Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 10.05.2005
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, Vierde Kamer, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :
de NV S., met maatschappelijke zetel te …, …, H.R. Bruggenr. …,
eiseres,
vertegenwoordigd door meester W. V. S., advocaat te …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de e.a. inspecteur van het 2de BTW-controlekantoor te Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, G.Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder,
vertegenwoordigd door meester J. V. d. P., advocaat te ….
I. PROCEDURE
De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 12 april 2005. Zij hebben de zaken met rolnummers 99/2250/A en 99/2258/A samen behandeld en vroegen om de twee zaken te voegen. Daarna werd het debat gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaken in beraad.
De rechtbank heeft de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken nageleefd.
De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten :
In de zaak 99/2250/A
1. de geding inleidende dagvaarding van. 7 juli 1990 en
2. de conclusie voor verweerder van 18 januari 2000.
In de zaak 99/2258/A
1. het geding inleidend verzoekschrift van 31 augustus 1999;
2. de conclusie voor verweerder van 18 januari 2000;
3. de conclusie voor eiseres van 6 november 2001;
4. de conclusie voor verweerder van 3 september 2002;
5. de conclusie voor eiseres van 4 juni 2003 en
6. de conclusie voor verweerder van 2 september2004.
Daarenboven heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van verweerder ingezien.
II. DE BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. De feiten die relevant zijn voor het geschil
Eiseres exploiteert een restaurant en is als zodanig BTW-plichtige.
Voor de jaren 1994 en volgende heeft zij kennelijk steeds BTW-aangiften ingevuld en de overeenkomstige BTW-saldi betaald aan de Schatkist. De rechtbank heeft geen kennis van betwistingen op dat punt in de betrokken periode.
Met haar dagvaarding van 7 juli 1999 enerzijds en haar verzoekschrift van 31 augustus 1999 anderzijds heeft eiseres haar huidige vorderingen ingesteld.
2. De vorderingen van de partijen
Eiseres vordert in de zaak met rolnummer 99/2250/A dat de rechtbank verweerder zou veroordelen tot de teruggave aan eiseres van de te veel betaalde BTW die sinds 1 juli 1994 opeisbaar is geworden, meer de moratoire en gerechtelijke interesten.
In de zaak 99/2258/A vordert eiseres dat de rechtbank verweerder zou veroordelen tot de teruggave aan eiseres van de teveel betaalde BTW die sinds 1 januari 1999 opeisbaar is geworden, meer de moratoire en gerechtelijke interesten.
In de beide zaken vordert eiseres dat de rechtbank de volgende prejudiciële vragen zou stellen :
- aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen :
Moet onder artikel 12, 3° a van de Richtlijn 6, 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 in samenhang met bijlage H bij deze Richtlijn worden verstaan dat naast de levering van levensmiddelen als levering van goederen ook de levering van de dienst die bestaat in het bereiden van levensmiddelen (traiteurdiensten) onder het gunsttarief kan vallen of moet men hieronder begrijpen dat enkel de .levering van de levensmiddelen als levering van goederen los van enige dienstprestatie van het gunsttarief kan genieten ?
Aan het Arbitragehof :
Schendt het KB nr. 20 van 20 juli 1970 (zoals, herhaaldelijk gewijzigd) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet omwille van het feit dat traiteurdiensten kunnen genieten van een gunstig BTW-tarief van het 6 % voor hun prestaties die bestaan in een levering van diensten, nl. het klaarmaken en bereiden van spijzen en het schikken van de spijzen op de schotels en vervolgens het leveren van de bereide levensmiddelen aan het cliënteel terwijl restaurateurs voor dezelfde prestaties onderworpen zijn aan het tarief van 21 % louter en alleen wegens het feit dat zij het cliënteel de spijzen ter plaatse laten verbruiken en zonder dat zij gerechtigd zijn een onderscheiden tarifering voor hun prestaties kunnen voeren.
Eiseres vraagt bovendien dat verweerder zou veroordeeld worden tot het betalen van de gerechtskosten en dat de rechtbank het vonnis uitvoerbaar zou verklaren bij voorraad, zelfs wanneer een rechtsmiddel zou worden aangewend, zonder dat de uitvoering afhankelijk kan gesteld worden van een borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement.
Verweerder vordert dat de vorderingen van eiseres door de rechtbank zouden worden afgewezen als onontvankelijk, minstens als ongegrond en dat eiseres zou verwezen worden in de gerechtskosten.
III. BESPREKING
1. Voeging van de zaken
De zaken moeten worden gevoegd. In wezen omsluit de vordering die in de zaak 99/2250/A gesteld wordt, volledig de vordering van de zaak 99/2258/A vermits er terugbetaling van de BTW gevorderd wordt 'vanaf 1 juli 1994' en dit zonder beperking in de tijd. Verder zijn de partijen dezelfden en treden zij telkens op in dezelfde hoedanigheid. Om te vermijden dat er tegenstrijdige uitspraken zouden mogelijk zijn, moeten de twee zaken samen behandeld worden en worden ze daartoe gevoegd.
