Tribunal de première instance d'Anvers, 6 juin 2011 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 6 juin 2011

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 6 juin 2011Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2011-06-8f30

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
6 juin 2011

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

28 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 06.06.2011

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op zes juni tweeduizend en elf in openbare zitting van de vierde·F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :

L. B., rechter,

N. V., griffier,

Inzake A.R. nr. 06/2555/A

NV D. T., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester N. M. loco meester W. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, in de persoon van :

a. de minister van Financiën, van het kabinet gevestigd is te Brussel,

b. de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 3, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester L. A., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Zoals in het tussenvonnis reeds aangestipt blijft nog wel de correctie ingevolge vergissing op de fiscale vordering overeind (herleiding met … Euro hoofdsom plus toebehoren).

Zulks brengt hier echter niet mee dat verweerder een deel der kosten dient te dragen.

Partijen namen ieder voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Dispositif

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Het tussenvonnis van 2 november 2009 verder uitwerkend,

Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar, maar ongegrond, met uitzondering van de vermelde correctie op materiële vergissing, mate waarin het dwangbevel onwettig is en niet uitgevoerd mag worden in hoofdsom en toebehoren,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op de gevraagde … (…) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. V. L. B.