Tribunal de première instance d'Anvers, 26 avril 2010 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Anvers 26 avril 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Tribunal de première instance d'Anvers, 26 avril 2010Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2010-04-26-5348

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Anvers
Date
26 avril 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

44 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 26.04.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig april tweeduizend en tien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., alleenzetelend rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR nr. 08/7405/A

W. D. L. M., geboren te Turnhout op …, verblijvende te Roemenië, …, …, …, doch keuze van woonst gedaan hebbend op het kantoor van meester H. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

EISENDE PARTIJ

verschijnende bij meester G. V. loco meester H. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, met burelen gevestigd te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32.

VERWERENDE PARTIJ

verschijnende bij meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 21 november 2008,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 20 februari 2009,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 29 maart 2010.


Ontvanger der BTW Mechelen vaardigde op 25 november 2003 dwangbevel uit ten laste van eiser.

Het werd op 4 december 2003 uitvoerbaar verklaard.

Er ligt een exploot van betekening met bevel van 12 december 2003 voor.

Er ligt ook een exploot van herhaalde betekening van 2 oktober 2008 voor.

Raadsman legde op 21 november 2008 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie.

Daaraan is afschrift gehecht van het dwangbevel van 25 november 2003.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve uit te voeren.

Eiser, die bij sluiting 17 mei 1999 van zijn faillissement niet verschoonbaar is verklaard, voert geen grieven ten gronde aan tegen de fiscale vordering.

Hij stelt enkel dat hij het exploot van 12 december 1993 niet heeft ontvangen waardoor dan in zijn stelling de verjaring van de fiscale vordering zou zijn ingetreden.

Zijn bewering van niet ontvangst is alvast in strijd met de aftekening van de ontvangstkaart op 23 december 2003.

Weliswaar is de aftekening niet van eiser zelf, maar ze kan te dezen slechts zijn geschied door iemand met volmacht, weze deze ongeschreven en minstens als huiselijke volmacht.

Uit niets blijkt alvast dat toen een niet bevoegde derde zomaar de ontvangstkaart ondertekend zou hebben.

De betekening zelf is hoe dan ook gebeurd conform de wettelijke nonnen.

Eiser kan dan ook niet worden bijgetreden.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.200,00 (twaalfhonderd) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.