2. De ontvankelijkheid van de vorderingen
Verweerder roept twee gronden van onontvankelijkheid in.
2.1. Geen bestreden beslissing bijgevoegd
Het formeel ontbreken van de bij te voegen bestreden beslissing, zoals voorzien in het derde lid van artikel 1385decies, 3de lid Ger.W. is niet met onontvankelijkheid maar met nietigheid gesanctioneerd. Op deze nietigheid zijn de artikelen 860 e.v. Ger.W. toepasselijk. Concreet zou er geen nietigheid kunnen zijn omdat verweerder niet aantoont dat haar belangen door het niet bijvoegen van de bestreden beslissing geschaad zijn.
Feit is evenwel dat er geen 'bestreden beslissing' is omdat eiseres nooit voordien een dergelijke beslissing heeft uitgelokt. Dat aspect houdt veeleer verband met het 'belang' van eiseres (zie volgend punt).
Verder geldt voor de BTW dat er geen 'door of krachtens de wet georganiseerd administratief beroep' bestaat, zodat de onontvankelijkheid die in het eerste lid van artikel 1385undecies Ger.W. voorzien is, evenmin aan de orde komt.
2.2.Het belang van eiseres bij haar vordering
Ten gronde heeft de betwisting betrekking op het toepasselijk BTW-tarief : eiseres betwist dat de wet in overeenstemming zou zijn met het Europees Gemeenschapsrecht en/of met de Grondwet, waar hij een tarief van 21 % procent voorziet voor restaurants terwijl voor traiteurdiensten het tarief slechts op 6 % zou zijn bepaald. Eiseres vordert de volledige BTW terug op grond van de stelling dat de juridische grond voor haar betalingen van BTW aan de Schatkist ontbreekt.
Terecht laat verweerder gelden dat eiseres niet het door de artikelen 17 en 18 Ger.W. vereiste belang heeft om haar vordering in te stellen.
Waar eiseres (tegelijk) terugbetaling van de door haar betaalde BTW vordert, kan in principe nog worden aangenomen dat zij geen uitspraak vraagt 'bij wege van algemene en als regel geldende beschikking' art. 6 Ger.W.) en evenmin slechts een 'verklaring van recht' (artikel 18, 2de lid) vraagt (hoewel er geen sprake is van een 'ernstig bedreigd recht' en de vorderingen zelfs onbeperkt in de tijd zijn geformuleerd).
Het ontbreekt eiseres evenwel aan belang om terugbetaling van BTW te vragen (en dus automatisch om de prejudiciële vragen te stellen vermits deze slechts ertoe strekken om de rechtsgrond voor de terugbetaling aan te brengen) omdat eiseres die BTW zelf van haar klanten heeft geïnd en - allicht na toepassing van haar recht van aftrek - doorgestort heeft aan de Schatkist overeenkomstig de wettelijke en uitvoerende bepalingen inzake BTW. De BTW-plichtige functioneert in dat verband immers slechts als 'inner' van de belasting.
Om haar belang aan te tonen, zou eiseres ofwel moeten aantonen dat zij geen BTW (of slechts BTW tegen het lager tarief) van haar klanten heeft geïnd, zoniet dat zij aan haar klanten die BTW heeft terugbetaald of zich verbonden heeft tot teruggave van die BTW.
Dat bewijs is niet geleverd.
Het is in dat verband ook terecht dat verweerder laat opmerken dat er voorafgaand aan de huidige procedure nooit een betwisting heeft bestaan en dat eiseres van verweerder nooit een beslissing op dat punt heeft uitgelokt. Door gewoon de procedure te volgen (nl. aangifte indienen en saldi doorstorten aan het ontvangkantoor, zijnde wat de BTW-plichtige als 'inner' van de belasting moet doen) ontstond op zich geen geschil.
De exceptie van onontvankelijkheid is gegrond.
3. De gerechtskosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek, moet zij de gerechtskosten dragen.
4. Uitvoerbaarheid bij voorraad
Nu de vordering van eiseres niet kan ingewilligd worden, heeft een voorlopige tenuitvoerlegging voor haar geen nut. Ook dat deel van de vordering is dus ongegrond.
Dispositif
IV. UITSPRAAK
De rechtbank doet uitspraak in eerste aanleg en op tegenspraak.
De rechtbank voegt de zaken die op de algemene rol zijn ingeschreven onder de nummers 99/2250/A en 99/2258/A.
Om alle bovenstaande redenen wijst de rechtbank de vorderingen af als onontvankelijk.
De rechtbank verwijst eiseres in de gerechtskosten van deze procedure en stelt die kosten als volgt vast :
aan de zijde van verweerder :
- rechtsplegingsvergoeding … euro
terwijl de kosten aan de zijde van eiseres niet moeten vastgesteld worden vermits ze door haar zelf moeten gedragen worden.
De rechtbank wijst de vordering met betrekking tot de voorlopige tenuitvoerlegging af als ongegrond.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vierde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op tien mei tweeduizend en vijf.
De rechtbank is als volgt samengesteld :
D. V., alleenrechtsprekend rechter
A. V., griffier.
A. V. D. V.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.