Tribunal de première instance d'Anvers, 20 février 2012 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 20 février 2012

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 20 février 2012Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2012-02-20-4c27

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
20 février 2012

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

54 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 20.02.2012

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op twintig februari tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :

L. B., rechter,

I. M., griffier,

Inzake A.R. nr. 10/4568/A

L. bvba,

ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

EISENDE PARTIJ

- voor wie niemand verschijnt,

tegen :

de Belgische Staat,

Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer ontvanger-rekenplichtige van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

VERWERENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester P. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 12 juli 2010,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 19 november 2010,

- de stukken van verwerende partij.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 23 januari 2012.

Voor eisende partij is niemand verschenen. Ten aanzien van haar wordt toepassing gemaakt van artikel 747, § 2 zesde lid van het Gerechtelijk Wetboek.


De belastingdienst BTW opende een bijzondere rekening op naam van eiseres voor de periode van 30 september 2009 tot en met 31 januari 2010.

Deze rekening gaat voort op BTW-aangiftes van eiseres zelf die de verschuldigde BTW aldus wel aangaf maar niet betaalde.

Ze behelst rechten, boete, intrest.

Ook op toezending van de bijzondere rekening en nadien van een betalingsverzoek van 8 juni 2010 betaalde eiseres niet.

De ontvanger vaardigde dan dwangschrift uit.

Het werd betekend middels exploot van 6 juli 2010, met bevel tot betalen.

Eiseres zelf legde op 12 juli 2010 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

Afschriften van het dwangschrift en van het exploot zijn aan dit verzoekschrift gehecht.

Enkel verweerder legde een conclusie neer.

Hij streeft vooreerst naar onontvankelijk verklaring van de (rechts)vordering, maar hij blijkt daartoe echter niet de minste motivering aan te voeren.

Dit is volkomen onernstig.

Ten gronde

De belastingschuld volgt uit de eigen aangifte van eiseres.

Zij voert in het geding inleidend verzoekschrift allerlei grieven aan met duidelijke bedoeling te ontsnappen aan haar betalingsplicht op haar eigen aangifte.

Ook dit is volkomen onernstig.

Hoewel behoorlijk opgeroepen verscheen zij overigens niet ter zitting om desgewenst uitleg te verschaffen.

Het is uiteraard haar recht niet te verschijnen.

De boete is terecht.

Eiseres diende haar aangiften veel te laat in, wat in dit kader boekdelen spreekt.

De forfaitaire boetes hierop (… en … samen … EUR) zijn wettelijk toegepast.

De proportionele geldboete van … EUR wegens niet tijdige betaling is eveneens wettelijk en evenredig met de feiten.

Dispositif

OM DIE REDENEN

DE RECHTBANK,

Recht doende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar, maar kennelijk ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op … (…) EUR bij wijze van wettelijk geïndexeerde rechtsplegingvergoeding.

I.M. L. B.