Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 08.11.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op acht november tweeduizend en tien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., alleenzetelend rechter,
N. V., griffier.
Inzake : A.R. Nr. 09/5793/A
S. T.,
op vervolging en benaarstiging van haar College van Burgemeester en Schepenen, met ondernemingsnummer …, waarvan de maatschappelijke bestuurszetel gevestigd is in het … te …, ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester F. S. loco meester B. P., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de Belgische Staat,·
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 40 en de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-controlekantoor te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Eiseres staat geregistreerd als BTW-belastingplichtige sedert 1 mei 1996.
Met ingang van 1 januari 2006 staat ze voor de BTW bij uitbreiding geregistreerd voor ook opvang en transport van afvalwater.
De basisvraag is of ze in 2005 reeds BTW-belastingplichtige was voor deze activiteit en ze dat jaar uit die oorzaak al recht op aftrek had en in voorkomend geval mocht uitoefenen.
Zoals hoger vastgesteld had eiseres het door haar voorgehouden recht op aftrek uitgeoefend, dit in haar laatste aan einde december 2008 voorafgaande BTW-aangifte.
Dit kon haar niet euvel worden geduid, gelet op toentertijd mogelijk dreigend rechtsverval.
Op het ogenblik van instelling van de rechtsvordering was de verrichting van aftrek evenwel reeds teruggenomen via haar BTW-aangifte over april 2009, aldus daardoor geneutraliseerd.
Waar eiseres voorhoudt recht op aftrek te hebben, heeft zij van de uitoefening ervan afgezien door haar, voorafgaandelijk instelling der vordering, terugneming van de verrichte aftrek, dit zonder daartoe te zijn gedwongen door een dwangschrift of op enige andere wijze.
Dit laat de vraag naar al of niet recht op aftrek te dezen buiten beschouwing.
De rechtsvordering is dan weliswaar toelaatbaar, maar de hier zeer bepaaldelijk als vordering tot terugbetaling (teruggaaf) in de zin van het Wetboek van BTW geformuleerde vordering is daarom te dezen als zodanig zonder voorwerp, gelet op hoger vermelde terugneming.
Bij of naar aanleiding van de terugneming in de aangifte over april 2009 werd inderdaad door eiseres niet het minste voorbehoud geformuleerd op het terugnemingverzoek door de controle in de brief van 23 april 2009.
Partijen namen elk voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding, overigens te dezen gelijklopend.
Dispositif
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar,
Stelt ten gronde vast dat ze zonder voorwerp is zoals ze wordt gesteld, Veroordeelt eiseres tot de kosten,
Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op … (…) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.
N. V. L. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.