Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 25.04.2006
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 02/1978/A Rep. nr. 2006/5771
De BVBA B. D., (HR Brugge nr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres,
voor wie optreedt Meester J. S., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Ontvanger van het BTWOntvangkantoor te BRUGGE, met kantoren te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder,
voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op de dagvaarding houdende verzet dwangbevel de dato 31 mei 1990.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 28 maart 2006.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTWregistratienummer …, voor haar beroepsactiviteiten van bakkerij. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Eind 1987 werd door onderzoeksrechter de M. d'H. van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel een huiszoeking gedaan bij de "NV de N. M. van Gent en Brugge". Voormelde vennootschap was een geregelde leverancier van bloem bij eiseres.
Uit een geheel van bij deze huiszoeking gevonden documenten en afgelegde verklaringen blijkt dat de NV de N. M. van Gent en Brugge op regelmatige wijze bloem hebben geleverd aan haar klanten zonder daarvoor een factuur op te stellen. Hiervoor zijn de verantwoordelijken uiteindelijk strafrechtelijk veroordeeld bij arrest van 22 november 1993 door het Hof van Beroep te Brussel.
Tijdens die huiszoeking bij NV de N. M. van Gent en Brugge werd een op 22 november 1985 gedateerde lijst teruggevonden met de klantengegevens per afnemer en een code voor de leveringen in het zwart. Op grond van verklaringen van personeelsleden van de NV de N. M. van Gent en Brugge werd deze code ontcijferd. De naam van eiseres kwam eveneens voor op deze listing met de code GV/ hetgeen betekende dat de desbetreffende klanten per officiële levering telkens 1.000 kg bloem in het zwart geleverd kregen.
Aan de hand van de gegevens van het strafdossier werd de fiscale toestand van de NV de N. M. van Gent en Brugge geregulariseerd. Er werd een akkoord gesloten omtrent de niet gefactureerde hoeveelheid bloem, gebaseerd op een lijst opgemaakt door de NV de N. M. van Gent en Brugge waarbij per klant en per jaar de hoeveelheid in het zwart geleverde bloem werd opgegeven. Eiseres komt op deze lijst voor met navolgende hoeveelheden in het zwart geleverde bloem : 36.000 kg in 1982, 35.000 kg in 1983, 33.000 kg in 1984, 31.000 kg in 1985, 38.000 kg in 1986 en 33.000 kg in 1987.
Aan de hand van deze lijst werd de fiscale toestand van de afnemers onderzocht.
Op 17 oktober 1989 werd de controle bij eiseres aangevat. Deze controle resulteerde uiteindelijk in een ambtelijke aanslag op 8 februari 1990.
Op 21 maart 1990 werd door de bevoegde BTW-ontvanger, een dwangbevel uitgevaardigd. Voormeld dwangbevel werd op 11 april 1990 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en via aangetekend schrijven aan eiseres ter kennis gebracht.
Op 31 mei 1990 werd door eiseres verzet aangetekend.
2.2. Eiseres vraagt dat het fiscaal verhaal ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd. In subsidiaire orde vraagt eiseres dat de opgelegde boete wordt vernietigd, kwijtgescholden of verminderd. Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de dagvaardingskosten ten bedrage van 86,91 EUR en de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 349,53 EUR.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 349,53 EUR rechtsplegingsvergoeding.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Door het niet bewaren van de verantwoordingsstukken inzake de dagontvangsten (kasbandrollen) is de controle op die dagontvangsten onmogelijk (zie eigen verklaring van De Heer D. in proces-verbaal de dato 8.02.1990).
Gelet op het voorgaande was verweerder dan ook gerechtigd om een ambtshalve aanslag te vestigen op de periode van 1.01.1985 tot 31.12.1987.
3.2.2. De ambtelijke aanslag moet worden opgelegd tot beloop van de belasting die verschuldigd is over het vermoedelijk bedrag van de handelingen die de schuldenaar heeft verricht gedurende het tijdstip waarop de aanslag betrekking heeft (art. 66 W.BTW). De ambtelijke aanslag moet zo dicht mogelijk de werkelijkheid benaderen, en mag geen willekeurig karakter dragen. Hij moet gesteund zijn op een juiste interpretatie van de wet en tevens berusten op ernstige gegevens, dit wil zeggen op ter zake dienende gegevens en vermoedens.
3.2.3. In casu staat het vast dat de leverancier van eiseres een circuit van zwarte bloemleveringen heeft opgezet. Het gegeven dat deze feiten tot een strafrechtelijke veroordeling aanleiding hebben gegeven levert nog niet het bewijs dat de beweerde leveringen in het zwart aan eiseres als vaststaand moeten worden beschouwd. De veroordeling heeft immers alleen betrekking op de niet opgenomen ontvangsten door de leverancier in zijn boekhouding ingevolge de verkoop in het zwart.
Verder levert de vermelding van de naam van eiseres op een lijst met code GV/ niet het bewijs dat bij iedere officiële levering telkens een zwarte levering van 1000 kg is gebeurd. In dit verband moet verwezen worden naar de verklaring van J. V. die heeft verklaard dat er niet automatisch bij iedere bestelling een deel zwart volgens de code bijkwam, en dat er bovendien vanuit de directie van de NV de N. M. van Gent en Brugge onderbrekingen van de zwarte leveringen zijn opgelegd, gaande van 14 dagen tot één maand.
Verder wordt de vermelding op de listing niet ondersteund door betalingsbewijzen, noch door voor ontvangst ondertekende stukken en wordt eiseres door de bestuurders en werknemers van de NV de N. M. van Gent en Brugge niet bij naam genoemd als zijnde effectief betrokken in de zwarte leveringen.
De vermelding op de voorgelegde listing is ontoereikend om tot het besluit te komen dat eiseres bloem in het zwart heeft afgenomen in de hoeveelheden zoals voorgehouden door de administratie.
Verder kan uit de gebruikte hoeveelheden gist ook niet met zekerheid afgeleid worden dat eiseres de door de administratie weerhouden hoeveelheden bloem in het zwart zou hebben aangekocht. De verhouding bloem/gist, de manier van werken, de temperatuur in de verschillende werkplaatsen en de wijze van bereiding en de rijssnelheid zijn immers elementen die het verbruik van gist in min of meerder mate beïnvloeden.
Aangezien verweerder zich steunt op onvoldoende zekere gegevens, minstens uit vaststaande feiten niet te verantwoorden gevolgtrekkingen heeft afgeleid, is de ambtshalve aanslag willekeurig vastgesteld.
Het bestreden dwangbevel dient dan ook integraal te worden vernietigd.
Alle verdere argumentatie is vanaf dan niet langer dienend.
3.3. nopens de kosten
Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.
Zegt voor recht dat het bestreden dwangbevel nietig is en als onbestaande moet worden beschouwd.
Veroordeelt dienvolgens verweerder tot terugbetaling van het bedrag dat door hem reeds zou geïnd zijn ten nadele van eiseres, vermeerderd met de moratoire interest overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW en dit te rekenen vanaf de inning ervan tot op datum van volledige terugbetaling.
Veroordeelt verweerder tot het betalen van de gerechtskosten, in zijn hoofde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en begroot deze aan de zijde van eiseres op 86,91 EUR dagvaardingskosten en 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag vijfentwintig april tweeduizend en zes.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. N. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.