Tribunal de première instance de Bruges, 12 avril 2011 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 12 avril 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance de Bruges, 12 avril 2011Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-bruges-2011-04-12-fd33

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
12 avril 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

62 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 12.04.2011

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :

In de zaak 10/4-79/A Rep. Nr. 2011/4999

1. De heer J. V., zelfstandige, en,

2. Mevrouw H. V., laborante, wonende te …, …,

eisers,

hebbende als raadsman meester F. V., advocaat, met kantoor te …, … (ref. : …),

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,

verweerder,

hebbende als raadsman meester L. D. S., advocaat, met kantoor te …, … (ref. : …).

1. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift neergelegd ter griffie de dato 15 februari 2010.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 07 maart 2011.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

2. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eisers zijn niet-belastingplichtige particulieren die aan hun woning in …, …, onroerende werken hebben verricht.

Op 05 mei 2009 werd een proces-verbaal van vaststelling overgemaakt dat was opgesteld naar aanleiding van plaatsbezoeken op voormeld adres door ambtenaren van het Ministerie van Financiën. Hierbij werd vastgesteld dat de uitgevoerde werken dienden te worden aangemerkt als bouwwerkzaamheden die bijdragen tot de oprichting van een nieuwe woning (de onroerende werkzaamheden waren geen handelingen als bedoeld in § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nummer 20.

Op 11 juni 2009 werd het verschuldigd bedrag betaald.

2.2. Eisers vragen dat :

- het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

- de terugbetaling wordt bevolen van de in uitvoering van het betalingsbericht dd. 18 mei 2009 betaalde … EUR BTW en … EUR boeten, te verhogen met de gerechtelijke rente vanaf heden;

- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten, in hun hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eisers als ontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eisers worden veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

3. BEOORDELING

3.1. Nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. Nopens de grond

3.2.1. Eisers stellen dat het in casu niet gaat over een nieuwbouw maar over de omvorming en verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed zodat de werken onderworpen zijn aan het laagste BTW-tarief van 6 %.

3.2.2. Sinds 01 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nummer 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6 %. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.

Krachtens § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.

In de administratieve aanschrijving nummer 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken.

In voormelde aanschrijving staat verder te lezen dat er slechts sprake kan zijn van een omvorming van een woning of andere handeling in de zin van genoemde rubriek XXXI, § 1, 1° wanneer de uitgevoerde werken op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke structuur van het bestaand gebouw.

In het BTW-revue nummer 110 van september 1994 wordt verder verduidelijkt in welk geval een vergroting al dan niet kan worden aangemerkt als een omvorming in de zin van rubriek XXXI van de bijlage A van het Koninklijk Besluit nummer 20. In voormelde revue lezen we het volgende : "De uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt".

3.2.3. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving en mededeling geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.

3.2.4. Het onderscheid tussen de vergrotingswerken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de vergrotingswerken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A , is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (Vr. en Antw., Kamer, 1992-93, nr. 70, 6703 - Vr. nr. 585 GEHLEN, BTW­Rev., nr. 107, 106, nr. 3).

3.2.5. Eisers zijn eigenaars van een woning gelegen te …, …. Ter aanvulling en uitbreiding van voornoemd goed hebben eisers beslist om het aanpalend onroerend goed (…) aan te kopen. Omdat dit goed zich in een slechte staat verkeerde, dienden eisers het noodgedwongen volledig af te breken en her op te bouwen.

In casu werd het oud bestaande gedeelte (…) volledig behouden en blijft het na de verbouwing een aantal essentiële functies vervullen zoals keuken, berging, eethoek bureau, speelruimte, wasruimte en slaapruimtes.

Dit oud bestaand gedeelte werd aangevuld met een living, bureauruimte, berging, slaapkamer, een was- en stookplaats dewelke thans op de gelijkvloerse verdieping in het nieuwe gedeelte gevestigd zijn. Op de bovenverdieping van het nieuw gedeelte is er thans eveneens een speelruimte voor de kinderen ingericht.

Dergelijke uitbreidingswerken zijn niet van die aard dat het oude bestaande gebouw nog slechts de bijzaak is. Verder is het ook zo dat de kwestieuze uitbreidingen en toevoegingen dienstig zijn in functie van de veranderingen aan de bestanddelen van het bestaande voorwerp en dat zij op zich geen eigen identiteit hebben verworven.

Het is derhalve duidelijk dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren.

Bovendien is aan het oppervlaktecriterium voldaan. De vloeroppervlakte van het behouden gedeelte van de bestaande woning is bovendien niet kleiner dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering der werken. Het oude gedeelte is met andere woorden betekenisvol ten aanzien van het nieuwe gedeelte.

Het is dan ook duidelijk dat voormelde werken de omvorming van een woning vormen en geenszins de bouw van een nieuwe woning betekenen. Het verlaagde tarief is dan ook van toepassing op de uitgevoerde werken.

3.2.6. De vordering van eisers is dan ook gegrond

3.3. Nopens de kosten

Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen. In hoofde van eisers worden zij begroot op het basisbedrag van de (geïndexeerde) rechtsplegingsvergoeding en aldus gebracht op … EUR.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De Rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.

Beveelt de terugbetaling van de in uitvoering van het betalingsbericht de dato achttien mei tweeduizend en negen (18.05.2009) betaalde … euro (… €) BTW en … euro (… €) boeten, te verhogen met de gerechtelijke rente vanaf heden.

Veroordeelt verweerder tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van eisers op … euro (… €) geïndexeerde) rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op twaalf april tweeduizend en elf.

Aanwezig zijn:

N. H., alleensprekend rechter;

G. D. T., griffier.

G.D.T. N. H.