprekend rechter
Mevrouw I. D., griffier.
I. D. N. S.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.